Zaterdag 26/09/2020

Niets zo branché als débranché

Stukken prettiger dan de drukke Faubourg en rue Saint Honoré, is wat zich op dit moment in het oosten van de stad afspeelt, zoals in de rue d'Oberkampf in het elfde arrondissement

'Paris branché', heette mijn uitstap. Hip en trendy Parijs, dus. Maar wat heet branché? Is branché niet een nogal weinig zeggende, want talloze ladingen dekkende term? Naar eigen creativiteit en inspiratie aan te vullen met de bijvoegsels pseudo, trash, prolo, frenchy, périph', néobabacool, chic of - jé van het! - start-up? Want in Paname, zoals de parisiens hun stad graag noemen, heeft elke tribu zijn eigen 'usines à branchés', zijn eigen hotspots. Vooral de gemoedelijkheid van Oost-Parijs scheert momenteel hoge toppen.

Voor één gat zijn ze moeilijk te vangen, deze modieuze stedelingen. Al heb ik in het februarinummer van het zichzelf graag als on-branché bestempelend maar willens nillens erg branché tijdschrift Technikart, een treffende (maar niet erg bondige) omschrijving gevonden. "Ze betrekken een loft van 33 vierkante meter ergens tussen Ménilmontant en de place des Victoires, telefoneren met Nokia en dragen Nike's, bezoeken vooral de soirées Secret in de Queen, missen niet één vernissage in de rue Louise Weiss en noemen de verkopers bij Colette bij hun voornaam. Ze bezitten alle nummers van Purple en Citizen K, en onder de achtentwintig boeken die hun bibliotheek rijk is bevinden zich één Debord, twee Baudrillards en een Ellis. Hun platen en handdoeken komen van bij APC. We zouden ze Chiara en Stéphane kunnen noemen. Ze wonen al vier jaar samen en vormen een stel met, laat ons zeggen, beperkte wederzijdse aansprakelijkheid. Zij is designer, hij heeft een start-up waarvan hij de bedoeling nauwelijks kan uitleggen."

Voor branchés als Chiara en Stéphane komt het erop aan de hype voortdurend op de huid te zitten en zich, branchitude oblige, daarheen te begeven waar ook de opinieleiders zich bevinden. Branché is dus altijd weer would be branché. Aan de city-dwellende toerist die op een drafje naar Parijs trekt in een poging er met kakelverse hipheid van terug te komen, is de wandel van Chiara en Stéphane dan ook nauwelijks besteed.

Nog de moed niet verloren om Parijse trends te spotten? Laat bovenvermelde designartfoodshop Colette ("De cd van Tosca? Hebben we niet meer. Is zeker al vier maanden oud") dan vooral voor wat ze is: een pretentieus slachtoffer van overhyping. Stukken prettiger dan de drukke Faubourg en rue Saint Honoré is wat zich op dit moment in het oosten van de stad afspeelt. Op de rue d'Oberkampf in het elfde arrondissement bijvoorbeeld, de straat die grofweg tussen de metrostations Filles du Calvaire en Ménilmontant ligt en waar een beetje parisien tien jaar geleden nog de neus voor ophaalde.

Daar in de buurt kwamen, onder druk van de prijzen elders in de stad, tal van artiesten en nachtbrakers hun intrek nemen. Velen koesterden daarbij de nobele illusie de oorspronkelijke wijkbewoners, magrebijnen, Turkse joden, Chinezen, Indiërs, Antillanen, Vietnamezen en immigranten uit de Auvergne, zo weinig mogelijk voor het hoofd te stoten. Hoewel dat op het eerste gezicht best aardig lukt, vrezen sociologen dat ook Oberkampf niet aan de sociale verdringing zal ontsnappen. De wijk wordt stilaan peperduur en dreigt een tweede Marais of Canal Saint-Martin te worden - een grijpklaar paradijs voor Dink's (Double Income No Kids) dus, voor de Chiara's en Stéphane's van deze wereld.

Maar zover is het, als ik het aan de Griekse kunstenaar Ulysses Ketselipis vraag, kennelijk nog niet. Ik tref hem in het in 1867 opgerichte café Charbon, waarvan hij een tijd geleden de restyling voor zijn rekening nam. "Je kunt moeilijk verwachten dat de charbougnats uit de Auvergne hier nog steeds steenkool aan de man brengen - charbon - maar voor de rest is de rue d'Oberkampf erg volks gebleven."

In het meer dan ooit drukbezochte café, dat grosso modo met de Brusselse Greenwich te vergelijken is, heeft Ketselipis een aantal bezielde fresco's aangebracht: door Degas en Manet geïnspireerde taferelen uit het negentiende-eeuwse burgerleven. Dames en heren in een park bijvoorbeeld, of keuvelend in een salon, met wat muziek op de achtergrond. Art-decobanken en sierlijk lichtwerk doen de rest.

