Woensdag 23/06/2021

'Nieuwsgierigheid is de motor van alles'

'Vier keer twintig': bij niemand past het Franse woord voor '80' beter dan bij René Burri. Voor zijn verjaardag is er een nieuw boek, hij blijft rondreizen, Burri ziet de wereld. 'Er is altijd iets te ontdekken', zegt de Magnumfotograaf.

De anekdote is bekend, maar te mooi om niet nog één keer te schrijven. René Burri is 13 jaar als hij van zijn vader, een kok, een Kodak krijgt. Het is 1946, ze wonen in Zwitserland en un monsieur important komt op bezoek in Zürich. De Burri's gaan samen kijken, de kleine René drukt af: rechtopstaand in een open auto, Winston Churchill. "Ik heb die foto gemaakt zonder zelfs maar te vermoeden dat ik later fotograaf zou worden", zegt Burri.

Dat vertelt hij aan de telefoon vanuit Parijs. Daar woont de man die op 9 april tachtig jaar wordt en in zijn herinneringen graaft alsof hij in een teletijdmachine stapt. Moeiteloos, wat de titel van zijn pas verschenen boek ook moge laten vermoeden: Impossible Reminiscences. Burri werkte er naar eigen zeggen zeven jaar aan. Het zijn foto's in kleur. "Die zeven jaar waren nodig om een rode draad te vinden. Het moest goed zitten. Maar c'est fait. Ik ben net terug van Berlijn waar een tentoonstelling komt. En straks vertrekken we naar Hongkong. (lacht) Wel in business class."

Dat lachje is bijna ter verontschuldiging, maar er is een uitleg voor. Er is de leeftijd en de vluchttijd. Los daarvan valt de reislust op. De onrust in de mens die, zo toont ook Impossible Reminiscences, in China en Brazilië en Cuba, in de Verenigde Arabische Emiraten, in Vietnam, in Irak was. De wereld vangend met zijn Leica. "Het gaat me niet zozeer om het reizen zelf", zegt Burri. "De motor van alles is de nieuwsgierigheid. Daar ben ik mee geboren. Ik steek mijn neus aan het venster. Als kind in Zwitserland had ik dat al. Je gaat er een berg op en boven zie je weer een berg. Er is altijd iets. Alleen in Libië was het ooit anders: een horizon van 180 graden, aan het einde zag je alleen de bocht die de aarde maakt."

Zijn afkomst hielp hem op belangrijke momenten van zijn leven. Burri vertelt hoe David 'Chim' Seymour, met Henri Cartier-Bresson, Robert Capa en George Rodger stichter van Magnum, hem naar het Suezkanaal stuurde. "Daar leerde ik wat journalistiek is. Later was het feit dat ik een Zwitsers paspoort had een van mijn troeven in Arabische landen. Ik kon naar Libië, ik kon de Egyptische president Anwar Sadat fotograferen, de sjah van Iran ook. Allemaal omdat mijn Engelse en Franse collega's, omwille van diplomatieke belangen, daar persona non grata waren geworden. Zwitserland was neutraal en dat speelde in mijn voordeel."

Magnum, dat grote agentschap, hij noemt het tot vandaag "the last band of happy brothers". Hij was er geraakt op aanraden van Werner Bischof, ook al Zwitser, een generatie ouder, afgestudeerd aan dezelfde school. "Ik toonde hem mijn foto's en hij zei: 'Niet slecht. Maar nu vertrek ik naar Amerika, en als ik terug ben tonen we je foto's aan Cartier-Bresson en Capa.' Maar hij kwam niet terug: hij stierf in Peru, een week voor Capa stierf in Vietnam."

Burri trok een jaar later toch naar de bureaus van Magnum in Parijs en toonde er zijn foto's aan een Spaanse secretaresse. "Ik liet haar een reportage zien over doofstomme kinderen. Ze nam een rode stift, waarmee ze foto's aanduidde op mijn contactafdrukken. Ik dacht dat ze gek was geworden. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Uiteindelijk moest ik er tien opsturen, iets later verschenen die in Life. Met daaronder: 'René Burri/Magnum'."

Op de maan

Af en toe nipt hij aan zijn koffie. Of een thee. Je hoort het lepeltje tegen het kopje. De stem moet gesmeerd, hij blijft vertellen. Zonder vragen. Een omwegje, dat af en toe wel. Vooruit en achteruit in de tijd. Maar Burri komt terug. Naar zijn studies in de beaux arts, waar hij de liefde voor de cinema kreeg, waar hij ook films leerde maken. Tot 1955 werkte hij als cameraman voor Disney. "Maar een film maken moet met een grote ploeg en dat lukte me moeilijk. Mon oeuil, mijn oog, is mijn wapen om dichterbij de mensen te komen. Alleen. Foto's maken, zo ontdekte ik, was als een drug. Bij een film moet je niks meer uitleggen: iedereen gaat in een donkere zaal zitten, er is beeld en beweging. Al blijft het moeilijk. In de jaren zestig ontmoette ik Akira Kurosawa. Veel later zei hij in Cannes, toen ze hem vroegen waarom hij op zijn 80ste nog films maakte: 'Omdat er in elke film één moment zit dat me blij maakt. Voor dat gevoel.'"

