Zaterdag 18/01/2020

Nieuw Whitney Museum steekt MoMA naar de kroon

OM TER GROOTST. Het Whitney Museum opent morgen de deuren in Manhattan. De gloednieuwe 'kunstfabriek' is een gewaagd ontwerp van architect Renzo Piano. Het is meteen hét symbool voor de strijd die in New York is losgebarsten tussen de grote kunstmusea.

Het Whitney Museum is zonder twijfel het minst bekende van de Big Four in New York. De overige drie kunstmusea zijn wereldwijd bekend: het Metropolitan Museum als Amerikaanse evenknie van het Louvre in Parijs en de Londense National Gallery plus British Museum; het Museum of Modern Art MoMA is hét museum waar je een nauwelijks te overtreffen overzicht van de 20ste-eeuwse kunst - én Picasso's Demoiselles d'Avignon - kunt bewonderen; en het Guggenheim Museum is vooral door zijn merkwaardig slakkenhuisgebouw een icoon geworden.

Maar de relatieve onbekendheid van het Whitney Museum behoort nu definitief tot het verleden. Het museum pakt uit met een gebouw als een vuurtoren aan de oever van de Hudson, waar het zijn collectie van 21.000 Amerikaanse werken eindelijk een waardig podium kan bieden.

Tot voor kort huisde het Whitney op Madison Avenue in de Upper East Side. In het weinig uitnodigende, erg in zichzelf gekeerde gebouw van Marcel Breuer uit 1966 was weinig plaats om de permanente collectie te tonen. Vaak was het zoeken naar de parels van de 20ste-eeuwse Amerikaanse kunst zoals de schilderijen van Edward Hopper, Mark Rothko en Willem de Kooning of de Brillo Box van Andy Warhol, zeker als er een grote tijdelijke tentoonstelling liep.

Tien keer het MAS

Nu is het museum verhuisd naar de wijk waar het ooit begon: het Meatpacking District, ingeklemd tussen de wijken Chelsea en Greenwich Village in de Lower West Side van Manhattan. In 1914 zette Gertrude Vanderbilt haar 'Whitney Studio' op in Greenwich Village. Ze presenteerde er Amerikaanse kunstenaars die niet in de smaak vielen van de klassieke academies en steunde armlastige schilders als Edward Hopper door sessies schilderen naar levend model te organiseren voor 50 cent.

In 1929 had Vanderbilt zo'n vijfhonderd kunstwerken verzameld. Ze wilde die schenken aan het Metropolitan Museum, maar dat wees haar gulle gift af, waarna Gertrude een jaar later haar eigen museum stichtte dat ze exclusief zou wijden aan Amerikaanse kunst en kunstenaars.

Sindsdien is het Meatpacking District ingrijpend veranderd. Lange tijd waren er enkele honderden vleesverwerkende bedrijven actief, maar de voorbije vijftien jaar is het een residentiële buurt geworden met luxewinkels en trendy restaurants. Een van de personages van de tv-serie Sex and the City, Samantha Jones, verhuist op een bepaald moment naar een duur appartement in een omgebouwd slachthuis. In juni 2009 werd de wijk op de kaart gezet toen de intussen populaire High Line werd geopend, een tot 'park' omgebouwd spoorwegviaduct naar het model van de Promenade Plantéein Parijs.

Aan de ingang van die High Line, op de oever van de Hudson River, heeft de Italiaanse architect Renzo Piano (77) nu zijn postindustrieel gebouw neergezet. Kostprijs: 691 miljoen euro. Een duizelingwekkend bedrag. Ter vergelijking; het Museum aan de Stroom MAS in Antwerpen kostte 59 miljoen euro. Het Whitney kan dan ook een beroep doen op gulle sponsors en mecenassen, zoals Max Mara, Tiffany, Bank of America, Delta Airlines, Audi en BNP Paribas.

Whitney heeft niet gekozen voor een uitbreiding maar voor een radicale nieuwbouw. De verhuizing naar het Meatpacking District is ook geen toevallige keuze. Het Whitney strijkt er neer aan de rand van de galeriewijk Chelsea, the largest art district in the world. De vele galeries en het Whitney zullen elkaar alleen maar versterken.

Architect Renzo Piano heeft een echte tentoonstellingsmachine neergezet, met een totale vloeroppervlakte van 22.000 vierkante meter. Opnieuw ter vergelijking: het MAS heeft 15.000 vierkante meter. De Amerikaanse kunstcriticus Jerry Saltz omschrijft het eenvoudige interieur met de planken vloeren van het Whitney als volgt: "Wat is er binnen te zien? In de eerste plaats: ruimte. Volgens de huidige bombastische normen is het Whitney bescheiden. De plek zou misschien wel eens snel kunnen vollopen. Maar in vergelijking met vroeger is er veel meer plaats en die zal gebruikt worden om de collectie te tonen, wat cruciaal is."

