Maandag 14/06/2021

'Noem het hier maar gerust de Bronx van Londen'

David Idowu was pas veertien jaar oud toen hij met een mes werd bewerkt in een wijk in Londen. Hij stierf vorige maandag in het ziekenhuis. De Britten zijn bezorgd om hun jongeren, nu in een halfjaar tijd al twintig tieners op brute wijze werden vermoord, en dat alleen al in de hoofdstad. Sommigen doodgeschoten, anderen neergestoken of in elkaar geslagen. En vaak zijn de daders leeftijdsgenoten.

Door Ayfer Erkul / Foto's Filip Claus

Aan de muur hangt een T-shirt met een foto van Jimmy. De jongen staat er lachend op, met glas in de hand, wit hemd en een Blues Brotherszonnebril. Jimmy zoals hij was: een lieve tiener met nog een heel leven voor zich. "Oi oi Jimbo! Love you bro", zegt de tekst op het shirt. "Het T-shirt hebben we laten maken voor het feestje dat we twee dagen na zijn begrafenis hebben gehouden", vertelt Margaret Mizen, Jimmy's moeder. "We wilden zijn leven vieren. We hebben gelachen, gedronken, gedanst. Het was prachtig. Net zoals Jimmy prachtig was."

De huiskamer van de familie Mizen oogt kaal. Een paar foto's van de kinderen, een tv, enkele stoelen. Vroeger stond er een grote zetel in de hoek, maar die werd twee dagen na Jimmy's dood de deur uit gekieperd. De herinnering was te zwaar voor Margaret, de avond voor zijn dood had ze er nog urenlang in gezeten met Jimmy, pratend over zijn toekomst. Dat was de avond dat ze haar zoon voor het laatst levend zag.

Jimmy Mizen werd op 10 mei vermoord, de dag na zijn zestiende verjaardag. Die zaterdagochtend trok hij vol verwachting naar de krantenwinkel, twee straten verder. Hij was net zestien geworden en wilde zijn geluk beproeven met een lottoticket. "Oi Jimbo, neem mij een sandwich mee", riep zijn broer Tommy hem na. Met het lotje op zak stapte Jimmy bakkerij Three Cooks binnen.

Het is nog altijd niet duidelijk wat daarna precies gebeurde. Zeker is dat een andere jongen hem jende en hem uitdaagde voor een vechtpartij buiten. Jimmy weigerde. De andere jongen bleef amok maken en zou zich op Jimmy gestort hebben toen die buitenkwam. Enkele seconden later lag Jimmy voor de deur van de bakkerij, het bloed gutste uit zijn hals. Later zou blijken dat zijn keel werd overgesneden met een stuk glas. De vermoedelijke dader werd ondertussen opgepakt en moet in augustus voor de rechter verschijnen.

De familie Mizen woont in Lee, een keurige buitenwijk van Londen. Een buurt met netjes onderhouden voortuinen en kinderen die op straat spelen. Waar de meerderheid nog iedere zondag naar de kerk gaat en daarna sandwiches en koffiekoeken gaat halen in bakkerij Three Cooks. De winkel ligt op enkele honderden meters van het huis van de Mizens. De eerste die hoorde dat er iets met Jimmy was gebeurd, was zijn broer Tommy. Die haastte zich naar de bakkerij, maar kon Jimmy alleen nog maar vasthouden. De jongen stierf in zijn armen. "Ik hoorde het iets later", vertelt moeder Margaret. "Toen ik eraan kwam, was hij al dood."

Heel Lee reageerde verbijsterd. Jimmy Mizen vermoord? Jimmy, die altijd vriendelijk en behulpzaam was, in een ruzie verwikkeld?

Zijn ouders schudden vermoeid het hoofd. Het is onmogelijk, zeggen ze, absoluut onmogelijk dat Jimmy iets zou hebben uitgelokt. "Jimmy was een fijne jongen", zegt vader Barry Mizen. "Zoiets zou hij nooit doen."

Jimmy was een jongen die spontaan het gras maaide bij de bejaarde buurvrouw. Hij was de tiener die goedgemutst om spijkers ging als er weer eens een klusje opgeknapt moest worden in het huis. Die zijn vader hielp in de schoenmakerij. Jimmy was ook de jongen die ooit eens een half pak frieten gaf aan een verkleumde dakloze. Die deed hem op zijn beurt, na de dood van de jongen, een tapijt cadeau. Dat ligt nu op de plaats van de moord, met bloemen, zijn gitaar en kaarsen.

Ondanks de moord weigeren de Mizens het hoofd te laten hangen. Vader, moeder en de resterende acht kinderen vinden steun bij elkaar. "Dat helpt ons enorm en ik denk dat we daarom ook geen wraakgevoelens hebben", zegt Barry Mizen. "Want dat leidt toch maar tot meer geweld. Het klinkt een beetje naïef, maar ik weiger te geloven dat de hele jeugd slecht is. Dat zou je nochtans denken als je dezer dagen de kranten leest. Nee, de jeugd is goed, ook hier in Groot-Brittannië. Maar er is een heel kleine groep die hulp nodig heeft."

Jimmy Mizen was nummer dertien in de rij van tienermoorden dit jaar. Opnieuw een zinloze moord, titelde de Britse pers. Zijn foto prijkt tegenwoordig tussen die van de achttien andere tieners die het leven lieten na een gevecht of gewoon om niets werden gedood. Velen werden vermoord in een strijd tussen rivaliserende jongerenbendes. Anderen waren, net als Jimmy, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. De meeste vermoedelijke daders zijn eveneens tieners.

Tot Jimmy doodging, werd er erg weinig aandacht besteed aan al die tienermoorden, zegt vader Barry Mizen. "Het is opvallend", meent de man. "Pas na Jimmy's dood begonnen overheid en politie zich echt te roeren. Want, Jimmy was blank en kwam uit een keurig gezin. De rest was zwart en afkomstig uit de mindere wijken van Londen. Terwijl die jongeren toch ook ouders en families hebben die om hen treuren?"

Vader Mizen heeft gelijk: zijn zoon, Rob Knox, die een rolletje heeft in de laatste Harry Potter, en Ben Kinsella, wiens zuster ooit nog een rol had in de populaire soap EastEnders, zijn de enige blanken in het rijtje en hun dood werd breed uitgesmeerd in de pers. Maar weinigen kennen de zwarte zeventienjarige Sharmaake Hassan, die op dezelfde dag dat Rob Knox overleed een kogel in het hoofd kreeg. Of Lyle Tulloch, vijftien jaar, die een week voor Jimmy Mizen werd doodgestoken in een trappenhuis.

De rij gezichten van slachtoffers in Londen die al in zowat alle kranten heeft geprijkt, begon al op 1 januari 2008 en werd maand na maand, soms zelfs week na week, langer. De zeventienjarige Henri Bolombi, die op nieuwjaarsdag werd vermoord, was de eerste. Hij en zijn vrienden werden achtervolgd door een groep en hij had pech en werd doodgestoken. De laatste is, voorlopig, zo vreest Groot-Brittannië, David Idowu, die afgelopen maandag in het ziekenhuis overleed aan steekwonden die hij drie weken eerder opliep.

Neergestoken, door het hoofd geschoten, doodgeknuppeld, keel overgesneden. Vorig jaar waren er 27 tienermoorden. Over bijna heel Londen liggen wel ergens bloemen, ter herdenking van een moord op een teenager. De meeste echter in de armere buitenwijken, vaak in het zuiden of het zuidoosten van de Britse hoofdstad. Wijken waar armoe troef is, net als werkloosheid, en waar bendes de gang van zaken dicteren.

