Vrijdag 03/12/2021

Noem ons maar hardwerkende Vlamingen'

'Ik heb Nederlands geleerd op een kostschool in Turkije. Dankzij de boeken van De rode ridder en de muziek van Clouseau', zegt Bahattin Koçak (34). 'Ik moest in de mijn van Beringen gaan werken. Mijn broer kreeg een diploma, ik street credibility', zegt Selahattin Koçak (36). De laatste schopte het tot schepen voor de sp.a, de eerste werd islamleraar. Twee Turkse broers vertellen over hun jeugd tussen Beringen en Izmir, tussen politiek en geloof.

Interview Filip Rogiers en Walter Pauli

Foto Tim Dirven

De eerste keer dat Selahattin het gevoel had door zijn vader aanvaard te worden, was toen hij bij de opening van de moskee in Beringen een toespraak van de gouverneur mocht vertalen in het Turks. "Hij was altijd zuinig met schouderklopjes, ook al kwamen we thuis met 99 procent op ons rapport. Die dag stond ik voor de moskee en zag ik mijn vader aan iemand in het publiek mij aanwijzen. 'Die daar, dat is mijn zoon.' Hij had zijn trots. Zo nam hij onze stemmen op op een cassetterecorder en hij stuurde dat naar zijn ouders in Turkije. Opa en oma begrepen niets van ons Nederlandse gebrabbel, maar ze waren apetrots."

Integratie gaat van au. Selahattin Koçak heeft een broertje dood aan het Vlaams decretaal jargon over "vooruitgangsrapporten, omgevingsanalyses, kritische succesfactoren, strategische planning". Hij legt het liever op zijn manier uit, een beetje stevaertiaans. "Wij zijn met drie broers en drie zussen en bij ons in de familie kun je de integratie aflezen aan ons liefdesleven van oud naar jong: uitgehuwelijkt, uitgehuwelijkt, zelf getrouwd, zelf getrouwd, en dan is er de jongste, die aan mijn papa zelfs niet eens laat weten met wie hij wil trouwen. Als het gezin Koçak beperkt was gebleven tot de twee oudste broers had je kunnen zeggen: wat een conservatieve Turkse pa. Doordat er nog vier kinderen achter kwamen, werd de familie Koçak toch een schoolvoorbeeld van integratie."

Ook Bahattin deed het op zijn manier. Op zijn twaalfde werd hij met zijn jonge broer door hun vader naar een strenge, religieuze kostschool in Turkije gestuurd. Daar, in het verre Izmir, werd Bahattin meer Belg dan in Beringen. Hij verbeet tranen van boosheid, heimwee en rebelse gedachten en kwam terug in Beringen als een moderne, open islamjongere. Hij begon in Hasselt met studiebegeleiding voor Turkse jongeren en stichtte in 1999 samen met een Belgische moslim en een Marokkaanse dokter het Islamitisch Dialoog- en Informatiecentrum. Het centrum won in 2004 de integratieprijs van de provincie Limburg. Zo goed geïntegreerd als moslim dat hij het niet zelden aan de stok krijgt met imams en godsdienstleerkrachten. "Bahattin is thuis de religieuze vleugel", vat Selahattin samen, "ik de politieke. 'Zoek je eigen weg', zei ons vader altijd. We zijn hem daar heel dankbaar voor."

Uw vader dwong u beiden wel om een weg in te slaan: Selahattin moest de mijn in, Bahattin werd op kostschool gestuurd.

Selahattin: "Voor een Turks kind dat hier in de jaren zeventig opgroeide, zat het leven vol vraagtekens. Ik zat op een katholieke broederkesschool. Daar kreeg ik de ene dag van de islamitische godsdienstleraar ingepeperd dat Atatürk een slechte was, de andere dag moesten we in de les Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur (OETC) de buste van Atatürk groeten en het Turks volkslied zingen. Die OETC-lessen werden buiten de schooluren gegeven en daar zaten Turkse jongens en meisjes samen, bij de broederkes niet. 'Wie is er nu achterlijk', dacht ik, 'wij Turken of die brave Vlamingen?' Elke dag bracht zijn verwarring mee. De ene dag kreeg ik een klap op mijn linkerwang toen ik zei dat Atatürk toch zo slecht niet was, de andere dag een op mijn rechterwang toen ik zei dat Atatürk toch ook vreselijke dingen had gedaan. Goed, dan zoek je het zelf wel uit. En ons vader liet ons daar vrij in."