Een keuze uit die overweldigende collectie wordt getoond op niveau 2 en 3. Niveau 1 - de grootste oppervlakte - is één open ruimte zonder hinderlijke zuilen, gereserveerd voor tijdelijke tentoonstellingen. Die verdieping loopt over de hele oostwest-as van het museum en ontvangt overvloedig daglicht. Daar opent morgen de tijdelijke tentoonstelling America is Hard to See. In 600 (!) werken wil het Whitney onderzoeken wat de eigenheid van 'Amerikaanse' kunst is in een wereld die almaar globaler wordt.

Renzo Piano heeft de begane grond bewust gereserveerd voor een open café achter een lichte, glazen gordijngevel. Het is trouwens een constante in de commentaren op het gebouw: het overvloedig aanwezige daglicht en de wisselwerking tussen binnen- en buitenkant worden geprezen. Door de grote glaspartijen is de stad New York nadrukkelijk aanwezig in het museum. Omgekeerd kunnen kunstwerken vanop de straat bewonderd worden. Op de verschillende verdiepingen van het in de hoogte terugwijkende gebouw heeft Piano terrassen aangelegd die extra ruimte voor sculpturen bieden. Om Jerry Saltz nog even aan te halen: "Het Whitney lijkt nadrukkelijk gebouwd voor de kunst en de kunstenaars. Dat is de grootste reden voor mijn optimisme."

Maar zo unaniem lovend als de commentaren over het interieur zijn, zo uiteenlopend zijn de meningen over de buitenkant. Officieel heet het dat het 'asymmetrische' ontwerp van Piano aansluit bij het industriële karakter van de aanpalende gebouwen. De ene criticus spreekt dan ook van een 'esthetisch-industrieel complex', de andere vergelijkt het gebouw met een gigantisch containerschip. Ook Saltz is kritisch: hij noemt het een hospitaal of een farmaceutisch bedrijf. Anderen gewagen van een chemische fabriek in hartje Manhattan of een gebouw van een knutselaar die de IKEA-handleiding slecht begrepen heeft.

Twee tegen één

Wat er ook van zij, Renzo Piano heeft, na het Centre Pompidou in Parijs en The Shard in Londen, weer een landmarkneergezet. De verhuizing van het museum heeft trouwens voor aardverschuivingen in het New Yorkse museumlandschap gezorgd. Er is een heftige concurrentiestrijd aan de gang. De inzet is de moderne en de hedendaagse kunst.

Terwijl het Whitney zich aanschurkt tegen 's werelds belangrijkste kunstgaleries (David Zwirner, Gladstone, Gagosian, Hauser & Wirth, ...), heeft het Metropolitan de kans gegrepen om het oude gebouw van het Whitney over te nemen. Niet om er zijn collectie oude meesters te tonen, maar als een plek voor hedendaagse kunst om zo het Museum of Modern Art MoMA rechtstreeks te beconcurreren. In maart 2016 opent het Metropolitan dat Breuergebouw met een opmerkelijke tentoonstelling over het 'onvoltooide kunstwerk': van Titiaan, Rembrandt en Turner tot Louise Bourgeois, Lucian Freud, Andy Warhol en Luc Tuymans. Het is een expositie van Sheena Wagstaff, een curator die in 2012 overkwam van Tate Modern. Een duidelijk signaal dat het 'The Met' menens is met hedendaagse kunst.

Minstens even belangrijk is het feit dat multimiljardair Leonard Lauder 81 kubistische meesterwerken van Picasso, Braque, Leger en Gris aan The Met heeft geschonken. Je zou eerder verwachten dat zo'n schenking - de droom van elke museumdirecteur - naar het MoMA zou gaan. Maar Lauder wil dat de modernistische kunst opgenomen kan worden in het groter geheel van de kunstgeschiedenis. En dus op zijn plaats is in het Metropolitan. Een pittig detail is dat diezelfde Leonard Lauder emeritus-voorzitter is van het Whitney Museum en zelf met The Met onderhandelde over het contract voor het Breuergebouw.

Het Metropolitan en het Whitney lijken dus samen te spannen om het MoMA op zijn eigen terrein pijn te doen. Tegen 2020 wil The Met bovendien een nieuwe vleugel klaar hebben, uitgerekend voor hedendaagse kunst. Intussen lijkt het MoMA aangeschoten wild. De aangekondigde uitbreiding ligt onder vuur omdat de Folk Art Building daarvoor gesloopt moet worden. Ook MoMA-directeur Glenn Lowry zelf ligt onder vuur. Hij zou wel een goede organisator zijn maar creativiteit missen. De vorige 'mislukte' uitbreiding van MoMA wordt hem nog altijd aangewreven en hij wordt ook verantwoordelijk geacht voor recente miskleunen als de Björk-tentoonstelling.

Drie musea vechten dus om hetzelfde been: moderne en hedendaagse kunst. Over het Guggenheim kunnen we kort zijn: dat breidt niet uit in New York maar in Abu Dhabi, met een gigantisch museum ontworpen door Frank Gehry.

Nieuw adres: Gansevoort Street 99, New York. www.whitney.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234