Dinsdag 27/10/2020

'Niets mooier dan een lach en een traan'

'Is het binnen te houen?" André van Duin legt zijn arm over mijn schouders en die van mijn collega en lacht hartelijk. Beleefd lachen we terug. Superlekker vinden we de spruitjes met varkenslapje die ons in de kantine van het Amsterdamse DeLaMar Theater werden voorgezet niet. Maar passend is het wel. André van Duin: dat is oranje, dat is 'asjemenou!', dat zijn spruitjes.

Even later palmt de komiek het Amsterdamse publiek moeiteloos in. Het lijkt een avond uit vervlogen tijden. Met vrolijke liedjes, maffe sketches, pluimen en confetti. Het is humor uit de oude doos, maar wie grasduint er niet graag in de oude dozen op zolder? Ook in Vlaanderen blijft Van Duin populair. De oudere mensen kennen hem van zijn shows op de Nederlandse tv, de jongere van de YouTube-filmpjes met sketches uit die shows.

Twee jaar geleden stond Van Duin vier keer op de planken van de Antwerpse Stadsschouwburg. Vanaf donderdag speelt hij er dubbel zoveel voorstellingen. "Het was zo leuk en gezellig de vorige keer. Dat moesten we gewoon opnieuw doen." Uit Van Duins mond klinkt het bijna oprecht. In gewone plunje, bij een plastic bekertje koffie, heeft de man niks van de gekke bekkentrekker die we even later op het podium bezig zien. Hij praat stil en snel. Alsof het allemaal toch niet zo belangrijk is, wat hij te zeggen heeft.

Vijf minuutjes fietsen

"Ik wilde eigenlijk niet meer op de planken staan, maar toen kocht mijn goede vriend en zakenpartner Joop van den Ende het DeLaMar Theater en vroeg hij me speciaal voor zijn theater een nieuwe show te maken. Dus heb ik dat gedaan. Ook omdat het maar vijf minuutjes fietsen is van bij mij thuis naar het DeLaMar. Klinkt bijzonder pragmatisch allemaal, ik weet het (lacht). Onderhand schrijft zo'n show zich ook bijna vanzelf. Mijn leuke ideeën schrijf ik altijd op papiertjes, die ik in een doos bewaar. Na zes maanden haal ik die doos dan boven en werk ik de leukste dingetjes uit. En hup, ik heb weer een nieuwe show (lacht). Ik blijf steunen op het vertrouwde recept: een sketchje en een liedje, een lach en een traan. Mooi toch?"

En zo gaat hij nog wel even door. Zin in pensioen heeft Van Duin nog niet. Ook al wordt hij volgende maand vijfenzestig. "Ik wil nog steeds dingen te doen hebben. Ik heb geen zin om thuis bij de geraniums te zitten. Ik wil zo lang mogelijk blijven werken, deelnemen aan de samenleving. 'Je moet elke morgen een reden hebben om op te staan', zeg ik altijd maar. Uiteraard had ik het vroeger drukker. Toen deed ik alles door elkaar. Overdag tv of radio en 's avonds op de planken. Dat doe ik nu niet meer. Nu breng ik 's avonds mijn voorstelling en hou ik het daarbij. Maar mijn drive is nog steeds even groot."

Op zijn vierenzestigste is de komiek al bijna vijftig jaar bezig. Op zijn zeventiende brak Van Duin door na zijn deelname aan de talentenjacht Nieuwe oogst. Was dat niet heel vroeg? Té vroeg? "Nou nee, hoor. Het was toen een stuk makkelijker om bekend te worden. Je had één net en acht miljoen mensen die ernaar keken: dat is nu ondenkbaar. Maakte niet uit wat het was: iedereen keek. Als het maar bewoog. Nu moet je al op heel wat netten de revue gepasseerd zijn, voor Nederland je kent."

Met een tikje weemoed kijkt hij terug naar de komiek die hij toen was. "Ik was André van Duin, bandparodist. Dat kwam erop neer dat ik allerlei populaire artiesten uit die tijd op een grappige manier playbackte: van Buddy Holly tot Toon Hermans. Ik heb het voordeel gehad dat ik niet gelijk ben leeggezogen. Als je nu succesvol bent op televisie, krijg je de tijd niet om rustig een oeuvre op te bouwen. Toen kon dat wel nog. Ik heb een goede basis gehad en de tijd gekregen te groeien. Anders was ook mijn carrière snel doodgebloed. Zo'n loopbaan als ik die heb kunnen opbouwen, dat bestáát niet meer."