Bahattin: "Ik was in zekere zin het zwarte schaap. Of de uitverkorene, het is maar hoe je het bekijkt. Papa verlangde dat ik de hoca-hodja werd, de religieuze van de familie. Het idee om mij naar Turkije te sturen voor een religieuze opleiding werd hem door islamleerkrachten ingefluisterd."

Selahattin: "Zoals ik in de mijn terechtkwam door het PMS (het vroegere Centrum voor Leerlingenbegeleiding CLB, FR/WP). Ik gebruik hoogstzelden het woordje 'racisme', maar wat het PMS ons geflikt heeft, vergeet ik voor de rest van mijn leven niet. 'Meneer Koçak, hoe briljant uw zoon ook mag zijn, hij zal nooit werk vinden als ingenieur', zeiden ze tegen mijn papa. Ingenieur was het summum op de mijnschool, maar mijn vader liet zich ompraten en het werd mijnbouw, de laagste sport op de ladder. Ik was zestien. Mijn broer is in 1984 naar Turkije vertrokken, ik ben in 1986 in de mijn afgedaald."

Jullie vader liet jullie misschien wel vrij in wat jullie opstaken op school of in de mijn, maar hij had duidelijk ambitie met zijn zonen.

Bahattin: "Achteraf ben ik er hem heel dankbaar voor dat hij mij naar Turkije heeft gestuurd. Maar op het moment zelf was het vreselijk hard. Je kwam daar toe als jongen van twaalf en er was niemand die je in de eerste weken opving. We stierven van heimwee. Geen mama, geen papa, geen broers, geen leerkrachten die je te hulp schoten. Ze noemden ons daar almancilar, Duitsers. Je was een vreemdeling hier en een vreemdeling daar. Onze schedel werd kortgeschoren, we moesten een kostuum aantrekken en 's morgens om vijf uur op voor het gebed. Toen we tijdens de vakantie naar huis kwamen, werd de heimwee nog feller want we zagen dat onze oudere broers het hier goed hadden. Ik heb vanuit Izmir veel brieven naar mijn vader geschreven: 'Wat voor een vader ben jij? Hoe kun je je kinderen dit aandoen?' Mijn moeder vertelde me later dat hij vaak heeft gehuild, maar hij volhardde."

Beantwoordde uw vader uw smeekbeden?

Bahattin: "Nee. Onze zus wel. 'Hoe durven jullie je papa zo aan te spreken?', schreef ze streng. Toch heb ik doorgezet. Ik heb er de cultuur, het land en de religie ter plaatse leren kennen en dat heeft mij geholpen om terug thuis een heel open levensmodel in de praktijk te brengen. Gelovig, maar altijd met beide voeten in de samenleving, met andersgelovigen en ongelovigen, die ik overigens liever humanisten dan atheïsten noem. Ik liep school in Turkije, niet in Saoedi-Arabië of een ander echt islamitisch land. Op straat zagen we een modern Turkije. De stad bij Izmir waar ik verbleef, was zelfs moderner dan het Beringen van toen. Ik kreeg de religie mee, maar ook de hang naar moderniteit. Ik heb veel opgestoken van hoe de islam zich daar in Turkije probeerde te integreren."

U verbleef in Turkije van 1984 tot 1991. In die jaren woedde daar toch al de discussie over het al dan niet toelaten van islamitische politieke partijen?

