Dinsdag 13/04/2021

Noodbrug bouwen naar de sterren

Veertig jaar geleden, in de nacht van 20 op 21 juli 1969 zette Neil Armstrong de eerste menselijke voet op de maan. Sindsdien is de NASA ter plaatse blijven trappelen, vindt Tom Wolfe.

Wel, het was een kleine stap voor Neil Armstrong, een grote sprong voor de mensheid en een echte schop in het kruis van NASA. Het Amerikaanse ruimteprogramma, de grootste, indrukwekkendste, meest bezielende - stoort het als ik ook ‘goddelijke’ zeg? - zoektocht in de wereldgeschiedenis, was geen lang leven beschoren. Er kwam een einde aan op 20 juli 1969, precies om 22u56 New Yorkse tijd, toen de commandant van Apollo 11, Neil Armstrong, voet zette op de maan.Zoals vele andere jongeren in die tijd, was ik gefascineerd door astronauten na Apollo 11. Als iemand me in juli 1969 had verteld dat die kleine stap van Neil Armstrong en die grote sprong voor de mensheid eigenlijk klonken als de baar-dragers die zich naar de rand van het graf begaven, dan had ik mijn ogen afgewend en vol medelijden het hoofd geschud. “Die arme man is niet goed wijs”, had ik gedacht.Waarom? Een man op de maan was slechts het begin. De maan was niks anders dan een satelliet van de aarde. De verkenning van de planeten, dàt zou pas het grote avontuur worden. Eerst Mars, daarna Venus, dan Pluto. Wij Amerikanen zouden pas stoppen wanneer we het volledige zonnestelsel hadden verkend. En daarna de verdere melkwegen.NASA was sindsdien al lang klaar om mensen naar Mars te sturen, te beginnen met bemande verkenningsvluchten in 1975. Wernher von Braun, de Duitse raketgeleerde die in 1945 onze kant had gekozen, was meteen beginnen werken aan een bemand project richting Mars. In 1952 publiceerde hij in het Amerikaanse magazine Collier’s Weekly een reeks artikels over zijn project, met als titel “Man will conquer space soon”. De reeks veroorzaakte heel wat sensatie. Hij stond op de voorste rij toen NASA in 1961 het Empireproject lanceerde, dat leidde tot werkplannen voor een bemande missie naar Mars. Na het epos, de saga, de triomf van het Apolloproject, was Mars de volgende logische stap. NASA en von Braun hadden enkel nog de zegen nodig van de Amerikaanse president en het congres en hun groot avontuur kon beginnen. Waarop zouden ze wachten om groen licht te geven?

