Vrijdag 03/04/2020

Essay

Nog lang niet klaar met klaarkomen

Beeld thinkstock

Eindelijk een biologische verklaring voor het vrouwelijk orgasme! Het homogen bijna ontrafeld! Transgenders worden zo geboren! Of dat willen we toch graag geloven. Maar waarom? Er is ook nog zoiets als kiezen, toch? 

Eindelijk, jubelden kranten en tijdschriften deze week, het mysterie is onthuld. Eindelijk weten we waarom vrouwen klaarkomen! Het vrouwelijk orgasme verwart al eeuwen, want anders dan bij mannen komen er toch kinderen van, klaarkomen of niet. Waarom moet al dat extatisch stuiptrekken dan toch?

Evolutiebiologen van Yale hebben nu dus, zo poneren ze, het orgasme netjes in de evolutieleer weten te passen. Conclusie van hun onderzoek: bij onze zoogdier-voorouders triggerde het orgasme hormonen die de eisprong snel in gang zetten. De mens is later zo geëvolueerd dat de vrouw elke maand vanzelf ovuleert en die trigger dus niet meer nodig is. Het orgasme is een fossiel uit de tijd dat het wel nog onontbeerlijk was om tot bevruchting te komen.

Klinkt plausibel, maar eigenlijk niet veel meer of minder plausibel dan de theorieën van collega-evolutiebiologen. Een kleine greep uit het aanbod: het vrouwelijk orgasme is uitstekend voor het gestel. Het is leuk en zet vrouwen aan tot neuken, wat het voortbestaan van de soort ten goede komt. Het doet vrouwen kiezen voor begaafde, behendige mannen die dus goede genen hebben. De contracties van vagina en cervix leiden het sperma netjes de baarmoeder in. De hormonen die vrijkomen, smeden een diepe band met de partner. 

Allemaal best overtuigende redenen om de vrouw in je bed niet zomaar vol te spuiten, maar tot een climax te wrijven. Maar biologe en wetenschapsfilosofe Elisabeth A. Lloyd nam in haar boek The Case of the Female Orgasm: Bias in the Science of Evolution een hele stapel evolutionaire theorieën kritisch onder de loep. De meeste rammelden stevig: onderzoekers baseren hun bevindingen op studies met erg weinig proefpersonen, of ze vertrekken van kortzichtige hypotheses. 

Het probleem, betoogt Lloyd, is dat onderzoekers verblind zijn door hun verlangen een duidelijke evolutionaire functie te vinden. Zij stelt dat die er niet is: vrouwen kunnen klaarkomen omdat in de baarmoeder de zenuwbanen worden gelegd nog voor hormonen bepalen of er zich een kleine penis of een clitoris zal ontwikkelen. 

Omdat het in een andere genetische constellatie ook een penis had kunnen worden, wordt de clitoris een groot, intern orgaan dat zich rond de vagina slingert en boven de vulva even buiten komt piepen, dus zo bedraad dat het orgaan een orgasme kan opwekken. Niet strikt genomen noodzakelijk, maar net zoals mannentepels een bijproduct van de embryonale ontwikkeling, aldus Lloyd. Het heeft geen functie, het voelt gewoon lekker.

Heleen Debruyne.Beeld Wouter Van Vooren

Hormonen voor de foetus

Na het lezen van al die concurrerende theorieën lijkt het mij waarschijnlijk dat al die verklaringen op elkaar inwerken, in de complexe en dus niet zo makkelijk in een narratief te vatten keten van evolutie. Het ontstaan van iets is immers nog niet hetzelfde als waarom het is blijven voortbestaan. Nee, een interessantere vraag vind ik waarom we zo graag een evolutionair-biologische verklaring willen voor het vrouwelijk orgasme, seksueel gedrag waar ook mensen die zich niet met elkaar kunnen of willen voorplanten zich met veel plezier op storten.

Ook voor homoseksualiteit, een in het kader van het voorbestaan van de soort ogenschijnlijk volkomen nutteloze geaardheid, wordt al een paar decennia druk naar biologische oorzaken gezocht. In 2015 verklaarde een team van de Universiteit van California dat ze het homogen eindelijk ontrafeld hadden. Collega-genetici vonden de studie weinig overtuigend. Te klein, te selectief gekozen testpersonen, te moeilijk te reproduceren, verwarring tussen causatie en correlatie. Maar dat hield de kranten niet tegen om het nieuws onder sensationele koppen te verspreiden.

Het 'born this way'-mantra is niet nieuw: vooral in de Verenigde Staten zwaait de politieke homobeweging al jaren met wetenschappelijk onderzoek dat de biologische oorzaken of het evolutionair nut van homoseksualiteit probeert te verklaren. Het homogen, dus, of de populaire 'gay-uncletheorie': kinderloze, homoseksuele individuen zouden goed zijn voor het voortbestaan van de soort, omdat ze het kroost van hun broers of zussen mee helpen voeden en beschermen.