Hij zegt het omdat hij het herkent, weliswaar als fotograaf. Terug naar die onrust: "Ik heb altijd in mijn hoofd kunnen reizen." Met een lachje: "Daardoor kon ik zelfs op de maan geraken. Maar in wezen heb je als fotograaf je hoofd, je hart, je oog en je benen nodig. Alleen die laatste worden als je de 80 bereikt, wat lastiger."

Het Magnumsysteem liet dat altijd toe. Hij roemt de fraternité van het agentschap. De mix van jongeren en ouderen. Rijkeren en minder gestelden. "Josef Koudelka sliep op de grond." Une liberté fantastique, dat ook. "Je vertrok en na een à twee maanden ging je terug naar het agentschap." Die vrijheid had gevolgen. "Ik woon in Parijs met mijn derde vrouw. Ik ben tegelijk familieman en vagebond."

De vrijheid zat ook in de zelfgekozen opdrachten. "Als ik ergens 'in opdracht' moest, dan kwam ik met minder goede beelden terug dan als het idee van mezelf kwam", zegt hij. "Gelukkig zat ik nooit vast in een systeem. Ook dat heeft Magnum gerealiseerd: zij hebben voor het copyright gezorgd."

En dan was er altijd die band met Henri Cartier-Bresson. "Grote meester, zeer streng", zegt Burri. "Hij gaf geen cadeaus, maar hij was als een bokser: hij zocht contact, daagde je uit. Hij heeft me de juiste kadrering geleerd en hij was een vriend tot zijn dood. Henri was natuurlijk wel iemand van de Franse bourgeoisie. Hij hield er niet van om zelf gefotografeerd te worden, hij sloeg met zijn paraplu als iemand dat wilde doen. Hij wilde anoniem blijven. In Amerika noemden ze hem trouwens Hank Cartier, omdat ze zijn naam niet konden uitspreken. Maar ik heb ooit een brief naar hem verstuurd in Parijs met 'Hank Cartier' op de envelop. En die kwam wél aan."

Die anonimiteit lukte dus niet. "Ze is nochtans formidabel én nodig", zegt Burri. "Vandaag zijn fotografen te veel sterren geworden. (lacht) Allee, er belt me nu een journalist uit België. En onlangs zaten in Zürich duizend mensen in de zaal om naar mij te luisteren. Neen. Je moet als fotograaf achter je toestel zitten en kunnen opgaan."

Honderden foto's. Duizenden foto's. En zeker twee iconische: vier wandelende mannen op een dak in Brazilië én een portret van Ernesto Che Guevara, met sigaar, uit 1963. "Ik zeg altijd: elke fotograaf is bekend om twee, misschien drie foto's. Dit zijn de twee van mij. Che was op dat moment 35 jaar, ik 30. Hij was redelijk arrogant. Al klinkt dat te negatief. Laat me zeggen: hij was al een persoonlijkheid. Een oude prof van me, die nu 90 is, heeft me ook ooit arrogant genoemd. Maar hij bedoelde dat positief: ik mocht grote sterren fotograferen en dat lukte me. Wellicht omdat ik met de voeten op de grond bleef. Je moest weerstand kunnen bieden aan die sterren."

Eigen beelden

In Magnum contactafdrukken, een net zo monumentaal als indrukwekkend boek, staat het verhaal van die fotosessie. Hoe Che hem compleet negeerde. Hoe het gesprek ging. En hoe hij later, in 1968, zelf T-shirts voor zijn kinderen kocht met z'n eigen foto erop. Zijn foto van de vrijheidsstrijder, net zo bekend als die van Alberto Korda.

Burri's sterkte heeft altijd daarin gezeten: hij was geen oorlogsfotograaf, ging niet waar honderd of tweeduizend andere fotografen waren. Hij wilde zijn eigen beelden. Van bekende mensen als Maria Callas en Alberto Giacometti, maar ook van heel onbekende mensen. "Ik wil niet cynisch worden, maar het enige verhaal is de mens zelf. In goede en kwade tijden. En dat probeer ik jonge mensen ook bij te brengen. Ook al heeft de fotografie na 150 jaar een technologische transformatie ondergaan, er zijn altijd nieuwe dingen te ontdekken. De wereld eindigt niet. Je kunt ook vandaag beelden maken die de wereld over vijftig jaar zullen tonen: zo was het. Zonder met Photoshop van twee helikopters vijftien helikopters te maken. En dat het crisis is voor de fotogafen, jawel. Maar dat is altijd zo geweest. Ook bij Magnum. We zijn van de ene crisis in de andere getuimeld. Maar het is zoals met boksen: je gaat tegen de grond en je staat weer recht."

Dinsdag wordt hij tachtig. Van Leica, altijd zijn camera geweest, kreeg hij een telefoontje. Of ze hem met iets plezier konden doen. "Ik heb alles, zei ik. Maar ze gaan me toch hun nieuwe Leica M Monochrom (digitaal, maar enkel zwartwit, RVP) sturen. Die wil ik graag proberen."

Of hoe het hoofd, het hart en het oog soms sterker zijn dan de benen.

'Impossible Reminiscences' van René Burri , 240 pag., 170 illustraties, € 78,95. Uitgeverij Phaidon

p25

Verenigde Arabische Emiraten, 1976

Cape Canaveral - Florida,

Verenigde Staten,

1981

Pilsen,

Tsjechië,

1958

Suezkanaal,

Egypte,

1974

Rio de Janeiro,

Brazilië,

1967

Amalfi,

Italië,

1966

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234