Zondag 13/06/2021

Nog meer nouveautés uit de Franse literatuur

voor u gewikt en gewogen door Dirk Leyman & Wineke de Boer

Irène Némirovsky schildert portret

van handelaar in valse hoop

Irène Némirovsky

De gelukzoeker

Oorspronkelijke titel: Le Maître des âmes

Vertaald door Pauline Sarkar

De Geus, Breda, 222 p., 19,90 euro.

Sinds de postume verschijning van Suite Française en de daaropvolgende bekroning met de Prix Renaudot in 2004, is het met de belangstelling voor leven en werk van de Frans-Joodse schrijfster Irène Némirovsky (1903-1942) voortdurend crescendo gegaan. Het ophefmakende boek over de Franse omgang met de nazi-inval, dat zestig jaar lang in een koffer bij haar dochter Denise Epstein lag te beschimmelen, groeide uit tot een wereldwijde bestseller. Begrijpelijk dat uitgevers almaar dieper zijn beginnen te spitten in het 'officiële' oeuvre van Némirovsky, die in 1919 met haar familie vanuit Oekraïne in Parijs belandde en in 1942 om het leven kwam in Auschwitz. Tijdens het interbellum gooide ze als auteur hoge ogen. Romans als David Golder (1929), Le Bal (1930) en Les Mouches d'automne (1931) werden door het Franse publiek verslonden.

Nu is er de vertaling van Le Maître des âmes, een roman die in 1939 onder de titel Les Echelles du Levant merkwaardig genoeg verscheen in het niet onbesproken, licht antisemitische tijdschrift Gringoire. Het boek voert de half Griekse, half Italiaanse immigrant Daria Asfar ten tonele in het Frankrijk van de jaren twintig, waar hij en zijn gezin met de nek worden aangekeken. In zijn onstuitbare drang naar maatschappelijk aanzien neemt de kwakzalver Asfar zijn toevlucht tot steeds driestere trucs om toch maar weelde en rijkdom te vergaren en elke smet van zijn verleden weg te wissen. Eerst vertilt hij zich aan een abortus. Later wordt Asfar een illusionist van de geneeskunde, die de nog jonge psychoanalyse voor zijn heelkunsten aanwendt, zeker als hij zijn strapatsen mag botvieren op de rijke en psychisch weerloze zakenman Philippe Wardes. De zielsgenezer Asfar verloochent zichzelf en scrupules kent hij daarbij niet. De gouden tiara van de rijkdom zweeft voor zijn ogen, met maîtresses en mondaine verzetjes. Némirovsky schildert een handelaar in valse hoop die de ene schuldencascade na de andere opbouwt, maar toch steeds weer op zijn pootjes valt. Némirovsky houdt er in De gelukzoeker een gedreven tempo op na en weeft een wespennest van intriges. Toch is de karikatuur vaak niet veraf en offert Némirovsky psychologische diepgang nogal gemakkelijk op.

Het boek wordt voorafgegaan door een nogal pathetisch, zij het nuttig voorwoord van Némirovskybiografen Olivier Philipponnat en Patrick Lienhardt, waarin ze analyseren hoe de schrijfster voor de oorlog soms voor de kar werd gespannen van antisemitische stromingen, omdat ze de Joden in haar werk niet altijd fraai afschilderde, zoals hier met de oriëntaalse Jood Afras. Ze argumenteren dat dit paste in haar soms naturalistische poëtica om "hoofdpersonen naar beneden te halen" en "kleiner te maken". Némirovsky wilde onder geen beding toegeven "aan een hang naar gelikte Joodse romans". De gelukzoeker verstrekte haar tegenstanders ongetwijfeld munitie in die turbulente periode. Het boek - zeker niet haar beste - stoeit bewust met stereotypes en is een Balzaciaanse afdaling in de schijnwereld van een nietsontziend 'wild dier', dat zich wel moet corrumperen om overeind te blijven. (DL)

Klassieke novelle vol broeierigheid

van Roger Martin du Gard

Roger Martin

du Gard

De verdrinking

Oorspronkelijke titel: La Noyade

Vertaling en nawoord

door Anneke Alderlieste

Meulenhoff, Amsterdam, 125 p., 10 euro.

Wanneer de Franse schrijver Roger Martin du Gard in 1937 te Nice verneemt dat hij de Nobelprijs voor Literatuur ontvangt, is hij bezig zichzelf in te smeren met een zalf tegen zijn hardnekkige reumatiek. Hij is zodanig van de wijs van de boodschap dat hij zich snel aankleedt en het hazenpad kiest. Martin du Gard (1881-1958) duikt in een taxi naar Cannes en ontvlucht de journalisten. De kersverse Nobelprijswinnaar brengt de nacht door in een armetierige hotelkamer tegenover het station van Cannes.

