Dinsdag 22/06/2021

Nooit terug naar Hollywood

Amerikaanse filmregisseur Jules Dassin (1911-2008) overleden

Het grootste deel van zijn leven heeft de Amerikaanse filmmaker Jules Dassin in ballingschap doorgebracht. Zijn bekendste films, Night and The City, Rififi, Topkapi en vooral Never on Sunday, met zijn vrouw Melina Mercouri in de hoofdrol, draaide hij in Europa. Maandag is hij in Athene na een korte ziekte overleden. Jules Dassin is 96 geworden.

door Jan Temmerman

Athene l Amper twee jaar geleden werd bij de Academy of Motion Picture Arts and Sciences (AMPAS) nog gelobbyd om de filmmaker een ere-Oscar of Honorary Academy Award te geven voor zijn hele carrière. Tevergeefs. En nu is het dus te laat.

Julius Dassin, die op 18 december 1911 in Middletown, Connecticut, geboren werd, had hoe dan ook geen al te hoge pet op van Hollywood. Een van zijn beroemde uitspraken betrof de legendarische studiobaas Louis B. Mayer: "Als die zijn arm om je schouder slaat, is dat om zijn hand dichter bij je keel te hebben". Nadat hij als acteur en producer in het theater gewerkt had, begon Jules Dassin zijn filmcarrière als assistent van Alfred Hitchcock. In de jaren veertig profileerde hij zich als regisseur van een aantal opmerkelijke film-noirthrillers, zoals Brute Force, The Naked City en Thieves' Highway.

Maar toen senator Joseph McCarthy aan zijn hysterische communistenjacht in Hollywood begon, kwam Dassin, die zijn linkse overtuigingen niet wou afzweren, op de zwarte lijst terecht. Hij besloot naar Europa uit te wijken. Eerst naar Engeland, waar hij in 1950 de thriller Night and the City (met de vorige week overleden Richard Widmark in de hoofdrol) draaide. En dan naar Frankrijk, waar hij onder meer de misdaadthriller Rififi (of Du rififi chez les hommes) regisseerde. Hij werd daarvoor in 1955 bekroond als beste regisseur op het Festival van Cannes, waar hij toen ook kennismaakte met de Griekse actrice Melina Mercouri. Een van de redenen waarom Rififi zo'n indruk maakte, was dat de scènes waarin een brandkast werd gekraakt - een sequentie die ruim een halfuur duurde - geen woord dialoog en evenmin muziek bevatten. Er circuleerden toen ook geruchten dat de Franse politie zich zorgen maakte over het realiteitsgehalte van die kraak, die echte gangsters weleens op ideeën kon brengen.

In 1957 draaide Dassin op Kreta het sociale drama Celui qui doit mourir (naar de roman van Nikos Kazantzakis), waarin hij voor het eerst met Melina Mercouri samenwerkte. Het koppel huwde in 1966, maar eerst zou hij de flamboyante Mercouri met haar karakteristieke hese lach nog regisseren in de Griekse film die haar wereldberoemd zou maken, Pote tin Kyriaki/Never on Sunday. In die film uit 1960, waarvoor Mercouri in Cannes bekroond werd als beste actrice, speelt zij de rol van een levenslustige en vrijgevochten prostituee in de havenstad Piraeus. Een Amerikaanse amateurfilosoof, vertolkt door Dassin zelf, probeert haar te 'redden', maar zonder veel succes. In Hollywood, waar de zwarte lijst inmiddels lichtgrijs was geworden, kreeg componist Manos Hadjidakis voor deze film een Oscar voor beste song, terwijl Dassin zelf genomineerd werd voor de regie en het scenario.

In totaal zou Jules Dassin negen films draaien met Melina Mercouri, waaronder de avontuurlijke misdaadkomedie Topkapi uit 1964. Voor die film kreeg Peter Ustinov een Oscar voor de beste bijrol. De laatste film waarin hij zijn echtgenote (in de rol van Medea) regisseerde, was Kravgi gynaikon/A Dream of Passion uit 1978.

Net zoals Dassin indertijd zijn geboorteland om politieke redenen had verlaten, ging Melina Mercouri in 1967 na de militaire staatsgreep in vrijwillige ballingschap. Vanuit het buitenland bleef het echtpaar actie voeren tegen het kolonelsregime. Toen dat in 1974 ten val kwam, keerden zij terug naar Griekenland, waar Mercouri actief betrokken was bij de oprichting van de PASOK, de nieuwe socialistische partij van Papandreou. Tussen 1981 tot 1989 werd zij minister van Cultuur. In die functie begon zij er bij de Britse regering op aan te dringen om de zogenaamde Elgin marbles, de marmeren friezen van het Parthenon, aan Griekenland terug te geven. Na haar dood in 1994 richtte Jules Dassin de Melina Mercouri Foundation om die campagne voort te zetten. Voorlopig nog altijd tevergeefs. De zanger Joe Dassin, zijn zoon uit een eerder huwelijk, overleed in 1980.

Dassin kwam op de zwarte lijst van McCarthy terecht, weigerde zijn linkse overtuigingen af te zweren en week uit naar Europa

n Jules Dassins vrouw, de Griekse actrice Melina Mercouri, als prostituee in hun bekendste film, Never on Sunday.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234