Bahattin: "Absoluut, en op de school waar ik studeerde, probeerden veel leerkrachten ons de gedachten van hun religieuze politieke partij bij te brengen. Ik luisterde aandachtig, maar ik dacht er het mijne van. Ook wij kregen te horen dat Atatürk een schurk was, iemand die de islam volledig uit de staat wilde bannen. Maar ook al ben ik vandaag islamleraar, ik kan me best vinden in een aantal vernieuwende ideeën van Atatürk. Vooral dan in zijn moderniteit, zijn openheid naar het Westen. In de kostschool kon je dat niet hardop zeggen, je mocht het zelfs niet fluisteren of je vloog buiten. Maar ik hield dat voor mezelf, tot de dag dat ik mijn diploma op zak had. Vandaag in België is het nog altijd delicaat om de islam open te beleven zoals ik dat doe. Als ik zeg dat Atatürk niet de boeman is waarvoor hij door medegelovigen wordt versleten krijg ik vooral leerkrachten van de eerste generatie over me heen. 'Hoe durven jullie zoiets te vertellen? Jullie zijn rebellen in geloof en cultuur.'"

Hoe sterk staat het militante Milli Görüs hier in de streek?

Selahattin: "Het is de op een na grootste religieuze vereniging, na de Diyanet, de staatsmoskee. Maar last hebben we daar nooit van gehad. Integendeel, Milli Görüs is zeer goed georganiseerd. Als kind was het wel vreemd. Je had links een moskee en rechts een andere. Die van de staatsmoskee, waar wij heen gingen, waren modern gekleed, de anderen droegen lange baarden en pofbroeken stijl MC Hammer. (lacht) Ze leken meer op Arabieren dan op Turken. Pas later leer je dat het om een politiek-religieuze afscheiding ging. In vele families heeft het tijd gekost om die splitsing te verteren. Zonen van dezelfde familie gingen elk aan een andere kant van de straat bidden. Milli Görüs was strikter in de godsdienstleer, maar ze hadden wél een jeugd- en een vrouwenbeweging. De staatsmoskee is dat pas later mondjesmaat beginnen te kopiëren."

Bahattin: "Ik behoor noch tot de Diyanet, noch tot Milli Görüs. Ik zit in een beweging die nog niet zo bekend is in België of Europa, maar dat komt wel. Ik put inspiratie uit de lering van Fethullah Gülen, een Turkse islamitische geleerde met vernieuwende ideeën inzake onderwijs, cultuur en interreligieuze dialoog."

Mogen we ervan uitgaan dat u binnen de moslimgemeenschap in België tot een minderheid behoort?

Bahattin: "Dat klopt. Tot nu toe is er nog geen leerplan voor islamleerkrachten. Iedereen vertelt in de klas wat hij wil. Er zijn wel leerkrachten in België die zoeken naar een gemeenschappelijk programma en die daarvoor een aantal boeken van de Diyanet in het Nederlands hebben vertaald. Ze hebben mij die ook aangeboden, maar ik heb ze geweigerd. Het bleef oubollige catechese. Ik stoorde mij aan het gebrek aan openheid naar de samenleving. Op de school waar ik islam onderricht, zie ik hoe mijn katholieke collega een feest maakt van Kerstmis. Ik zocht in die boeken van de staatsmoskee vruchteloos naar warme, levendige verhalen. De kinderen krijgen te horen wat de ramadan is en de volgende dag zijn ze het vergeten."

Selahattin: "Precies! Het mist bezieling. Waarom wordt daar toch zo moeilijk over gedaan? Als mijn kinderen een cadeautje willen kopen voor het kerstfeest op school mogen ze dat. Ik zeg hen erbij dat we niet geloven in Jezus, maar so what, het gaat om het samen vieren. Wat doe je als moslim je kind aan als je het verbiedt om Kerstmis mee te vieren? Moeten ze wachten op de ramadan, die je ook niet viert? Daar komen identiteitscrisissen van. In Houthalen heeft een aantal jonge moslimpapa's zoals Bahattin en ikzelf dat geniaal opgelost. Ze hebben van de Turkse variant van Lamme Goedzak, Nasreddin Hoca, een soort Sinterklaas gemaakt. Die gaat op islamitische en Turkse feestdagen langs bij de kinderen. Ook van het Offerfeest proberen sommigen nu weer een écht sociaal gebeuren te maken. Dat was het bij ons thuis ook. Het schaapje dat we kregen, versierden wij enkele dagen voor het Offerfeest met henna en krulletjes. Een feest man! De jongste jaren was de bezieling helemaal weg. Je moest in de rij gaan staan voor een tijdelijk slachthuis. Het ging alleen nog maar over de technische kant van dat slachten, niet meer over het feestgedruis."

