Zaterdag 11/07/2020

Nostalgie naar het grote scherm

De komiek die ernstig wilde worden genomenover zijn nieuwe film 'Melinda & Melinda'

@9* eind blokje=

In de film Stardust Memories uit 1980 speelt Woody Allen de gevierde filmregisseur Sandy Bates, die zich in een artistieke impasse bevindt. Hij wil ernstige films maken, terwijl zowat iedereen hem duidelijk probeert te maken dat zijn vroegere komedies zoveel beter waren. Dat is zelfs de mening van een buitenaardse fan, Og. Aan hem vraagt Bates of hij niet beter zou stoppen met films maken en iets doen wat de moeite waard is, 'zoals de blinden helpen of missionaris worden'. Het antwoord is duidelijk: 'Wil je de mensheid een dienst bewijzen? Vertel leukere grappen.' In zijn nieuwe film Melinda & Melinda heeft Allen nu een compromis gevonden tussen komedie en drama, namelijk door een gelijkaardig verhaal op twee verschillende manieren te vertellen.

Door Jan Temmerman

Als Melinda & Melinda begint, zitten twee toneelschrijvers te praten in een café ergens in Manhattan. De een schrijft komedies, de andere drama's. Ze discussiëren over de respectieve voor- en nadelen van hun vak, maar raken er niet meteen uit. Dan begint iemand anders in het gezelschap iets te vertellen over een jonge vrouw, Melinda, die op een avond totaal onverwachts komt aanbellen bij vrienden, die haar een tijdlang niet meer gezien hebben. Haar bezoek komt wel een beetje ongelegen, want het bevriende koppel heeft net een etentje met enkele gasten georganiseerd. Vooraleer de man kan vertellen wat er nu precies met die Melinda (sterke dubbelrol van Radha Mitchell) aan de hand was, wordt hij door de toneelschrijvers onderbroken. Ze willen namelijk dat uitgangspunt als inspiratie gebruiken om elk op hun manier - de een dus grappig, de ander veeleer dramatisch - ter plekke een verhaal te verzinnen dat moet bewijzen welke discipline het moeilijkst en/of interessantst is. En dus krijgen we twee totaal verschillende Melinda-verhalen te zien, wat meteen ook de titel verklaart.

De mate waarin de films van de Amerikaanse acteur-scenarist-regisseur Woody Allen (die op 1 december 1935 als Allen Stewart Koningsberg in New York geboren werd) een afspiegeling zijn van zijn eigen leven en persoonlijkheid, zal wel altijd een punt van discussie en speculatie blijven. Toen cineaste Barbara Kopple in de uitstekende documentaire Wild Man Blues die autobiografievraag stelde aan de moeder van Woody Allen, antwoordde die op zo'n ontwapenende en ontnuchterende manier dat complexe filmanalyses meteen overbodig lijken. "Och, hij telt hier een beetje bij en hij trekt daar een beetje af", zei ze schouderophalend. Even voordien had moeder Allen al laten weten dat ze haar zoon eigenlijk liever met een leuk joods meisje had zien trouwen en apotheker zien worden. Het gebruikelijke zondagse bezoek aan zijn ouders was eerder al door Woody Allen zelf met de nodige zelfspot omschreven als 'the lunch from hell', maar het resultaat was hoe dan ook dat dit hele docu-fragment zo uit een of andere Woody Allen-film geplukt leek.

Een jaar eerder had Allen dat welles-nietesspelletje over het autobiografische karakter van zijn films extra voeding gegeven door van zijn titelpersonage in Deconstructing Harry een zelfverklaarde seksmaniak te maken, als reactie op zijn vechtscheiding met Mia Farrow en de bijbehorende heisa in verband met zijn privé-leven. Maar diezelfde Harry bleek ook een auteur die last had van 'writer's block' en dat is dan weer iets waar Woody Allen naar eigen zeggen nog geen ogenblik mee te kampen heeft gehad. Kortom, het personage van Harry was een duidelijk voorbeeld van een beetje bijtellen en een beetje aftrekken.

Dat Woody Allen inderdaad geen last heeft van 'writer's block' blijkt ook uit de indrukwekkende filmografie van deze nu bijna 70-jarige scenarist-regisseur, die al zes Oscar-nominaties kreeg als regisseur (hij won er één voor Annie Hall) en maar liefst dertien nominaties als scenarist (waarvan hij er ook één won voor dezelfde film). En hij blijft maar aan de gang, want toen we hem onlangs in Londen gingen interviewen voor Melinda & Melinda vertelde hij dat zijn volgende film Match Point al ingeblikt was en dat de postproductie bijna achter de rug was.

