Zaterdag 27/11/2021

Noorse getuigt over schietpartij: "Sprookje werd nachtmerrie"

null Beeld GETTY
Beeld GETTY

Een jonge Noorse politica beschrijft op haar blog de hel op het eiland Utoya. Prableen Kaur (23) was één van de 650 jongeren op het eiland toen Anders Behring Breivik aan zijn waanzinnige moordpartij begon. Een beklijvende getuigenis die door merg en been gaat, woord voor woord weergegeven.

"Ik word wakker. Ik kan niet meer slapen. Ik zit in de living. Ik voel verdriet, angst, geluk. Er zijn te veel emoties. Ik ben bang. Ik reageer op het minste geluid. Ik zal schrijven over wat er gebeurd is op het eiland Utoya. Wat ik met mijn ogen gezien heb, wat ik voelde en wat ik gedaan heb. De woorden komen recht uit mijn binnenste."

Crisismeeting
"We hielden een crisismeeting in het hoofdgebouw op het eiland na de bomaanslag in Oslo. Na de vergadering bevonden er zich veel mensen in en rond het gebouw. We dachten dat we veilig waren op Utoya. Niemand kon toen vermoeden dat ook hier de hel zou losbarsten. Ik stond in de hoofdstraat toen plots paniek uitbrak. Ik hoorde schoten. Ik zag hem schieten. Iedereen zette het op een lopen."

Politie
Mijn eerste gedachte was: "Waarom schiet de politie op ons?" Iedereen liep en schreeuwde. Ik was bang. Ik wrong me binnen in een kamer aan de achterkant van het gebouw. Velen van ons hielden zich daar schuil. We lagen samen op de vloer. We hoorden continu schoten. We kregen nog meer angst. Ik weende. Ik besefte niet wat er gebeurde. Ik zag mijn beste vriend door het raam en vroeg me af of ik naar buiten zou gaan om hem te halen. Ik deed het niet. Ik las de angst in zijn ogen. We bleven een aantal minuten op de grond liggen."

Uit raam
We hoorden opnieuw enkele schoten en beslisten om uit het raam te springen. Paniek brak uit. Iedereen liep naar het raam en sprong er uit. Ik was de laatste en dacht: 'Nu ga ik sterven.' Ik duwde mijn zak uit het raam en probeerde naar beneden te klimmen maar verloor mijn evenwicht. Ik landde hard op mijn linkerzijde. Een jongen hielp me weer recht. We renden naar de bossen. Ik keek rond. 'Is hij hier? Is hij op mij aan het schieten? Kan hij mij zien?'

Moeder
"Een meisje had een gebroken enkel. Een andere persoon was zwaargewond. Ik probeerde te helpen vooraleer ik me naar het water begaf. Ik zocht beschutting achter een betonnen muur. Velen van ons verscholen zich daar. Ik bad. Ik belde mijn moeder en zei dat het niet zeker was dat we mekaar nog ooit zouden zien maar dat ik er alles zou aan doen om dit te overleven. Ik vertelde haar hoeveel ik van haar hield. Ik hoorde angst in haar stem. Ze weende. Het deed pijn. Ik stuurde ook een sms naar mijn vader dat ik hem graag zag. Ik stuurde een sms naar mijn beste vriend. Hij antwoordde niet. We hoorden verschillende schoten."

Status: "In leven"
"We kropen tegen mekaar aan. We deden er alles aan om warm te blijven. Er waren zoveel gedachten. Ik was zo bang. Mijn vader belde me. Ik weende en zei dat ik van hem hield. Hij vertelde me dat hij me mijn broer zou verwelkomen op het vasteland. We schakelden over op sms'jes uit angst dat de schutter ons zou horen. Ik zette een status update op Facebook en Twitter om zo te laten weten aan mijn vrienden dat ik nog steeds in leven was."

Angst
"Mensen sprongen in het water en begonnen te zwemmen. Ik lag neer. Ik besloot dat als hij kwam dat ik dan zou doen alsof ik dood was. Ik zou het niet op een lopen zetten of beginnen te zwemmen. Ik kan de angst niet beschrijven die ik voelde."

