Vrijdag 13/12/2019

Nooit meer recenseren

Wat is de mening van een recensent vandaag nog waard? Schiet er na de vloedgolf van Twitter- en Facebookmeningen nog iets van diens gezag over? De bijzonder hete polemiek na een negatieve recensie van De Morgen-criticus Dirk Leyman zet de kwestie weer helemaal op scherp.

Nee, het was niet zo lief wat De Morgen-recensent Dirk Leyman schreef over De kunst van het vallen, een nieuw boek van journaliste en schrijfster Gaea Schoeters. Leyman vond dat Schoeters zich onder meer aan "pedanterie" en "wijdlopigheid" bezondigde, en besloot: "Dit had een voortreffelijke roman kunnen zijn, maar nu is Schoeters toch vooral de regisseur van haar eigen mislukking."

De inkt van de boekenbijlage was nauwelijks droog of Leymans bespreking stond al op de Facebookpagina van de schrijfster. Schoeters noemde onze recensent er "een geweldige lul". En hoewel de schrijfster naar eigen zeggen vooral kwaad was geworden omdat Leyman een stuk van de plot zou hebben verraden, ging de daarop volgende polemiek niet in de eerste plaats over die kwestie. Wat volgde, was een groot dispuut over de recensent. Zijn macht, zijn betekenis, zijn intenties en zijn integriteit.

"Mogen we als auteurs ook een beetje respect eisen?", zo reageerde nog dezelfde dag schrijver Jeroen Theunissen, een van de drie Vlaamse auteurs die met hun jongste boek genomineerd zijn voor de Libris Literatuurprijs. "In Vlaanderen is de hoofdrecensent in De Morgen Dirk Leyman, en in De Standaard Mark Cloostermans. Allebei durven zij stukken te schrijven die ongenuanceerd zijn en gewoon getuigen van slechte wil, vooroordelen en/of een gebrek aan competentie."

Hoerajournalistiek

Theunissen werd getrakteerd op een bombardement van Facebook-duimpjes, niet zelden van collega-schrijvers die kennelijk nog een eitje met de heren Leyman en/of Cloostermans te pellen hadden.

De kritiek op de beide boekbesprekers werd er niet veel zachter op toen de polemiek zich verplaatste naar de Facebookpagina van Annelies AA Vanbelle, eveneens schrijfster en journaliste.

Volgens Vanbelle is het allemaal simpel. Schoeters was zo hard aangepakt door De Morgen omdat de schrijfster wel eens voor De Standaard publiceert. Omgekeerd zouden schrijvers die af en toe voor De Morgen publiceren automatisch door de gehaktmolen gaan als hun boek in handen komt van een recensent van De Standaard.

Wat de gewraakte recensenten er ondertussen zelf allemaal van dachten? Hoewel verbaasd over de bijna bloeddorstige heftigheid, bevestigde de polemiek iets wat Leyman al langer wist. "Beginnen schelden is meestal een teken van zwakte bij auteurs. En bij sommige mensen bestaat de indruk dat recensenten er schuimbekkend en schaterlachend plezier in scheppen om een schrijver met de grond gelijk te maken. Dat is natuurlijk niet zo. Veel liever lees ik sterke boeken en schrijf ik daar met enthousiasme over.

"Negatieve kritiek wordt trouwens altijd uitvergroot. In essentie komt mijn vak erop neer dat ik lezers zo onbevangen en integer mogelijk probeer te vertellen of een boek al dan niet geslaagd is. Dat kan ik alleen doen als ik geen rekening houd met de gevoelens van de schrijver. Enkel het boek telt. Wél moet een recensie de lezer meeslepen en prikkelen. Daarom zet ik sommige zaken op scherp en bedien ik me van literaire middelen als ironie. Tijdens het schrijven van een recensie houd ik hoogstens rekening met mijn lezers. Een tekst moet ook aangenaam zijn om te lezen. Om die reden durf ik wel eens iets pittiger te formuleren.

"Natuurlijk zou ik, als ik een boek een mislukking vind, kunnen zwijgen, bijvoorbeeld om de schrijver ervan te sparen. Maar ik denk niet dat ik daarmee de lezer, en bij uitbreiding de hele literaire wereld, een dienst bewijs. Veel erger is het als een boek je onverschillig laat. Verder hebben ook schrijvers en uitgeverijen de recensenten nodig. Ze hebben baat bij een klimaat waarin open over hun boeken wordt gedebatteerd. Als we de uitgevers moeten geloven, zou er in Vlaanderen elke week een meesterwerk verschijnen. Dat is helaas niet het geval. We mogen ons toch niet bezondigen aan hoerajournalistiek? Recensenten zijn geen handpoppen van de commercie."