Bahattin: "Wij zamelen het geld in dat je opzij legt om een schaap te kopen en dat schenken we aan een goed doel. Dit jaar gaat het naar Pakistan."

Selahattin: "Dat is toch prachtig! Dat is de ziel van het Offerfeest: de solidariteit. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om zo'n alternatief in een wet te gieten? Neem dat er in een grote Turkse familie als de onze zes potentiële schapenslachters zijn. Wat belet er ons om in Beringen te zeggen dat er per familie maar één iemand mag slachten, en dat de anderen fiscaal aftrekbare giften kunnen doen? Het feest zal er niet minder om worden. Noem mij naïef, maar ik zie enkel positieve kanten aan de poging om je eigen identiteit te integreren in de Vlaamse samenleving. Twintig à dertig jaar wordt er in dit land gepraat over integratie, te weinig over acceptatie. Een imam zou in de moskee maar eens moeten proberen om zoals kardinaal Danneels in zijn kersthomilie over euthanasie te preken, hij kreeg de hele Vlaamse goegemeente over zich heen. En een preek van Marino Keulen of Patrick Dewael erbovenop."

U gebruikt het r-woord niet graag, maar u hebt het zelf wel meegemaakt?

Selahattin: "Ik wou mijn dochter inschrijven op de vrije school waar mijn broer lesgeeft en zijn twee kinderen op de banken zitten. Mijn dochter mocht niet binnen, want ze zaten al aan 30 procent allochtonen. 'Jullie blijven wel allochtonen hoor', zei een ex-leerkracht van mij die er nu directeur is. Het mag wel niet, maar ze werken toch met quota. Mijn dochter is zo Belgisch als maar kan. 'Steek haar bij de 70 procent', zei ik. Nee, dat kon niet. Ik wou er een rechtszaak van maken, maar men stuurde mijn broer hier op mij af. Om de lieve vrede heb ik het dan maar zo gelaten. Wanneer hoor je ooit bij de 70 procent? Dat is de story of my life, de vraag die in neonletters achter mijn voorhoofd brandt en waar, alle decreten en wetten ten spijt, niemand mij een zinnig antwoord op geeft. Ik ben schepen in Beringen maar ikzelf en mijn kinderen blijven allochtonen in de ogen van een dergelijke school.

"Van Paula D'Hondt tot Marino Keulen zijn er telkens nieuwe trapjes van integratie uitgedokterd en als je helemaal bovenaan bent, Belgischer dan je Belgische buur, kom je er toch nog niet in. Turkse kinderen kregen hier van school een blaadje mee met vragen die een Vlaams kind nooit moet beantwoorden: waar is uw grootmoeder aan moeders zijde geboren en welk onderwijsniveau heeft uw moeder bereikt? Ik ben in de hele cité van deur tot deur gegaan om de Turkse ouders op het hart te drukken om dat papier niet in te vullen.

"Nog erger was wat ik met mijn eerste kind nota bene op een freinetschool meemaakte. Toen ik belde, zonder mijn naam te zeggen, zeiden ze dat er plaats was. Mijn vrouw ging er heen en toen was er plots geen plaats meer. Een Vlaamse collega van mij heeft toen de volgende dag de test gedaan: ze belde en vroeg of er plaats was voor haar kind. Jazeker, voor haar wel. Voor de oortjes van uw lezers zal ik maar zeggen dat ik toen heel rustig ben gebleven. (lacht)"