Vlak bij de Charbon liggen de door de Guide du Routard als ethno-branchouille omschreven Mécano-bar en de hippe, door dezelfde gids branchi-brancha genoemde Favela Chic, een populaire sambotheek en caipirinha-tent voor branchés guévara, zoals de aanhangers van de latin wave enigszins smalend bestempeld worden. De Cithéa (www.cithea.com), een bar waar zowel afrodub, soul jazz, wereldmuziek, fusion als pop gespeeld of gedraaid worden, heet dan weer een van de weinige stekken in Parijs waar je niet meteen een bankje van honderd te voorschijn hoeft te toveren. Branché pas cher dus. (Nu ik toch namen drop en vóór je de nacht induikt: lekker eten kun je tegenover de Charbon, hetzij Chez Justine hetzij, mijn voorkeur, in L'Occitanie, een bistro die er met zijn roodgeruite tafellakentjes en promo-posters uit de Sud-Ouest eigenlijk niet uitziet en dus verre van hip is, maar waar de bediening vriendelijk en correct is. Liefhebbers van cassoulet, geconfijte eend, eendenborst, foie gras, veel look en een glas Cahors komen er ruimschoots en voor niet al te veel geld aan hun trekken.) Oberkampf is één straat, de rue de Belleville een andere, naar het gelijknamige ex-dorp op de heuvel die Oost-Parijs domineert en waar behalve immigranten uit het hele noordelijk halfrond ook alternatieve galeristen en schrijvers zijn neergestreken. Een beetje de Brasserie Verschueren-sfeer uit het Brusselse Sint-Gillis, eigenlijk.

De leukste verrassing van Belleville zijn echter de even onvermoede als intieme gemeenschapstuinen die achter de 19de-eeuwse woonblokken liggen (op de drempel van rue de Belleville 71 werd Edith Piaf geboren) liggen. Plots zit je op een gietijzeren bank onder de druivenranken, een yuca, palm- of bananenbomen. Dit is een subtropisch en niet zo heel bekend Parijs, dat sinds enkele jaren echter volop wordt belegerd door op dépaysement beluste flatzoekers en toeristen. De huisjetuintjesfeer die er nu nog hangt en in een grootstad als Parijs goud waard is, is broos en moet beschermd worden, zo lees je op affiches.

In deze en andere trendy buurten zijn coolness en strakheid ver weg, geruild voor provinciaal aandoende gemoedelijkheid en huiselijkheid. Convivialité, luidt het nieuwe toverwoord. "La tendance est à la gentillesse", vertelt een kennis die het kan weten. "Heel Parijs nodigt plots zijn buren of wijkgenoten uit (op 16 juni werd zelfs een journée nationale des repas de quartier georganiseerd), mensen met wie ze al jarenlang in hetzelfde gebouw woonden maar met wie ze nooit een woord wisselden. De dîners conviviaux zijn een heuse rage en een sociaal erg interessant fenomeen. De stedelingen krijgen stilaan lak aan hun jachtige bestaan en de daarmee verbonden eenzaamheid."

Zeer 'conviviaal', want week na week meer deelnemers tellend is ook die andere activiteit die in Oost-Parijs tot ontwikkeling kwam, de Grande Randonnée Sauvage. Elke vrijdagavond om 22 uur blazen tussen de tien- en twintigduizend rollerskaters op de place d'Italie verzamelen. Daarvandaan rollen ze drie uur lang door de straten van de Franse hoofdstad. Het evenement, in februari 1998 min of meer spontaan ontstaan nadat een handvol fanatieke rollers elkaar bij het begin van het weekend rendez-vous gaf, is intussen dusdanig uit zijn voegen gebarsten dat de hoofdstedelijke boulevards ervoor afgesloten worden, dat het razendsnelle rollersvolk over een eigen veiligheidsdienst beschikt en een van zwaailichten voorziene politie-escorte meekrijgt. Elke vrijdag wordt het parcours op internet (www.rollernet.com / www.vtt-roller.com) en in Le Figaro bekendgemaakt, waarna kijklustigen zich ergens onderweg kunnen opstellen. Tussen halftwaalf en middernacht wordt er gepauzeerd op, pakweg, de Cours Napoléon in het Louvre, of nog, het plein voor het Palais Royal, in het centrum van de stad. De pauze betekent tijd voor een slok cola, een biertje, een joint of sigaret en - er helemaal bijbehorend - een technodreun uit de meegebrachte gettoblaster. Chiara en Stéphane lijken hier niet te bespeuren. "Je n'en rate pas une. Het mag sneeuwen of gieten uit de hemel, ik doe mee." Voor de 26-jarige Dalmo, een Parijse Braziliaan die ter gelegenheid van het Braziliaanse festival dat op dat moment in La Villette loopt de groengele vlag van zijn geboorteland om de schouders gedrapeerd heeft, levert de rollerparade behalve een wekelijkse dosis sport ook flink wat fun. "Het leuke is dat het rollerpubliek zo gemengd is. Er doen zowel jongeren als kranige bejaarden of 68'ers mee, sommigen alleen, anderen met collega's van het werk of vrienden. Je moet alleen een beetje conditie hebben. En ja, stilaan springen ook niet-rollers op de kar, mensen op trottinetjes of alleterreinfietsen."

