Maandag 18/10/2021

Nijt ende Verraat in de strijd om Brugge die Scone

Het zal pijn doen als hij vertrekt, sowieso. Nog meer als hij gewoon de straat oversteekt. Eidur Gudjohnsen, van groen naar blauw? 'Sirkel' versus 'Klup', het is een middeleeuws steekspel van Nijt ende Verraat, van overlopers en judassen Neem plaats voor een rondrit door het verleden. 'Ik mag daar nooit meer binnen.'

"A wel meneere. Ik zal't u zeggen. Dat er een speler vertrekt, tot daar aan toe. Daar kunnen we mee leven. Maar dat hij naar den overkant vertrekt. Daar kunnen we niet mee leven." De lijn kraakt. Ruis in de hoorn. Haar naam is opgetrokken uit de zompige poldergrond: Aurora Costenoble. De 63-jarige secretaris van voetbalvereniging Cerkelladies is kwaad, dedju. En ziek. Voetbalziek. "En vergeet niet, meneere. We staan de laatsten hé."

Costenoble kan het maar moeilijk vatten. Dat hun ster, de IJslander Eidur Gudjohnsen, op het punt staat te verkassen van de Vereniging naar de Club, van grasgroen naar donkerblauw, dat steekt. Beide besturen zitten rond de tafel. Cercle met een zwaar gemoed. Een lam dat verstijft bij de geur van de wolf. Want ze hebben geen keuze. Het contract van de IJslander stipuleert dat de ex-ster van onder meer Chelsea en Barcelona voor het einde van de wintermercato vrijelijk naar het buitenland kan. Niemand had evenwel enige verleiding uit de eigen competitie verwacht, en al helemaal niemand had de paringsdans van Club zien aankomen. Cercle kiest dan maar eieren voor het geld en probeert wat geld los te weken voor hun IJslander, hun ster.

Sirkel en Klup, veroordeeld tot elkaar. Ze leven onder hetzelfde dak, hebben dezelfde tuin en delen - soms - dezelfde mensen. Om de naam Alex Querter maar niet te noemen, die verderop volgt in dit verhaal. Als Gudjohnsen de stap zet, is dat het zoveelste bedrijf in een steekspel dat nu al meer dan een eeuw aanhoudt. Nu is er de folklore van de balpennen. Geen blauwe bic op de bureaus van Cercle. Omgekeerd staat de Vereniging niet op de rangschikking van het Clubcafé. 'Club van hiernaast', dat staat er. Diehards van Cercle gaan niet naar de derby als Club thuis speelt. En vice versa. Geen geld voor de vijand.

Er zijn de obligate grappen. Wat is het verschil tussen Club en een spel kaarten? In een spel kaarten zitten maar vier boeren. Folklore. Maar aan de basis van de kolder ligt wel een ideologische breuklijn. Een breuk die niet te lijmen valt. En daar deed het 'verraad' van sommige Cerclespelers, die naar Club overstapten, geen goed aan. Raken beide partijen eruit, dan komt Gudjohnsen in een select gezelschap van groenblauwe overlopers.

Het volk tegen de paters

Als Gilbert Bailliu (76) zijn achterdeur opentrekt, ruikt hij een parfum van nat gras, zweet en modder. Hij ziet de velden van Jan Breydel, ziet het felle licht van de masten en hoort het schelle fluiten van de coach. Als hij naar de velden kijkt, ziet hij zijn verleden. 'Berrie' Bailliu doorliep de jeugdreeksen van Cercle en raakte in 1966, als speler van het fanionteam, met de club betrokken in een schimmig omkoopschandaal met Lierse. De vereniging verzandde in derde klasse. En Gilbert, ja, die kon elders aan de bak.