De discussie tussen beide toneelschrijvers deed mij terugdenken aan Stardust Memories, waar uw personage een regisseur is, die ernstige films wil maken, terwijl het publiek alleen komedies van hem verwacht. Heb ik het juist voor als ik dit een autobiografisch element par excellence vind?

Woody Allen: "Ja, ik denk dat het juist is. Vanuit psychologisch oogpunt draait Melinda & Melinda inderdaad om een conflict dat ik heb en dat ik altijd al gehad heb, namelijk of ik een bepaald idee op een komische dan wel een tragische manier tot uitdrukking wil brengen. Over het algemeen situeert mijn vakkundigheid zich meer op het komische vlak, maar ik waag mij altijd op dat andere terrein omdat ik er niet kan aan weerstaan. Het is een soort schizofrenie van mij. Ik denk dus dat het gerechtvaardigd is om te zeggen dat deze film, op dat vlak, inderdaad autobiografisch is. Hij brengt als het ware een onbewuste impuls van mij aan de oppervlakte."

Betekent dit dat u ook als toeschouwer meer geïnteresseerd bent in dramatische films van andere regisseurs dan in komedies van collega-filmmakers?

"Dat is zeker het geval en dat is altijd zo geweest, behalve toen ik nog een kleine jongen was. Komedies waren toen mijn favoriete vorm van entertainment. Ik hield van allerlei soorten grappige films maar toch vooral van de gesofistikeerdere komedies. Maar toen ik ouder werd, raakte ik veel meer geïnteresseerd in ernstige films en sindsdien is dat altijd zo gebleven. Het is inmiddels zo'n vijftig jaar geleden dat ik nog in komische films geïnteresseerd was. Ik hecht veel meer belang aan serieuze films. Toen ik mijn carrière in het filmvak begon, wilde ik vooral een ernstig filmmaker worden. Maar ik kon toen onmogelijk geld vinden voor een zware en serieuze film. En ook vandaag zou het zeer moeilijk zijn. Dat geldt trouwens ook voor het theater, zeker in Amerika. Ook daar is het tegenwoordig zeer moeilijk om een dramatisch toneelstuk aan het publiek verkocht te krijgen."

In Melinda & Melinda laat u een van de personages zelf een verklaring geven: 'Tragedy confronts, comedy escapes.'

"Ja, volgens mij is dat waar. Maar als ik zelf naar de bioscoop ga, voel ik mij toch veel meer aangetrokken tot serieuze films. Als ik een komedie of een musical bekijk, dan doe ik dat met een gevoel van nostalgie omdat het mij aan mijn jeugd doet terugdenken. Maar doorgaans vind ik dergelijke films niet substantieel genoeg en ze hebben niet dezelfde impact als wanneer ik iets belangrijks bekijk."

Zoals de film van Ingmar Bergman?

"Bergman is in de loop van mijn leven zeker een inspiratie geweest, net zoals hij dat volgens mij voor de film in het algemeen is geweest. Regisseurs als Bergman, Kurosawa, Fellini, Buñuel en anderen hebben een belangrijke invloed gehad in de filmgeschiedenis, omdat ze zo innoverend en briljant zijn geweest."

De 'dubbele' toon van Melinda & Melinda wordt al in de begingeneriek gezet. Eerst een stukje klassieke muziek, dat overvloeit in een vrolijker, jazzy deuntje.

"Ja, dat is Duke Ellington."

Verschillende muziek dus voor verschillende filmgenres. Geldt dat ook voor het eigenlijke regisseren?

"In zekere mate wel, ja. Bij comedy zijn snelheid en tempo een kwestie van leven en dood, terwijl de zaken zich bij een drama op een rustiger manier kunnen ontwikkelen. Bij een komedie kun je nauwelijks pauzeren. You've really got to go! Het is genadeloos (glimlacht). Technisch gesproken is het dus moeilijker, maar daarmee bedoel ik niet dat het superieur is aan drama, want dat vind ik dus niet. Bij comedy heb je nauwelijks tijd voor iets extra. Je kunt geen tijd uittrekken voor sfeer of schoonheid. Het moet gewoon snel vooruitgaan. In de oude films van Ernst Lubitsch, Billy Wilder en vooral van Preston Sturges kun je uitstekende voorbeelden vinden van dat komische ritme. Die gasten gingen snel!"

