Donderdag 16/09/2021

PortretNina Derwael

Nina Derwael (21) ging als kleuter een uurtje turnen om energie kwijt te kunnen. Vandaag wint ze goud

Nina Derwael (21) was zo’n energieke peuter dat haar ouders haar maar lieten turnen. Nu gaat ze voor goud. Beeld Joel Hoylaerts - Photo News
Nina Derwael (21) was zo’n energieke peuter dat haar ouders haar maar lieten turnen. Nu gaat ze voor goud.Beeld Joel Hoylaerts - Photo News

Ze kon lopen voor ze een jaar oud was. Ze kon zwemmen voor ze drie was. Op haar vierde dook Nina Derwael (21) van hoge kasten. ‘Nina was een energiek kind. We dachten zelfs dat het abnormaal was’, zegt haar vader Nico (48). Nu doet zijn dochter precies hetzelfde, maar niet meer op een kast en met een véél hogere winst: een gouden medaille op de Olympische Spelen.

UPDATE: Nina Derwael heeft het Olympische goud veroverd

“Ik vergelijk gymnastiek altijd met een trein. Je krijgt de kans om erop te stappen, maar dan stopt hij niet meer. Je moet mee. Alles of niks. Een beetje turner worden, dat gaat niet.”

Nico Derwael (48), vader van de jonge turnster, heeft het al die jaren dat Nina Derwael aan de weg naar de turnhemel timmerde, zo voor zijn ogen zien gebeuren. Turnen is een survival of the fittest zonder weerga. Topsport is sowieso al een veeleisende wereld, ook voor jonge kinderen met talent en ambitie. Turnen is daar nog eens een verhevigde versie van. “Voor gymnasten is het turnen en school, en dat is het. Er is geen weg naast. Je kan niet naar de jeugdbeweging of naar de dansschool. Je kan niet op stap gaan, je kan zelfs niet een avondje chillen met vrienden”, zegt Nico.

Zijn enige dochter heeft wonderwel vrede gesloten met het spartaanse leven. “Ik train geen 32 uur per week om in het weekend tot 4 uur ‘s nachts uit te gaan en me de volgende dag te blesseren”, zei Nina in 2017 in Humo, toen ze net 17 jaar was en de wereld haar had ontdekt dankzij een bronzen WK-medaille op de brug met ongelijke leggers. Ze had al op de Olympische Spelen geturnd, maar was toen anoniem negentiende geëindigd – zonder val van de balk was ze zelfs elfde geworden. Wist zij veel wat voor blinkends en glitterends nog op haar pad lag. Ze wist wel dat ze niks in haar jonge leven miste wat andere 17-jarigen wel beleven. “Ik kan later nog uitgaan, als ik dat wil. Maar het interesseert me niet. En drinken al helemaal niet. Wijn stinkt. Ik drink alleen water en warme chocomelk.”

Haar vader en moeder Marijke Lammens – ze zijn gescheiden toen Nina 10 jaar oud was – konden niet anders dan haar voorbeeld volgen. Want zo gaat dat met kinderen, hoe hard ouders ook van het tegendeel overtuigd willen zijn: kinderen wijzen de weg en ouders moeten mee, in de hoop dat lieve kind toch voor builen en blutsen te behoeden. “Wij hebben altijd gezegd: als je niet meer wil, zeg het ons. Dan komen we je halen. Dat zeggen we haar nu nog, trouwens: als je het niet meer ziet zitten, stop dan maar.”

Ruwe bolster

Zoals zoveel dingen in het leven, is ook de turncarrière van Nina Derwael begonnen als een toeval. Haar vader Nico was profvoetballer bij Racing Genk, in de jaren voor de club doorstootte naar de top in de Belgische competitie. Haar moeder Marijke speelde handbal en tafeltennis op hoog niveau. Maar voor het duo hun voetsporen kon drukken, passeerde daar de turntrein. Een verrassing, volgens haar vader:

“Het was heel toevallig dat Nina in het turnen terecht is gekomen. Ze was als peuter, zelfs al als baby, bijzonder energiek. Zo energiek dat haar moeder en ik ons begonnen af te vragen of dat wel normaal was, ze zat nooit stil. Hoe wilder de spelletjes, hoe beter. Ik tilde haar als peuter aan haar beentjes op, liet haar hangen boven de tafel en dan probeerde ze zo lang mogelijk horizontaal te blijven hangen. Haar buikspieren konden dat maar een paar seconden aan, hoor. Dat vond ze geweldig. Ik zette haar op een hoge bureaukast op het werk en ze sprong zonder nadenken in mijn armen. Nina heeft het dus altijd in zich gehad: ze duikt nu ook zonder aarzelen van de hoge legger naar de lage. Dus wij gingen naar de kinderarts met onze zorgen. De dokter stelde ons gerust: met haar energie was niks mis. Hij omschreef haar als een ruwe bolster met scherpe kantjes. ‘Het enige wat je kan doen, is proberen om die scherpe kantjes wat af te vijlen’, zei hij. ‘Maar,’ waarschuwde hij ook, ‘jullie moeten er als ouders over waken dat niemand probeert om die bolster te breken.’ Dat vond ik een belangrijk advies: Nina was heel actief, maar we moesten haar actief laten zijn. We moesten op zoek naar een activiteit waarin ze haar energie kwijt kon.”