Dat de verhouding tussen uitgeverij/schrijver aan de ene kant en de recensent aan de andere kant wel eens geanimeerd kan zijn, weet ook Mark Cloostermans, recensent voor de Standaard der Letteren. Toen Cloostermans in 2012 de roman De handel in emotionele goederen van Maarten Inghels negatief besprak, werd zijn recensie ritueel verbrand door Inghels' uitgever Harold Polis.

Een nogal extreem gebaar, maar Cloostermans liet zich er niet door van de wijs brengen. Recensies zijn volgens hem meer dan ooit nodig, schrijvers of uitgeverijen die anders beweren, schieten volgens hem in de eigen voet. "Als de recensent zwijgt," stelt Cloostermans, "dan is de lezer voor informatie over een boek uitgeleverd aan de promotiemachine van de uitgeverij. Van wie wil je liever horen hoe goed of slecht een boek is: een uitgever die door zijn concern wordt gedwongen een bepaalde winstmarge te draaien, of een recensent met tien à vijftien jaar Nederlandstalige literatuur op de teller? Wie wil je geloven: een onafhankelijke lezer of een bevriende schrijver die zijn collega een plezier doet middels een lovende quote voor op de kaft?"

Vraag is dan of die onafhankelijke lezer wel zo onafhankelijk is. Of Annelies Vanbelle met andere woorden geen punt heeft als ze schrijft dat schrijvers die verbonden zijn aan de ene krant in de regel minder gunstig besproken worden in de concurrerende krant?

"Als criticus moet je boven de partijen staan, dat is je heilige plicht", zegt Leyman. "Stel dat Yves Desmet een roman zou publiceren, en stél - wat uiteraard zeer onwaarschijnlijk is - dat het géén meesterwerk zou zijn, dan zou ik dat ook met zoveel woorden durven te schrijven. Ik ben in het verleden meer dan eens zeer kritisch geweest voor auteurs die met De Morgen gelieerd zijn. Zo schreef ik niet onverdeeld positief over Margot Vanderstraeten. Maar ik herinner me geen lynchpartijen, eerder een sportieve reactie. Kijk, dat vind ik klasse."

Net als Leyman zegt ook Cloostermans dat deze kwestie niet speelt. "De werkgever van een schrijver is voor mij geen argument. Ik ben niet met De Standaard getrouwd. Ik woon in het buitenland en ben al drie jaar niet meer op de redactie geweest. Het idee dat ik mijn recensies zou schrijven vanuit een clanmentaliteit is belachelijk."

Respectloos

Allemaal eerlijke, goedmenende en bovendien uiterst bekwame jongens dus, onze recensenten? Jeroen Theunissen, romancier en dichter die ondertussen al een jaar of tien aan de weg timmert, is daar - zacht uitgedrukt - niet van overtuigd. Theunissen stortte zich met veel vuur in de polemiek over het boek van Schoeters, en werd zo, gewild of ongewild, een beetje de spreekbuis van het boze schrijversgild.

Wat hem daartoe bewoog? "Het overduidelijke gebrek aan respect van de recensent", zegt Theunissen. "Dat bleek onder meer uit de bijzonder hovaardige toon, het weggeven van de plot en uit een duidelijk merkbare onwil om mee te gaan in haar fictionele wereld.

"Uiteraard heeft iedere recensent het recht om een negatief en desnoods vernietigend oordeel te vormen. Maar ik verwacht van een recensent wel dat die niet op de man of vrouw speelt. Ik verwacht ook dat hij zijn oordeel voorzichtig vormt, en zichzelf altijd de vraag stelt of zijn negatieve eerste indruk niet te wijten is aan een slecht humeur, een te hoge werkdruk of pijnlijke maandstonden. Ten slotte verwacht ik dat de recensent ten minste probeert het puur subjectieve te overstijgen. Dat hij of zij met andere woorden niet emotioneel schrijft, maar argumenteert.

"Ik weet ook wel dat dat in een stukje van 700 woorden niet eenvoudig is, maar een poging tot fairness mag een schrijver toch verwachten? Ik heb als schrijver een jaar en soms langer aan een tekst gewerkt. Dan mag ik van een recensent toch ten minste vragen dat die mijn boek grondig leest, en niet in een uurtje afhaspelt."