Komedies zijn doorgaans ook korter dan drama's.

"Mijn volgende film Match Point zal twee uren duren en dat wordt dus de langste film die ik ooit gedraaid heb. Een van de redenen is dat het een zeer serieuze, donkere film betreft en het vergt de nodige tijd om het verhaal te vertellen. Het gaat wel snel vooruit, maar er gebeurt zeer veel. Maar komedies zijn inderdaad meestal korter, omdat het tempo zo belangrijk is. Als ik mijn films monteer, dan gooi ik altijd maar scènes weg om het ritme erin te houden en uiteindelijk hou je slechts 90 minuten of minder over. Maar als je naar sommige zeer grappige films van de Marx Brothers of van W.C. Fields kijkt, dan zul je merken dat die vaak slechts 70 of 80 minuten duren. Het komische tempo ligt zo hoog dat het moeilijk is om zoiets lang vol te houden."

Zitten er tussen de meer dan dertig films die u inmiddels regisseerde, bepaalde die uw voorkeur genieten?

"De twee films waar ik echt van hou, zijn Husbands and Wives en The Purple Rose of Caïro. In beide gevallen had ik een idee, ik maakte de film en het idee bleef overeind. Die films zijn precies geworden wat ik ervan wilde maken. Ik moest achteraf dus niet zeggen: 'Ach, het leek toch zo'n goed idee! Waar ben ik in de fout gegaan? Waarom zitten er zoveel vergissingen in?' Bij die films had ik dat gevoel dus niet. Ik vond dat het idee goed werkte. Voor mij althans. Want dat betekent nog niet dat het publiek daar ook zo over denkt. Er zijn films geweest die goed gewerkt hebben voor het publiek, terwijl ik zelf erg ontgoocheld was omdat ik andere bedoelingen had met het scenario."

En hoe dicht ligt Melinda & Melinda bij wat u ervan wilde maken?

"Behoorlijk dicht. Maar er zijn dingen die ik toch zou verbeteren als ik de film nu opnieuw zou maken. Maar misschien zou het publiek de film dan weer minder goed vinden. Het is gewoon mijn subjectieve aanvoelen. Ik had dat probleem al bij de allereerste film waaraan ik als scenarist en acteur heb meegewerkt, namelijk What's New Pussycat? (van regisseur Cliver Donner uit 1965, JT). Toen de film uitkwam, vond ik hem verschrikkelijk. En hij werd een enorme hit, het grootste financiële succes voor een komedie op dat moment. En ik heb altijd gezegd: 'Als ik die film had mogen regisseren, dan zou het een veel betere film zijn geworden. Maar hij zou geen geld opgebracht hebben.' (lacht) En dat zijn zaken die de financiers niet graag horen."

In Melinda & Melinda worden een komisch en een ernstig filmverhaal door elkaar heen verteld, waarbij alleen het titelpersonage in beide verhalen aanwezig is. Waarom hebt u de respectieve nevenpersonages niet ook door dezelfde acteurs laten vertolken?

"Ik heb daar inderdaad aan gedacht, want ik heb alle mogelijke variaties overwogen, maar ik heb uiteindelijk voor de meest praktische oplossing gekozen. Ik heb bij voorbeeld overwogen om Melinda door twee verschillende actrices te laten spelen. Of Melinda er in beide verhalen totaal anders te laten uitzien. Of dezelfde acteurs in de twee delen van de film te gebruiken. Maar een probleem was dat komische acteurs wel ernstig kunnen spelen, terwijl ernstige acteurs meer moeite hebben met het komische werk. Comedy is a strange little gift. Sommige mensen zijn ermee geboren en anderen dan weer niet. Onze grootste acteur, Marlon Brando, was briljant in dramatische rollen, maar toen hij ook grappig probeerde te zijn, ging dat een stuk moeilijker, terwijl andere acteurs, die niet eens een tiende van Brando's talent hebben, wel grappig kunnen zijn."

U had het probleem dan misschien kunnen oplossen door alleen maar komische acteurs te gebruiken.

"Dat had inderdaad gekund, maar het leek me toch beter voor de film om een verschillende cast te gebruiken. En als ik alleen met komische acteurs had gewerkt, zou ik dat niet met Will Ferrell gedaan hebben."

