Maandag 23/09/2019

Nooit superster, voor altijd icoon

Lou Reed is gisteravond in zijn thuisstad New York overleden. De legendarische rockzanger werd 71. Zijn invloed als zanger, performer, songschrijver en muzikant kan moeilijk overschat worden.

De doodsoorzaak is voorlopig niet bekend. Reed onderging in mei nog een levertransplantatie.

Zeggen dat hij een gemakkelijke jongen was is de waarheid geweld aandoen. Geen enkele rockster die interviewers zo het bloed van onder de nagels kon halen. De verhalen van journalisten die door Reed al na vijf minuten weer op straat gezet werden omdat ze een verkeerde opmerking hadden gemaakt zijn legio, en het is ook waar dat Reed sinds de millenniumwende nog weinig relevante muziek uitbracht.

Maar dat neemt niet weg dat zijn invloed als zanger, performer, songschrijver en muzikant moeilijk overschat kan worden. De mythe wil zelfs dat iedereen die in de jaren zestig een concert van zijn groep The Velvet Underground zag, nadien zélf met een band begon. David Bowie, U2, Simple Minds, R.E.M., Nick Cave, Bryan Ferry en Antony + The Johnsons zijn maar enkele van de honderden artiesten die zijn werk gecoverd hebben.

Bovendien is Reed één van de belangrijkste rolmodellen van de eerste punkgolf halverwege de jaren zeventig. Gedurende zijn carrière nam hij - zowel solo als met The Velvet Underground - minstens zes klassieke platen op. Lulu, samen met Metallica, en nu dus zijn laatste wapenfeit, werd evenwel een dieptepunt in een lange, vruchtbare carrière.

Reed werd op 2 maart 1942 in Long Island geboren als Lewis Allan Reed. Als kind leert hij gitaar door mee te spelen met de muziek die hij op de radio hoorde. Dat was voornamelijk prille rock-'n-roll en rhythm en blues. Zijn eerste opname maakt hij met The Jades, een doo-wopband die geen lang leven beschoren was.

Sm-roman

Tegelijkertijd begint hij zelf te schrijven. Gedichten, kortverhalen en ook songs. Op zijn zeventiende out de rebelse Reed zich als biseksueel, en in een poging hem van deze 'ziekte' af te helpen besluiten zijn ouders om hem electroshocktherapie te laten ondergaan. Het resultaat is niet meteen wat ze voor ogen hadden: hun zoon wordt nog extremer in het nastreven van rebellie, en de afkeer voor de middenklasse wordt - zeker in de eerste helft van Reeds carrière - een belangrijk thema in zijn werk.

In de herfst van 1960 studeert Reed aan de Universiteit van Syracuse zowel journalistiek, film als creatief schrijven. Hij krijgt er les van de poëet Delmore Schwartz, die hem aanmoedigt om als muzikant verder te gaan. Reed ontmoet er gitarist Sterling Morrison. In diezelfde periode raakt hij in het songfabriekje Pickwick International aan de praat met de Schotse violist John Cale. Met de als drumster ingehuurde Maureen Tucker erbij zijn The Velvet Underground -genoemd naar een sm-roman - een feit. Aanvankelijk kent de band nauwelijks succes, ook al omdat de songs thema's behandelen die op dat moment hoogst ongebruikelijk zijn in de popmuziek.

Sister Ray - over homoseksualiteit en travestie - en Heroin - over harddrugs - zijn maar twee van de meest voor de hand liggende voorbeelden. Reeds vlakke, nasale stem beklemtoont het onaangename van die onderwerpen nog, maar tegelijk is zijn gevoel voor melodie zo sterk ontwikkeld dat je het toch popmuziek kon noemen. Weliswaar van een soort zoals die op dat moment nooit eerder was gemaakt.

Andy Warhol werd een fan, en door zijn toedoen sleepte de band een lucratief platencontract in de wacht. Het is Warhol die hen aan zangeres/fotomodel Nico voorstelt, en later de bananenhoes voor hun eerste plaat maakt, een werk dat inmiddels even iconisch is als zijn Marilyn Monroes. De debuutelpee The Velvet Underground & Nico wordt in eerste instantie een flop, maar wordt inmiddels beschouwd als één van de belangrijkste platen in de muziekgeschiedenis.

