Woensdag 27/05/2020

JeugdzorgCoronacrisis

Noodopvang voor jonge kinderen in Brugge: ‘Zoon bleef voor zijn besmette moeder zorgen’

Normaal verblijven in ’t Laar enkel tienerjongens, maar sinds kort kunnen ook jonge meisjes uit moeilijke gezinsachtergronden er terecht. Beeld Tim Dirven

In Brugge is een noodvoorziening geopend voor kinderen die deze dagen niet meer thuis kunnen blijven. Naast de oorspronkelijke tienerjongens is er nu ook plaats voor kleinere kinderen. ‘Voor ons is het ook nieuw dat er plots meisjes rondlopen.’

Op de eerste verdieping van huis ’t Laar zit een negenjarig meisje in haar nieuwe kamer. Voor haar ligt een opengeslagen koffer. Ze pakt haar spulletjes uit; een knuffelbeest, een stapeltje shirts, een armbandje. Alles krijgt een plek. Haar zusje van tien heeft de kamer tegenover haar. Ook zij is aan het uitpakken. De tekening die ze vanmiddag in de tuin maakte, komt bij haar bed, haar kleren gaan in de kast. Aan de gezichtjes te zien vinden ze het best spannend, zo’n nieuwe omgeving. “Gelukkig maar,” knikt Toine Perneel, directeur van het opvanghuis. “Ze zijn gisteren gebracht door de politie. Niet niks natuurlijk, al moet ik er meteen bijzeggen dat de politie haar best doet om het zo normaal en discreet mogelijk te laten verlopen.”

Sinds een paar dagen heeft het onthaal-, oriëntatie- en observatiecentrum in Brugge de deuren geopend voor noodopvang van kwetsbare kinderen die zich in een onveilige thuissituatie bevinden en door de coronacrisis nergens anders heen kunnen. ’t Laar is een afdeling van De Patio, een vzw die zich bezighoudt met de bijzondere jeugdhulp in de regio Noordwest-Vlaanderen. De Patio is de eerste in Vlaanderen met een noodvoorziening voor kinderen in coronatijden, een initiatief in samenwerking met het agentschap Opgroeien en partners De Zandberg en Binnenstad.

Perneel troont ons mee door de kamers en gemeenschapsruimtes van het dubbele rijhuis. Normaal vangen ze jongens op tussen 12 en 18 jaar voor een periode van een paar maanden. Maar toen de coronamaatregelen begonnen, koos een aantal jongens ervoor om naar huis te gaan. Waardoor er vier bedden vrij zijn gekomen. “Er is nu een dringende vraag naar noodopvang voor kinderen tussen 6 en 12 jaar,” zegt Perneel. “Tijdens de eerste week van de coronamaatregelen kregen we al signalen van het crisismeldpunt over gezinnen waar de situatie escaleerde. Het is voor een normaal gezin al niet evident om wekenlang op elkaars lip te zitten, laat staan voor gezinnen die al langer met complexe problemen en spanningen te maken hebben.”

Door de lockdown vallen niet alleen de huisbezoeken van het agentschap Opgroeien weg, ook bezoeken aan de dienst zelf voor een gesprek zijn niet meer mogelijk. “En dat zijn net de belangrijkste voelsprieten die aangeven of het thuis veilig is”, legt gezinsbegeleider Nic Christiaen van de Patio uit. “Want daar draait het vaak om bij onze cliënten; is het thuis leefbaar, is het veilig?” Toch doen de ouders met wie ze werken heel hard hun best, vinden Cristiaen en Perneel. “Iedereen beseft dat het een bijzondere situatie is waarvoor je extra inspanningen moet doen.”

Maar zoals – helaas – te voorspellen was, stijgt het aantal oproepen over intrafamiliaal geweld na meer dan drie weken lockdown. De hulplijn 1712 kreeg vorige week 70 procent meer oproepen over familiaal geweld ten opzichte van de eerste week van de coronamaatregelen. Het aantal e-mails naar de hulplijn is verdubbeld.

Twee jongens zijn aan het gamen, een derde speelt keyboard.Beeld Tim Dirven

Schrijnende verhalen

’t Laar heeft een overeenkomst met het crisismeldpunt. Er is altijd onmiddellijk een bed beschikbaar voor jongens vanaf 12 jaar. “Nu gaat die vraag dus over jongere kinderen”, zegt Perneel. “Willen we dat wel, vroegen we ons in eerste instantie af. Maar we hebben er niet lang over na moeten denken. In een paar uur tijd was het geregeld.”

De opvang in ’t Laar wordt verzorgd door zeven begeleiders. Maar door de uitval van mensen die ziek werden of griepachtige verschijnselen kregen, moest de organisatie op zoek naar vervanging. “Op een bepaald moment waren er nog maar drie van de zeven begeleiders actief. Met de opvang van de nieuwe kinderen erbij zouden we dat niet redden.” De hulp liet gelukkig niet lang op zich wachten. Medewerkers uit de jeugdzorg die normaal vooral huisbezoeken doen, boden zich aan en draaien nu diensten mee.