Omdat hij geen dramatische rol zou aankunnen?

"Waarschijnlijk kan hij dat wel, maar ik weet niet of het Amerikaanse publiek dat aanvaard zou hebben. Ik denk trouwens dat ze het nu al moeilijk genoeg hebben om hem in Melinda & Melinda te aanvaarden, omdat ze hem toch vooral als een soort clown kennen."

En nu speelt hij hier à la Woody Allen.

"Maar dat heb ik hem niet gevraagd, al is het wel zo dat ik deze rol wellicht zou gespeeld hebben als ik jonger was. (glimlacht) Er zitten zaken in het scenario die ik anders zou hebben gedaan dan Will Ferrell. En beter. Maar er zijn ook bepaalde zaken die hij beter kan. Als ik verdrietig speel, dan wordt dat, door het feit dat ik zo'n kleine New Yorker ben, al snel pathetisch. Het krijgt een soort 'loser'-trekje. Maar als zo'n grote kerel uit Californië verdrietig speelt, dan wordt het zeer ontroerend en kwetsbaar. Hij is dan geen kleine 'loser', maar een grote, lieve kerel die maar niet begrijpt wat hem nu weer overkomt. Ik vond het dus interessant om hem dat te zien doen."

Het blijft opmerkelijk hoe u populaire sterren, zoals dit keer Will Ferrell, met bekende namen, zoals Wallace Shawn en Chloë Sevigny, en aanstormend talent, zoals Radha Mitchell, weet te combineren voor uw films. Eerder hebben onder meer Julia Roberts, Leonardo DiCaprio, Hugh Grant, Winona Ryder, Melanie Griffith, Sean Penn, Demi Moore, Robin Williams, Mira Sorvino, Edward Norton, Helena Bonham Carter, John Cusack, Goldie Hawn en vele tientallen andere bekende namen hun opwachting gemaakt in uw films.

"De budgetten van mijn films zijn altijd klein, dus iedereen weet dat er geen geld te halen valt. Maar ik bel hen gewoon op en als ze op dat moment niet met een andere film bezig zijn of zullen beginnen, dan willen ze meestal wel meedoen. Voor mijn nieuwe film, die ik de voorbije zomer hier in Londen heb gedraaid, heb ik bij voorbeeld Scarlett Johansson gecontacteerd. Die krijgt nu waarschijnlijk tien miljoen dollar of weet ik veel per film. Maar ze zat net tussen twee films. Met de eerste was ze klaar en het andere project liet nog even op zich wachten. En dus wou ze meespelen in mijn film, ook al wist ze dat we haar slechts weinig konden betalen. En zo gaat het meestal. Het is dus nooit een kwestie van budget, maar het hangt af van hun beschikbaarheid. Acteurs en actrices willen gerust goedkoop werken, als ze op dat moment niets anders te doen hebben en toch maar thuis zouden zitten. En als ze het een interessante rol vinden, is het sowieso een goede investering voor hen, want ze kunnen er iets moois van maken en hun werk kan gezien worden door het publiek. Dus zelfs als ze nauwelijks betaald worden, is dat toch een goede reden om mee te doen."

En wanneer beslist u of u zelf ook een rol wilt spelen in een van uw films?

"Dat is heel makkelijk, want dat weet ik al tijdens het schrijven van het scenario. Van bepaalde rollen voel ik dat ze perfect zijn en voor mij geen enkel probleem zullen opleveren. Maar soms is er gewoon geen enkele rol die geschikt is voor mij."

Het is nochtans makkelijk om in de films zonder Woody Allen het 'Woody Allen'-personage te herkennen. Hier is dat Will Ferrell, in Bullets over Broadway was dat John Cusack en in Celebrity Kenneth Branagh. Maar die herkenning heeft wellicht ook veel met uw typische dialoogstijl te maken.

"Ja, ik denk dat dat er zeker mee te maken heeft. Ik word inderdaad geïdentificeerd met een bepaalde dialoogstijl, maar het leuke is eigenlijk dat mijn soort grappen ook door veel andere komische performers gebruikt wordt. Ik heb dat dus niet uitgevonden. Toen ik indertijd stand-up comedy begon te doen, deed ik in feite niets anders dan wat Bob Hope ook al deed. Ik maakte grapjes over dezelfde zaken als waarover hij dat deed. Uiteindelijk maken we allemaal grappen over dezelfde zaken, het is alleen de stijl die verschilt."