"Mijn favoriete ministers zijn die van Verkeer en Belastingen. Wat je huidskleur of naam ook is, je wordt belast op wat je verdient en je betaalt evenveel boete als je te snel rijdt. De vermigrantering van andere sectoren, cultuur, huisvesting, welzijn, hoeft niet voor mij of voor mijn broer en nog minder voor mijn kinderen. Behandel ons eens als Vlamingen. Dan vind ik Marino Keulen nog de beste die we tot nu gehad hebben. Hij doet de juiste dingen, maar legt het onhandig uit. De must om Nederlands te kennen, wordt te veel vanuit een Vlaamse reflex geduid, maar ik verkondig ook al jaren dat er voor een Nederlandsonkundige allochtoon in Vlaanderen geen grotere straf is dan wat hij zichzelf aandoet door géén Nederlands te leren. Niemand vertelt dat integratie gewoon overleven is. Vanuit socialistische interpretatie zijn er wetten genoeg die de mens tegen zichzelf beschermen. Wel, de landstaal leren is ook een vorm van bescherming. Ik heb hier in de streek nog bemiddeld in een sociaal conflict. Een werkgever wou vijftien Turkse medewerkers ontslaan omdat ze geen Nederlands spraken. Bleek dat ze de veiligheidsvoorschriften niet konden lezen. 'Doe het', zei ik. 'Niet voor je baas die zou willen dat je Vlaming wordt, doe het voor je veiligheid'. Integratie, dat is een beetje Expeditie Robinson."

Verliep de integratie voor Bahattin niet nog moeilijker, als je zeven jaar uit je familie hier in België wordt weggerukt en in Turkije verblijft?

Bahattin: "Toen ik naar Turkije vertrok, had ik een cassetje van Clouseau mee. Het was in de jaren van 'Anne'. Ik heb die cassette grijsgedraaid daar in Izmir. Ik kende die liedjes van voren naar achteren en omgekeerd. (lacht)"

Selahattin: "En wij stuurden hem van thuis boeken en strips op."

Bahattin: "De rode ridder, Tijl Uilenspiegel en Jan zonder vrees!"

Selahattin: "Dat waren onze helden."

Bahattin: "Absoluut. Ik voelde mij daar meer Belg dan Turk."

De rode ridder op een strenge islamschool in Turkije?! Daar kreeg u toch wel problemen mee? Leopold Vermeiren inspireerde zich voor De rode ridder op de negentiende-eeuwse roman Histoire des croisades van de Franse auteur Joseph-François Michaud. De kreet 'Sterft gij moslimhonden!' is niet van de lucht.

Selahattin: "(lacht) Sid de Saraceen, dat was onze held uit die boeken van De rode ridder."

Bahattin: "Euh, het was mij niet zozeer om de inhoud als wel om de taal te doen. Achteraf gezien dacht ik inderdaad dat die Rode ridder toch niet echt een goede moslim was. Enfin, hij was géén moslim. Mocht ik in die tijd geleefd hebben, ik zou tegen hém gevochten hebben. Toen ik terugkwam in België en in Genk ging studeren kwam er op een dag een Pools meisje naar mij toe op de speelplaats. 'Je mag me niet verkeerd begrijpen', zei ze, 'maar ik geloof niet dat jij een Turk of een moslim bent. Je gedraagt je zo anders dan de Turken en de moslims die we in de media zien.' Toen begreep ik dat er nog veel werk aan de winkel was en is. Niet alleen de Vlaamse samenleving, ook de islam zelf heeft nog een lange weg af te leggen naar aanvaarding. Dat probeer ik met die interreligieuze dialoog te bereiken."

Je kunt er moeilijk naast kijken dat er in de Nieuwstraat in Brussel of de Veldstraat in Gent de laatste jaren meer en meer hoofddoeken en zelfs boerka's opduiken. U hebt de wind niet echt mee, wel?

Bahattin: "Je mag van jezelf als moslim vinden dat je de islam beleeft op de beste manier, je moet ook meedraaien in de maatschappij waarin je leeft. Er verandert vandaag in de islam meer aan het uiterlijk dan het innerlijk. Met of zonder hoofddoek of baard, dat speelt voor mij geen rol. Ik wil op dat innerlijk werken. Je kunt perfect een goede moslim zijn en toch een bijdrage leveren aan de maatschappij, meegaan met de moderniteit. Bij veel nieuwe moslims, diegenen die een hoofddoek dragen of een baard laten groeien, is dat laatste er niet bij. Ze plooien zich terug op hun eigen gemeenschap."

