Donderdag 29/10/2020

Nooit houdt het einde op te beginnenDirk Pauwels

Spengler verwoordde op het juiste moment wat in veel hoofden rondspookte: het failliet van het Romantische ideaal

Oswald Spengler

Der Untergang des Abendlandes. Umrisse einer Morphologie der Weltgeschichte (1918-1922)

Verkleutering, verkitsching, VTM-isering: elk tv-seizoen opnieuw bedient het culturele doemdiscours zich van kakelverse neologismen. Het verval van de beschaving scoort goed bij de modale meerwaardezoeker. Wie zich ergert aan culturele teloorgang ziet zichzelf als lid van een culturele elite, als behoeder van goede smaak en goede zeden, en dat streelt natuurlijk de ijdelheid. Deze ijdelheid is niet vreemd aan het succes van Francis Fukuyama's Het einde van de geschiedenis, Alain Finkielkrauts De ondergang van het denken en recent nog Michel Houellebecqs Elementaire deeltjes. Om maar te zwijgen over het succes van Herman Brusselmans handelsmerk: plebejertje pesten. Deze boeken zijn allesbehalve typisch voor ons tijdsgewricht. Net als ijdelheid is het doemdenken omtrent cultuur van alle tijden. Vanaf haar begin, zo wordt verteld, verkeert de beschaving in een staat van bederf. Griekse mythen vertellen dat het niet meer is wat het ooit geweest is, en dat het ook nooit meer zal worden wat het was.

Laten we wat dichter bij huis blijven. De vaandeldrager bij uitstek van het twintigste-eeuwse cultuurapocalyptische genre is Oswald Spengler (1880-1936). De titel van zijn hoofdwerk, De ondergang van het avondland, zal bij velen een belletje doen rinkelen. Maar waarom? Waarover handelt dit volumineuze boek dat niemand nog leest (het werd trouwens nooit in het Nederlands vertaald) maar waarvan iedereen al wel eens heeft gehoord? De ondergang van het avondland is een geschiedfilosofische studie. Spengler stelt dat de geschiedenis niet louter vooruitgaat zoals de Verlichtingsfilosofen beweerden, maar dat ze een cyclisch verloop heeft. Culturen zijn als organismen: ze worden geboren, ontwikkelen zich, komen tot bloei en sterven. Het aftakelingsproces van een cultuur (Kultur) noemt Spengler beschaving (Zivilisation). Spengler onderscheidt acht culturen (de Indische, de Babylonische, de Egyptische, de Chinese, de Mexicaanse, de Klassieke, de Arabische en de westerse) die alle structureel éénzelfde ontwikkeling hebben. Zo kan aan de hand van culturen uit het verleden het lot van onze eigen cultuur worden voorspeld. En onze cultuur, de cultuur van het avondland, is ten dode opgeschreven. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Spengler aan het manuscript van zijn magnum opus zwoegde, kantelde ze van cultuur in beschaving, een beschaving die volgens Spenglers speculaties gedoemd was finaal te eindigen rond het jaar tweeduizend. Het kan verkeren.

Het succes van De ondergang van het avondland kwam vrijwel onmiddellijk na de publicatie van het eerste deel, in 1918. Een tweede en een derde druk volgden snel en in 1919 lag de naam van Oswald Spengler op ieders lippen. Tot groot ongenoegen van de academische wereld, waartoe hij niet behoorde. Spengler was een schoolmeester die zich dankzij een erfenisje een lang schrijfverlof had gepermitteerd. Ook zijn stijl kon je bezwaarlijk academisch noemen. Spengler speculeerde en polemiseerde er duchtig op los, niet gestoord door historische feiten. Hoe dan ook, Spengler verwoordde op het juiste moment wat in veel hoofden rondspookte: het failliet van het Romantische ideaal. De Eerste Wereldoorlog had geleerd dat mosterdgas efficiënter is dan een kleurige vederbos op de helm. De nieuwe industriële samenleving stelde andere eisen dan het kunnen opdreunen van Griekse verzen. Het klassiek-humanistische opvoedingsideaal van Goethe, Herder en Winckelmann had afgedaan. Er was plots een kloof tussen een cultuur die je innerlijk beleefde en een beschaving die je uiterlijk onderging. Ofwel je aanvaardt die discrepantie tussen innerlijk en uiterlijk leven, zoals Thomas Mann verdedigde in Betrachtungen eines Unpolitischen (1918). Ofwel je aanvaardt ze niet en je verkettert de cultuurloze beschaving met alle pek en zwavel waarover je beschikt. Dat deed Spengler. In De ondergang van het avondland werd geen spaander heel gelaten van het platte materialisme van het plebs "dat als ratten in de metropool samentroept en slechts op brood en spelen uit is". Ook de democratie, de vrije markt en de vrije pers moesten het ontgelden. Gevaarlijke gedachten in het broeierige Duitsland van de jaren twintig.

Was Spengler een proto-nazi? Je zou zeggen van wel. Ten eerste geloofde hij niet in de menselijke vrijheid, mensen zijn de speelbal van een historische proces met een ijzeren wetmatigheid. Mensen hebben zich te houden aan de plichten die de tijdgeest voorschrijft, een tijdgeest waarvan Spengler zich maar al te graag de spreekbuis waande. Ten tweede stelde Spengler net als Nietzsche dat het christendom en de wetenschap hadden afgedaan. Nieuwe waarden moesten "uit het leven zelf" worden afgeleid, waarmee Spengler de wereld van sterke, daadkrachtige individuen bedoelde, de wereld van Uebermenschen. Ten slotte zag Spengler in het tijdperk van de Romeinse keizers de sleutel tot Duitslands toekomst. "Een Romeinse strengheid zal de wereld beheersen, voor wat anders zal geen plaats meer zijn. Kunst ja, maar in beton en staal, poëzie ja, maar van mannen met stalen zenuwen, politiek ja, maar van staatsmannen en niet van wereldverbeteraars. Duitsland zal geen Goethe meer voortbrengen, maar wel een Keizer."

En toch. Van Hitler was Spengler allerminst onder de indruk: "Duitsland heeft een echte held nodig, geen domkop". Een nieuwe geestesadel moest Duitsland leiden, geen hysterisch zootje ongeregeld. Spenglers andere punten van kritiek betroffen het verachtelijke, pseudo-wetenschappelijke antisemitisme van de nazi's en de absurde heilsverwachting dat het paradijs op aarde zou aanbreken in de vorm van het Derde Rijk. Er was geen wedergeboorte van het avondland mogelijk. Kortom, Spengler zou nooit lid worden van de nationaal-socialistische partij en een uitnodiging van Goebbels om een lezing te geven wees hij hooghartig af. Een spreek- en publicatieverbod werd dan ook van kracht niet lang na Hitlers machtsgreep in 1933. Drie jaar later stierf Spengler aan de gevolgen van een hartkwaal. Alleen enkele familieleden en een paar naaste vrienden kwamen naar de begrafenis. Zijn lievelingsboeken, Goethes Faust en Nietzsches Also sprach Zarathustra, werden met hem ten grave gedragen.

Uit Spenglers dagboekaantekeningen uit de periode 1933-1936 spreekt het allerdiepste pessimisme. Het nazi-regime met zijn terreur betekende voor Spengler de onmiddellijke terugkeer tot de barbarij. Elke hoop op een roemrijke keizer en een waardige ondergang van het avondland achtte hij verloren. Bedenk daarbij dat Auschwitz en Hiroshima voor Spengler onbetekenende plaatsnamen waren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234