Maandag 21/06/2021

Nobele versmelting van hart en hoofd

Koppels die samen een Nobelprijs winnen, zoals May-Britt en Edvard Mose deze week, het lijkt het summum van romantiek. 'Het zijn altijd ijzersterke relaties, die al op jonge leeftijd aanvatten. En de mannen zijn steevast progressief', zegt Brigitte Van Tiggelen, die dit soort tandems bestudeert.

"Wij delen dezelfde visie. We houden ervan de dingen te doorgronden en dat doen we door elkaar altijd maar vragen te stellen. Het maakt een groot verschil als je de gelegenheid hebt een idee meteen te bespreken wanneer het je te binnen schiet." Dat zei de Noorse May-Britt Moser (51) toen ze deze week samen met haar man Edvard (52) en de Brit John O'Keefe (74) de Nobelprijs voor Geneeskunde won.

May-Britt en Edvard ontmoetten elkaar halfweg de jaren '90 als postdoctoraatsstudenten, trouwden en richtten het Kavli Instituut voor Sys-teemneurowetenschap op aan de Universiteit van Trondheim. Ook zij hadden jaren geduld en nachtelijk gepieker nodig om tot hun vondst te komen. Alle winnaars benadrukken daarbij het belang van een oefenpartner. Onze François Englert (Nobelprijs Fysica 2013) ontdekte het elementaire BEH-deeltje met zijn boezemvriend Robert Brout.

Maar dezelfde oefening met een geliefde? "Samenwerking met je partner is een uitdaging. Veel huwelijken slagen net omdat je ook tijd apart doorbrengt", schreef Sean French naar aanleiding van de triomf van de Mosers in The Guar-dian. Hij is de helft van het Britse duo Nicci French, de auteursnaam waaronder hij samen met zijn vrouw Nicci Gerard psychologische thrillers schrijft. Gerard: "Je hebt dat belegen gezegde: 'Achter iedere sterke man staat een sterke vrouw.' En een recentere variant: 'Achter iedere sterke vrouw staat een man die haar probeert tegen te houden.'"

Ook de Noorse chemicus Annette Lykknes (Universiteit van Trond-heim) en haar Belgische vakgenote Brigitte Van Tiggelen (Chemical Heritage Foundation en Nationaal Centrum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen) zijn opgetogen, net omdat dat laatste gezegde nog een realiteit is. De twee stelden een boek samen over het thema. "De Mosers zijn een bemoedigend voorbeeld, omdat ze op gelijke voet samenwerken, met complementair onderzoek van hetzelfde niveau, én elk hun eigen carrière hebben, met een prestigieuze permanente post. Dat is cruciaal, maar zo'n balans blijkt zeldzaam. Ook omdat academische instituten, zeker vroeger maar nu soms nog, weigeren 'meneer' én 'mevrouw' een post te geven. En omdat er altijd die verdachtmaking is dat een van de twee wel het echte brein en de ander de profiteur zal zijn. Die eerste is - zegt het vooroordeel - de man, de twee-de de vrouw", zegt Van Tiggelen.

Stalen basis

Het is volgens haar dan ook geen toeval dat in ruim een eeuw Nobel-prijzen maar drie koppels de Mo-sers voorgingen. "Het is een fantastische formule als het lukt, want zoals May-Britt Moser aangeeft, is het in de hypercompetitieve omgeving van de topwetenschap een enorme troef dat de communicatie in vol vertrouwen verloopt. En je passie delen met wie je graag ziet, is een geweldige manier om een amoureuze relatie naar een hoger niveau te tillen. Maar erg veel elementen moeten kloppen."

Dat blijkt uit de ervaringen van de andere Nobelprijskoppels. Het befaamdst zijn Marie Curie en haar man Pierre, die in 1903 de Nobel voor Natuurkunde kregen voor hun onderzoek naar radioactiviteit. Van Tiggelen: "Ze zijn het ultieme voorbeeld van hoe het werkt. Pierre was aangetrokken tot Maries wetenschappelijke geest en toewijding. Ze werkten in perfecte harmonie, en dat al in het begin van de 20ste eeuw. Marie had overigens de cruciale inzichten in radioactiviteit."

"Ook in het koppel Joliot-Curie had Irène, de dochter van Marie, het overwicht. Ze kregen samen de Nobelprijs voor Scheikunde (1935) voor hun gezamenlijk onderzoek naar radioactiviteit. Die mix van liefde en topwetenschap, waarbij de m/v-clichés werden doorbroken, was bij hen echt een familiezaak."

Maar ook de andere Nobelkop-pels illustreren de essentiële ingrediënten voor een geslaagd wetenschapshuwelijk. Zo leerden de geliefden elkaar als student kennen. "Dat vermijdt asymmetrie, maar niet altijd jaloezie en competitie, die in latere fases meer gaan spelen", zegt Van Tiggelen.

Het gold ook voor de Amerikaan-se biochemici Gerty en Carl Cori. Zij wonnen in 1947 de Nobelprijs voor Geneeskunde. Carl in zijn speech: "Onze samenwerking, die dertig jaar geleden begon toen we studenten waren aan de Universiteit van Praag, is nooit gestopt. Onze inspanningen waren grotendeels complementair en elk apart zouden we niet zover geraakt zijn." Van Tiggelen: "Ook bij hen was het een voordeel dat ze al jong op hetzelfde niveau samenwerkten en elkaars input hoog achtten, wat jaloezie en concurrentie vermijdt."

Toch zijn er méér voorbeelden die aantonen hoe geijkte man-vrouwverhoudingen, achterstelling van vrouwen en soms gewoon jaloezie de droomformule fnuiken. "Je hebt als koppel een stalen basis van diepe vriendschap nodig, want er zijn voordelen maar het is ook hard. De tegenslagen en ontgoocheling zijn ook dubbel, en er is geen grens tussen privé en werk."

Het verbaast dan ook niet dat sommige koppels scheidden. Joshua Lederberg won in 1958 met zijn onderzoek naar genetische mutaties de Nobelprijs voor Fysiolo-gie. Zijn vrouw Esther Zimmer-Lederberg was van groot belang voor zijn onderzoek. "Maar nog voor de uitreiking scheidden ze, Le-derberg verwees zelfs niet naar haar in zijn speech", zegt Van Tig-gelen. Chemicus Linus Pauling, die in 1962 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, vroeg niet dat zijn vrouw in de prijs zou delen, hoewel zij zijn grote inspiratiebron was. Ze heeft het hem haar hele leven verweten."

Old boys

Andere 'nobelisabele' koppels verzandden dan weer in het patroon van de vrouwelijke topper die trouwde met de 'rijzende ster', en die in publicaties werd neergezet als de assistente. Neem nu André en Margueritte Lwoff, die eerst op hetzelfde niveau werkte maar daarna volgens de ongeschreven m/v-regels in de academische wereld wegdeemsterde. Hij won in 1965 de Nobelprijs voor Geneeskunde.

De onderzoeksters concluderen dat succesvolle koppels elkaar meestal jong leerden kennen en dat de mannen hun ego deels opzij kunnen schuiven. Van Tiggelen: "In de topwetenschap is het old-boys-netwerk sterk. Bij koppels die een No-belprijs wonnen of in de buurt kwamen, waren de mannen, zoals Pier- re Curie, erg progressief en feministisch. Ze gaven hun vrouw ruimte en steunden haar. Er zijn geen quo-ta nodig om meer vrouwen naar de wetenschap te lokken, maar vooral progressieve mannen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234