Du Gard, van opleiding paleograaf, had toen al furore gemaakt als nauwgezet auteur van de tiendelige familiecyclus Les Thibault en gold lange tijd als een spilfiguur van het Franse literaire leven en bezieler van de Nouvelle Revue Française. Hij was bovendien een boezemvriend van André Gide. Uitgeverij Meulenhoff heeft het uitstekende idee opgevat om deze begaafde maar intussen wat vergeten schrijver uit de lappenmand te halen. Het nu vertaalde De verdrinking is een novelle van welhaast klassieke allure, met een broeierigheid die geleidelijk overslaat in beklemming, als een strop die om de nek wordt gesloten. Het verhaal is gelicht uit zijn grote maar onafgewerkt gebleven roman Luitenant-kolonel de Maumort, maar staat volkomen op eigen benen. De verdrinking biedt inzage in het dagboek van de homoseksuele sergeant en letterenstudent Xavier de Balcourt die in juli 1888 ingekwartierd wordt in het dorpje Auney-sur-Marne en er op noodlottige wijze in de ban raakt van Yves, een altijd glimlachende bakkersjongen met een "open pierrotgezicht". Hij slaagt erin een kamer te veroveren boven de bakkerij waar de leerling werkt, zodat hij toenadering kan zoeken en hem zelfs ongegeneerd bespieden. De atmosfeer in de bakkerswoning is bars en vijandig en de eenzelvige sergeant moet voortdurend op zijn tellen passen. Honoré, de lompe knecht met wie Yves samenwerkt en in dezelfde kamer slaapt, lijkt iets in de gaten te krijgen van de affectie en bejegent de sergeant als een stuk vuil. Het dagboek van de sergeant fluctueert tussen angst en hoop en getuigt van zijn escalerende verliefdheid op Yves, die gedoemd lijkt een "dagdroom" te blijven. Hij beseft maar al te goed hoezeer hij zich op glad ijs begeeft: "Een schandaal op dit moment, in uniform...! De militaire rechtbanken zijn onverbiddelijk! Oppassen, oppassen! Ik moet voortdurend tegen mezelf blijven zeggen dat de kleinste onvoorzichtigheid van mijn kant afgrijselijke consequenties zou kunnen hebben." De weesjongen lijkt intussen niet ongevoelig voor de blijken van genegenheid van de sergeant en een keer komt het werkelijk tot tersluikse lichamelijkheden en een kus. Maar met lede ogen ziet de sergeant hoe Honoré én de omstandigheden in het bekrompen dorp elke verdere toenadering dwarsbomen. Wanneer hij er uiteindelijk toch in slaagt om met Yves een afspraak te maken langs de waterkant, komt het tot een drama, in een tafereel dat de lezer werkelijk kil om het hart slaat en een niet minder enerverende nasleep krijgt. Schuldgevoelens, verantwoordelijkheidsgevoel en de drang om zijn hachje te redden, zitten elkaar bij Balcourt in de weg. Du Gard leidt zijn navrante novelle met volmaakte beheersing en maximaal effect naar het einde. Het maakt ons ontzettend benieuwd naar de integrale vertaling van Luitenant-kolonel de Maumort, die dit najaar verwacht wordt. (DL)

Typisch Frans verhaal van Muriel Barbery wacht op verfilming

Muriel Barbery

Elegant als een egel

Oorspronkelijke titel: L'Elégance du hérisson

Vertaald door Edu Borger

Prometheus, Amsterdam, 314 p., 21,95 euro

Op de middelbare school vertelde mijn lerares Frans over een typisch Frans fenomeen: de conciërge. De Franse conciërge heeft altijd een rothumeur, draagt vormeloze vesten in een onbestemde kleur, stooft haar cassoulet vanaf 's ochtends vroeg en houdt vanuit haar loge, vanachter een groezelig gordijntje, iedereen in de smiezen. En dat laatste is nog wel het ergste: niets gaat aan haar priemende opmerkzaamheid voorbij.

Ik kan me nauwelijks voorstellen dat deze conciërges nog bestaan, maar schrijfster Muriel Barbery maakte zo'n type tot hoofdpersoon van haar nieuwe roman Elegant als een egel. Deze Madame Michel is voor 'haar' bewoners in het luxueuze herenhuis midden in Parijs een voorbeeldige conciërge, met een glazige blik, traag sloffend en omgeven door een walm van opgewarmde koffie. Maar achter dit voorkomen schuilt een intelligente vrouw die al haar vrije tijd doorbrengt met literatuur, filosofie, film, muziek en schilderkunst. Terwijl in de voorkamer de televisie tettert, omgeeft Madame Michel zich in haar achterkamer met Japanse films, Kant en Tolstoj.

Barbery, bekend van haar succesvolle debuut De delicatesse over een culinair recensent (die in dit boek een cameo maakt), voert tegelijk met de conciërge een twaalfjarig hoogbegaafd meisje op. Deze Paloma bewoont met haar lawaaierige en domme familie een van de appartementen. Ze is van plan zelfmoord te plegen. Om zichzelf op andere gedachten te brengen houdt ze een schrift bij met 'diepzinnige gedachten' over de schoonheid van het leven. De combinatie van filosofische bespiegelingen van de conciërge en de zenachtige gedachten van het meisje, zijn zo typisch Frans dat je de verfilming van Jean-Pierre Jeunet (van Le fabuleux destin d'Amélie Poulain) al bijna voor je ziet.

Die film is er nog niet (aan het script wordt gewerkt), maar mocht het zover komen, dan komt Barbery's originele idee daarin vast beter uit de verf dan in haar boek. De driehonderd pagina's die ze gebruikt zijn nodig om het verhaal reliëf te geven, maar maken het over zijn geheel genomen ook zwaar en traag. (WdB)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234