Dinsdag 28/01/2020

Nieuw tijdperk nakend in Japan

Japanse en internationale politieke commentatoren zijn het erover eens: de kans is groot dat er een eind komt aan de heerschappij van de Liberaal-Democratische Partij in Japan, die het op een intermezzo van elf maanden na al 53 jaar voor het zeggen heeft.

“Tot aan de verkiezingen weet je nooit wat er zal gebeuren. Dat is nu niet anders. Zelfs in een moeilijke situatie moet je vechten.” Met die woorden kondigde premier Taro Aso gisteren aan dat er op 30 augustus algemene verkiezingen worden gehouden, zelfs als dat betekent dat een historische nederlaag voor zijn Liberaal-Democratische Partij (LDP) waarschijnlijk is. Of tenminste, dat is wat experts in Japan en daarbuiten verwachten gezien de grote verliezen zondag bij de lokale verkiezingen in de Japanse hoofdstad. Daarbij behaalde de Democratische Partij van Japan (DPJ) 54 zetels, de LDP bleef steken op 38 en zijn coalitiepartner Komeito op 23. Op zich heeft die stembusgang geen gevolgen voor de nationale politiek, maar ze is een teken aan de wand. En niet meteen het eerste. Bij de burgemeesterverkiezingen in Chuba, ten oosten van Tokio, won op 14 juni een door de Democraten gesteunde, onafhankelijke kandidaat van 31, wiens kiesplatform bestond uit de concepten: jong, politiek onervaren en zonder geld. “Er waren geen Revolutionaire Wachters in Chuba, er werd geen bloed vergoten en er vond geen kiesfraude plaats. Maar net zoals in Iran heeft het electoraat zijn ongenoegen getoond over een reactionaire, oude partij en is het klaar om iets nieuws te proberen”, schreef correspondent David Pilling toen in de Financial Times. En kijk naar de DPJ zelf: dat die nu de ene victorie na de andere scoort, terwijl de partij de voorbije maanden zelf verschillende schandalen te verwerken kreeg, geeft aan hoe groot de antiregeringsgevoelens wel zijn. Kleine euvels kon je de problemen van de Democraten nochtans niet noemen. Op 11 mei moest partijleider Ichiro Ozawa opstappen toen gebleken was dat een aantal van de zakenlui die zogenaamd giften hadden gedaan aan zijn partij dood bleken te zijn. Om grotere schade te voorkomen nam de man ontslag, waarop Yukio Hatoyama het roer van hem overnam. Maar waar ging het dan mis en hoe komt het dat een partij die het politieke landschap in Japan sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog domineerde nu dermate in ademnood verkeert? Het probleem gaat veel verder terug dan de onpopulariteit van de huidige premier Taro Aso. Japankenners schrijven er al bijna twintig jaar boeken over, al sinds het barsten van de immobiliënbubble in 1990-1991, die het land in een grote crisis deden belanden.

Ware macht bij bureaucraten

Of je nu werk van Peter Harcher, Ian Buruma of Karel van Wolferen leest, allemaal benadrukken ze dat het Westen het naoorlogse politieke systeem totaal fout heeft ingeschat. Hoewel er periodiek verkiezingen worden gehouden, is Japan geenszins een democratie zoals wij die kennen. “De ware macht”, aldus Karel van Wolferen, “ligt bij de bureaucraten, die niet verkozen zijn. Zij beschouwen politici als een soort van tijdelijke bezoekers, die onderhevig zijn aan een wankel mandaat. In de ijzeren driehoek tussen bureaucraten, zakenconcerns en politiek zijn zij de zwakste schakel. Ze bemiddelen louter tussen de twee anderen.” “Japanse premiers”, zo legde Peter Harcher enige tijd geleden uit, “vragen beleefd om een ontmoeting met een topbureaucraat. Doen buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders dat minder bescheiden, dan laat het financiënministerie, dat duidelijk het meeste macht heeft, hen doodleuk een halfjaar wachten. Overigens, een eerste minister is grondwettelijk niet bij machte om topbureaucraten te ontslaan, tenzij het hele kabinet achter hem staat”.De suprematie van de bureaucratie voeren experts terug naar de periode meteen na de Japanse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog. Het land werd toen jarenlang door de VS ‘geleid’, met generaal MacArthur aan het roer. Ian Buruma schrijft in De uitvinding van Japan dat die man twee cruciale fouten maakte. Vooreerst wilde hij keizer Hirohito absoluut op de troon houden, terwijl de Australiërs, Britten en Sovjets hem aangeklaagd wilden zien voor een oorlogstribunaal. Ook de meeste Japanners hadden graag gewild dat hij troonsafstand deed en de morele verantwoordelijkheid van de oorlog op zich nam. “MacArthur geloofde daarentegen dat het land onbestuurbaar zou zijn zonder de keizer, dat de kinderen zonder strakke teugels amok zouden maken. Daardoor is de belangrijkste les van de oorlog niet geleerd: verantwoordelijkheid. Een andere belangrijke fout van MacArthur was dat de bureaucraten bevoordeeld werden ten koste van gekozen politici. Het ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) kreeg de verantwoordelijkheid voor de sturing van de economie, waarmee de vleugels werden geknipt van de grote privé-ondernemingen die men in belangrijke mate schuldig achtte aan het Japanse imperialisme. “Ze vergaten evenwel dat het precies de bureaucraten waren geweest die de concerns vaak tegen de wil van hun eigenaren hadden doen opgaan in de oorlogseconomie. En juist zij kregen nu de meeste macht. Links had misschien een oplossing kunnen bieden, had aan de weg naar een volwaardige democratie kunnen timmeren. Maar het felle anticommunisme dat de VS eind jaren veertig in zijn greep had, zorgde er juist voor dat de ‘rooien’ werden gezuiverd, nog voor MacArthur in 1951 uit Japan vertrok. ’s Lands socialisten zouden die klap nooit echt te boven komen.”

Glans verloren

Sinds de crisis van begin jaren negentig heeft de bureaucratie veel van haar glans verloren. Periodiek gaan er stemmen op om voor een ‘echte democratie’ te zorgen, en ook de Democratische Partij van Japan heeft daar nu de mond van vol. Ze wil bijvoorbeeld afrekenen met het fenomeen van de amakudari, letterlijk: het afdalen uit de hemel. Dit systeem bestaat erin dat hoge functionarissen werken tot ze vooraan in de vijftig zijn. Vervolgens strijken ze een flink pensioen op en hun ministerie regelt een nieuw baantje als topfunctionaris bij een privaat bedrijf, dat veel geld overheeft voor mensen die probleemloos obstakels uit de weg kunnen ruimen en hun oude connecties efficiënt aanwenden. Twee jaar nadien wordt de pensioneringstruc herhaald, andermaal gevolgd door een nieuwe benoeming. De DPJ zegt dat ze het bastion van de bureaucraten zal breken, met onder meer tal van eigen politieke benoemingen. Maar of dat lukt, betwijfelen velen. De kiezer is er alvast klaar voor. Kijk naar de polls: driekwart van de Japanners gelooft niet in de efficiëntie of goede wil van de bureaucraten, evenveel anderen twijfelen evengoed aan de ernst van de politici.Het zal, zoals premier Aso gisteren stelde, dus vast wel “een moeilijke strijd worden op 30 augustus”.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234