Dus gingen haar ouders op zoek naar een sport die hun jonge dochtertje kon beoefenen. Het werd kleuterturnen in Stevoort, bij gebrek aan andere alternatieven voor peuters en kleuters. Eigenlijk was kleine Nina nog een half jaar te jong, maar omdat ze die eerste zaterdagvoormiddag tussen 11 en 12 uur helemaal naar de sporthal van turnclub Sta Paraat was gekomen mocht ze gewoon meedoen. “Wij moesten een uur wachten, op zo’n typische Zweedse bank, met onze knieën achter onze oren”, lacht Nico. In dat uur overtuigde Nina de trainers van de club. Niet van haar olympische mogelijkheden, want dat was toen nog helemaal onontdekt, wel van haar ruwe talent: ze durfde meer, ze had weinig uitleg nodig om een oefening op te pikken en ze wou het goed doen. Het is een constante gebleken in haar ontwikkeling: lef, leergierigheid en een drang naar perfectionisme hebben haar gebracht waar ze nu staat. “En veel doorzettingsvermogen”, voegt Derwael daar zelf aan toe in een filmpje van Sport Vlaanderen. “Ik heb wel een paar keer gedacht: ik heb er genoeg van, ik stop ermee, want ik heb hier geen zin meer in. Maar uiteindelijk doe je dat nooit.”

Sinds die eerste zaterdagvoormiddag in de sporthal van Stevoort is het snel gegaan. Zoals alles snel gaat in het leven van Nina Derwael. Drie weken voor de uitgerekende datum besloot ze dat haar tijd gekomen was. Een maand voor ze een jaar zou worden, kon ze lopen. Een half jaar voor ze drie werd, kon ze alleen zwemmen, zonder bandjes. Een jaar voor ze twaalf werd, mocht ze al naar de topsportschool voor gymnastiek - zo goed was ze.

“Het ging van een uurtje turnen snel naar meer, naar twee, drie uur per week en niet veel later naar acht uur. Gelukkig waren er de s, die bijsprongen om vijf keer per week van Sint-Truiden naar Hasselt te rijden. De moeder van Marijke heeft zelfs speciaal op haar vijftigste nog haar rijbewijs gehaald om Nina te kunnen brengen. Maar toen Nina 11 jaar was, mocht ze naar de topsportschool in Gent, een jaar vroeger dan normaal. Dat was een domper. Voor ons, niet voor Nina. Wij wilden graag nog een jaar wachten, zij wou absoluut vertrekken. We zijn pas overstag gegaan toen haar trainers in Hasselt ons overtuigden dat Nina bij hen niks meer kon leren en dat een jaar uitstel haar ontwikkeling zou vertragen. Ze is vertrokken zonder één traan te laten. Ze heeft geen dag heimwee gehad. Zij voelde zich meteen thuis op het internaat en bij de trainers. Het niet altijd rozengeur en maneschijn geweest, natuurlijk. Maar het is wat zij wou. Het is haar droom, haar ambitie.”

Dromen van goud

Olympische dromen heeft Nina Derwael altijd al gehad. “Ik wou zo’n Belgisch vlagje op mijn turnpak”, zegt Nina in een promofilmpje van Sport Vlaanderen, om kinderen warm te maken voor een opleiding in een topsportschool. “Vanaf ik aan de topsportschool, begon wist ik: hier valt iets in te bereiken. Ik wil hogerop geraken. Ik wil op het niveau komen waar de anderen ook staan. Ik wil ooit ook een olympische medaille. Toen heb ik de klik gemaakt. Ik ben anders beginnen trainen en veeleisender voor mezelf geworden. Dat heeft me gebracht waar ik nu sta.”

Toen ze 10 jaar was, stond ze voor het eerst in de krant. Daar zei ze het al: “Ik wil naar de Olympische Spelen.” Ze wist het zelfs voor ze wist wat het was, dat grootste sportevenement ter wereld dat eens om de vier jaar plaatsvindt, dat ze daar wou zijn. Haar vader Nico herinnert zich nog levendig de eerste keer dat zijn dochter over die ambitie sprak:

“We waren thuis aan het kijken naar het turnen op de Spelen van Athene in 2004. Nina was vier en net begonnen met turnen, vandaar dat onze interesse was gewekt. Het was de tijd dat Aagje Vanwalleghem als enige Belgische deelnam. Plots zei Nina: ‘Ik wil ook naar daar.’”

Nu staat ze daar, in de Ariake turnhal in Tokio. Straks vliegt ze, elegant en krachtig, van de hoge naar de lage legger en terug, met een dubbele Tkachev, haar eigen Derwael-Fenton en een Buckum-zwaai om af te sluiten. En als alles goed gaat, mag ze daarna het podium op. Met goud om de nek, toch?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234