'New York was zijn stad en zou het altijd blijven' laat u zichzelf als het personage Ike zeggen in het begin van Manhattan. Is uw visie op New York veranderd sinds het 9/11-drama?

"Niet echt. Enkele dagen na 9/11 was ik in Europa en iedereen vroeg mij toen: 'Is dit het einde van New York?' en 'Is dit nu het einde van alle humor?' Maar dat was natuurlijk belachelijk. Wat er op 9/11 gebeurd is, was natuurlijk een tragedie, maar de stad heeft al veel tragedies gekend. New York is een zeer grote stad en tragedies worden geabsorbeerd. En dat was het dan. Als je voor 9/11 in New York bent geweest en je keert er nu terug, zonder te weten wat er inmiddels gebeurd is, dan zou je geen enkel verschil merken. Iedereen gaat op restaurant, winkelen, naar het theater, naar een concert of naar een baseballwedstrijd. Er is echt geen verschil. Ik laat 9/11 over aan politiek geïnspireerde filmmakers, maar voor mij is het leven hetzelfde gebleven. De problemen gaan veel dieper dan een politieke tragedie zoals die van 9/11. Als dergelijke drama's niet zouden gebeuren en indien iedereen van elkaar zou houden, dan zouden we nog in een tragische wereld leven."

Een tragische wereld waarin uw films toch voor een beetje troost kunnen zorgen. Maar zelf was u blijkbaar liever muzikant geworden?

"Als ik mijn leven kon overdoen en als ik kon kiezen, dan had ik graag een groot muzikaal talent gehad. Net als veel mensen, denk ik. Het is een zeer verleidelijke gedachte dat iemand je met een toverstokje zou aanraken en dat je dan plots een groot pianist of een getalenteerde violist zou kunnen zijn. Muziek is veel bevredigender dan de meer cerebrale kunsten van literatuur, film, theater of architectuur. Muziek is zo emotioneel... Dus als ik mijn leven kon overdoen... maar dat zal niet gebeuren." (glimlacht)

In Wild Man Blues, de documentaire van Barbara Kopple over uw Europese jazztournee uit 1996, definieert u uw liefde voor muziek als 'een bad nemen in honing'.

"Ik heb zelf ook al gedacht aan een documentaire over jazz. En ik wil ook al lang een jazzfilm maken, maar het probleem is dat zoiets duur zou zijn. En er zijn niet zoveel mensen die in jazz geïnteresseerd zijn. Jazz ontstond rond 1890 in New Orleans, dus dat betekent meteen dat je een hele periode zou moeten reconstrueren. Dan ging het de rivier op naar Chicago en dan verder naar New York en naar Europa in de jaren twintig tot veertig. Dat zou dus een grote onderneming worden, maar niemand wil geld in zo'n project investeren omdat jazz gewoon niet populair genoeg is."

Maar ondertussen blijft u wel jaar na jaar een film afleveren.

"Och, maar ik werk helemaal niet zo hard. Dat is een hardnekkig misverstand. Als andere regisseurs minder films maken, komt dat gewoon omdat ze problemen hebben om aan het nodige geld te geraken. Maar ik werk altijd met een klein budget, zodat het geld makkelijk gevonden wordt. Mijn films kosten doorgaans 11 of 12 miljoen dollar, met een maximum van 15 miljoen. En zodra ik het scenario uit mijn schrijfmachine trek, kan ik in productie gaan. Het gaat dus heel snel, maar het eigenlijke werk is niet zo hard. Ik schrijf enkele maanden aan het scenario, ik doe een beetje preproductie - het is geen wetenschap, dus zo moeilijk is dat ook al niet - en dan draaien we de film in negen of tien weken. En daarna ga ik rustig zitten om de film te monteren. Kortom, ik heb genoeg tijd over om met mijn klarinet te oefenen, met mijn kinderen te spelen, naar de film of naar een sportwedstrijd te gaan. Ik zou makkelijk nog een tweede film kunnen maken en dan nog zou mijn hele jaar niet gevuld zijn. De meeste tijd gaat altijd verloren met het zoeken naar geld, want anders zou elke regisseur makkelijk een film per jaar kunnen maken." n

'Mijn film 'Melinda & Melinda' draait om een conflict dat ik heb en dat ik altijd al gehad heb: of ik een idee op een komische dan wel een tragische manier tot uitdrukking wil brengen'

Toen u in de jaren zestig films begon te maken, waren die eigenlijk alleen voor de bioscoop bedoeld. Inmiddels heeft uw werk, eerst via televisie en video en nu ook op dvd, meerdere levens gekregen. Heeft dat enige invloed op de manier waarop u nu nog steeds films maakt?

