Maandag 11/11/2019

Myanmar

Nieuwe portie miserie dreigt voor Rohingya

Een vluchtelingenkamp voor Rohingya in Bangladesh. Beeld EPA

Voor de honderdduizenden Rohingya die het afgelopen jaar vanuit Myanmar naar Bangladesh vluchtten, dreigt nu ook over de grens een onrustwekkende toekomst. Terwijl daar meer en meer mensen aankomen, verslechteren de omstandigheden in de opvangkampen razendsnel.

De opvangkampen van Cox's Bazar, net over de grens met Bangladesh, behoren inmiddels tot de grootste ter wereld. Bangladesh en Myanmar hebben de voorbije weken een werkgroep opgericht om de repatriëring van Rohingya te begeleiden, die gevlucht zijn voor het geweld van het leger in de deelstaat Rakhine. Maar veel vluchtelingen vrezen dat ze daar opgesloten zullen worden in detentiekampen.

Intussen lijkt het begrip van de plaatselijke gemeenschappen voor hun bedreigde moslimburen stilaan opgebruikt. Spanningen over gronden en vergoedingen lopen op, terwijl wanhopige vluchtelingen kwetsbaar zijn voor uitbuiting door landeigenaren.

Tent

Volgens de jongste VN-cijfers zijn in amper vier maanden 655.000 mensen de grens overgestoken. Nadat ze hun brandende dorpen, gewassen en vee achterlieten, hebben ze zich in Cox's Bazar gevestigd, op gronden van plaatselijke bewoners.

De Britse krant The Independent sprak met enkele tieners, die van 's ochtends tot 's avonds in de rijstvelden rondom Cox's Bazar werken voor amper 300 taka (3 euro). Dat is de helft van het normale loon in de regio.

Awaz (15) en zijn familie hadden in Myanmar hun eigen gronden, in het kamp wonen ze met z'n achten in een plastic tent. Een alternatief is er niet. Het gezin verliet in september zijn thuisland. "Het leger kwam en opende het vuur, dus we lieten alles achter en vluchtten", vertelt de jongen aan de krant.

Goedkoper dan plaatselijke arbeiders

Ook voor de plaatselijke bevolking wordt de situatie er niet bepaald beter op. Volgens ngo's die in het gebied werken, verliezen arme Bengaalse arbeiders massaal hun werk door de grote toestroom van Rohingya. 

"Er zijn zoveel Rohingya dat we geen werk meer hebben", getuigt Aminah Khatun (60) aan The Independent. "Voordien verdienden we 500 tot 600 taka, maar zij zijn veel goedkoper. En de prijzen voor voedsel, fruit en groenten zijn bijna verdubbeld. Een zak rijst kostte 1.200 taka, nu 2.000."

Druk op autoriteiten

De toenemende spanning verhoogt de druk op de Bengaalse autoriteiten, die de rellen in de jaren 90 nog niet vergeten zijn. Een kleinere uitstroom van zo'n 300.000 Rohingya leidde toen tot enorme problemen. Ook toen waren de moslims op de vlucht voor gewelddadige vervolging in Myanmar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234