In de gang op de eerste verdieping wijst Perneel op een ‘verklikker’. “Heeft de klusjesman zojuist gemonteerd. Het licht springt aan als er iemand voorbij komt. De jongens die zijn gebleven, vier in totaal, slapen op de tweede verdieping. De twee meisjes op het eerste. We beseften dat we een veilige situatie moesten creëren voor de jongere kinderen, vandaar de verklikker.” In deze tijden moeten ze creatief zijn, vindt Perneel. “Ik ga een camping-wc kopen. Daar maak ik dan een nachttoilet van waar de kinderen makkelijk vanuit hun kamer naar toe kunnen. Ze kunnen nadien hun deur weer zelf op slot doen.”

De jeugdzorg heeft zich altijd met weinig middelen moeten beredderen, benadrukt de directeur van het opvanghuis. “In coronatijden moeten we dat nog meer dan anders. De tekortkomingen zijn scherp voelbaar, zeker met de besparingen in de zorg door de Vlaamse regering.”

Ook voor hem en collega Christiaen is het nieuw om plots meisjes in huis te hebben. “Maar ik ben blij dat we dit kunnen doen. De verhalen zijn soms schrijnend. De twee zusjes die hier nu verblijven, komen uit een gezin van vijf. De mama is alleenstaand en werd twee weken geleden ziek. In het begin ging het nog, maar vorige week werd ze echt ziek. Uit de test bleek dat ze corona had. De oudste zoon van 16 bleef voor de moeder zorgen, samen met de andere kinderen van wie de jongsten 3 en 5 jaar zijn. Het gaat om een gezin dat bekend was bij de hulpverlening. Omdat de kinderen al eerder uit huis waren geplaatst, was de moeder zo bang dat het weer zou gebeuren dat ze geen hulp van buitenaf wilde vragen. Tot de zoon het niet meer aankon en aan de alarmbel trok.”

Voor de meisjes naar ’t Laar kwamen, werden ze opgevangen in een ziekenhuis waar ze ook werden getest, samen met hun broer en zusjes. Alle kinderen bleken negatief. De moeder is gehospitaliseerd, de twee jongste zusjes verblijven iets verderop, vertelt Perneel. Ook voor de oudste broer is opvang voorzien. “We proberen dagelijks te skypen, zodat ze allemaal met elkaar in contact blijven.”

Twee zusjes die net aangekomen zijn, installeren zich met behulp van een medewerker in ’t Laar. Beeld Tim Dirven

Lievelingseten

Straks komen er nog twee broertjes, klinkt het. Hun moeder kon het niet meer aan om hen thuis op te vangen, ze moesten dringend naar een veilige plek. “De bedoeling van dit huis is dat we veiligheid, rust en geborgenheid geven”, zegt Perneel. Hij neemt ons mee naar de keuken waar een begeleidster tiramisu aan het maken is. “Ik pas het menu aan nu er kleinere kinderen zijn”, zegt de vrouw lachend.

Als er nieuwelingen arriveren, laten ze die eerst wat bekomen, legt Perneel uit. “Daarna vraag ik vaak wat hun lievelingseten is. Als dat spaghetti is, vraag ik aan de keuken om het menu te veranderen. Het zijn net die kleine zaken die een verschil kunnen maken.” Maar ze vermijden de moeilijke onderwerpen niet, benadrukt de directeur. “We vragen altijd wat er gebeurd is thuis.”

Omdat de leefruimte van de jongens die er al woonden nu gebruikt wordt voor de nieuwe kinderen, is er een kamer ingericht aan de andere kant van het huis. Met een groot tv-scherm dat de vzw net cadeau heeft gekregen. Twee jongens zijn aan het gamen, een derde speelt keyboard. “Hier gaat het voorlopig goed,” zegt Christiaen. “Maar we horen ook van voorzieningen waar ze met een volle leefgroep zitten en de jongeren niet meer naar huis kunnen en geen sportactiviteiten buiten meer kunnen beoefenen. Ik kan je verzekeren dat met een groep van acht adolescenten met een probleem het allesbehalve makkelijk is om na drie weken opsluiting de rust te bewaren.”

Steeds meer jongeren lopen dan ook weg uit de voorzieningen, weet Christiaen. En de agressie neemt toe. “Het wordt een enorme uitdaging om zo’n groep jongeren nog drie weken binnen te houden.” Net als veel anderen, hopen de hulpverleners dat de coronamaatregelen na de paasvakantie wat versoepeld kunnen worden. “Iedereen in de jeugdzorg doet keihard zijn best om het leefbaar te houden. We redden ons. Maar het blijft behelpen.”

De solidariteit maakt dan weer veel goed, besluit Perneel. “De scouts hebben een schommel in elkaar gezet, een kok die zijn zaak moest sluiten, zorgt voor de maaltijden in de weekends en het Vrij Technisch Instituut Brugge heeft mondmaskers voor de kinderen gemaakt. Dat houdt de moed erin.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234