Maandag 19/08/2019

Opinie

Nina Derwael is wat Amerikanen een next level-atleet noemen

Beeld Bob Van Mol

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Nooit eerder heeft een Belgische sportvrouw een meer mondiale sport gedomineerd dan Nina Derwael op de mythische brug met ongelijke leggers. Gisteren verpletterde de Limburgse haar tegenstandsters op het wereldkampioenschap in Doha.

Na Justine Henin, Tia Hellebaut en Nafi Thiam heeft dit land een nieuwe sportkoningin die de wereld ons benijdt. Nina Derwael is Belgiës grootste kans op goud voor de Spelen van Tokio in 2020. En dat voor iemand die bij de talentidentificatie één onvoldoende kreeg: ze was te lang voor gymnastiek.

Donkergroen (supergoed), groen (goed) of rood (niet goed), dat zijn de kleurtjes voor de talentidentifcatieprofielen. De elfjarige Nina Derwael scoorde op alles donkergroen, behalve voor haar lichaam: ze kreeg rood voor haar lengte. In China was Nina Derwael ongetwijfeld naar de circusschool gestuurd, maar in het kleine Vlaanderen verkozen zowel de Gymfed als de UGent ‘het oog van de meester’ boven de richttabellen: het grootste talent ooit kreeg een donkergroen advies om door te gaan.

The next best thing

‘Nina Derwael kan the next best thing worden aan de uneven bars’, voorspelde een Amerikaanse gymsite in 2014 die haar als junior aan het werk had gezien. Je kon de buzz horen tot ver voorbij de Gentse Watersportbaan, waar de gymhal staat en waar 32 uur per week de grootste gymtalenten van Vlaanderen onder leiding van een Frans echtpaar onverdroten aan de weg naar de wereldtop timmeren. Sinds 2008 in volstrekte anonimiteit, sinds 2016 onder iets meer belangstelling. Na gisteren vrijdag 2 november 2018 in volle schijnwerpers.

Vier jaar na die Amerikaanse voorspelling is de jonge vrouw uit Sint-Truiden de beste gymnaste op het meest tot de verbeelding sprekende toestel in de gymnastiek. De eerste, hardste en wellicht de meest mondiale sport die de vrouw ooit beoefende. Donderdag baalde ze nog als een stekker van die vierde plaats in de allroundfinale en die met 33 duizendsten gemiste medaille. In haar hoofd speelde meteen de idee om wat te doen aan die sprongen, haar zwakste – excuseer, minst sterke – onderdeel. In de nababbel kon ze het plaatsen: vierde is niet leuk, neen, maar de anderen waren beter. Op naar haar finale, de brug met ongelijke leggers.

Dubbel Europees kampioene en derde van de wereld was ze al op dat toestel maar speciaal voor dit WK hadden zij en haar trainers de moeilijkheidsgraad zwaar opgekrikt. Nina Derwael, sinds vorig jaar eigenares van haar eigen beweging, is wat Amerikanen een next level-atleet noemen: geef haar een nieuwe uitdaging en ze traint tot ze het volgende niveau haalt. Plafonneren staat niet in haar woordenboek, hooguit zal ze even blijven op het level dat ze zich eigen heeft gemaakt, om vervolgens weer hoger te mikken. Dat heeft ze de voorbij drie jaar elk kampioenschap gedaan: jaar na jaar, toernooi na toernooi turnde ze beter, moeilijker, mooier.

Het pleit voor haar trainers dat ze van haar lengte, haar ‘nadeel’, een voordeel hebben gemaakt. Nina Derwael is geen springbal die niet boven de tafel uitkomt. Zoals ze met haar hele 1m68 als een libel door het zwerk zwiert is ze de gratie zelve. Concurrente Simone Biles en de rest van de wereld konden alleen maar in bewondering toekijken.

Elk sportsucces heeft vele vaders, maar deze keer ook enkele moeders en zelfs een hele familie. De echte ouders in de eerste plaats: terwijl hun collega-voetballertjes uit de Topsportschool aan de Voskenslaan in Gent nu al makelaars hebben en eurotekens in de ogen, betaalden de gymnastjes – of liever hun ouders – per jaar 1.000 euro voor hun sportopleiding en financieren daarnaast zelf hun internaat.

De familie is de Gymfed, de turnbond zeg maar, een voorbeeldbond. Tien jaar en langer geleden was dat een huis van intrige, vandaag van vertrouwen – in het eigen kunnen en in dat van anderen. Ze krijgen veel topsportgeld van Sport Vlaanderen, dat klopt, maar ze zoeken ook zelf met succes naar geld. Met dat geld hebben ze tien jaar geleden een in eigen land halvelings uitgerangeerd Frans trainersechtpaar naar België gehaald: Marjorie Heuls en Yves Kieffer zijn de onmiskenbare architecten, de adoptieouders van dit succes.

Naar de Spelen

Af en toe gaven die een gil: we zijn het beu, we worden tegengewerkt… Zoals het goede trainers betaamt zijn ze nooit content, en af en toe is hun ongenoegen terecht. Neem nu dit jaar, toen die ene mevrouw in Gent besloot haar grote gelijk te halen en het licht in de trainingshal te doven terwijl de gymnastes nog volop trainden. Zou die gisteren ook hebben gekeken? Hoe onnozel heeft ze zich dan gevoeld?

Heuls & Kieffer, of Kieffer & Heuls zo u wil, zijn het levende bewijs dat talent alleen niet volstaat om resultaat te halen. Ergens onderweg moeten gidsen de weg tonen en dromen in werkelijkheid omzetten. Zij kenden de weg, want hadden met Frankrijk in 2004 op de Spelen van Athene goud gehaald. “Er is geen reden waarom jullie niet zouden kunnen presteren wat de Franse meisjes hebben gepresteerd”, zei Kieffer bij zijn aantreden. De Française Emilie Le Pennec won in 2004 goud op de brug met ongelijke leggers. Zestien jaar later zal opnieuw een pupil van Heuls & Kieffer op de Spelen voor goud gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden