Maandag 22/07/2019

Weer

Nog meer wolkbreuken aan de horizon door 'luie straalstroom'

Wateroverlast ten gevolge van hevige onweders, hier in Genk eerder deze week. Beeld Photo News

De voorbije dagen werden we vergast op wolkbreuken, onweders, modderstromen, en natte voeten. Wen alvast maar aan dat beeld. En zaai intussen wat gras in uw tuin.

'Code oranje', waarschuwde het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI). En gelijk had ze. Vraag maar aan de inwoners van Kortenberg en Steenokkerzeel, die donderdagavond en nacht de rekening gepresenteerd kregen. In Aalter viel dan weer 82 liter water per vierkante meter op anderhalf uur tijd. Eerder op de week hadden ook al Henegouwen en Limburg te kampen met hevige onweders. En het is nog niet voorbij: ook volgende week kunnen we weer onweer verwachten.

"Onweders in mei zijn niet abnormaal", zegt VTM-weervrouw Jill Peeters. "Maar doorgaans veroorzaken ze wel meer overlast dan diezelfde buien in de zomermaanden of het najaar." Dat heeft voornamelijk te maken met de rijkere vegetatie die in de zomermaanden aanwezig is. De akkers staan in bloei, waardoor er minder modderstromen voorkomen bijvoorbeeld.

"Tegelijk komen we uit een uitzonderlijk droge periode", zegt Peeters. "Daardoor is de ondergrond harder dan normaal. Wat maakt dat het water moeilijker kan doorsijpelen. Die combinatie van vegetatie, droogte en uiteraard onze enorme verstedelijking maakt dat een onweer een dergelijke impact heeft."

Professor Jan Diels, van de afdeling Bodem- en Waterbeheer aan de KU Leuven beaamt. "De 'verzegeling' van het landschap maakt de waterafvoer problematisch."

Wolkbreuken kunnen overal plaatsvinden, maar het bodemgebruik en de grondwaterstand zijn wel lokaal. En de omgevingsfactoren. Dorpen met heuvels en woningen in het dal, vlak bij een beek. Zo'n gebied loopt extra risico. En dat geldt ook voor gebieden met een hoge grondwaterstand. De bodem daar is niet in staat veel extra water op te nemen. In Vlaanderen lopen volgens de Vlaamse Milieumaatschappij ongeveer 80.000 woningen een middelgrote tot grote kans op overstromen, louter door hun ligging.

"Ons land moet de verhardingen anders gaan ontwikkelen", zegt Diels. Je kunt parkings bijvoorbeeld een andere meer doordringbare ondergrond geven. Of groendaken in de steden, die zorgen voor wateropvang. Ook een gescheiden waterafvoer, waarbij we het propere hemelwater opslaan, en het vervuilde afvalwater gescheiden afvoeren, zou kunnen helpen." 

Diels beseft dat dit op zich geen nieuws is. "Alleen stel ik vast dat er te weinig snel werk wordt gemaakt van dit alles. Terwijl we weten dat dergelijke onweders in de toekomst veelvuldiger gaan plaatsvinden." Dat heeft te maken met de temperatuurstijgingen. "Hogere temperaturen veroorzaken meer vocht", weet Diels. "Vandaar de klassieke onweders in de tropen, met hun hogere intensiteit."

'Snelweg in de lucht'

Of die buien bij ons zelf misschien uitzonderlijker zijn, daar kun je weinig zinnigs over zeggen, aldus Jill Peeters. "Er zijn simpelweg geen statistieken voorhanden. Je moet dus over langere tijd gaan zien naar trends en weerpatronen. En dan zien we wel dat de weerextremen toegenomen zijn. Als het droger is, dan is het extreem droog, als het regent, dan regent het extreem." 

Die klimaatverstoring heeft dan weer te maken met wat Jill Peeters de "luie straalstroom" noemt. De straalstroom is in wezen de snelweg waarlangs de lucht wordt aangevoerd, zo'n tiental kilometer boven ons hoofd. "Wat we zien is dat die straalstroom grotere golfbewegingen maakt, waardoor de weerpatronen langer blijven hangen, wat die extremiteiten verklaart."

Dat die motor van de straalstroom wat hapert heeft dan weer te maken met de temperatuurverschillen tussen de noordpool en de evenaar. "Hoe groter die verschillen, hoe sneller de motor draait, en hoe sneller de lucht wordt aangevoerd. Omgekeerd, hoe trager de motor draait, hoe trager de lucht wordt aangevoerd. Op de noordpool stijgt de temperatuur sneller dan aan de evenaar, wat maakt dat de verschillen in temperatuur afnemen, de motor wordt dus trager. Wat de extremen in het klimaat veroorzaken", schetst Peeters.

Michelle Talsma van de Nederlandse Stichting Toegepast Waterbeheer: "Wetenschappers zien bijgevolg de extreme buien die voorheen eens in de 200 tot 500 jaar voorkomen, nu vier tot vijf keer zo vaak neerdalen. Dat betekent dus eens in de 50 tot 100 jaar", zegt ze aan Trouw. Sleep die zandzakjes alvast maar aan. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden