Donderdag 22/08/2019

NOORDZEEBRIES IS BOOMING BUSINESS

De zestig nieuw geplande windturbines op de Thorntonbank zullen stroom leveren voor in totaal 350.000 gezinnen. De gevaartes moeten tegen 2013 of ten laatste 2014 hun eerste ‘kilowattuur’ leveren. Dit vijfde offshorewindturbineproject, goed voor liefst anderhalf miljard euro, is door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) toegekend aan een Waalse maatschappij: Air Energy. Zoals bij de vorige vier windturbineprojecten werd ook dit keer gestreden tussen verschillende kandidaten. Het duo Frédéric Dawans en Luc Regout gaat nu met de eer lopen. Beide heren richtten bij het begin van het millennium met veel enthousiasme het winnende bedrijf op en juichen. “Dit is formidabel. Wij werken samen met Eneco, gerenommeerd om zijn kennis van offshorewindturbines. Ze runnen al een windturbinepark voor de kust van IJmuiden dat erg lijkt op het onze”, zegt Regout. Het gaat, voor alle duidelijkheid, om een megaproject. Er wordt voor 330 megawatt (MW) aan windturbines voorzien en in totaal mikt Air Energy op een jaarlijkse productie van 1360 kilowattuur, goed voor de energievoorziening van 350.000 Belgische gezinnen. Het kostenplaatje is geraamd op anderhalf miljard euro. Drie van de vier andere projecten die al groen licht kregen, en waarvan C-Power het enige is dat al aan het bouwen sloeg op zee, zitten daar onder. C-Power, dat 54 windturbines voorziet, staat voor een vermogen van 300 MW, Belwind voor 330 MW. Rentel is een project van 1 miljard euro dat 48 windturbines van elk 6 MW zal tellen, voldoende om 265.000 gezinnen van stroom te voorzien en Eldepasco gaat voor 216 MW in de Noordzee, of energie voor 200.000 families. In totaal betekent dat een theoretische energievoorziening voor 1.465.000 gezinnen. “Maar dankzij de technische vooruitgang rekenen we zelfs op een energievoorziening voor grosso modo twee miljoen gezinnen”, zegt Marleen Van Hecke van Electrawinds, de grootste private speler op de merkt van de hernieuwbare energie en betrokken bij Eldepasco en Rentel.

500 turbines van samen5 miljard euro

De jacht op een plekje voor een offshoreproject begon in 2004, toen per Koninklijk Besluit een gebied van 200 vierkante kilometer voor de kusten van Oostende en Zeebrugge werd afgebakend waar offshoreprojecten mochten worden voorzien. Het gaat om een stukje zee waar de Thorntonbank, de Bligh Bank en de ‘Bank zonder Naam’ deel van uit maken. In totaal zijn zeven gebieden aangewezen voor kandidaat-investeerders. In totaal is een vermogen van 2300 MW aan offshore-windenergie voorzien.Aan welke criteria die projectindieners precies moeten voldoen is niet geheel duidelijk. “Wij weten zelf niet waar de CREG officieel rekening mee houdt. Je gaat er altijd van uit dat diegene met het beste dossier wint, maar wat dan precies het beste dossier is, is onduidelijk”, aldus Van Hecke. Ook Groen!-volksvertegenwoordiger Tinne Van der Straeten zegt:“Het blijft onduidelijk welk gewicht de CREG aan welke criteria geeft, wat het er voor de projectindieners zeker niet makkelijker op maakt.”Maar goed, als alle plannen zoals ze nu voorliggen doorgaan, dan betekent dat dat meer dan 500 windturbines offshore, goed voor investeringen van in totaal meer dan vijf miljard euro en een vermogen tot 2700 MW. De financiering van de megaprojecten is deels privaat, deels gesponsord door de overheid. Zo financiert een groep van drie banken, Dexia Bank Belgium, Rabobank International en ASN Bank, de eerste fase van het Belwind-project.In totaal zou de stevige zeebries voor de kusten van Oostende en Zeebrugge zowat een kwart van het elektriciteitsverbruik van de Belgische gezinnen leveren of bijna een tiende van de Belgische elektriciteitsbehoefte voorzien. “We moeten er overigens rekening mee houden dat die vooropgestelde doelen niet echt kunnen vastliggen omdat de technologie voortdurend verandert. Op dit moment weten we niet welke types turbines er bijvoorbeeld in 2013 beschikbaar zullen zijn”, zegt Van Hecke. Een standaardwindturbine had aanvankelijk een kracht van 2 à 3,6 MW.Ondertussen bestaan echter al types van 6 MW en heeft C-Power zijn turbines van 3 MW al vervangen door die sterkere molens. “Net daarom is het moeilijk te zeggen wat de uiteindelijke capaciteit van al die projecten samen zal zijn. De technologische evolutie gaat erg snel”, zegt Jeroen Janssens, woordvoerder van minister van Energie Paul Magnette (PS). Zo overwegen ze bij Edelpasco om de 72 voorziene turbines van 3 MW te vervangen door 36 exemplaren van 6 MW. “Er wordt ook geëxperimenteerd met drijvende sokkels en met turbines die twee in plaats van drie wieken hebben, onder andere omdat die wieken op zich erg duur zijn. Met twee wieken druk je dan bijvoorbeeld de kosten geweldig”, zegt Chris Derde van de Vlaamse Wind Energie Associatie.

