Maandag 23/09/2019

Nooduitgang Antwerpen

Voor het eerst in zeventig jaar - en voorlopig ook voor het laatst - ligt er dit weekend een brug over de Schelde in Antwerpen. De pontons zijn een moderne remake van de brug waarover het leger en de Antwerpenaren honderd jaar geleden nog net op tijd konden wegvluchten voor de Duitse bezetter.

Vijf jaar was ze, op weg naar de zes, toen Joséeke Heyrman aan de hand van haar moeder en in het gezelschap van haar zus Irène regelmatig de pontonbrug tussen Sint-Anneke en Het Steen overstak. Het was tijdens de eerste oorlogsmaanden van 1914 de beste manier om van Linkeroever, waar ze woonden, in de stad te geraken. "Het was precies een processie", zegt ze zelf in een filmpje van het Vredescentrum, de grote drijvende kracht achter de herdenking van de Groote Oorlog in Antwerpen. "Zoveel volk."

Dat zal dit weekend niet anders zijn. Honderdduizend nieuwsgierigen wandelen vanavond, morgen en overmorgen processiegewijs enkele centimeters boven het wateroppervlak van rechter- naar linkeroever. Josée Heyrman, ondertussen de kloeke 105 jaar en negen maanden oud en nog steeds een fiere bewoonster van Sint-Anneke, op kop. En in haar zog koning Filip, koningin Mathilde en een keur aan andere prominenten. Antwerps burgemeester Bart De Wever, als N-VA-voorzitter nochtans druk aan het onderhandelen over een nieuwe federale regering, heeft zijn agenda vanavond zelfs helemaal vrijgehouden voor de festiviteiten.

De aandacht voor het fenomeen dat tussen 9 augustus en 9 oktober 1914 een uitweg bood aan een miljoen vluchtelingen is niks overdreven, vindt Antwerps stadsgids Antoon Livens. "Zonder de pontonbruggen over de Schelde had Wereldoorlog I een heel andere wending kunnen krijgen voor het Belgische leger. Het gros van de militairen is nog net op tijd voor de Duitsers kunnen vluchten over het water naar het westen. Ze hebben de kust bereikt en zich achter de IJzerlinie teruggetrokken waar ze voortgevochten hebben." Met het bekende resultaat.

Een schipbrug bij Antwerpen.

"Tegenover St. Anneken is een brug over de Schelde gelegen. Deze brug is bestemd om den overtocht der troepen te verzekeren, materiaal, munitie en groote kanonnen te laten vervoeren; zij werd gevormd door middel van handelsschepen, waarvan sommige vrijwillig werden ter beschikking gesteld der krijgsoverheid, de andere opgevorderd."

Uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van dinsdag 13 oktober 1914 (bron: Vredescentrum)

"Zo kwamen we aan de dijk waar wij het water over moesten. Nog nooit had ik zo'n breed water gezien. De brug waar we over moesten, was gemaakt van schepen met planken erop. Ze was gemaakt door de genie om het troepenverkeer te vergemakkelijken. Ik denk dat het water hier wel driehonderd meter breed was."

Odon Van Pevenage, soldaat (bron: Vredescentrum)

Maar laat ons beginnen bij het begin. Op 28 juli 1914 valt Oostenrijk-Hongarije Servië binnen. In Antwerpen voelt men de bui op dat moment al hangen.

De stad is in 1859 al aangeduid als Nationaal Réduit, het toevluchtsoord bij uitstek voor koning, regering en leger wanneer het land aangevallen zou worden. Als de buitenste fortengordel ter hoogte van onder meer Lier en Liezele de indringers niet buitenhoudt, dan wel de binnenste ter hoogte van Mortsel en Wilrijk. In extremis is er nog de stadsomwalling, nu vervangen door de Antwerpse ring, die voor ultieme bescherming moet zorgen.

Met andere woorden: Antwerpen is een oninneembare vesting. Het enige probleem is dat de stad in het westen afgesloten wordt door de Schelde. Tunnels onder de rivier zijn er dan nog niet, de enige vaste brug over de stroom ligt een eind van het centrum verwijderd in Temse. Om ervoor te zorgen dat de inwoners en de militairen toch nog bevoorraad kunnen worden, zijn er veerboten. Maar voor een eventuele evacuatie volstaan die niet. Daarom liggen er op Linkeroever al metalen brugdekken en hopen houten planken te wachten, voor het geval dat.

Twee dagen voordat de Duitsers België binnenvallen, op 2 augustus 1914, begint het Belgische leger aan de bouw van de brug tussen Sint-Anna en het Steen. Vijfentwintig binnenschepen worden geconfisqueerd, verankerd en om en om met de boeg in de andere richting gelegd. Zo wordt vermeden dat de schepen uit elkaar zouden drijven door de stroming en werd het getijdeverschil opgevangen. Boven op de schepen worden planken bevestigd.