Gezondheidsfreaks gaan na het rollen keurig naar huis, turntable-fans niet. Op een relatieve boogscheut van de place d'Italie vandaan, op de Seine-kade voor de Bibliothèque François Mitterrand (BNF), ligt de Batofar (http://batofar.delagare.fr) voor anker. De Bateau-Phare, een schip dat zoals de naam zegt een verleden als drijvende vuurtoren heeft, is the place to be voor iedereen die grensoverschrijdend met dj- en soundcultuur bezig is. Dat de boot in zijn gerestaureerde hoedanigheid clubbing en nieuwe cultuur verenigt, mag uit de interesse van de mediasponsors blijken: Arte, France Culture, Libération, Technikart of la Cinquième, om er maar een paar te noemen.

Als ik er langs loop, houdt de Batofar een Londen-festival: in de boot worden klanken gereproduceerd die op honderd verschillende plekken in de Britse hoofdstad ("Our 100 favourite places") zijn opgenomen en waarop het geluidscollectief Lucky Kitchen improviseert. Het programma 'Batofar cherche... Londres' is een van de etappes in de rondreis kriskras door Europa die de scheepsbemanning steeds weer aandoet. Ook de Brusselse Pablo's Discobar heeft al met Batofar samengewerkt.

Maar terug naar onze, wegens bezitters van een portable computer, een palm pilot en stock options, als centrum-rechts beschreven vrienden Stéphane en Chiara. "Alle voorwerpen die hen omringen zijn branché. Al hun kennissen zijn branché en alle culturele activiteiten die ze ontplooien zijn branché", schrijft mijn lijfblad. "Vervang het woord branché door bourgeois en je stelt vast dat dit nieuwe conformisme ons veeleer naar de 19de eeuw terugverwijst dan dat het ons in de 21ste laat binnentreden."

Een ander onmisbaar maandblad, Nova Magazine (www.novaplanet.com, met uitgebreide uitlijst en eigen via het internet te beluisteren radiostation), formuleert grosso modo dezelfde kritiek. In zijn meinummer besteedt het aandacht aan de décrocheurs, lui wie het in Branchéland voor de wind had kunnen gaan maar die bewust niet langer op de top van de hype willen meesurfen. Niet allemaal downshifters of onthaasters, wel mensen die lak hebben aan de dictatuur van toch niet meer bij te houden trends, en die naar nieuwe antwoorden op zoek zijn. "Décrocher des habitudes", schrijft Nova, "de la bourse, du téléphone, du speed, de la fashion, du multimédia, de la promo, de l'affollement." Onder meer de Gentse ontwerpster Ann Huybens - "niets te maken met de strakke en minimalistische school van Antwerpen" - wordt op haar terrein als een décrocheuse beschouwd, een dappere afhaakster.

Mijn conclusie na een weekend Paris branché? Dat het b-woord een alomtegenwoordig en daarom ook totaal oncomfortabel begrip geworden is. Als een hete aardappel wordt het van de ene (sub)cultuur naar de andere doorgeschoven. Zij die er tot voor kort alles voor over hadden om er toch maar zo branché mogelijk uit te zien, zwoegen zich nu uit de naad om van het etiket af te raken. Niets zo branché als débranché dus. Het is ook nooit goed.

Lode Delputte

Wij trokken naar Parijs met de Thalys (www.thalys.be) en Maison de la France, Gulden Vlieslaan 21, 1050 Brussel, tel. 0902/88.025. Email: www.franceguide.com

In deze en andere trendy buurten zijn coolness en strakheid ver weg, geruild voor provinciaal aandoende gemoedelijkheid en huiselijkheid. Convivialité, luidt het nieuwe toverwoord

Paris info: adressen

Café Charbon, 109 rue Oberkampf 75011 Parijs.

La Cithéa, 114 rue Oberkampf.

La Favela Chic, 131 rue Oberkampf.

Le Mécano-Bar, 99 rue Oberkampf.

L'Occitanie, 96 rue Oberkampf.

Voor de 'conviviale' meltingpot-sfeer: de hele rue de Belville.

Aan het Bassin de la Villette (Noord-Oost-Parijs): het prachtige filmcafé MK2 met zonnig terras.

Aan het Canal Saint Martin (95 quai de Valmy en andere adressen in Parijs): de kleurrijke 'Emotional Millennium'-winkel (kleren, eten, boeken, esoterische prullaria) Antoine et Lili.

Batofar: 11, quai François Mauriac (M° Bibliothèque Fr. Mitterrand).

Bij ons vindt u de tijdschriften Technikart en Nova in de betere krantenkiosk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234