De beste groene troef

In ieder geval maken de Belgische offshoreplannen duidelijk dat wind de beste groene troef is voor ons land. Sinds 2008 draait in de hele EU een totaal van 64.949 MW aan geïnstalleerd vermogen aan windenergie op volle toeren, wat 15 procent hoger ligt dan in 2007. In België is nu voor 2.000 MW op land en voor 2.300 MW op zee voorzien. Ter vergelijking: de eerste drie kerncentrales in ons land staan voor 1.700 MW. “Veel anders aan groene stroomvoorziening, zoals grote lappen grond waar veel zon op schijnt of waterkrachtcentrales, hebben we niet. Dit is onze belangrijkste natuurlijke troef voor groene energie”, zegt Janssens. Concreet moet het totale energieverbruik in ons land van Europa tegen 2020 voor 13 procent groen zijn. Janssens: “Als je weet dat 9 procent van het elektriciteitsverbruik van de windturbines op zee zal kunnen komen, dan zie je meteen het potentieel en het belang van deze investeringen.” De intiatiefnemers leggen zelf ook maar al te graag de link naar de groene winst. Zo rekent C-Power op zijn website uit dat tegen 2010 nog 2,8 procent bijkomende groene stroomvoorziening nodig is, willen we op schema zitten om 2020 ‘te halen’ en dat het C-Powerproject op de Thorntonbank alleen al daar 40 procent van uit maakt. Chris Derde: “Het potentieel is enorm. Een studie heeft al aangetoond dat offshore in totaal in de helft van de behoefte zou kunnen voorzien. Maar dat is dan wanneer we nog ver buiten het door de regering afgebakende gebied zouden kunnen kleuren. Windenergie is zo krachtig dat het de andere bronnen van groene stroom snel overschaduwt.”

Stroomnetwerk niet aangepast

“Er zijn echter ontstellend weinig motiverende elementen op dit moment”, zegt Van der Straeten. Naast het feit dat het onderhoud van de reusachtige gevaartes op zee erg arbeidsintensief is, noemen zij en de initiatiefnemers het problematisch dat er geen enkele garantie is over de aansluiting op het net. “Windenergie is een erg fluctuerende bron van energie, en dat vraagt om een erg sterk stroomnetwerk. Voorlopig zitten we safe. Het net kan op dit moment 900 MW aan en C-Power, dat zelf al kabels heeft getrokken, hoeft zich geen zorgen te maken”, zegt Van der Straeten. Maar ondertussen, zo benadrukt de volksvertegenwoordigster, gaan Eldepasco en Air Energy aan de slag zonder te weten of ze met hun stroom terecht zullen kunnen op een net dat sterk genoeg is. “Die bedrijven doen enorme investeringen en tonen de weg, maar de overheid blijft achter door de aanpassing van het net te laten aanslepen.” Voor de voorziene 2.300 MW aan offshore-energie is dat net niet aangepast. “Ja, dat is wel een beetje een probleempje”, zegt Tom De Clerck van Air Energy. “Wij maken toch een grote investering en we moeten hopen dat tegen de tijd dat onze turbines er staan, er wel een voldoende sterk net voorzien zal zijn.” Verantwoordelijk daarvoor is Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnetwerk. Ze weten ervan. “We werken eraan”, zegt woordvoerster Eva Suls. “Om het net te versterken zitten we nu in een projectfase waarmee voor een capaciteit van 380 kilovolt verbindingen naar de kust worden gebracht, via Zomergem bovengronds naar Eeklo en dan naar Zeebrugge. Er komt ook een nieuw hoogspanningsstation in Zeebrugge”, legt Suls uit. Van der Straeten pareert. “Dat zeggen ze nu al heel lang maar ik zie dat maar niet komen. Het is toch essentieel dat hiervoor dringend een goed kader wordt voorzien. Op dit moment kijkt iedereen naar iedereen en gebeurt er niets.”

‘Stopcontact’ in zee

Een van de opties om de stroom die ver in zee wordt opgewekt makkelijker en efficiënter aan land te krijgen is het zogenaamde stopcontact. In een vijflandenoverleg met België, Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland hebben de bevoegde ministers gesteld dat er eind dit jaar een plan moet zijn voor de verbinding van alle windenergieparken in de Noordzee, zodat het transport van de energie vlotter loopt. Nu moet telkens van de turbineprojecten een kabel naar land getrokken worden. Handiger zou volgens veel specialisten zijn dat er een ‘stopcontact’ komt in de Noordzee, een vast punt in zee waar alle kabels van een windturbineproject op aangesloten zijn en vanwaaruit dan één kabel naar land zou gaan, zodat niet per project een kabel naar land moet. Van der Straeten: “Ik heb niet echt de indruk dat er schot in die discussie komt. En ondertussen worden we ook geconfronteerd met kleine pesterijen en vertragingsmechanismen op politiek vlak zoals tegenwerking van mensen als Etienne Schouppe, staatsecretaris voor Mobiliteit die zegt dat de vaarroutes in gevaar komen. Terwijl dat allemaal gecheckt en goedgekeurd is toen het offshoregebied werd vastgelegd. Ook jammer is dat nog altijd niet verder gedacht wordt. Zo diep in zee energie opwekken is minder efficiënt. Ook het debat over het uitbreiden van de locaties of over offshoreprojecten dichter bij de kust ligt op dit moment stil.” De Clerck: “Jammer, want er is echt nog veel meer mogelijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden