Vrijdag 06/12/2019

Noël,

Als ik uw naam uitspreek, komen de zomers van weleer aangezoemd, stil suizend als zweefvliegtuigen.

Maar tegelijk klinkt uw naam ook onverwacht fris in deze hitte, als een koude plat du jour op Zanzibar, een 'Noël au riz'.

Zeg mij eens, Noël, bent u soms geboren in sneeuw en ijs met engelengezang in het luchtruim?

In een nederige stal in Limburg? Met een koe links en een koe rechts die uw paarse billetjes verwarmden met hun warmeluchtblazers?

Ikzelf kom uit een West-Vlaams nest met een Eddy, Benny, Ronny en Rudy aan de ene kant en een Noël aan de andere kant van de deur. Was Noël een week later geboren, dan hadden zijn moeke en vake hem wellicht Sylvester gedoopt, en op 6 januari was hij misschien Balthazar geworden. Wij, de zusjes Rita, Mia en Gerda, wij zeiden 'Noel' tegen Noël en dat spreek je uit zoals je het leest: NOEL. Fantaseren over onze buurjongen hielp ons de lange zomers door te komen.

Er viel trouwens niet veel anders te beleven in onze achtertuin. Noel en onze fantasie, daar moesten we het mee doen. Maar schaarste maakt creatief.

Noel, de knaap met de kerstballen, reed met de NSU Prinz van zijn ouders en vóór elke rit trok hij zijn bruinlederen autohandschoenen aan om vervolgens, in zijn grijze mier, onze straat uit te scheuren als op het circuit van Francorchamps. Noel had bovendien een originele fonoplaat van de Grand Prix, vol geraas van opgedreven motoren. Die bezwerende geluiden brachten hem in trance, ze maakten hem rustig, zwoer zijn moeder, ze vervoerden hem naar onaardse plekken.

Wij, katholieke dochters met vlijtige vingers, wij roddelden wat af over Noel. Onze verhitte hoofden en tongen fantaseerden in overdrive, terwijl we snotterend bakken vol ajuintjes pelden. Een delicate prikkeling voor neus en ogen en finaal de kers op de 'pistolet met filet américain' op nieuwjaar. Ik lustte geen filet américain. En ajuintjes op kaas gaven altijd weke witte plekken.

Enfin, na de ajuintjes kwam het inmaken van de prinsessenbonen en de pruimen voor 's winters bij de kip.

"Pa, haalt een keer een bokaal pruimen uit de kelder", kreet ons moeder elke zondag van boven haar sissende presspot. Ik haatte pruimen op sterk water omdat ze de kip op mijn bord in een zompige spons veranderden. Maar ingemaakte prinsessen uit een bokaal sloeg ik koud achterover. Ik zoog ze leeg, ze zaten vol zout sap.

Maar bon, de zomer was nog lang niet voorbij. En Noel was steeds in de buurt en zette onze tongen in beweging. Vanuit het dakvenster van zijn ouderlijke woning bekeek hij onze lichamen in ontwikkeling. Vooral die van mijn zussen, dat van mij liep wat achter. Of hij daalde af tot op het tuinmuurtje om onze details te bestuderen. Maar van op die plek gaf Noel ons ook inkijk in zijn koninkrijk, want hij droeg met die warmte vaak shorts waarin het flink tochtte. Zo hield onze voorlichting gelijke tred.

Zalig, die zomers vol wrede verzinsels die de lijst karweien hielpen weg te kauwen.

Terwijl mijn zussen sexy in hun bikini met kartonnen cups de strijk deden en de veranda dweilden, mocht ik de 'luizen' uit de 'oksels' van de tomatenplanten trekken of de patatten rooien of de prei uitdunnen.

Toen het bijna september was en wij naar school snakten, verlegde moeder onze activiteiten buiten de huiselijke muren. We gingen bramen plukken op de spoorwegberm.

Het was er warm en stil, met traag gezoem van hommels rond de braamstruiken en om het halfuur een boemeltrein die passeerde.

Moeder zat op een handdoek, een bikini te haken, terwijl wij ons staande hielden tussen de woeste struiken. Bloedend rood van de doornen en van de bessen kwamen wij er na een halfuur weer uit, ieder met een emmertje vol. Maar na een slok limonade doken we er alweer in. Want: "Ooooo, daar zie ik er nog veel hangen", schalde moeders stem van onder haar handdoek tegen de zon. "En ooo, kijk daar eens." Haar vinger stuurde ons terug de berm op.

We plukten tot we genoeg hadden om confituur van te koken die we pas vijf jaar later mochten opeten omdat de rabarber en de stekelbessen van de vorige seizoenen eerst op moesten.

Het was koude oorlogstijd en moeder was op alles voorzien. Mijn kleine broer sliep tussen dozen kristalsuiker en bloem en koffie en...

Ach Noël... Waarom ontlokt uw naam mij zoveel bekentenissen?

Of zijn bekentenissen op papier van eenzelfde openhartigheid als bekentenissen die je spontaan doet wanneer je lang met een onbekende op de trein zit en er zich een gesprek opdringt? Een heen en weer van woorden vol geëngageerde vrijblijvendheid?

In ieder geval Noël, onthou goed dat op 26 december 2005 de zon opkomt om 8.44 uur en ondergaat om 16.42 uur.

Dat de dagen weer beginnen te lengen, après Noël, Noël.

Gegroet,

G

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234