Hoe uiteenlopend de studies naar de biologische of evolutionaire verklaring voor homoseksualiteit ook zijn, in de grond doen ze allemaal hetzelfde. Ze gaan op zoek naar bewijs dat het niet zomaar iets is wat je doet, maar iets dat onlosmakelijk vervlochten is met je wezen. Veel onderzoek naar transgenders probeert hetzelfde te doen. Godzijdank geloven dokters tegenwoordig niet meer de facto dat transgenders sowieso psychisch gestoord, hormonaal verkeerd afgesteld, of in een verknipt gezin groot geworden zijn.

Onderzoekers gaan nu op zoek naar de link tussen welke hormonen in welke hoeveelheid een foetus in de baarmoeder toegediend krijgt en de ontwikkeling van het brein als eerder 'mannelijk' of 'vrouwelijk'.

Homo- en transrechtenactivisten gebruiken die studies vaak om zich te legitimeren. Dat is begrijpelijk, in een wereld die nog steeds uiterst vijandig is voor 'afwijkende, onnatuurlijke seksualiteit', of een frivole 'levenskeuze'. Onderzoek heeft effectief uitgewezen dat wie gelooft dat holebi's of transgenders 'zo geboren zijn', positiever naar hen kijkt. Maar zo'n biologisch geïnspireerd discours is niet altijd onschuldig. Als je geaardheid of je gender in een gen schuilt, waarom dan geen kuur vinden?

Zo gaven de nazi's nogal wat onderzoeksgeld uit aan de zoektocht naar de biologische bron van homoseksualiteit, in een poging dat 'perverse verlangen' te remediëren en het ras zo te vrijwaren van die aberratie. Dat was geen succes, de homo's zijn uiteindelijk en massa in de kampen geëindigd. 

Cultureel bepaald

Een ander, minder duister neveneffect van het geloof dat we 'nu eenmaal geboren zijn zoals we zijn', is dat we geaardheid en gender als een identiteit zien. Seks is niet zomaar iets waar we ons lichaam kreunend voor in bochten wringen, het zegt iets fundamenteels over wie we zijn. Homo zijn, betekent niet alleen dat je copuleert met mensen van hetzelfde geslacht, maar doorgaans ook dat je tot een subcultuur behoort, staat te dansen op de Pride, van bepaalde muziek houdt - dat je gedrag als consument te voorspellen is, ook.

Ons seksuele verlangen, onze vermoede 'ware aard', vormt onze sociale identiteit. Dat is niet altijd zo geweest: in andere tijden of culturen waren of zijn er vaak andere categorieën dan homo, hetero of trans. Neem nu de Hijra, transgenders in Zuidoost-Azië die zich al eeuwenlang noch als man noch als vrouw definiëren. Of de Sambia, in Papoea-Nieuw-Guinea. In een volwassenwordingsritueel moeten jonge jongens daar zaad van rijpe mannen slikken - mannen pijpen, kortom. In onze ogen een erg homoseksuele handeling, maar de Sambia noemen het niet zo.

In Suriname vind je mati's: een woord voor vaak getrouwde vrouwen die zich niet als lesbisch identificeren, maar gewoon seksuele en vriendschappelijke relaties met andere vrouwen onderhouden. Die laatste twee laten zien dat geaardheid de identiteit niet hoeft te kneden, dat je lust kan variëren volgens de sociale situatie waarin je je bevindt.

Of het nu gaat om aandacht besteden aan het vrouwelijk orgasme, mensen van hetzelfde geslacht berijden of de wens om buiten de grenzen van je gender te treden: onze verlangens zijn dus ook, toch minstens voor een deel, cultureel bepaald. Waarschijnlijk niet helemaal, want je kunt je ook de vraag stellen waarom mensen zo vaak hun zogenaamd 'afwijkende' voorkeuren in de praktijk brachten en brengen, tegen vooroordelen en vervolging in. Maar na millennia beschaving is het onmogelijk om nog precies te distilleren wat aangeboren is en wat aangeleerd is.

Die gedachte vinden we ongemakkelijk. Als ons gedrag niet 'natuurlijk' of 'aangeboren' is, vragen we ons af, is het dan wel waarachtig en authentiek? Wat we verlangen, lijken we te willen legitimeren met een soort onbezoedelde nobele wilde, die ergens diep in elk van ons schuilt. De filosoof G.E. Moore had in 1903 al een begrip bedacht voor die denkneiging: 'naturalistische dwaling'. Iemand begaat zo'n dwaling wanneer hij of zij wat goed of juist is verwart met wat natuurlijk is. Maar er is geen enkele logische reden, aldus Moore, om ervan uit te gaan dat het natuurlijke per definitie ethisch of juist is. Het is natuurlijk wel comfortabel om te schuilen achter 'de natuur' en lastig om bewust na te denken over en te kiezen voor hoe je je gedraagt.

Misschien moeten we er ons bij neerleggen dat woorden als 'authentiek' en 'natuurlijk' holle begrippen zijn. Een 'natuurlijke oorsprong' gebruiken om het ene verlangen als legitiemer te bestempelen dan het andere, is dus slordig denken. Of er een gen is dat mensen homo maakt, of transgenders in de baarmoeder gevormd worden en of het vrouwelijk orgasme ergens voor dient: misschien zijn het niet de vragen waar we moeten op focussen. Maar dat we er wel blijven op focussen, zegt veel over hoe ontzettend belangrijk we de zogenaamde 'natuur' vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234