Ontslagen bij de vleet

Maar drie maanden na de lancering, in oktober 1969, was ik aan boord van een tourbus van NASA op de lanceerbasis van Cape Kennedy in Florida. De begeleider was een grote, mooie man van eind dertig, die er maar niet in slaagde om zijn toeristen fatsoenlijk te vertellen wat er te zien was. Hij was zo’n slechte gids, dat ik het niet kon laten om op het einde van de tour een gesprek met hem aan te knopen.Echt, hij was niet in de wieg gelegd voor die baan. Hij was een ingenieur en had tot voor kort als warmteschildspecialist gewerkt bij de NASA. Als gevolg van een onvoorstelbare reeks ontslagen was ook hij zijn baan verloren. De situatie was zo erg dat hij blij mocht zijn met een troostprijs als begeleider van de tourbus. Terwijl Neil Armstrong en zijn twee collega-astronauten, Buzz Aldrin en Mike Collins, aan hun wereldtournee bezig waren, barstte het onvervangbare - onvervangbare! - team van gemotiveerde ruimtewetenschappers van NASA uit elkaar, in ontelbare richtingen.Hoe is het zover kunnen komen? Achteraf gezien ligt het antwoord voor de hand. NASA had geen team van filosofen aangeworven. Zodra de Sovjets in 1957 Spoetnik I in een baan om de aarde brachten, zagen alle presidenten - Eisenhower, Kennedy en Johnson - de zogenaamde ruimtewedloop maar als één ding: een militaire strijd. Met Apollo 11 hadden we uiteindelijk de grote race gewonnen, door voor het einde van het decennium een man tot op de maan te brengen en terug veilig naar de aarde.Iedereen, ook het Amerikaanse congres, liet zich op die julidag in 1969 leiden door de adrenaline. Maar daarna begonnen congresleden zich iets af te vragen: waar ging deze ruimterace echt over? Het was een strijd geweest om het moreel van de Amerikanen en het imago in het buitenland op te krikken. Ok, we hebben gewonnen, maar onze overwinning had geen enkele tactische militaire betekenis. En over hoeveel budget beschikte NASA niet? Hoeveel zevengangenmenu’s kon je daar niet voor verorberen? En ze hebben dat geld niet meer nodig! Het jaarlijkse budget van NASA ging als een pijl naar beneden: van 5 miljard dollar in het midden van de jaren 1960 tot 3 miljard dollar tien jaar later. En toen werd het gebrek aan filosofen bij NASA een tastbaar probleem. Eigenlijk had NASA slechts één filosoof in dienst, Wernher von Braun. Op het einde van zijn leven, toen von Braun wist dat hij zou sterven aan kanker, werd hij erg contemplatief. Ik hoorde hem toevallig spreken tijdens een diner dat ter ere van hem georganiseerd werd in San Francisco. Hij had het over de werkelijke inhoud van het ruimteprogramma. Het is lang geleden, maar ik herinner me nog dat hij iets zei in de trant van: “We leven op een planeet die om de zon draait. De zon zelf is een ster die vuur heeft gevat en ooit opgebrand zal zijn, waardoor leven in ons zonnestelsel onmogelijk wordt. Daarom moeten we een brug bouwen naar de sterren, want voor zover we weten, zijn we de enige bewuste schepsels in het hele universum. Wanneer beginnen we aan de bouw van die brug naar de sterren? Zodra we kunnen, en dat is nu. We mogen niet falen. We hebben de verplichting om het betekenisvolle leven dat we kennen, te vrijwaren.” Jammer genoeg kon NASA geen woordvoerder en groot filosoof aanstellen die in het verleden nog tot de hogere orden van de Nazi Wehrmacht had behoord en met een zwaar Duits accent sprak. Bijgevolg heeft NASA de afgelopen 40 jaar enkel de tijd gedood met een reeks projecten in de omloop om de aarde. Skylab, het gemeenschappelijke project met de Apollo en de Soyuz, het internationale ruimtestation ISS en de spaceshuttle. Die programma’s vergden evenveel moed en briljante engineering als de bemande programma’s die hen voorafgingen. Maar ze hadden als voornaamste doel om het Kennedy Space Center en het Johnson Space Center in Houston draaiende te houden.

Missie naar Mars

Gedurende 40 jaar al weet iedereen bij NASA dat een bemande missie naar Mars de volgende logische stap is, maar telkens wanneer er een aanzet was, hebben de verschillende presidenten en congresleden er maar weinig aandacht aan geschonken. Zelfs nu ligt er een voorstel op tafel, dat geen schijn van kans maakt door de economische crisis.Wat NASA nu nodig heeft, is de kracht van het woord. Darwin gebruikte het woord om een revolutionaire en vrijwel universele voorstelling te maken van de aard van mensen, of eerder van menselijke beesten. Dankzij het woord van Freud vinden er waarschijnlijk op elk moment verschillende miljoenen orgasmen plaats die nooit hadden plaatsgevonden als Freud niet had geleefd. Dat het bewezen is dat Freud een kwakzalver is, doet niks af aan de kracht van zijn woord.Op 20 juli 1969 had NASA bovenal het woord nodig. Maar daarvoor hadden de ingenieurs bij NASA geen specificaties. Het is op dit moment de enige manier om het ware lot van NASA terug te vinden, namelijk bruggen bouwen naar de sterren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234