De pontonniers werken vijftien uur aan een stuk, soms zelfs vierentwintig uur of meer. In amper een week tijd hebben ze de huzarenklus geklaard: op 9 augustus is de noodverbinding gebruiksklaar. De brug is 3 meter breed, met een rijbaan van 1,80 meter en daarnaast een voetgangerspad, en kan behoorlijk wat torsen. Voor de veiligheid moeten ruiters wel van hun paard afstijgen, mogen soldaten niet in cadans lopen uit angst dat het gedreun de brug zou schaden en moeten auto's traag rijden en zeker voldoende afstand bewaren. Ook artilleriegeschut wordt over de brug vervoerd.

In de eerste plaats is de constructie dan ook bedoeld als handige oversteekplaats voor militairen. Zij hebben te allen tijde voorrang. In tweede orde kunnen ook burgers oversteken en zo naar de stad om boodschappen.

Naast deze pontonbrug worden er ook oversteekplaatsen gebouwd tussen Hoboken en Burcht, Hemiksem en Bazel en in Rupelmonde. Over de Rupel komen eveneens twee bruggen.

"Ik was bang op die brug. Via die vlotbrug was het makkelijk om naar de Koekenstad te gaan. Want de overzetboten waren naar Nederland om niet in Duitse handen te vallen. Ik weet nog dat het water tegen de brug klotste en dat de brug zakte omdat er veel volk op liep. Ik was blij dat ik aan de overkant was."

Josée Heyrman, wandelde als vijfjarige over de brug (bron: Gazet van Antwerpen)

"Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen Antwerpen en de kust vrij te houden."

Jozef Muls, kroniekschrijver van de dagelijkse gebeurtenissen in 1914 (bron: Vredescentrum)

Wanneer Luik, Namen en ook Brussel in een mum van tijd vallen, deelt het Belgische leger vanuit Antwerpen prikken uit aan het Duitse geweld. Dat trekt de aandacht van de vijandelijke troepen naar het noorden. Tegen het einde van september richten ze hun pijlen op de onoverwinnelijk gewaande vesting. Maar al meteen beseffen de Belgische autoriteiten dat ook Antwerpen zich snel zal moeten overgeven.

De fameuze forten zijn gebouwd om weerstand te bieden aan de wapens die halfweg de negentiende eeuw gekend waren. Tegen Dikke Berta zijn ze niet opgewassen. Ook de Belgische kanonnen hebben nauwelijks verweer tegen het grove geschut van de keizerlijke strijdmachten. Op 5 oktober bereiken de Duitsers Lier, op 6 oktober is de buitenste fortengordel er al aan voor de moeite.

Koning Albert I en de militaire top, die half augustus al hun intrek genomen hadden in de havenstad, beseffen dat een bombardement van de binnenstad niet lang meer zal uitblijven. Nog dezelfde dag geeft de koning het leger het bevel om zich 's nachts op Linkeroever terug te trekken, zonder dat de Duitsers iets merken. Op 7 oktober verlaat ook Albert I via de pontonbrug aan het Steen het koninklijk paleis aan de Meir, zijn residentie in Antwerpen. Via Sint-Niklaas gaat het naar Oostende, daarna naar Engeland.

De bevolking volgt. Duizenden en duizenden burgers proberen over de Schelde weg te vluchten. De kaaien zitten volledig geblokkeerd, aan de brug is het uren aanschuiven. De bewakers die een goede doorstroom van het verkeer op de brug moeten vrijwaren en vooral voorrang moeten geven aan overblijvend militair transport, hebben geen verweer tegen de paniekerige massa.

Wanneer op 7 oktober om middernacht het Duitse bombardement op Antwerpen valt, zijn er van de 300.000 inwoners nog maar 10.000 overgebleven. Het verklaart waarom er bij die aanval slechts een honderdtal doden vallen.

"In wilde haast was men weggetrokken uit de hel. Een gedeelte (van de verdedigers) kon nog de schipbrug over de Schelde overtrekken (die, naar men weet, een oogenblik later in brand werd gestoken). Vele Belgen werden gevangen genomen, anderen ontkwamen slechts door zich haastig te verkleeden en in burgerkleeren verder te gaan."

Uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van donderdag 13 augustus 1914 (bron: Vredescentrum)

Op 9 oktober, dag op dag twee maanden nadat de pontonbrug in gebruik genomen werd, wordt het bouwwerk vernietigd. Door de eigen pontonniers, zowaar. De Duitsers mogen onder geen beding via dezelfde weg de gevluchte Belgische troepen achterna. Om vijf uur 's ochtends wordt de brug in Burcht opgeblazen, rond halfnegen die aan het Steen. De militairen die nog in de stad rondlopen vluchten in paniek richting het neutrale Nederland. Daar worden ze geïnterneerd.

De Duitsers herstellen de pontonbrug daarna zelf voor eigen gebruik. Dertig jaar later legt de Duitse bezetter opnieuw een pontonbrug aan over de Schelde. Wanneer ze die bij hun terugtrekking in september 1944 tot ontploffing brengen, is dat meteen de laatste brug die in Antwerpen linker- en rechteroever verenigde.

Tot eind vorige eeuw ambitieuze geesten opnieuw begonnen te dromen van een brug over de Schelde. Het idee van de Lange Wapper was geboren. Maar u weet hoe dat afliep. Net zoals de gelijknamige reus uit de stadslegende zijn ook die plannen ondertussen uit de stad verdreven en in de Schelde verdronken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234