In het 'slechte deel' van het district Southwark bijvoorbeeld, waar de veertienjarige David Idowu werd aangevallen. Op de plaats van de moord, in Great Dover Street, liggen bloemen en hebben vrienden en familie teksten geschreven. "Mijn broer werd vier jaar geleden vermoord", staat op een van de geplastificeerde A4-velletjes die aan de hekken zijn opgehangen. "Net als jij werd hij het slachtoffer van slechte mensen."

Verder in Southwark, in Camberwell, ligt de St Michaels & All Angels Academy. De naam klinkt chiquer dan wat het gebouw werkelijk voorstelt: een vuilbakschool van een bedroevend laag niveau.

Het is bijna halfvier in de namiddag en aan de schoolpoort heeft de politie zich al opgesteld. Acht agenten van de Metropolitan Police staan hier iedere dag om de veiligheid te bewaken. "Vechtpartijen, steekpartijen, kleine leerlingen die worden gepest door groteren, noem maar op", zegt een agent. Hij doet dit al 3,5 jaar en is telkens blij als het zomer wordt. "Het is bijna vakantie en dat betekent dat de grotere leerlingen al geen moeite meer doen om naar school te komen. De bendes in de school zijn hun leiders kwijt. Maar in september wordt wel een nieuwe generatie gevormd." De agent spreekt zonder de blik te lossen van de schoolpoort. Intussen stromen de kinderen naar buiten en een minuut van onachtzaamheid kan ernstige gevolgen hebben.

Het is op deze school dat Michael Dosunmu zat. De vijftienjarige werd in februari vorig jaar in zijn bed vermoord door gangleden. Een vergissing: de daders dachten dat de jongen Hakeem was, zijn grotere broer die in dezelfde kamer sliep en met wie ze nog een eitje te pellen hadden. Maar Hakeem was op het moment van de moord in een dancing, waar hij drugs probeerde te slijten aan klanten. En Michael Dosunmu had nooit iets met bendes te maken gehad.

"Iedereen op die school kent wel iemand die werd neergestoken of neergeschoten", zegt Steve Peak. "De leerkrachten staan machteloos tegen het gepest van leerlingen of tussen kinderen onderling. En de nieuwste directrice is een blanke vrouw, afkomstig uit een welvarend stadje in Kent. Geloof me, zij gaat het ook niet lang volhouden."

Steve Peak kan het weten. Hij is directeur van The Synergy Centre, dat pal tegenover het schoolgebouw van St Michaels & All Angels ligt. In zijn centrum heeft hij een bijna onmogelijke opdracht: proberen de allerjongsten uit de handen van bendes te houden. Dat gebeurt door middel van muziek, theater, optredens en nog een pak andere workshops. "Zolang de jongeren maar bezig zijn en ze geen interesse hebben in bendevorming. Of zolang ze maar van straat weg zijn."

Vandaag is het theaterdag en enkele leerlingen van de 'overkant' druppelen langzaam binnen voor de wekelijkse repetitie. Josh, Derek, Robert en de anderen gooien zich op de warme choco en de koekjes in het zaaltje. "Ik ben wel blij dat die agenten er elke dag staan", zegt Josh, een frêle jongen van twaalf. Hij is een van de weinige blanke leerlingen op school. "Soms word ik gepest door grote jongens. Mijn moeder is doodsbang dat er iets met mij gebeurt. Ik mag bijna nergens meer naartoe omdat een vriend van mij pas een messteek in zijn arm kreeg. Gewoon omdat de andere jongen groter was en daar zin in had."

Derek, veertien jaar, doet zich stoerder voor. "Een vriend van mijn broer zit in een bende", pocht hij. "Hij heeft drie messen en hij heeft al in de gevangenis gezeten." Robert, twaalf jaar, komt tussen: "Dit is de vreselijkste plaats om te leven in Engeland", zucht hij. "Niet waar", repliceert Robert. "Wel een van de minder leuke plaatsen."