Argumenten genoeg, overigens. Luister naar nummers als Venus In Furs, Waiting For The Man en Femme Fatale, en je hoort hoe het handboek van de rock-'n-roll herschreven wordt. Vier jaar later - in '71 - valt de band uit elkaar, en begint Lou Reed een solocarrière. Die eerste, titelloze plaat van hem klinkt verrassend glad en poppy, maar het is pas met Transformer - geproducet door de op dat moment razend populaire David Bowie - dat Lou Reed door een groot publiek wordt opgemerkt.

Reed had de songs en de credibiliteit, glamrocker Bowie bedacht de sound en kon terugvallen op waanzinnige media-aandacht. Het resultaat: één van de meest markante platen uit de jaren zeventig, met Perfect Day, Satellite Of Love en Walk On The Wild Side als onverwoestbare classics. In de teksten loopt het nog steeds vol met travestieten, drugverslaafden, outcasts en de sfeer die Reed schetst is er één waar decadentie en jachtig leven in de grootstad de sleutelbegrippen vormen. Het wordt niet alleen een artistiek, maar ook een commercieel succes.

Een jaar later - in '73 - volgt nog een classic met Berlin: een donkere, deprimerende plaat over een afbrokkelende relatie tussen twee Amerikanen in het door de Muur verscheurde Berlijn. In de songs gaat het over ontrouw, fysiek geweld en vergevorderde drugsverslavingen, iets waar Reed op dat moment als geen ander van kan meespreken. Het publiek is er dit keer niet klaar voor en in Rolling Stone wordt de plaat afgedaan als 'een catastrofe'. In 2012 neemt datzelfde blad de plaat evenwel op in haar lijst met 500 beste albums aller tijden.

Nadien maakt Reed weer wat toegankelijkere, zelfs commerciëlere platen als Sally Can't Dance, Coney Island Baby en Rock And Roll Heart. Op het moment dat punk uitbreekt wordt hij door een hele nieuwe generatie als een rolmodel naar voor geschoven, en dat inspireert hem tot het messcherpe Street Hassle, een plaat die qua thematiek helemaal aansluit bij het muzikale klimaat.

Toch breekt voor Reed nadien een sombere periode aan, en de jaren tachtig leveren vooral wisselvallige platen op met occasionele uitschieters als The Blue Mask, New Sensations en uiteraard New York, een verbluffende cd waarop hij zich als chroniqueur opwerpt van de stad die hem zo dierbaar is.

Het wordt het begin van een spectaculaire renaissance, die nadien wordt verdergezet met Songs For Drella, een samen met John Cale opgenomen eerbetoon aan de pas overleden Andy Warhol. Ook het gitzwarte Magic And Loss - weer opgedragen aan een overleden vriend, dit keer de songschrijver Doc Pomus - is een meesterwerk.

Tijdens de laatste jaren van zijn carrière blik Reed steeds vaker terug. Hij tourt met Berlin en het fel gecontesteerde Metal Machine Music, en legt zich toe op het werk van dichter Edgar Allen Poe. Ook privé vindt hij het geluk. In 2008 trouwt de zanger met kunstenares en muzikante Laurie Anderson. Vijf jaar eerder was Reed al eens per ongeluk dood verklaard op de radio. Maar dit keer is het dus echt.

Elitair imago

Reed was nooit een superster, en zelfs op het commerciële hoogtepunt van zijn carrière bleef hij vaak in de schaduw van veel minder getalenteerde artiesten staan. Wat Lou Reed zo geliefd maakt was dat hij - wars van modes en trends - altijd koppig zijn eigen zin bleef doen, en daarbij - zowel muzikaal als in de thematiek van zijn teksten - zeer vaak de extremen opzocht. Met zijn overlijden verliest de popmuziek daarom één van zijn meest uitdagende iconen.

En hoewel hij zichzelf - zeker in de laatste fase van zijn carrière - een erg elitair imago aanmat, was een gezond gevoel voor zelfrelativering hem niet vreemd. De manier waarop hij rock-'n-roll omschreef illustreert dat wellicht nog het best: "Eén akkoord is okay. Als je er een tweede aan toevoegt zit je al op het randje. En zodra je song drie akkoorden bevat, speel je eigenlijk jazz."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234