Wat zegt u tegen een moslima die u vraagt of ze al dan niet de hoofddoek moet dragen?

Bahattin: "Er staat in de Koran dat je je hoofd moet bedekken, dat klopt, maar dat is niet de eerste regel in het boek. De eerste openbaring van de Koran zegt: 'Leer, verken'. Als je alle regels en voorschriften van de islam op een rijtje zet, komt de hoofddoek niet in de top tien, zelfs niet in de top vijftig. Ik vind de eerste regel de allerbelangrijkste. Of je al dan niet een hoofddoek draagt, vind ik ondergeschikt aan de vraag hoe je je als mens mens kunt voelen in de samenleving. Ik wil gewoon, en het is een groot woord, vrede stichten. Ik wil dat mensen elkaar verstaan en aanvaarden. De Koran zegt (citeert in het Turks): 'Toon u aan de buitenwereld zoals u bent en wees zoals u zich aan de buitenwereld toont'."

Selahattin: "Be real."

Als een rabbijn, een pastoor en een imam samen zitten om zich met hun gedrieën uit te spreken tegen rechten voor holebi's vinden we die interreligieuze dialoog eigenlijk niet zo progressief.

Bahattin: "O maar de interreligie is voor mij méér dan alleen maar een onderonsje van 'de grote drie': moslims, katholieken en joden. Ik wil er ook andere gelovigen én humanisten bij. En ik blijf het waarom ervan keer op keer uitleggen tegen moslims die maar niet kunnen begrijpen waarom ik met ongelovigen naar oplossingen probeer te zoeken voor samenlevingsproblemen. Ik krijg die vraag vaak: hoe gaat u als moslim om met homoseksualiteit? Ik weet dat de islam en andere religies dat afkeuren, maar ik vraag dat we elke mens als mens zouden bekijken. God zal wel oordelen, ik heb daar als medemens geen recht toe. Het belangrijkste is dat je voor jezelf kunt uitmaken hoe en waarom je je aan religieuze principes of verplichtingen houdt. En dat je naar best vermogen een modus vivendi zoekt met de concrete samenleving waar je je in beweegt."

Selahattin: "Bij ons in de mijn daalde de imam tijdens de ramadan mee af in de schacht. Als Ali machinist was en zijn werk er zes uur lang in bestond om op het juiste moment de goede knopjes in te drukken, zei de imam: jij vast mee. Moest Achmed de hele dag met de schop staan wroeten en wrikken dan zei de imam: jij vast niet."

Moet een hardwerkende schepen van Turkse origine zich aan de vasten houden?

Selahattin: "De schepen van Beringen wordt tijdens de ramadan dikker. Ik moet me soms dubbel plooien. Soms heb ik overdag vergaderingen waarbij ik moeilijk níét mee kan eten of drinken, en dan moet ik 's avonds na zonsondergang op uitnodiging van mijn broer ook nog mee aan de dis. (lacht)

"Ik ben als sp.a'er en als politicus overtuigd dat de beste religiebeleving op je eentje gebeurt. Zodra je het probeert op te leggen aan een ander komen we in de problemen. Ik probeer daar consequent in te zijn, ook tegen mijn eigen gemeenschap in. Als ik hier als Belg van Turkse afkomst ijver voor onderwijs in eigen taal en islamles in de vrije scholen moet ik dan diezelfde vraag van Koerden voor hun taal en cultuur in Turkije of Irak onrechtmatig vinden? De wortels van het fundamentalisme zitten overal en altijd in het niet aanvaarden van de maatschappelijke realiteit, het wederzijdse gebrek aan respect.