Van Duin was pas veertien toen hij al sollicitatiebrieven stuurde naar allerlei radiozenders en organisatoren. "Ik was erg ambitieus toen. Ik wilde komiek worden, de mensen aan het lachen brengen. En weet je hoe dat komt? Omdat ik rood haar heb. Volgens mij is dat de reden waarom ik nu doe wat ik doe. Op school werd ik gepest en om die pesters toch voor te zijn, moest ik wel grappig wezen. Ik gaf hen de tijd niet grappen over me te maken. Dat deed ik zelf wel. En er waren natuurlijk ook de lichtende voorbeelden uit die tijd. Toon Hermans, Ruddi Carrell. Ik deed hen na in jeugdhuizen en op feestjes en ik amuseerde me rot. Ik wilde zo graag artiest zijn. Niet om beroemd te worden. Daar ging het mij niet om. Mijn grote voorbeeld was Frans Vrolijk, een Rotterdamse conferencier die zijn hele leven verenigingsavonden presenteerde. Dat was voor mij al lang mooi geweest. Alleen is het uit de hand gelopen en ben ik wel beroemd geworden."

André van Duin werd de volkskomiek van Nederland, een naam die hij zichzelf consequent opplakt. Hij staat ook nog steeds dicht bij "het volk". Daar gaat hij prat op. "Ik ben me altijd gewoon blijven gedragen. Als ik uit eten wil, ga ik naar een eetcafé en als ik een wandeling wil maken door de stad, dan doe ik dat gewoon. Ook al vragen de mensen me dan handtekeningen of moet ik met hen op de foto. Dat is toch geen moeite?"

"Met de term 'volkskomiek' bedoel ik echter vooral dat ik een breed publiek bereik: van de vuilnisman tot de professor, van kinderen tot bejaarden. Het is misschien gek om te zeggen, maar de mensen houden van mijn voorspelbaarheid. Op de Nederlandse televisie zijn mijn programma's al ontzettend vaak herhaald, maar de mensen blijven kijken. Ze weten precies wat er komt, kunnen sommige sketches woordelijk meezeggen, maar net dat vinden ze leuk. Ik ga me voor die voorspelbaarheid ook niet schamen. Bij Laurel en Hardy gaat het toch net zo? Ze gaan in een raamkozijn zitten, je weet dat ze eruit gaan vallen en wanneer ze inderdaad vallen, lach je. De bevestiging van de lach doet ook lachen."

Erg ambitieus klinkt het niet. Wat met het voortvarende jongetje van weleer? "Natuurlijk is dat er niet meer. Waarom zou ik nog ambitieus zijn? Ik hoef geen nieuwe dingen meer te gaan doen. Ik hoef geen grenzen te verleggen. Een sketchje, een liedje: dat is wat ik doe en dat is wat de mensen van me verwachten. Coca-cola is coca-cola en iedereen zou gek opkijken als het opeens anders smaakte. Zo werkt het ook bij mij. Het heeft geen zin om andere dingen te gaan doen."

Van vuilnisman tot professor

Zeker niet als werkelijk de hele natie je in haar armen heeft gesloten. Van de vuilnisman tot de professor: inderdaad. Dat was niet altijd zo. Vroeger brak je niet zo gauw uit het hokje "volkse humor". Opeens echter was ook cultureel correct Nederland wel voor die Van Duin te vinden. Net zoals cultureel correct Vlaanderen Gaston Berghmans in de armen sloot nadat Jan Decleir zich als fan outte. "De Dik Voormekaar Show op de radio heeft voor een ommekeer gezorgd", vertelt Van Duin. "Daarin voerde ik samen met Ferry de Groot allerlei typetjes op en namen we mensen in de maling. Het ging iets verder dan wat de mensen van mij gewoon waren en daar hield de upperten wel van. En ze gingen denken dat ook mijn revues dubbele bodems hadden. Er moest gewoon meer achter zitten (lacht). Ik was wel blij met de aandacht. Niet omdat ik eindelijk ook de goedkeuring kreeg van cultureel verantwoord Nederland, maar omdat het me geholpen heeft het brede publiek te bereiken dat ik nu nog altijd heb."

Het grote succes maakte dat Van Duin, zeker in Vlaanderen, uitgroeide tot de prototypische Hollander. Hollandser dan Van Duin lijken ze ze niet te maken. De komiek zelf reageert meewarig. "Tja, wat is een typische Hollander? Is hij niet nuchter, nors, zakelijk en kortaf? Dat ben ik allemaal niet. Bij Belgen denk ik meteen aan woorden als zachtmoedig, aardig, lief en gezellig, maar Nederlanders lijken naar de buitenwereld toe een stuk minder aardig. In het buitenland valt me altijd op hoeveel lawaai ze maken en hoeveel aandacht ze vragen. En toch voel ik een sterke band met Nederland. Ik zou nergens anders kunnen wonen. Ik heb een tijdje op Aruba gewoond, een soort Holland, maar dan warmer, en toch had ik heimwee."

Mijn halfuurtje loopt ten einde, zo maakt Van Duins manager me met een simpel gebaar naar zijn horloge, duidelijk. Ik pols nog even naar de biografie die zijn vroegere kompaan Ferry de Groot - "meneer De Groot", voor de fans - zou schrijven. "Heb ik laten stopzetten", klinkt het enigszins vermoeid. "Wat had ik allemaal moeten vertellen? Iedereen weet toch al alles over mij?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234