Donderdag 02/04/2020

North Sea Jazz viert feest met jubileumeditie

Den Haag

Van onze medewerker

Didier Wijnants

Het North Sea Jazz Festival is de plek bij uitstek om jaarlijks de toestand van de jazz te evalueren. Daar was de jubileumeditie naar aanleiding van het vijfentwintigjarig bestaan geen uitzondering op. Enkele hoogtepunten (Hancock, Abrams, Waldron), enkele dieptepunten (Marsalis, Hargrove, Hubbard, Mehldau) en daartussenin een enorme grijze massa met aardige, maar verder onopvallende muziek.

Het begrip repertoire heeft in de laatste kwarteeuw een vaste plaats verworven in de jazz. Vroeger speelden jazzorkesten ofwel standards (materiaal uit het Amerikaans liedboek en uit Broadway-musicals) ofwel composities van de orkestleider. Vandaag worden vooral die laatste voortdurend door anderen herkauwd, liefst naar aanleiding van een of andere verjaardag. De honderdste verjaardag van Duke Ellington (1999) zinderde dit jaar duidelijk nog na, want zijn echo weerklonk op vele podia. Die van Louis Armstrong moet nog doordringen.

Wie nu al graag met Armstrong flirt, is Wynton Marsalis. De trompettist presenteerde hier zijn prestigieuze Lincoln Center Jazz Orchestra en maakte daarmee een erg bleke indruk. Tot begin de jaren negentig kon Marsalis zo nu en dan nog een interessante compositie opdienen zoals de suites Blue Interlude en Citi Movement. Onlangs bracht hij nog een dikke doos uit met live-opnamen van zijn septet, maar het is duidelijk dat zijn werkterrein verschoven is naar het museale werk in Lincoln Center. Het LCJO diende vrijdag een flauwe academische pudding op met ijzig perfect uitgevoerde tweedehandse solo's van onder meer Louis Armstrong.

Ik stel voor dat we Wynton voortaan in zijn museum laten, dan kunnen we op de zomerfestivals muzikanten uitnodigen die geen last hebben van sclerose. We kunnen dan meteen ook Roy Hargrove thuis laten. Zijn nummertje met de strijkers van het Metropole Orchestra was even saai en slaapverwekkend als op de recente cd. Het geflirt met het jazzrepertoire hoeft natuurlijk niet altijd zo academisch als Marsalis het graag wil. Klarinettist Don Byron maakte een mooie rondedans met de zogenaamde jungle music van Duke Ellington. Het sextet kneedde het materiaal heel soepel. De aanpak is natuurlijk heel eclectisch, je kunt daar je bedenkingen bij hebben, maar het getuigt in elk geval van engagement en durf.

Dat engagement was nergens te bespeuren in de treurige Monk-hommage die zondag in de Jan Steen-zaal werd opgediend. Een gelegenheidstentet met onder anderen Phil Woods, Harold Land en Ben Riley beging de klassieke fout: gauw-gauw het dwarse thema van Monk spelen en dan onbekommerd doortoeteren alsof er niets aan de hand is. Logisch dat ook de solo van Steve Lacy (die er wél iets van kent) hierin verdronk. Overigens werd dit concert onderbroken toen in een aanpalende cafetaria een kleine brand uitbrak. Verder geen erg, maar het zondagse programma werd daardoor wel wat door elkaar geschud. Hommages, gelegenheidsensembles, ronkende projecten: het is de pest van dit soort festivals.

Om het vijfentwintigjarig bestaan te vieren hadden de organisatoren vrijdag het Dutch Jazz Orchestra opgetrommeld. Dit academisch geschoolde orkest moest het vangnet vormen voor coryfeeën zoals George Coleman, Johnny Griffin en Benny Bailey.

Er waren dus ook echt goede concerten op North Sea Jazz, ook in de prestigieuze PWA-zaal.

Het kwartet van Diana Krall klonk meer dan behoorlijk. Deze ster heeft een prima stem en haar pianospel is wars van clichés al klinkt het allemaal wel wat mechanisch. Krall mist de veerkracht van een echte grote.

Herbie Hancock heeft die veerkracht wel. Zijn concerten zijn altijd een gok: soms kiest hij voor de simpele weg en dan heb je een aardig muziekje, maar niet meer dan dat. Dit sextet met Terri Lyn Carrington, Ira Coleman, Eddie Henderson, Cyro Baptista en de verrassende saxofonist Eli Degibri was andere koek. Hancock had enkele van zijn succesnummers (zoals 'Maiden Voyage' en 'Cantaloupe Island') herwerkt en vernieuwd. Ze kwamen eruit in een verrassende gedaante, vol spanning en tegelijk perfect in evenwicht en harmonie. De Chicago-avond op het Dakterras was bijna over de hele lijn geslaagd. Vooral Muhal Richard Abrams met Aaron Stewart, Brad Jones en Reggie Nicholson (eigenlijk een New Yorkse band) maakte indruk.

North Sea Jazz is zo uitgebreid dat het onmogelijk is om alles te zien, laat staan erover te berichten.

Er waren een paar jonge verrassingen (zoals Miguel Martinez) en nog een reeks verfrissende concerten met een eigen accent (Bobby Previte, Erik Boeren, Richard Galliano, Terence Blanchard), maar daarnaast werden er veel platgetreden paden bewandeld. Niets om over naar huis te schrijven.

Enkele hoogtepunten te midden van de grijze massa

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234