Vrijdag 27/11/2020

Nietzsche is dood. De behoefte aan religie en spiritualiteit is terug van weggeweest

Beeld Menno Alberts

Monique Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog en auteur die in Nederland in 2011 algemeen bekend werd bij de uitbraak van de Arabische opstand. Vanavond geeft ze een lezing in het Mechelse kunstencentrum Nona onder de titel 'Op zoek naar God' (deburen.eu)

"God is dood", werd mij tijdens een eerste college aan de Universiteit Leiden op luide toon door mijn professor politieke filosofie duidelijk gemaakt. De professor citeerde de Engelse realist Thomas Hobbes (1588-1679), die eeuwen voor Friedrich Nieztsche al deze befaamde uitspraak deed. De meerderheid van de studenten knikte braaf. Maar in mijn rij botste de uitspraak op weerstand. Al op mijn eerste collegedag als kandidaat-politicologe was ik onbewust en onbedoeld op de 'allochtonenbank' beland. Daar zat ik dan, ingeklemd tussen een joodse Israëlier, een katholieke Syriër, een sjiitische Libanees, een Iraanse atheïst en een soennitische Irakees, naar een wetenschappelijke uiteenzetting te luisteren over de dood van een God die in mijn ogen toch echt springlevend is.

Mijn professor sprak in het vertrouwen dat zijn these voor ons kersverse studenten toch overbekende kost was. Als kind van de massale ontkerkelijking die in de jaren 60 in Noord-West-Europa werd ingeluid en sindsdien nooit meer gestokt is, kon hij zich waarschijnlijk niet voorstellen dat anno nu jongeren daadwerkelijk met heel hun hart in deze 'dode' God geloven. Maar mijn vrienden en ik zijn niet alleen kinderen van een andere wereld, waar God letterlijk op iedere straathoek aanbeden wordt, maar ook van een andere tijd.

Wij groeiden op in de nasleep van 11 september en werden alleen al door onze afkomst vaak ongewenst en ongewild onderdeel van een hevig reli-debat, waardoor wij ons met geen mogelijkheid aan de rol van God en godsdienst in ons persoonlijk leven, maar ook in die van de totale samenleving, konden onttrekken. Onthutst keek de westerse wereld naar jonge, gladgeschoren, hoogopgeleide mannen, die in naam van God, Allah dus, een jihad of heilige strijd aanbonden met de zogeheten kruisvaarders en zionisten: de ongelovige kefirs. In debatten en tijdens colleges putten specialisten zich uit in sociaaleconomische verklaringen voor de gedragingen van terroristen als Mohammed Atta of onze eigen Hollandse polderterrorist Mohammed B, die Theo van Gogh de keel oversneed. Maar geld kon de ziel van een zelfmoordenaar niet ontleden. En dus keerden mijn medestudenten zich steeds vaker in de richting van de multicultibank. Wij baden immers en lazen de Heilige boeken. Wij begrepen wellicht wat een mens toch nauwelijks begrijpen kan.

Ondertussen wonnen rechts, extreem-rechts en het populisme aan invloed. In Nederland was er Pim Fortuyn, in Vlaanderen Filip Dewinter. In hun gretigheid de angst tegen de islam te voeden benadrukten zij telkens weer de joods-christelijke en humanistische wortels van Noord-West-Europa. Tegen de religieuze propaganda van de heilige strijd moest een wapen worden gemaakt dat net zo sterk aan de harten van de mensen appelleerde. En wat zou dat anders moeten zijn - nu in de jaren 90 zelfs links haar politieke veren had afgeschud - dan godsdienst?

11 september was geen aanleiding voor de plotselinge maatschappelijke veranderingen, het was slechts een publiek keerpunt dat het onbespreekbare voor het eerst woorden gaf. Het sluimerende ongemak met de oprukkende hoofddoekjes op straat, de vreemde talen in de trein, rare geuren in de straten en nieuwe kleuren op de bedrijfsvloer bestonden al langer. Het leek alsof Europa in shock wakker werd. Van de een op de andere dag waren traditionele Hollandse en Vlaamse namen in de geboorteregisters verstoten door Mohamed, vaak nog op drie verschillende wijzen gespeld.

Maar niet alleen Mohamed, Zeinab en Aicha staken de grens over. Ook David, Yoshua, Mercy en Grace. Boeddhisten, hindoeïsten, maar vooral veel christenen afkomstig uit Sub-Sahara Afrika, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten vonden de weg naar wat zij als het christelijke westen beschouwden, om slechts tot hun schrik te ontdekken dat er weinig christelijks aan dat westen was. En dus kwamen ook de zendelingen, uit Nigeria bijvoorbeeld. "U bracht het christendom naar ons, nu zullen wij Christus naar u terugbrengen", vertelde een Afrikaanse zendeling mij op weg naar Sin City Amsterdam. Alleen in Nederland al zijn er een miljoen christenenmigranten. Daarmee zijn zij en niet de moslims de grootste migrantengroep in Nederland. Ik kan het weten, ik ben een van hen.

Stille ontwikkeling
Ik bespeur een nieuwe trend: niet alleen demografische en maatschappelijke gevolgen hebben God en religie in onze landen teruggebracht. Er is nieuwe ruimte en interesse voor, ja, in deze onzekere tijden van meervoudige crisissen (economisch, sociaal, milieu, politiek) zelfs behoefte aan spiritualiteit ontstaan. De jonge generaties twintigers en dertigers kennen de haat niet waarmee onze (groot)ouders ooit de kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval onverschillig, maar veel vaker geïnteresseerd. Ze kijken er niet raar van op dat hun klasgenoten de Ramadan houden en willen wel weten wat 'wij' als niet-moslims dan behoren te geloven.

Steeds meer kerken spelen daar op in. Niet de traditionele kerken die godsdienst nog steeds boven God verheven. Maar thuisgemeentes, burgerinactieven (zoals de vluchtkerk in Nederland, waar een coalitie van christenen tot GroenLinksers op de bres voor illegalen sprong), jeugdgroepen die actief de straat op gaan en kerken die er alles aan doen maar vooral niet te veel kerk te zijn.

Zo bezocht ik in Brussel de Vineyard-kerk, een charismatische evangelische kerk in een kale loods, barstensvol energie en leven. Hier klapte blank naast zwart, bad geel naast bruin en werd God in alle talen en vormen aanbeden. Deze bewegingen zijn weliswaar nog klein, maar groeiende. Ze zijn inclusief, tegen iedere fobie, en bieden ruimte aan de zoekende ziel, zonder het predicaat op alle antwoorden te hebben.

Toch zie ik bij mezelf en mijn generatiegenoten niet zozeer een hang naar georganiseerde religie - wij zijn immers wars van iedere vorm van organisatiestructuur - als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed. Deze veel stillere ontwikkeling mag blijken uit de populariteit van yoga, zingevingsbladen, semispirituele auteurs als Paulo Coelho en hippe spoken word artists als Jefferson Bethke, de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven, de wijdverspreide coexist-ideologie van popartiesten als U2 tot India Arie, of simpelweg de opkomst van een spreker zoals ik, die sinds het verschijnen van mijn laatste boek Dagboek van een zoekend christen (2012) geen dag rust had.

Vanavond is voor mij slechts een volgend bewijs. Want voor een God die dood is, vind ik het wel zeer opmerkelijk dat ik bij mijn eerste publieke optreden in het ongelovige België juist 'Op zoek naar God' mag gaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234