Maandag 30/11/2020

Natuur

Njoki verwachtte een geweldige oogst. Maar toen kwamen de sprinkhanen

Op allerlei manieren proberen de bewoners van Laikipia de sprinkhanen van hun velden te verjagen.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Na ongewoon veel regen droomden grote delen van Kenia van recordoogsten. Maar de gewassen zijn een prooi voor de grootste sprinkhanenplaag in zeventig jaar en de bestrijding verloopt traag. ‘Het zijn er te veel, we kunnen ze niet stoppen.’

Helen Njoki rent zwaaiend met een ­houten stok over haar akker en blaast op een oranje-groene toeter. “Weg, weg!”, gilt ze, en dan wordt ze omhuld door dikke wolken, alsof ze een stoffig tapijt uitklopt. Duizenden en duizenden gele woestijnsprinkhanen vliegen op. Ze hebben Njoki’s gewassen verorberd als ontbijt.

De sprinkhanen trekken voldaan verder en Njoki wordt weer zichtbaar. Ze monstert met grote ogen haar bladerloze maïsplanten en pompoenen. “Zoiets heb ik nog nooit gezien”, zegt ze over de roofoverval. “Mijn oogst is weg.”

Njoki woont in Laikipia, een gebied met weidse graslanden op de evenaar in Kenia. Laikipia ligt meer dan 400 kilometer van Ethiopië en Somalië, waar de woestijnsprinkhanen vandaan kwamen gevlogen in december. De zwermen in Kenia zijn de grootste in zeventig jaar, de sprinkhanen – ze worden zo’n 7 centimeter lang – zijn met miljarden.

Jonge sprinkhanen worden besproeid met gif, maar er is niet genoeg.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Tweeledigheid

Njoki’s lot toont de tweeledigheid van de situatie. Njoki rekende op een topoogst na de ongewoon lange regens van de laatste maanden, zoals grote delen van Kenia nog steeds dromen van recordoogsten. Tegelijkertijd werken de overdadige landbouwgewassen als een magneet op de vraatzuchtige woestijnsprinkhanen. De insecten vermenigvuldigen zich bovendien extreem snel: vrouwtjes leggen tijdens hun leven van 3 à 5 maanden meer dan 50 eitjes.

“De echte invloed op Kenia’s voedselvoorziening weten we dus over een paar maanden”, zo vat Agnes Wangombe de stand van zaken samen. “Maar we moeten wel nú toeslaan tegen de sprinkhanen.”

Wangombe werkt als sprinkhanenadviseur voor de lokale overheid in Laikipia. Ze doet haar verhaal tijdens een ochtend in het veld, naast een rij acacia’s die geel kleuren van de sprinkhanen. Deze groep gaat op korte termijn eitjes leggen, dus dit is hét moment om verdelgingsmiddel te spuiten, verklaart Wangombe. Extra pluspunt: de koudbloedige diertjes kunnen op dit vroege tijdstip van de dag nog niet vliegen, ze moeten eerst hun vleugels warmen aan het zonlicht. Wangombe staart naar de insecten binnen handbereik en zegt: “Maar wij hebben hier geen insecticiden gekregen.”

Kenia’s regering reageert traag op de sprinkhaneninvasie. Veel veldwerkers ­klagen net zoals Wangombe over gebrek aan geld, bestrijdingsmiddelen en sproeiapparatuur in de vorm van vliegtuigjes en handpompen. Volgens de VN-landbouworganisatie FAO moet er in Kenia gesproeid worden in gebieden van ruim 1.000 vierkante kilometer.

Lepels en stokken

De sprinkhanen in de acacia’s naast Wangombe zijn inmiddels op temperatuur, vliegen weg en storten zich 300 meter verder op een dorpje. De bewoners proberen de insecten te verjagen. Ze rennen schreeuwend hun huisjes uit en slaan met houten lepels en stokken op pannen. Dorpelingen rukken verwoed aan dunne bomen, boven manshoge maïsplanten zwiepen de boomtoppen. Een vrouw roffelt op de deur van een toiletgebouwtje van golfplaat. Een man rent met twee honden in de rondte en blaast op een gele vuvuzela. Vuurtjes stoken zou ook helpen, dus ­boven het dorpje stijgen pluimen witte rook op.