"Als kind zat ik op school bij de Xaverianen in Brugge. De katholieken, de Cerclefans. Cercle was al wat de klok sloeg bij ons. Maar hoe gaat dat dan, later, als je naar een andere club kunt?" Bailliu werkte in de jaren zestig bij de Generale Bank. Hij kreeg na de omkoopaffaire plots telefoon. "Weet ge wie dat was? André De Clerck, de voorzitter van Club, van blikslagerij De Clerck. Dan weet je hoe laat het is. Dus ja, ik naar zijn villa in Varsenare. Ik wist niet waar ik het had."

"Maar de supporters, oelalala, die begrepen mij niet. Het is nooit aanvaard. Cercle en Club, dat gaat niet hé." Dat het niet gaat, was al duidelijk eind jaren 1890. De woorden van Gilbert Bailliu reiken ver. "Als kind zat ik op school bij de Xaverianen." De oorsprong van de breuklijn is terug te voeren naar 1891, bij de oprichting van FC Brugeois, FCB. Een ploeg die is opgerezen uit een boel kleinere clubs. Een volksclub, zeker en vast, een vergaarbak aan ideologieën. Liberale aristocraten, socialisten en vrijmetselaars in een 4-4-2 van Sturm und Drang. En in het Frans, dat ook.

Er kwam een reactie op FC Brugeois, door de 'Vereeniging der Oudleerlingen Broeders Xaverianen', zo ploos Dries Vanysacker, een theoloog nota bene, uit in zijn boek Van FC Brugeois tot Club Brugge. In de lokalen van het instituut werd de Cercle Sportif Brugeois geboren. Elitair, maar vooral katholiek. Streng katholiek. Maar sterk met de bal aan de voet.

Cercle versus Club, het was van bij aanvang voer voor controverse. Toen al. Op 23 maart 1902, bij de derde officiële derby tussen FC Brugeois en Cercle Sportif Brugeois scoorde Jérome De Caluwé, rechtsbuiten bij Cercle, het winnende doelpunt met de hand, zo leert de legende. De Caluwé vierde de winst nadien in het centrum van de stad. Uitbundig, met veel zwier en zwaai. De paters wonnen van het volk. De Caluwé vierde iets te luid naar de goesting van de notoire Clubfamilie Giulini. Die kieperde de nachtemmer integraal over De Caluwé.

De ideologische ramkoers van beide ploegen kreeg pas enkele jaren later een eerste steekvlam toen ene, even diep ademhalen, Raoul Constantin Joseph Ghislain Daufresne de la Chevalerie de overstap maakte van Cercle naar Club. Boel in Brugge, er kwamen net geen hooivorken en brandende toortsen aan te pas. Van de kerk naar het café, dat doet ge niet.

Geen lauw figuur overigens, De la Chevalerie, hij was van bij zijn overstap zelfs tweede voorzitter van Cercle. Een man van vele talenten ook. Een paardenliefhebber die coach was van de Belgische voetbalploeg op de Olympische Spelen in Antwerpen, in 1920, en er ook zelf aantrad als tennisser én als hockeyspeler. Hij won brons met de hockeyploeg. De la Chevalerie schopte het in het leger ook tot luitenant-generaal en was tijdens de Tweede Wereldoorlog bevelhebber van de Belgische Landmacht in Groot-Brittannië. Hij dus, van Cercle naar Club. Van de modder naar de miserie, want zijn overstap zette de belangen van beide teams op scherp.

"Wreed hé", zegt Bailliu. "Dat het verhaal van de Xaverianen zo lang doorliep. Tot in mijn tijd. Eind jaren zestig." Na de nachtemmer van 1902 is er de titel van 1911, een ijkpunt in de het Brugse epos. Cercle greep in de laatste wedstrijd, op het veld van Club, de eerste landstitel van een Brugse ploeg. Een miskleun voor blauw-zwart, ondanks vedetten als Désiré Paternoster en Hector 'Torten' Goetinck, bijgenaamd de 'Brugse gazelle'. De tijd van het bijgeloof, begin vorige eeuw. Toenmalig Clubdoelman Dhoore naaide voor de wedstrijd een hoefijzer in zijn broek. Helaas.

