Vrijdag 22/11/2019

Mobiliteit

Nieuwe kantoorgebouwen liggen steeds verder van treinstations: "Je krijgt kantoorwoestijnen"

Noordwijk Brussel met zicht op de sporen. Beeld ID Photo Agency

Nieuwe kantoren liggen niet dichter, maar net verder van treinstations: tot bijna 4 kilometer in vogelvlucht. Tegelijkertijd daalt het aantal pendelaars in sneltempo. De oplossing voor de verre afstand? Voor driekwart van de Vlamingen blijkt dat nog altijd de auto.

Dit blijkt uit de 'Kwantitatieve analyse van de vergunningendatabank' door het departement Omgeving van de Vlaamse overheid. Terwijl de afstand van het dichtstbijzijnde treinstation tot een nieuw kantoor is toegenomen tot bijna 4 kilometer, daalt tegelijkertijd het aantal pendelaars dat dan nog de trein neemt, in sneltempo. Ook blijkt dat een afstand van het station van 3 kilometer tot het kantoor nog maar kan rekenen op 1,4 procent pendelaars die het openbaar vervoer nemen. Wanneer deze afstand stijgt tot 4 kilometer of meer, daalt het aantal treinreizigers zelfs tot 0,7 procent. De oplossing voor de verre loopafstand? Voor driekwart van de Vlamingen blijkt dat nog altijd de auto. 

"Er zijn wel grote oppervlakten kantoren die gebouwd zijn bij stations als Leuven en Antwerpen Berchem, maar als we kijken naar vergunningsaanvragen in onze databanken, dan zien we dat de algemene trend toch vooral ligt bij de kantoren die verder van een station liggen", verklaart Thomas Vanoutrive, onderzoeker aan de Universiteit van Antwerpen. De gemiddelde afstand blijkt uit het onderzoek van Vanoutrive geëvolueerd tot zo'n 4 kilometer. "Dat is vrij veel. Voor sommige kantoren is het misschien niet slecht, omdat het wellicht gaat om een klein, lokaal kantoor dat zo dienstverlening aanbiedt in een dorp. Maar er liggen net zo goed grote kantoorgebieden aan op- en afritten van de snelweg." 

Kantoorwoestijnen

En dat is volgens de onderzoeker geen goede ontwikkeling. "Gebieden die vroeger voor industrie waren gereserveerd, krijgen er steeds meer kantoren bij. Maar het gaat hier om gebieden die met het openbaar vervoer slecht bereikbaar zijn. Dat is zeker een aandachtspunt", aldus Vanoutrive.

De vergunningendatabank toont duidelijk aan dat er in verhouding meer aanvragen zijn voor renovaties in stedelijke gebieden dan daarbuiten. "Dit is een kentering vergeleken met enkele decennia geleden: de stad wordt opgewaardeerd rond het station." Toch blijven er veel aanvragen komen van minder bereikbare gebieden. "Je krijgt dan een soort kantoorwoestijnen. Of juist andersom, kantoorgebouwen die worden omgebouwd tot appartementen. Daar kun je je vragen bij stellen. Wie bepaalt wat er met die oppervlaktes gebeurt?", aldus Vanoutrive.

Oost-west

Er is een duidelijk oost-westpatroon zichtbaar, waarbij er relatief meer aanvragen zijn voor nieuwbouw in het oosten van Vlaanderen in vergelijking met het westen. Dat hangt samen met de beschikbaarheid van bouwgrond en met de ouderdom van het woningenbestand, dat gemiddeld genomen jonger is in het oosten.

De meeste stedenbouwkundige vergunningsaanvragen (87 procent) werden door de gemeente vergund. Er wordt voornamelijk tegen weigeringen in beroep gegaan, bij zowat 22 procent van de dossiers die in eerste aanleg werden geweigerd. In bijna de helft van die gevallen wordt de weigering omgezet in een vergunning. 

De vergunningendatabank omvat de periode 1962-2016. De databank bevat meer dan 3,5 miljoen stedenbouwkundige vergunningsaanvragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234