Of ze zelf ooit bij een bende willen horen? Nooit, klinkt het in koor. Steve Peak is daar minder zeker van. "Ik hoop natuurlijk van niet", zegt hij. "Maar de jeugdbendes hier hebben een enorme aantrekkingskracht op jongeren. Wat wij nu meemaken, is waar de Verenigde Staten al jaren mee geconfronteerd worden. Ja, noem het hier maar de Bronx van Londen."

Geschat wordt dat er 170 bendes actief zijn in Londen. Van echte hardcorebendes, die zich onledig houden met drugs- en wapenhandel, tot groepjes jongeren die zich spontaan vormden. Die laatste zijn niet minder gevaarlijk dan de echte gangs. Uit de gearresteerde en aangehouden daders van een pak tienermoorden blijkt dat ze werden uitgevoerd door leeftijdsgenoten. Omdat die gemakkelijker toegang hebben tot messen dan tot vuurwapens, kwamen de meeste slachtoffers om door messteken.

De Britse regering heeft de strijd tegen de bendes de afgelopen maanden gevoelig verhoogd. Er worden meer 'stop and search'-tussenkomsten uitgevoerd op straat en er is sprake van het plaatsen van metaaldetectoren op gevoelige plaatsen, zoals scholen, om messen buiten te houden. Leerkrachten kregen de bevoegdheid om actief toe te zien of leerlingen betrokken zijn bij bendes. Die bevoegdheid gaat van het nalezen van mails over het nagaan of tieners geen 'bendekleuren' dragen en het melden van verdachte handelingen aan de politie.

Afgelopen woensdag nog zei premier Gordon Brown vanuit Tokio, waar hij deelnam aan de top van de G-8, dat de strijd tegen messencriminaliteit op dit ogenblik alle prioriteit had.

Maar velen vinden dat enkel een repressieve aanpak van het probleem zwaar tekortschiet. "Er wordt amper gesproken over preventie", zegt Steve Peak. "Weinigen stellen zich de fundamentele vraag waarom jongeren bij een bende gaan of waarom ze een mes op zak hebben. Weinigen vragen zich af waarom jongeren zo gewelddadig zijn tegenwoordig. Wij schrikken soms als we zien hoe gewelddadig de kinderen op de school hiertegenover met elkaar omgaan. Natuurlijk, de meesten van ons hebben wel eens een potje gevochten als tiener, maar wij werden op onze plaats gezet door ouders of door ouderen. Hier krijgen de vechtersbazen applaus van hun vrienden en staan de ouders machteloos. Veel van de kinderen die gepest worden, lopen dan liever met een mes op zak. Vaak weten ze niet eens hoe dodelijk dat wapen is en dat ze met een houw een slagader kunnen oversnijden."

Een sociaal weefsel dat helemaal kapot is, ziet Peak als oorzaak. "Geweld is zo normaal geworden in onze maatschappij dat niemand zich er nog bewust van is. Gewelddadige films, geweld in muziek en videospelletjes. Natuurlijk is het gemakkelijk om de media de schuld te geven. Lang niet alle kinderen die naar 'gangsta rap' luisteren, zitten in een bende en schieten mensen dood. Omdat zij op hun plaats gezet worden door ouders of door de school. Maar sociaal kwetsbare kinderen uit kapotte gezinnen, zoals wij die hier in deze buurt zien, hebben geen tegengewicht voor al dat geweld en zijn er veel vatbaarder voor."

In Peckham, een naburig district van Southwark, probeert Jennifer Blake een al bijna even onmogelijke taak uit te voeren: jonge bendeleden uit hun bende halen. Ze zit al op dertig, in drie jaar tijd. "Dat lijkt niet veel, als je weet dat ik in totaal bij zo'n zevenhonderdvijftig jongeren heb proberen te bemiddelen. Maar van die dertig is geen enkele opnieuw op het slechte pad geraakt."

