Dinsdag 07/04/2020

Coronavirus

Nood breekt wet in coronatijden. Loert de dystopie dan niet om de hoek?

Still uit ‘Blindness’ (2008), de film werd gebaseerd op de dystopische roman ‘De stad der blinden’ van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago.Beeld RV

Terwijl drones ons aanmanen om vooral niet op straat te komen, slaan we in de supermarkt een immense voorraad wc-papier in. Door de drastische maatregelen van de overheid en de eigenaardige angsten van de burger lijkt het coronavirus ons te hebben meegesleurd in een dystopisch sciencefictionverhaal.

“Als we niet volledig als mensen kunnen leven, laten we er dan tenminste alles aan doen om niet volledig als dieren te leven.”

Dat is de leuze van het naamloze hoofdpersonage uit De stad der blinden (1995), een roman waarin een volledige stad wordt getroffen door een epidemie die de inwoners blind maakt. De blinden worden in gedwongen quarantaine geplaatst, waar elk spoor van menselijke beschaving al snel lijkt te verdwijnen.

De stad der blinden, één van de bekendste werken van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago, is één van de titels die vaak worden genoemd in de context van de coronacrisis. Nu verschillende landen zich genoodzaakt zien om drastische maatregelen te nemen in de hoop de uitbraak van het coronavirus in te dijken, lijken immers heel wat plotelementen uit dystopische en postapocalyptische romans, films en tv-series plots een onderdeel van de dagelijkse realiteit te worden.

Dat beelden van een open massagraf in China, die uit de negen jaar oude film Contagion komen, al snel op het internet circuleerden en als authentiek werden voorgesteld, is veelzeggend: alsof de fictie op de feiten vooruit loopt.

Neem Israël als voorbeeld. Daar kondigde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in een videotoespraak aan dat er vanaf deze week uitzonderlijke cybersurveillance-maatregelen gelden. Zo zullen de Israëlische autoriteiten gedurende dertig dagen de mobiele telefoongegevens zowel van mensen die drager zijn van het coronavirus als van mensen die ervan verdacht worden drager te zijn van het virus in de gaten houden.

Maar ook bij ons worden burgers steeds meer geconfronteerd met facetten of elementen die we tot vier weken terug vooral met sciencefiction associeerden. Wie had gedacht dat we het onderwijs in één week tijd helemaal digitaal zouden organiseren? Wat zouden we vier weken geleden gedacht hebben van een patrouillerende drone in Brussel? En zouden we geapplaudisseerd hebben voor een land als Denemarken dat mensen – op straffe van boete – verplicht om een coronatest af te nemen?

Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke maatregelen. En zulke maatregelen doen al snel denken aan romans als 1984 van George Orwell of Wij van Jevgeni Zamjatin. “Het collectief wordt nu opnieuw voorop geplaatst. De bewegingsvrijheid van burgers wordt hevig ingeperkt, op straffe van boetes, zelfs. En in Zuid-Korea worden de persoonlijke netwerken van de burgers in kaart gebracht, om het coronavirus in te dijken. Dat doet denken aan een dystopisch narratief”, zegt literatuurprofessor Kevin Absillis (Universiteit Antwerpen). Hij doceert over utopische en dystopische literatuur.

“We leven vandaag in het ongewisse”, zegt technologie-filosoof Ben Caudron (Erasmushogeschool Brussel). “We weten allemaal wanneer de coronacrisis begonnen is. Maar net zoals in een echte oorlog weten we niet wanneer die zal eindigen.”

Collectieve irrationaliteit

Die onzekerheid zorgt voor situaties die we tot voor kort vooral met sciencefictionverhalen associëren. En wat doen mensen in romans en films zodra er buitenaardse wezens, een op hol geslagen artificieel intelligente computer of een virus het op de mensheid gemunt hebben? Hamsteren, vluchten en vooral aan zichzelf denken.

“Crisissituaties zoals we die vandaag met het nieuwe coronavirus ervaren, maken geen deel meer uit van het collectief geheugen”, zegt Caudron. “Mijn stokoude moeder, die de Tweede Wereldoorlog meemaakte, weet wat een crisis is. Die blijft hier rustig onder.” Zij die de Tweede Wereldoorlog niet mee maakten, hebben dat referentiekader niet. En dan gebeuren er gekke dingen.”

“Wat we zien is collectieve irrationaliteit. Ik weet niet welke gek begonnen is met wc-papier te hamsteren, maar hij heeft er anderen toe aangezet. We denken niet meer na. En we doen graag alsof we solidair zijn, maar als het erop neer komt, gaan we in de supermarkt op de vuist voor die rol wc-papier.”

Dat iedereens voornaamste bezorgdheid het aanleggen van een voorraad wc-papier lijkt te zijn, kun je bijna lezen als een opvallend plotelement in het sciencefictionverhaal dat nu plots werkelijkheid lijkt te worden. “Je kunt je dan ook afvragen: de mensen die nu een jaarvoorraad wc-papier inslaan, hebben zij te veel van zulke films en series gezien? Denken ze dat de apocalyps nakende is en dat je die toch beter met propere billen beleeft?”, zegt Absillis. “Ik denk dat de paniek die je nu soms ziet toch iets complexer is dan dat. Maar de makers van die verhalen gebruiken wel de angsten die op dit moment in onze samenleving leven.”