De winst van Cercle leidde tot wrevel bij de buren. Wrevel die uitmondde in de oprichting van de Entente Brugeoise, waarin drie afgevaardigden van beide ploegen maandelijks samenkwamen om de gemoederen te bedaren en in één ruk ook afspraken te maken over ticketprijzen en transfers. De Entente bleef bestaan tot 1983 (!), maar de spanning bleef. En ontplofte in 1982, een jaar voor de ontbinding van de legendarische Entente. 1982, de naam valt: Alex Querter.

Wie er Paninistickers van Alex Querter bijhaalt, krijgt meteen een staalkaart van alle variaties op nektapijten. Querter ging schijnbaar bij Rudolf - Rudi - Völler in de leer en liet zijn nekhaar wapperen als was het een vlag. Een groene vlag, overigens. Querter raasde eind jaren zeventig alsook begin jaren tachtig als een stier over het veld bij Cercle. Alex Querter, die zette je niet aan de kant.

"Een vaste waarde in de ploeg", zegt Marc Knockaert, voormalig mascotte van Cercle alsook stichter en voorzitter van supportersvereniging d'Echte. "Querter was geliefd bij Cercle, dat zeker." Als Knockaert over Cercle spreekt, druipt de nostalgie van zijn kin. Hij smekt en smaakt de woorden: Cercle, die Scone. "Weet ge dat de Duitser Max Höllriegel zelfs bij ons inwoonde thuis. Die speelde bij Cercle en at patatten met biefstuk." Supportersclub d'Echte hield van bij zijn ontstaan de traditie in ere om jaarlijks een gouden schoen uit te reiken. Een pop poll avant la lettre, met winnaars als Morten Olsen en Julien Verriest. Knockaert: "In 1982 was de winnaar overduidelijk: Alex Querter."

"Ik was content", zegt Querter daar zelf over. "Leuke prijs, toch?" Maar de uitreiking van de prijs heeft nooit plaatsgevonden. Knockaert: "Ah ja, natuurlijk niet. Querter had al getekend aan de overkant!" Nondedju. Alex Querter stapte datzelfde jaar over van Cercle naar Club en kreeg in de annalen van de Vereniging de weinig benijdenswaardige titel van 'Verrader'.

Querter: "Ja man, die transfer. Ze hadden het niet verwacht bij Cercle. Ik heb het bestuur nog gewaarschuwd: 'Mannen, er is concurrentie van Club'. Maar ze wilden mijn contract niet aanpassen. Cercle had de eerste keuze. Ik verliet de ploeg met pijn in het hart, eigenlijk. Niks moet daar. Bij Club is het anders. "Spijtige zaak ook, die transfer. Maar ik heb wel dertien miljoen Belgische frank gekregen. Veel hé. Kort daarvoor was Danny Veyt getransfereerd. De pers sprak van 'de man van zes miljoen'. En dan hop, dertien miljoen voor mij. Bij Club lag het geld op tafel."

En dan zegt Knockaert: "Querter, dat was landverraad."

Niet in dank afgenomen

De naam Querter zal bij Cercle altijd wel verbonden blijvenmet de kwalijke overstap naar Club. Maar er zijn ook anderen die zich ver riskeerden. Bernard Vanheecke bijvoorbeeld, in 1976: "Ik was een vrije speler kameraad." Of John Moelaert in 1969. Maakte ook de overstap, in 1969: Luc Sanders. De keeper van Cercle werd de keeper van Club.

Sanders: "Die transfer is mij niet bepaald in dank afgenomen. Wees gerust. Wat kon ik doen? Club trok al twee jaar aan mijn mouw. Ik ben er uiteindelijk op ingegaan. Zeer tegen de zin van voorzitter Paul Ducheyne. "Later, toen ik trainer was bij Oostende, kon ik tekenen als hulptrainer bij Cercle. Ik werd benaderd, maar Ducheyne kwam in actie: 'Sanders? Die komt er niet meer in. Wie voor Club speelde, mag het hier vergeten'. Een categorieke njet. Ik werd aanzien als een verrader."