Bewijs
Een man kwam naderbij. 'Ik ben van de politie', zei hij. Ik lag daar. Sommigen schreeuwden terug dat hij moest bewijzen dat hij een politieman was. Ik weet niet meer exact wat hij toen geantwoord heeft maar hij begon te schieten. Hij beschoot de personen rondom mij. Ik lag daar nog steeds. Ik dacht: 'Nu is het gedaan. hij is hier. Hij gaat me neerschieten. Ik ga sterven.' "

"Berschermengel"
"Mensen schreeuwden. Ik hoorde hoe anderen werden neergeschoten. Sommigen sprongen in het water. Ik was er nog altijd met mijn gsm in de hand. Ik lag op de benen van een meisje. Twee anderen lagen bovenop mijn voeten. Ik lag er nog steeds. Mijn gsm ging verschillende malen af. Ik deed alsof ik dood was. Ik bleef zeker een uur zo liggen. Het was stil. Ik keek eens rond of er nog iemand in leven was. Ik zag bloed. Ik besloot om recht te staan. Ik lag blijkbaar deels op een dood lichaam. Twee doden lagen op me. Ik had een beschermengel."

Reddingsboot
"Ik wist niet of hij nog zou terugkomen. Ik had niet de moed om alle sms'jes en gemiste oproepen te bekijken. Ik repte me naar het water. Ik deed mijn sweater uit. Ik sprong in het water. Ik zag enkele anderen in het water. Ze hadden al ver gezwommen. In de verte dacht ik een reddingsboot te zien. Ik zwom, zwom en zwom naar de boot. Ik dacht aan het feit dat ik zou kunnen verdrinken. Ik kreeg het moeilijker en moeilijker. Mijn armen werden moe. Ik stelde mezelf in vraag maar bleef toch doorzwemmen."

Emmer
"Ik bereikte de rubberboot. Ik babbelde de met andere overlevenden. Wie waren ze, waar kwamen ze vandaan. Een man in een boot voer naar ons toe. Hij gooide reddingsvesten. Ik greep er één vast. De man pikte ons op. We voeren naar het vasteland. Onze boot begon water te maken. Met een emmer kieperde ik het het water overboord. Ik was uitgeput, een andere meisje nam de taak over."

Dekens
"We bereikten het vasteland. We kregen dekens. De tranen bleven komen. Een vrouw omhelsde me. Het deed zo'n deugd. Ik begon luidop te snikken. Een man leenden me zijn gsm. Ik belde mijn vader: "Ik heb het overleefd, nu ben ik veilig." Ik hing op en huilde onophoudelijk. We moesten een stukje wandelen. Onbekenden namen ons mee in hun wagens en brachten ons naar het Sundvollen-hotel. Ik zocht mijn beste vriend maar vond hem niet. Ik zag een andere vriend. Ik weende. We knuffelden elkaar. Ik liep rond op zoek naar andere vrienden. Ik gaf mijn gegevens aan de politie. Ik keek op de lijst maar zag de naam van mijn beste vriend niet staan."

Halfnaakt
"Ik deed mijn natte sokken uit en kreeg een donsdeken en jas. Ik was halfnaakt. Iemand van het Rode Kruis verzorgde mijn wonden. Ik probeerde een aantal mensen telefonisch te bereiken. Ik contacteerde mijn ouders opnieuw. Mijn vader en broer waren onderweg. Ik leende een computer en liet mijn vrienden via Facebook en Twitter weten dat ik veilig was. Ik was al een paar uur in het hotel vooraleer mijn familie toekwam. Ik omhelsde hen en we weenden."

Beste vriend
"Ik zag in de verte een jongen die er uitzag als mijn beste vriend. Ik riep zijn naam. Hij draaide zich om. Het was hem. We vielen in mekaars armen. Allebei aan het huilen. Na een tijdje reed ik naar huis met mijn familie. Ik belde mijn beste vriendin. "Ik was niet zeker of we mekaar nog ooit zouden spreken", zei ze. De tranen liepen terug over mijn wangen. Na dat gesprek probeerde ik wat te slapen. Mama kwam naast me liggen. Ze hield me stevig vast. We sliepen samen."

In shock
"Het is al ettelijke uren eerder gebeurd maar ik verkeer nog altijd in shock. Ik heb de dode lichamen van mijn vrienden gezien. Sommigen zijn zelfs nog vermist. Zoveel gevoelens overmannen me. Ik ben blij dat ik nog leef maar denk aan iedereen die ik verloren heb. Ik denk aan mijn familie. Ik denk aan de hel op het eiland."

"Het mooiste sprookje veranderde in de allergrootste nachtmerrie". (kve)

Prableen Kaur.

Prableen Kaur Beeld UNKNOWN
Prableen KaurBeeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234