Die angsten komen niet zozeer uit dystopische verhalen, maar meer uit postapocalyptische vertellingen. “In postapocalyptische fictie komt een menselijk samenlevingsmodel helemaal op de helling te staan, door een oorzaak die van buitenaf komt, een oorzaak die aan de menselijke controle ontsnapt”, legt Absillis uit. “Dat kan gaan van buitenaardse wezens tot een ziekte of een plaag. Omdat je het niet kunt controleren, ontstaat er angst en paniek, die de samenleving ontwricht.”

Andrew Lincoln als 'The Walking Dead'-personage Rick Grimes .Beeld Gene Page/AMC

Geen controle

Een aantal beroemde films en tv-series vertrekken van die premisse: een plaag die de mensheid bijna volledig uitroeit, waardoor die helemaal op zichzelf wordt teruggeworpen. Absillis: “Kijk naar The Walking Dead: die serie begint ook met een virus, waardoor mensen sterven en terugkeren als zombies. In geen tijd leidt dat virus de apocalyps in. De overlevers worden op zichzelf teruggeworpen en moeten een nieuwe samenleving proberen op te bouwen. Het interessante is: na twee seizoenen komt de bedreiging niet meer van het virus of van de zombies: die zijn dan vooral meubelstukken en worden nu en dan ingezet voor spectaculaire scènes. De bedreiging komt vooral van de mensen zelf, van de onderlinge spanningen. In dat kader kun je ook het coronavirus zien. In zekere zin zitten we nu in een situatie waar de mens weinig of geen controle over krijgt, en dat is heel bedreigend en angstaanjagend.”

Om aan die dreiging en angst te ontsnappen, zijn we kennelijk bereid ons aan verregaande maatregelen – zoals drones in het straatbeeld – aan te passen. “De keuze voor de mensheid lag tussen vrijheid en geluk”, schreef Orwell in 1984, “en voor de grote meerderheid van de mensheid, was geluk een betere keuze.”

Een dilemma waar privacy-activist Matthias Dobbelaere-Welvaert al jaren tegen vecht. “Tot voor de coronacrisis vocht ik tegen de valse paradox: veiligheid versus privacy. Voorstanders van ANPR-camera’s en body cams argumenteerden altijd: wie een veilige samenleving wil, moet daar een deel van zijn privacy voor opgeven. Die valse tegenstelling is nu nog straffer. Voorstanders van surveillancetechnologie zeggen nu: voor je gezondheid ben je toch bereid een deel van je privacy op te zeggen. Maar opnieuw: het blijft een valse tegenstelling. Ik zou liever overheden zien die meer inzetten op burgerschap.”

Niet iedereen bekijkt het zo pessimistisch. Volgens cultuursocioloog Walter Weyns (UAntwerpen) kan het schokeffect van het coronavirus er ook voor zorgen dat we net niet in een samenleving zoals die in Minority Report getoond wordt belanden. “Wie weet groeit er dankzij die aardverschuiving ook in één keer bewustwording. Wanneer maatregelen gestaag toenemen waardoor we naar een surveillance-samenleving opschuiven, zou het kunnen dat we die verandering in de tijd met moeite waarnemen en er haast blindelings in meegaan. Nu is die verandering zo groot dat we ons collectief vragen stellen.”

Valt er iets te leren? 

Wellicht worden we dus toch niet meteen wakker in de realiteit van 1984 of in het universum waarin The Walking Dead zich afspeelt. Kunnen we dan iets leren uit die verhalen? Helpen zij ons om deze crisis onder controle te krijgen? “Dat denk ik niet”, zegt Absillis. “Wat er in die verhalen gebeurt, is bigger than life. In vergelijking daarmee is de situatie die we nu beleven redelijk kleinschalig. Maar al die verhalen vertellen ons wel wat over de collectieve angsten van onze samenleving, en over de collectieve hoop.”

“In tijden als deze zie je bijvoorbeeld de negatieve eigenschappen van de mens terugkomen: de ieder-voor-zich-mentaliteit herken je bij mensen die hamsteren in de supermarkt of massaal mondmaskers inslaan om ze aan woekerprijzen te verkopen op 2dehands.be. Tegelijk zie je dat zo’n crisis ook veel solidariteit teweegbrengt: WhatsApp-groepen om elkaar te helpen bij boodschappen of kinderopvang te regelen. Dat zie je ook bij de personages in een reeks als The Walking Dead: er zijn asociale egoïsten en er zijn solidaire helden. Zowel het slechtste als het beste uit de mens komt naar boven.”

Dat is uiteindelijk ook wat José Saramago beschreef in De stad der blinden. “Bij de collectieve catastrofe van een totale blindheid, komt alles naar boven: positief én negatief”, vertelde hij in 2008 aan The Guardian. “Het is een portret van hoe we zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234