Dinsdag 31/01/2023

ColumnLize Spit

Nog voor de acteur begint te praten, zie ik tussen zijn voeten een felrode pluis

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit (Het smelt, Ik ben er niet) schrijft over haar leven.

Lize Spit

Om me te troosten nadat mijn lievelingstrui door een verkeerd wasprogramma is gekrompen tot Playmobil-formaat doet R. me een nieuwe cadeau. We kiezen een felrood pluizig exemplaar, met een zachtheid die ik alleen ken van de haast doorzichtige donshaartjes op het voorhoofd van pasgeboren baby’tjes. Goedkoop is hij niet, dan moet het wel goede kwaliteit zijn. Na het passen wil ik ’m eigenlijk niet meer uitdoen, maar besluit hem te bewaren voor een feestelijk moment. De opgevouwen trui krijgen we mooi ingepakt in kalkpapier mee. Terwijl R. afrekent (dankjewel R.!), sta ik voor de spiegel een felrood draadje uit mijn oog te vissen.

Dat ene pluisje was slechts een voorbode, een waarschuwing, zo blijkt, wanneer een week later het moment aanbreekt waarop ik de trui echt ga dragen. “Onmogelijk hiermee onverdacht een moord te plegen”, zegt R. wanneer we aan het einde van die dag naar bed gaan, wijzend naar de rode sporen die deze trui overal heeft achtergelaten.

Hij heeft gelijk, en die moord zit er de rest van de week ook niet in: in de hoeken van alle kamers bollen felrode verdachtmakingen op, uit de oppervlakte van de melk die ik opwarm om pudding te maken moet ik met de vork rode pluizen opvissen, daar waar ik deodorant heb aangebracht merk ik plots rode haargroei, in de hoeken van de lift liggen rode wolkjes, de afvoer van het bad bevat genoeg voor een clownspruik, het witte aanrecht heeft nadat ik het geveegd heb plots last van baardgroei. De rode pluizen blijven maar komen, alsof we deel uitmaken van één grote haarbal die straks door ons huis uitgekotst zal worden.

Meermaals sta ik stil op de stoep, om met behulp van mijn camera en een met speeksel bevochtigde vingertop zo’n tot ader gecamoufleerd rood strengetje van mijn oogbol te plukken.

De kleur rood krijgt iets vermoeiends, iets benauwends, omdat ze gelijkstaat aan een heel concreet controleverlies, een proces dat ik niet kan tegenhouden. Op den duur is het een wonder dat er nog trui over is om aan te trekken, dat niet enkel het elastiek in de kraag en mouwen overblijft. Wassen durf ik hem al helemaal niet.

Aan het einde van de week gaan we naar een theatervoorstelling. Door de regen wandelen we naar de schouwburg. De trui is ondanks z’n kaalheid wel nog lekker zacht en warm.

Terwijl ik tussen de klapstoeltjes mijn regenjas uittrek, dwarrelen verschillende rode vlokken in het rond. Om de andere bezoekers niet de indruk te geven dat er hier tijdens de lange coronastilstand tussen de stoelen een kleurrijke hondenkapsalon uitgebaat werd, raap ik alle proppen bij elkaar en steek ze in m’n jaszak.

De lichten doven, de acteur komt op, neemt plaats vooraan op het podium. Nog voor hij begint te praten, zie ik tussen zijn voeten een felrode pluis.

Het is het rode stuk plakband dat aangeeft waar de man precies moet plaatsnemen om zijn monoloog te voeren, dat besef ik even later ook wel, maar de schok heeft al plaatsgevonden, en eigenlijk wil ik opstaan om het te gaan weghalen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234