Toeval of niet, de boeken van Jeroen Theunissen kregen nooit zeer lovende besprekingen van Cloostermans en Leyman. Of hij zich misschien ook daarom het lot van collega Schoeters zo hard aantrok? Nee, zegt Theunissen. "Als de kritiek goed beargumenteerd is en niet op de man speelt, moet het natuurlijk wel kunnen. In de bespreking van mijn jongste boek De omwegen schrijft Leyman dat het ten onder ging aan te veel plot. Uiteraard ben ik het daar niet mee eens, maar hij mag dat schrijven. Waar ik veel meer problemen mee heb, is, in dezelfde recensie, zijn opmerking dat ik het werk van mijn collega's Jeroen Olyslaegers en David Nolens duidelijk met een vergrootglas heb gelezen. Dat is een zware aantijging, die Leyman zomaar uit het niets in zijn tekst gooit. Dat kan toch niet zomaar? Moet ik zoiets pikken? Nee."

Of de recensent hier inderdaad uit de bocht ging? Nee, reageert die. "Oké, ik ben wel eens cassant en ironisch. Maar ik verlaag me nooit tot persoonlijke akkefietjes, rancune of afrekeningen. Schrijvers als Theunissen moeten minder jammeren en huilebalken. Ze zouden beter de rug rechten, kin omhoog en hup, schrijven aan dat volgende boek."

Frictie

Theunissen schreef het al in zijn allereerste bijdrage aan deze polemiek. De stemmen van Leyman (De Morgen) en Cloostermans (De Standaard) zijn volgens hem nog altijd erg bepalend in de Vlaamse literatuur, al was het maar omdat er, aldus Theunissen, "amper nog andere kanalen zijn om je boek bekendheid te geven dan deze twee kranten".

Die uitspraak is opmerkelijk. Ze staat immers lijnrecht tegenover de stelling dat het gezag van de criticus zo geweldig gedevalueerd is sinds elke hond met een hoed op zijn mening over een boek kan ventileren via de sociale media.

Verbazing over de grote heftigheid die een krantenrecensie vandaag nog teweeg kan brengen, was er ook bij Deus ex machina, een literaire blog/tijdschrift. "De literaire kritiek is back", zo eindigde het samenvattend over de polemiek.

"Een grapje", zo vermoedt Mark Cloostermans. "Ik denk dat er iets anders speelt. Noch de Vlaamse, noch de Nederlandse literatuur beleven momenteel hun beste tijd. Er is een tekort aan talent. De oudere schrijvers vliegen op automatische piloot, de echt goede jonge schrijvers zijn zeldzaam. Tegelijk zitten de grote concernuitgevers in de rode cijfers. Zij duwen dus veel harder aan die kar vol middelmatige boeken - en dat móést wel tot frictie met de recensenten leiden."

Het is een verklaring waarin Jeroen Theunissen zich - uiteraard - niet kan vinden. Theunissen verwijst naar een bericht in De Morgen van 16 april jl. over de London Book Fair. "Blijkbaar was de buitenlandse belangstelling voor de Vlaamse literatuur er zeer aanzienlijk. Ik las bijvoorbeeld dat de rechten voor Monte Carlo, de nog niet eens verschenen roman van Peter Terrin, nu al verkocht zijn aan een Italiaanse uitgever. Wat Cloostermans beweert, is dus nonsens. Misschien zijn het wel vooral de recensenten die niet hun beste tijd beleven?"

Blijft de vraag waarom Theunissen zich zo fixeert op de mening die hij ten gronde waardeloos vindt. Waarom negeert hij ze niet, en trekt hij zich bijvoorbeeld niet op aan het feit dat zijn jongste boek, naast dat van Lanoye en Hertmans, genomineerd is voor de zeer prestigieuze Libris Literatuurprijs?

Opmerkelijk genoeg kan Theunissen die nominatie wél sterk relativeren. "Er komt een grote portie geluk bij kijken", zegt hij. "Iedere jury is anders, toeval en de kracht van de concurrentie spelen ook mee.

"Als ik me zo druk maak over de kwaliteit van recensies, dan is dat in de eerste plaats omdat ik recensies nog altijd erg belangrijk vind. Omdat ik respect heb voor het metier van recensent, omdat er een onderscheid is tussen een goede recensie en zomaar een mening, en omdat ik vind dat er op dit moment in Vlaanderen te weinig discussie is over literatuur. We schrijven onze boeken, iemand heeft een mening, sommige boeken worden een hype en andere verdwijnen, en vervolgens is het tijd voor een volgend boek. Dat is zonde, want ik ben van het ouderwetse geloof dat literatuur ertoe doet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234