"De vrijheid die een kerk heeft om haar klokken te luiden dat is toch krek dezelfde vrijheid die de moslim vraagt om de oproep tot het gebed te mogen doen? Zij het dat die moslim dat zelfs maar vijf keer per dag en niet vierentwintig keer per dag wil doen. De scheiding tussen kerk en staat is voor mij het plafond. Maar de praktijk is soms anders. Op het Te Deum zie ik politici op de eerste plaats zitten. En er is Danneels en zijn uitspraken. Ik wil dat alle erkende religies hier dezelfde vrijheden en rechten worden gegund. Ook aan de kant van de religie is er voor mij een plafond: als godsdienst groepsconfrontaties meebrengt, moet ik in mijn gemeenschap gaan discussiëren. Over zulke zaken als homorechten bijvoorbeeld. Vijfentwintig jaar geleden kon je ook niet als gescheiden man of vrouw voor het ACV werken. Wij hebben in één generatie tijd in Vlaanderen fantastische vooruitgang geboekt inzake vrijheden voor katholieken. Die is er gekomen dankzij vrijheidsdenkers die niet zijn blijven ophouden met stoken. Wij hebben nood aan mensen zoals mijn broer, die dat in de allochtone gemeenschap ook doen."

Bahattin: "Ze mogen ons rebelse moslims noemen in de islamgemeenschap. Geen probleem, vind ik, ieder leeft maar één keer."

Selahattin: "Jij zegt het nog vredelievend, ik zeg het anders hoor."

Selahattin lijkt meer op een Turkse worstelaar.

Selahattin: "(lacht) Ik wil er invliegen, ja!"

Bahattin: "Ik speel defensief, maar ik zal de bal niet loslaten. Ik geef geen lange passen, dribbel zelf naar de goal. Ik weet dat ik negentig minuten heb, ik hoef niet van de eerste minuut te scoren."

In Bilzen was er een Turkse familie die zoals de Koçaks perfect geïntegreerd was: de ene zoon werd dokter, de andere voorzitter van de jeugdraad. Op een dag laat een van die zonen een baard groeien, trekt een kleed aan en ruilt zijn Vlaams meisje voor een Marokkaanse die hij laat overkomen naar België.

Selahattin: "Ik mis iets in uw verhaal. Waarom draait iemand zo dicht voor de open poort toch nog zijn hielen? Dat heeft niet zoveel met de islam op zich te maken als wel met het groepsdenken. In de allochtone gemeenschap wordt het verhaal van één mens die niet aanvaard is met de tamtam verspreid. 'Ali is gaan solliciteren en werd niet aangenomen. Als zelfs Ali niet wordt aangenomen, waarom zou ik dan wél een kans maken?' En hop, met z'n allen laten ze het kopje hangen en plooien ze zich terug op zichzelf. Ik ben het voor één keer níét eens met Steve Stevaert. Hij zegt dat allochtonen ofwel in groep ofwel niet zullen integreren. Ik zeg dat het makkelijker is om als enkeling door een deur te geraken dan in groep. Die enkeling heeft wel de plicht om de rest mee te krijgen."

Als de individuele arbeiders hun krachten niet gebundeld hadden in de vorige eeuw hadden ze lang mogen wachten op sociale rechten.

Selahattin: "Akkoord, maar waarom moet ik als individu een GOK-leerling (vallend onder het decreet van gelijkekansenonderwijs, FR/WP) zijn als ik meer punten haal dan Jan of Piet? Ik heb geen extra geld, geen extra leerkracht nodig gehad om er te komen. Ik vind dat jongeren die het wél nodig hebben daar wel op moeten kunnen rekenen. Er is een minderhedendecreet voor - in één adem - allochtonen, woonwagenbewoners en asielzoekers, drie groepen die niets met elkaar te maken hebben. Te veel of te weinig doelgroepgericht werken, is allebei remmend voor de integratie. Als er geen enkele objectieve reden meer is om een Belg als mijn broer of ikzelf níét in de 70 procent toe te laten, waarom moet ik dan in die 30 procent blijven zitten? Zet mij maar bij de mediocres, of hoe moet ik het noemen?"

Bij de hardwerkende Vlaming?