Woody Allen: "Niet echt, nee. Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in het nalaten van een of andere 'erfenis' aan films. Toen ik in dit vak terechtkwam, was dat om films te maken die op een groot scherm in de bioscoop bekeken konden worden. Dat was een deel van het plezier. En dat was ook het plezier dat ik als kleine jongen had toen ik met mijn vrienden naar films ging kijken in de bioscoop. Eigenlijk hou ik niet echt van het idee dat mensen nu van die schijfjes kopen en in zo'n ding steken om de films dan op een klein scherm te zien. Het was niet de bedoeling dat ze op die manier bekeken worden. En dan heb ik het niet alleen over mijn films, maar over films in het algemeen. Als ik nu met jonge mensen praat en ik vraag hen of ze ooit Citizen Kane of zo gezien hebben, dan antwoorden ze vaak dat ze die films op dvd of op televisie gezien hebben. En ik vind dat triestig. De manier waarop films bekeken moeten worden, is in een bioscoop, met een paar honderd andere mensen en op een groot scherm. Dat was altijd een ritueel dat een soort mystiek karakter gaf aan films en bij uitbreiding ook aan het filmmaken zelf. Ik zou dus gewoon graag hebben dat er nu nog veel meer bioscopen zouden zijn."

Zoals die in Annie Hall, waar u samen met Diane Keaton stond aan te schuiven om naar een Franse film te gaan kijken.

"Vroeger vond ik het heel aangenaam om voor een bioscoop in de rij te staan en met de mensen te praten. We waren vol verwachting voor de nieuwe film van Truffaut of de nieuwe De Sica. Dat was heel opwindend, maar dat bestaat nu niet meer. Een negatieve ontwikkeling, zeker in de Verenigde Staten, is ook dat we nog nauwelijks buitenlandse films te zien krijgen. Het is toch nog geen eeuwigheid geleden dat ik elke week met mijn vrienden in New York kon praten over de nieuwe Antonioni die we gezien hadden of de nieuwe Kurosawa die we zouden gaan bekijken. Dat gebeurt niet meer. Jonge New Yorkers, zelfs de intelligente jongens en meisjes die naar de beste universiteiten gaan,- kijken nu liever naar naar dvd's van stomme films zonder inhoud, maar vol autoachtervolgingen, speciale effecten of infantiele onderbroekenhumor."

U bent duidelijk geen fan van de huidige evolutie in het filmbedrijf?

"Neen, ik ben nogal nostalgisch op dat vlak. Ik hou van de cinema zoals het was toen ik jonger was. En ik hou niet van de enorme nadruk die momenteel gelegd wordt op technologie en elektronica en andere artificiële toestanden. Ik vind dat niet interessant. De vorm is nu vaak ook de inhoud van de films geworden en ik vind dat uitermate vervelend. Films maken kost tegenwoordig een fortuin en dat heb ik het niet over de salarissen, maar over de gigantische productiekosten. Producties van 100 miljoen dollar zijn al lang geen uitzondering meer. Het hele proces is pure economie geworden. Het is geen kwestie meer van een beetje geld bij elkaar te zoeken met de bedoeling iets te maken waarvoor men een artistieke passie voelt. Neen, men brengt nu 100 of 150 miljoen dollar bij elkaar om daarmee een blockbuster te maken. En dus heeft men ook sterren nodig, zonder dat men zich afvraagt of zij de juiste keuze zijn voor het project. En nadien moeten er nog eens tientallen miljoenen dollar besteed worden aan de promotie van de film. Uiteindelijk draait het alleen nog daarom. Het is één gigantische onderneming geworden. En om winst te kunnen maken, zijn er nu ook al die 'ancillary markets', zoals de dvd, nodig. Ik hield veel meer van de periode toen men met weinig geld interessante films kon maken. Misschien komt die tijd ooit nog wel terug, maar op dit moment beleven we geen goede tijden."

'Ik hou niet van de enorme nadruk die momenteel gelegd wordt op technologie en elektronica en andere artificiële toestanden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234