Vrijdag 21/02/2020

Nog 360 minuten scheiden doelman Vedran Runje en Standard van de landstitel

'De landstitel zou veel verschil maken voor de toekomst van Standard. Eindelijk verlost van het stigma van eeuwige loser! Andere clubs zouden dan inzien dat er meer

'Keepen is voor mij een job, meer niet'

Toen de bijbelse Delilah de schaar zette in de lange lokken van Samson, was de arme krachtpatser in één klap al zijn fut kwijt. Maar toen mevrouw Vedran Runje na een weddenschap de wilde haren van haar man afknipte, veranderde dat niets aan zijn prestaties. Geen seconde miste Vedran Runje van de huidige competitie, en trots mag hij zich de minste gepasseerde doelman in de hoogste klasse noemen. Als hij dat nog even volhoudt, kan niemand Standard nog van zijn eerste landstitel sinds 1983 houden.

Valerie Hardie

Vedran Runje (30) heeft het niet zo op de pers begrepen. Maanden was hij onbenaderbaar en beperkte de norse doelman zich tot een vluchtig en plichtbewust knikje. Praten zat er niet in. Tot zijn maatje Milan Rapaic het vissen in Kroatië beu was en met hangende schouders naar Sclessin terugkeerde. De donderwolk op Runjes gelaat klaarde op, al is hij nog steeds niet tuk op interviews. "Er zijn spelers die er meer behoeefte aan hebben om hun gezicht in de pers te zien. En al wat ik lees, is toch niets dan herhaling. Zelfde verhaaltjes, andere namen. Pfff."

Maar Runje, aan zijn vijfde jaar in Luikse loondienst toe, weet ook dat de pers er nu eenmaal bijhoort, zeker als Standard in pole ligt voor de titel. Hij is op de koop toe de minst gepasseerde doelman van het kampioenschap (24 goals in 30 wedstrijden) en de man die op 19 maart het dertig jaar oude clubrecord van monument Christian Piot verbeterde door gedurende 724 minuten - zegt hij zelf, zonder enige aarzeling in zijn stem - zijn netten schoon te houden. Runje grijnst: "Me dunkt dat ik geen presentatie meer nodig heb. Ik heb al meer dan 200 matchen op mijn teller staan bij Standard. Het is ook geen goed teken als ik in de kranten sta, want een keeper komt vooral in beeld als het slecht gaat. En na een nederlaag heb ik sowieso geen zin om te praten."

Dat valt dan mee want de avond ervoor wón Standard (0-1 op Zulte Waregem), al vloog het met die uitslag desondanks uit de beker. Maar Runje kruist zijn armen, trekt zijn ogen smal en kijkt me argwanend aan. "Soms lees ik ook zaken over mijn privéleven die niemand aangaan. Ik steek mijn neus nergens in en daarom stel ik het ook niet op prijs als anderen dat wél doen. Op het veld ben ik een publiek man maar wat ik daarnaast doe, is mijn zaak. (op dreef) Het is net alsof er niets anders op de wereld is dan voetbal. Ik beweer niet dat het onbelangrijk zou zijn maar keepen is niet meer dan mijn job, waar ik voor betaald word. En ik doe het gráág maar als mijn familie het van mij zou eisen, dan stop ik direct. In de eerste plaats ben ik een mens, vader, zoon, echtgenoot, dan pas voetballer. Daarom heb ik een tijdje de media gemeden: ik wilde mijn gezinsleven beschermen. Ik snap ook hoe de pers in elkaar zit: jullie moeten kranten verkopen en zijn uit op sensatie. Maar er valt geen sensatie te rapen, behalve dan op het veld."

Runje mag dan al geen hoge pet op hebben van de pers, hij is op zijn minst rechtuit. Hij kan zijn emoties niet verbergen, net zomin als hij dat tussen de palen kan. Runje zié je niet alleen keepen, je hoort hem ook. Bulderend, met een stem als een klok, vaak ook driftig gebarend, durft hij zijn ploegmaats de huid vol te schelden. Zo kom je dan aan een reputatie van moeilijke speler. Runje kijkt verbaasd: "Moeilijk? Ik? Neen. Ik eis alleen dat iedereen zijn job doet zoals het hoort anders begin je er beter niet aan. Voilà. Soms kankeren we wat op elkaar maar het is er nooit over. Maar als iemand een fout maakt, dan mag ik dat toch zeggen, niet?"