Een jongen toont een gevangen sprinkhaan.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Na ruim een uur vinden de sprinkhanen het welletjes, trekken verder en laten de dolgedraaide dorpelingen de schade opnemen. “Is dit Gods straf voor onze zonden?”, vraagt Richard Njoroge (60) op een veld met aangevreten afrikaantjes. Hij zegt het lacherig, die rare insecten zijn voor hem ook nieuw. Zijn bonen en sorghum overleven het nog wel, meent hij. Dan overpeinst hij de voortplantingsdrift van de sprinkhanen en zegt: “Maar ik ben wel bang voor hun volgende generatie.”

Die dient zich al aan. 100 kilometer noordwaarts krioelen ontelbare minuscule beestjes op een aardeweg tussen doornige struiken. De pasgeborenen zijn nog niet geel zoals volwassenen: ze zien er samengepakt uit als donkergrijze dekens. Vliegen kunnen ze nog niet. “Nú moeten we ze dus besproeien”, zegt Geoffrey Wahome (57).

Wahome werkt normaal op het landbouwdepartement van de plaatselijke overheid, maar is vanachter zijn bureau getrokken om de babysprinkhanen te verdelgen. Zijn team is door mensen in de omgeving per mobiele telefoon op de hoogte gesteld van de locatie. Wahome draagt een donkerblauwe overall, zwarte handschoenen, een wit mondkapje en een duikbril. Op zijn rug hangt een rood-witte spuitmachine met gif. Een collega van Wahome rukt een paar keer aan het startkoord en dan klinkt een luid geronk.

Wahome spuit al lopend 20 liter gif over de minisprinkhanen, twee collega’s doen hetzelfde. Het duurt maar een paar minuten, daarna volgt een tweede ronde en is het gif op. Wahome doet zijn mondkapje af, kijkt naar de gedode sprinkhanen en de veel grotere aantallen die verder krioelen en verzucht: “Het zijn er te veel, we kunnen ze niet stoppen.” Hij hoopt dat het gif met vertraging nog een deel van de overlevenden zal stuiten. Er stopt een brommer met daarop een jonge man. Hij wijst naar een heuvel en zegt: “Daar zitten er nog veel meer.”

Stoottroepen door de savanne

Nog eens 40 kilometer verder is de volgende fase van de sprinkhanen te zien: de adolescentie. De insecten zijn groen-geel en al een paar centimeter groot, ze krioelen niet meer maar marcheren als stoottroepen door de savanne. Ze klauteren in bomen en kluiven takken af, ongeduldig als de ‘hoppers’ zijn om hun vleugels uit te slaan en weg te vliegen.

De aangevreten maïs.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

“Dit is hét moment om ze te stoppen”, klinkt het opnieuw, nu uit de mond van Joseph Lolchuralki. Hij werkt voor de overheid in het nomadengebied Samburu. Hij krijgt hulp van de National Youth Service, quasi-militaire hulpverleners. Acht jonge mannen – er was gerekend op twintig – doen witte overalls aan over hun camouflagepakken en spuiten verdelgingsmiddel op de sprinkhanen. Na twee sessies is het gif op. De verdelging hier lijkt grondiger, al komen er meteen nieuwe colonnes ongedierte aanzetten. Lolchuralki: “We kunnen ze niet allemaal tegenhouden.”

En weer 150 kilometer verder is te zien hoe de volwassenen het luchtruim domineren. Over een groene vallei trekt iets dat van een afstand lijkt op een zandwolk. Van dichtbij zijn de miljoenen sprinkhanen te zien, ze zwiepen door de lucht, hun kleine schaduwen flitsen over een asfaltweg die het effect krijgt van een dansvloer met een stroboscoop. 

Brommerbestuurders banen zich toeterend en met een hand voor het gezicht een weg, op akkers beginnen boeren weer met schreeuwen en ratelen, overal gaan brandjes aan en stijgt rook op. Een man probeert wanhopig de sprinkhanen te verjagen door rondjes te rennen met een grote witte vlag. Een automobilist zet zijn auto in de berm. “Het heeft allemaal geen zin”, zegt hij, terwijl hij verdwaasd naar het geel gekleurde wegdek kijkt. 

Voor Kenia lijkt weinig anders te resten dan wachten tot juni, als het droge seizoen een einde maakt aan voedsel voor de sprinkhanen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234