In haar Eternal Life Support Centre, op de drukste baan in Peckham, doet Jennifer Blake haar werk aan de frontlinie. Bendes genoeg in het district en ook een pak tienermoorden de afgelopen jaren. Blake zit dan ook, met de enkele personeelsleden die ze heeft, zelden werkloos in haar klein lokaaltje. Ze bemiddelt als paralegale hulp tussen politie en bendeleden. Uren slijt ze soms in gevangenissen als weer eens een bendelid is opgepakt.

"Het is niet gemakkelijk om zomaar uit een bende te stappen", vertelt ze. "Je moet de jongeren een alternatief bieden. Muziek bijvoorbeeld. Hier beneden in de kelder kunnen ze eigen liedjes componeren. We begeleiden degenen die in de drugshandel zitten ook zodat ze geld kunnen verdienen met andere dingen. Een job in een snackbar is dan al heel wat voor zo'n jongen."

De meeste jongeren vrezen, terecht, voor wraakacties van andere leden. "Daarom proberen we de leiders aan te pakken. We sturen de boodschap rond dat degene die aan John of Ben raakt, met mij te maken krijgt."

En te maken krijgen met Jennifer Blake wil niemand. De veertigjarige Blake, die haar jeugd zelf in een bende heeft gesleten, kent het klappen van de zweep. "Als ik destijds iemand had gehad die mij steunde, zou ik nooit in een bende terechtgekomen zijn", vertelt ze. "Die steun proberen wij te bieden aan jongeren."

Het is een beetje moeilijk om de keurige Jennifer Blake, met grijze jurk en gele cardigan, te zien als ruw bendelid, laat staan als bendeleidster. Maar 27 jaar geleden woonde ze nog bij haar ouders en was ze het brave leventje en de zondagse missen kotsbeu. Ze was dertien, wilde jeans dragen, oorbellen en ze wilde met vriendinnen op stap. Allemaal dingen die verboden waren.

De jonge Jennifer vluchtte van huis weg en vervoegde al snel een bende. "Alles deed ik: stelen, mensen beroven met een mes, vechten. Living in the fast lane, dat was het."

Op haar zestiende was ze leidster van de bende en een van de beruchtste tieners in de regio. Op haar zeventiende, na een indrukwekkend strafblad gekweekt te hebben, stapte ze eruit. Ze was te oud geworden voor de groep, maar haar leven in de misdaad zette ze voort. "Ik had net een kind gekregen, een zoon. Mijn partner mishandelde mij. Ik kreeg overheidssteun, verloor die weer omdat ik in het zwart werkte en verkocht drugs om aan geld te geraken. Soms voelde ik mij zo slecht dat ik dood wilde. Maar ik durfde geen zelfmoord te plegen. Ik hoopte alleen dat iemand mij zou vermoorden. En in de wereld waarin ik toen leefde, was dat niet eens zo'n ijdele hoop."

Uiteindelijk kon ze eruit stappen, enkele cursussen volgen en echt werk zoeken. "Dat was een krachtinspanning, maar ik moest, voor mijn kinderen."

Tien jaar geleden zag het ernaar uit dat Jennifer Blake eindelijk haar zaakjes voor elkaar had. Tot ze op een dag ontdekte dat haar zoon hetzelfde pad bewandelde. "Hij zat in een bende en ik had er lange tijd niets van gemerkt. En toen maakte ik mee wat mijn moeder had meegemaakt en wat nu honderden moeders meemaken in Londen: ik zag mijn zoon van veertien jaar soms dagenlang niet. Hij belandde in de gevangenis voor het verkopen van drugs of voor diefstallen. Ik had geen macht over hem, hij lachte mij in mijn gezicht uit. Mijn zoon was in zijn slechtste periode in staat tot moord. Maar zo ver is het gelukkig nooit gekomen."

Over bijna heel Londen liggen wel ergens bloemen ter herdenking van een moord op een teenager. De meeste echter in de armere buitenwijken, waar bendes de gang van zaken dicteren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234