Als een ondeugend jongetje, met kleine glinsterende pretoogjes, zo zit hij nu te grijnzen. "Niets aan te doen dat ik zo emotioneel ben, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Op mijn dertigste kan ik mezelf ook niet meer veranderen (lacht). Het zit in mijn karakter, die passie, die drang om te winnen, om me telkens weer te willen bewijzen. En dan maak ik me al eens kwaad, soms op anderen, maar vooral op mezelf. Maar ik durf toch te zeggen dat ik me voorbeeldig gedraag, want ik mopper nooit op de refs." Een nieuwe grijns. Of is het een stille sneer aan het adres van Conceiçao?

Vedran Runje werd geboren in Sinj, niet ver van Split, een bergdorp dat volgens hem model kon staan voor dat van de striphelden Asterix en Obelix. Zijn vader, die weldra aan zijn pensioen toe is, werkte dertig jaar lang in de omliggende bossen, terwijl zijn moeder aan de kost kwam in een katoenfabriek. In al die jaren heeft hij zijn vader nooit horen klagen, vertelt Runje, hij is dan ook van een veel rustiger natuur. "Maar toch: ik kom uit het zuiden, hé. Dat warme bloed zit in mijn genen. Met de jaren leer je je emoties te beheersen, maar als kind doe je dat niet."

Zodra het kind Vedran tegen een balletje kon trappen, wist het wat het wilde: keepen. Van andere posities droomde hij niet. "Ik kon niet wachten om in de goal te staan. Ik kan niet uitleggen waarom ik dat zo graag wilde. Ik dook en sprong graag, misschien ligt het daaraan. Om een beetje onnozel te doen, quoi." Misschien ook omdat hij opkeek naar zijn helden, Michel Preud'homme en Peter Schmeichel. "Maar ik was er nooit op uit om hen te kopiëren. Ik heb hen bewonderd, maar ik wilde Runje zijn. Intussen heb ik toch een eigen en herkenbare stijl ontwikkeld, denk ik."

Het was zijn landgenoot Tomislav Ivic die Runje naar Standard bracht. Ivic, zelf afkomstig uit Split, zag Runje aan het werk bij Hajduk én bij de nationale beloften. Dat signaleerde Ivic aan zijn goede vriend Luciano d'Onofrio, die toen al - zij het achter de schermen - de touwtjes in handen had bij Standard. In 1998 was de zaak rond en tekende Runje een contract van drie jaar bij de Rouches, waar Ivic trainer was. Het zat Runje niet mee want net in die periode stormde het op Sclessin als nooit voorheen. Zes trainers passeerden de revue en ook de bestuurskamer daverde op zijn grondvesten. "De club wist toen niet wat ze wilde", herinnert Runje zich. "Nieuwe spelers, nieuwe bestuurders, we wisten gewoon niet waar we stonden."

Het laat zich raden dat Runje na drie jaar Luik geen seconde aarzelde toen hij een voorstel kreeg van Olympique Marseille. Twee jaar keepte hij er de sterren van de hemel - tot in de Champions League toe - en ook in zijn derde jaar stond Runje te schitteren. Tot hij op een dag van zijn wolk donderde. Marseillebaas Alain Perrin had namelijk met onmiddellijke ingang Fabien Barthez van Manchester United gekocht en die Franse god duwde Runje zonder boe of ba uit zijn doel. Het was een manoeuvre die Runje tot in het diepst van zijn ziel raakte, maar nu haalt hij zijn schouders gelaten op: "De komst van Barthez was een goede zaak voor het Franse voetbal en een slechte voor het Kroatische. Ik was daar het slachtoffer van. Ook omdat ik bij Mar- seille meer in de spotlights stond voor de nationale ploeg. Dat is het leven: je moet dat aanvaarden, de moed niet opgeven."