"De eerste derby, dat vergeet ik niet gauw meer", zegt Sanders. In die tijd speelden beide clubs nog in een apart stadion. Wij, Club, kleedden ons aan in ons eigen stadion De Klokke, om dan te voet naar het veld van Cercle te wandelen. Ik kreeg verwijten naar mijn kop geslingerd, ik moet u dat niet zeggen. Bij Cercle was ik nog actief bij de Zeemacht. Soms, voor we terug naar de kazerne moesten, gingen sommige spelers nog eten bij Emilienne, een aangename madame, een supporter van Cercle. Ze was kwaad toen ik tekende voor Club. Vréé kwaad.

Sanders wordt er nog altijd op aangesproken: 'Ah, den overloper'. Maar ach, het valt wel mee. Ik kan er wel om lachen. Ik moet er wel aan toevoegen dat ik nooit nog ben geïnviteerd door Cercle. Ook niet voor het 100-jarig bestaan, jaren geleden." Wie eigenlijk ook overliep, maar wat schijnbaar tussen de plooien van de geschiedenis is gevallen, is Michel Van Maele, de ex-burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Club.

Marc Knockaert van d'Echte "Van Maele, die kwam eigenlijk van Cercle. Straf verhaal. Toen die eind jaren zeventig streed om een nieuwe ambtstermijn als burgemeester kwam hij 4.000 stemmen te kort. Ik zal u zeggen hoeveel supporters Cercle toen had: 4.000. Ik zeg niks (lacht)." Knockaert kan er om lachen, maar als de namen van de 'overlopers' weerklinken, zit er toch weer wat ruis op de stem. Wat irritatie. Dat Gudjohnsen de beknopte lijst misschien aanvult, dat zit toch niet lekker. "Maar hoe gaat dat nu? Ze veranderen sneller van ploeg dan van hemd."

Wrevel blijft ingebakken

De laatste jaren zijn er in Brugge geen nieuwe Grote Verraders opgestaan. Er zijn soms zelfs uitwisselingen tussen beide ploegen. Meer nog: ooit, in 1971, was er sprake van een fusie. Er zijn wel nu wrijvingen over het veld en over het stadion. Wrevel die supporters van Club herleiden tot politiek gespin van Pol Van Den Driessche, de woordvoerder van Cercle. De man zelf doet de uitlatingen af als 'flauwekul'.

Maar de wrevel, die blijft ingebakken. Al is het wrevel met een kwinkslag. Zoals de monsterzege van Club tegen Cercle, op 27 januari 1991: 10-0. Bij een 7-0 voorsprong galmde het door Jan Breydel: 'Tiene! Tiene! Tiene!' In Brugge zijn er nog altijd stickers met het opschrift: 'k was d'erby. "Nu blijft het ludiek", zegt Pol Van Den Driessche. "Vroeger kreeg ik haatmail van Clubsupporters. Nu kreeg ik een mail met een (valse) foto van Eidur Gudjohnsen, gehuld in de tenue van Club Brugge. Met als opschrift: 'Speciaal voor u, Pol'. Daar kan ik om lachen."

"Maar het doet pijn, nu. Dat valt niet te ontkennen. Club blijft de rivaal. De affaire-Querter lag zeer gevoelig. Querter was enen van ons. Als Club straks Lukas Van Eenoo zou wegkapen, dat zou echt slikken zijn. Meer dan Gudjohnsen."

Strijd dus in Brugge, nog altijd. Club wil de titel. Cercle wil niet degraderen. Querter, Van Heecke, Sanders, Bailliu, ze doen niet mee. Ze spelen alleen nog mee in gedachten. En straks, volgende week, speelt Cercle zijn eerste thuismatch van 2013. En dat treft, want de buren komen op bezoek. Cercle-Club. Met of zonder Eidur Gudjohnsen. En als hij scoort, gaat hij beter niet vieren in de stad. Want in Brugge hebben sommigen nog altijd een nachtemmer staan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234