Selahattin: "(lacht) Ja, zet mij daar maar bij. Ik bedoel maar: als puntje bij paaltje komt, is er geen draagvlak om iets extra's te doen voor allochtonen die het nodig hebben en wie het niet nodig heeft, wordt in zijn allochtoon hokje gehouden. Als ik dit verhaal in zalen ga vertellen gaan alle ogen open. Het is zo klaar als pompwater. Ik doe dezelfde oefening bij de Turken. Enkele jaren geleden pleegde een Turkse man zelfmoord nadat hij zijn vrouw had vermoord omdat ze verliefd was op een ander. Ik liet daar een paar weken overgaan en toen vroeg ik aan de Turkse gemeenschap of het niet eens tijd werd om na te denken over hoe we dit soort drama's kunnen voorkomen? Of het niet eens tijd wordt om na te denken over hoe onze zonen en dochters trouwen? Dat is mijn maatschappelijke rol."

Bahattin: "Daar begint ons werk, ja. Met de eerste generatie, onze ouders, is dat moeilijk. Zij zijn naar België gekomen met weinig culturele en religieuze bagage. Wij richten ons op de volgende generaties. Hoe kun je je eigen cultuur goed vertegenwoordigen en je toch goed voelen in een multiculturele en multireligieuze samenleving als de Belgische. Ik geef vaak lezingen over de islam. Daar krijg ik vaak de reactie: 'Zo is de islam ons nooit uitgelegd'."

Een van de doelstellingen van uw vzw luidt: 'Het verkeerd interpreteren van de islam voorkomen'.

Bahattin: "Ja, maar niet alleen bij niet-moslims, ook bij de moslims zelf. De foute interpretatie begint thuis met ouders die een te geringe religieuze bagage meekregen. Je botst dan op het culturele probleem dat je je vader niet behoort tegen te spreken, al heeft die dan geen onderwijs gevolgd. Ook ik moet als moslim opletten wat ik zeg over de islam in het bijzijn van ouderen."

Selahattin: "Ik krijg de kriebels van de hypocrisie in onze gemeenschap. Ook ik werd op het matje geroepen door islamleerkrachten en de voorzitter van de moskee nadat ik naar aanleiding van De slimste mens op de cover van Humo had gestaan, half bloot op een toiletpot. Wel, ik vertik het om mij te verantwoorden. Ik ga de islamleerkrachten hier niet de ruimte geven die ze in Turkije ook niet krijgen om aan politieke of maatschappelijke sturing te doen. Ik zal dat nog luider zeggen dan voorheen tegen de gewone Turkse man en vrouw in de straat: ze moeten zich niet laten bedotten door deze mensen. Om wie gaat het? Om godsdienstleerkrachten die in de jaren tachtig bij de Diyanet waren en toen allemaal naar Milli Görüs liepen omdat die moskee van de Belgische regering het mandaat had gekregen om de godsdienstleerkrachten te erkennen. Begin jaren negentig kreeg Diyanet dat mandaat opnieuw in handen, en die imams keerden terug. Ze stellen zich boven het volk. Nochtans kent de islam geen getrapt systeem van priester, pastoor, vicaris, bisschop, kardinaal en paus. Bij ons is de voorganger in het gebed gewoon een voorganger. Maar zij kennen natuurlijk Arabisch, zij kunnen de Koran reciteren en vertalen naar het Turks. Zij hebben macht over de geesten. Ik zie mijn papa in de moskee mee schommelen, maar vraag hem niet wat er in de preek is gezegd."

Moslimhaters vind je bij links en rechts. Wat zegt u tegen mensen die u confronteren met de bloedigste passages uit de Koran?

Selahattin: "(grijns) Dan begin ik over Godfried van Bouillon en de zijnen, die tot hun knieën in het bloed waadden van de moslimhonden die ze over hun zwaarden joegen. Of dan kom ik af met de sultan die Constantinopel veroverde en zei: 'Joden, christenen, moslims en Turken, jullie mogen hier allemaal blijven wonen'. Als we het dan toch in de geschiedenis zoeken, laat ons dan de goede voorbeelden citeren. Ik heb het ook liever over katholieken die in de Tweede Wereldoorlog Joden hebben geholpen dan over een kerk die ze aan Hitler uitleverde. Verder is dat voer voor historici."

bahattin koçak

selahattin koçak

Integratie is overleven. Het is Expeditie Robinson

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234