Maar Vedran Runje heeft de moed wél opgegeven. De illusie dat hij ooit nog de roodwitte vierkantjes van Kroatië om zijn lichaam zou zien, heeft hij al een tijdje opgeborgen. Op het WK in juni zit Kroatië samen in een poule met Brazilië, Australië en Japan. Een droomloting dus. Runje: "Het zal zonder mij zijn. Ik zal voor de tv zitten, met mijn sjaaltje om. Ik reken echt niet op een selectie. Dat is makkelijker te verteren dan zinloos te hopen en toch maar teleurgesteld te raken." Maar wat als bondscoach Zlatko Kranjcar wél een beroep op hem doet? Of wat als Tomislav Butina niet meer fit raakt? Is het WK dan niet de gedroomde vitrine voor elke speler? Een grijns, de zoveelste. "Ik heb een gordijn voor die vitrine getrokken. Ach, het is al lang zo, ik zie er geen verandering in komen. Of ik een selectie zou weigeren? (denkt na) Dan zou ik eerst toch eens met de trainer praten. Als 35ste keeper meegaan om dan in de tribune te zitten, dat is toch ook niet zo plezant."

Dan is het bij Standard veel plezanter, ook al was de voorbije week er eentje om snel te vergeten. Eruit in de beker en vedette Sergio Conceiçao voor meer dan vier maanden geschorst. "Het spijt me voor Sergio, maar er in de beker uitliggen, doet toch meer pijn. Dat was een doel. Over de schorsing van Sergio kan ik kort zijn: ik vrees dat we gaan afzien zonder hem. Vier maanden omdat hij een truitje naar de ref gooide, dat is toch veel. Alsof hij iemand vermoord heeft. Je mag niet vergeten onder welke druk we staan. Dan kan het al eens gebeuren dat je ongelukkig reageert. Ik wil hem niet goedpraten maar ergens kan ik toch begrip voor hem opbrengen."

Net als alle anderen op Sclessin is niemand boos op de Portugese 'maestro'. Op het landskampioenschap wacht het rode legioen nu al sinds 1983. "Kijk, het zou misschien makkelijker gaan mét Sergio maar we winnen nu ook zonder hem", zegt Runje. "Standard is meer dan één speler, meer dan Sergio, Milan (Rapaic) of Mémé (Tchité). Er zijn nog tien anderen die het verschil kunnen maken. (cynisch) Dat heet dan een ploeg. En als ploeg zijn we in staat van om het even wie te winnen. Ook van Anderlecht."

Het gangbare oordeel is dat het dit jaar nu of nooit is voor Standard, maar daar is Runje het niet mee eens: "Omdat dat impliceert dat we volgend jaar geen enkele kans maken. Feit is dat we er nu goed voor staan maar je moet ons niet meer druk opleggen dan nodig is." Runje weigert om al ver vooruit te kijken, of om te dromen over wat de titel in een explosieve stad als Luik kan teweegbrengen. "Dromen doe ik niet meer. Want dan kun je diep vallen, tot in een depressie. Het enige wat ik hoop, is dat het dan een hels feest zal worden. Voor de toekomst van Standard kan die titel ook veel veranderen, omdat de club dan van het stigma van eeuwige loser verlost zou zijn. Andere clubs zouden dan inzien dat er meer dan twee clubs zijn in België. Maar eerst moeten we dat ijs nog breken."

Over één jaar loopt Runjes contract bij Standard af. Wat erna komt, is een immens vraagteken, waar hij nog niet te veel over wil nadenken. "Wie weet sta ik zoals Preud'homme op mijn 38ste nog te keepen. Op krukken dan (lacht). Ik hoop dat ik nog lang meekan, maar op een gegeven moment moet je toch stoppen: basta, finito." Ook van wat hij gaat doen na het voetbal heeft hij nog geen idee. Het trainerschap spreekt hem niet aan - "een trainer neemt zijn werk mee naar huis".

Voorlopig focust Runje zich op zijn taak bij Standard. Op individuele trofeeën, zoals die van beste keeper van het land, aast hij naar eigen zeggen niet. "Beste keeper, Gouden Schoen: interesseert me niet. Ik reken er niet op want het voetbal is een jungle. Het kan wel plezier doen maar het verandert niets aan het echte doel: de titel. En dat streven we met elf spelers allemaal na. De rest is bijzaak."

dan twee topteams in België zijn' 'Vier maanden schorsing voor Conceiçao omdat hij een truitje naar de ref gooide, dat is toch veel. Alsof hij iemand vermoord heeft. Je mag niet vergeten dat we onder zware druk staan'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234