Zondag 28/11/2021

'Niets is zo ingewikkeld als een charmant personage'

Het personage maakt volgens Gouden Boekenuil-winnaar Joost de Vries (31) het verschil. En soms komt een boulevardfiguur gewoon aan het tafeltje naast je zitten. 'Slechte schrijvers denken dat ze neutrale vertellers moeten zijn.'

Aan het aanpalende tafeltje zitten de Amsterdamse volkszanger Dries Roelvink en diens zoon en 'ex-model' Dave. Haar strak naar achter, kleurig trainingspak in witte sportsokken, blik op de telefoon. De boulevardpers stond die ochtend vol over een uit de hand gelopen feest, waar Dave Roelvink het middelpunt was van een avond die verder kleur kreeg door termen als 'diefstal', 'orale seks' en 'gefilmd'. Ze zwijgen.

Joost de Vries kijkt even nieuwsgierig als verbaasd naar het duo. Op fluistertoon: "Ik kom die Dries Roelvink voortdurend tegen. Ik snap er niets van. Wat zegt dat over mij?" De Vries schudt met zijn imposante horloge. Als altijd ziet hij er uit alsof hij net de Gouden Boekenuil in ontvangst heeft genomen.

In 2010 debuteerde Joost de Vries met de roman Clausewitz. Hij was toen al kunstredacteur bij weekblad De Groene Amsterdammer. Drie jaar later verscheen De republiek, een ongewoon rouwboek over een jonge academicus, Friso de Vos, wiens mentor Josip Brik onverwacht overlijdt. In de strijd om de intellectuele erfenis van de populaire en charismatische professor in de (fictieve) Hitlerstudies dient zich plotseling een rivaliserende protegé aan: Philip de Vries. In oktober komt De Vries met zijn derde boek: de essaybundel Vechtmemoires.

Hij zal dit najaar ook college geven aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De colleges zullen voor een groot deel over personages gaan. "Een personage is het belangrijkste in een boek. Hoe intellectueel je literatuur ook benadert, het gaat uiteindelijk over het bestaan dat mensen vormgeven. Een van mijn lievelingspersonages is Camille Desmoulins uit A Place of Greater Safety van Hilary Mantel. Het is een boek over de drie vrienden van de Franse Revolutie: Desmoulins, Robespierre en Danton en speelt zich af in 1793. Danton is inmiddels een levensgenieter geworden die zijn revolutionaire idealen niet meer zo belangrijk vindt, Robespierre wordt met de dag rechtlijniger en strenger, en Desmoulins is in dat gezelschap zo'n fijn personage. Hij is charmant. Geen enkele eigenschap is zo moeilijk te vangen als charme. Het zit in een gebaartje, in een opgetrokken wenkbrauw, de toon waarop iemand iets zegt en het blijft iets dat in the eye of the beholder zit. Een boos of rechtlijnig personage is veel makkelijker te beschrijven, omdat dat expliciete eigenschappen zijn. Het onnadrukkelijk beschrijven van charme is verdomd lastig. Hilary Mantel laat Desmoulins telkens net even anders reageren dan je verwacht. Hij is het middelpunt van het gezelschap, krijgt de aandacht van de vrouwen om hem heen, maakt opmerkingen waar niet iedereen mee weg komt. Daarmee overstijgt hij de sociale conventies en is hij tegelijkertijd heel intiem met mensen."

Ik vond Josip Brik wel een charmant figuur. Was hij lastig te beschrijven?

"Nee, dat viel wel mee. Hij gaat ook redelijk snel dood, waardoor het perspectief waarmee je de informatie over Brik krijgt uitsluitend bestaat uit herinneringen van iemand die idolaat van Brik is. De ik-persoon heeft een obsessie met Brik. Hij is uitsluitend lovend over hem.

"Maar ik kan me voorstellen dat je het oordeel van de verteller na verloop van tijd gaat wantrouwen en daarna ook de onhebbelijkheden van Brik kunt zien. Veel lezers zeiden me dat ze Brik een charlatan vonden, maar sommigen wilden weer kinderen met hem. Misschien is dat wel eigen aan charme: wat voor de één heel vermakelijk is, is voor de ander ronduit irritant."

Hij valt stil en luistert naar de bestelling aan het tafeltje naast ons. "Wacht even. Ik wil weten hoe Dries zijn tosti wil."

De meeste recensenten zagen Brik als een romanversie van de Occupyfilosoof Slavoj Žižek.

"Om de een of andere reden verwachten mensen bij mijn boeken dat elk detail een, al dan niet stiekeme, veelbetekende referentie is. Ik vind dat een erg bijzondere manier van lezen. Van iemand kreeg ik zelfs de kritiek dat De republiek bewees dat ik het gedachtegoed van Žižek niet had doorgrond - maar Brik is een personage! Brik is een televisieprofessor zoals je er wel meer hebt rondlopen. Natuurlijk heb ik iets van Žižek genomen, en iets van Simon Schama en ook van Noam Chomsky, maar het is mij niet om die types te doen. In de Volkskrant zagen ze in Brik een verwijzing naar Osip Brik, een of andere Russische avant-gardistische dichter van wie niemand gehoord heeft. Ik ook niet. Om zijn naam te verzinnen pakte ik een velletje en heb ik allemaal naamcombinaties uitgeprobeerd. Pipik, Lipik, net zolang tot ik bij Brik uitkwam. Hij moest een household name zijn, een merknaam bijna. Voor de voornaam zat ik eerst op Jozef, maar dat vond ik te Stalinachtig. Toen heb ik de lijst van spelers uit het Kroatisch voetbalelftal erbij gepakt en kwam ik op Josip."

Brik is geboren op 2 april 1955, dezelfde dag als je moeder.

"Ha. Ja, ook al zo'n intellectuele referentie. Maar goed, als je een willekeurige datum in je boek noemt, dan ben je toch gewoon een lul als je daar niemand een plezier mee doet? Voor de lezer maakt het niets uit en voor mijn moeder is het heel leuk.

"In Clausewitz heet het hoofdpersonage Tim Modderman. Dat is ook de naam van een goede vriend van me. Hij had mijn vakantie een keer betaald en ter compensatie stelde ik voor dat ik een personage in mijn boek naar hem zou vernoemen. Dat vond hij prima. Hij had geen idee dat mijn boek op dat moment al zogoed als af was en dat ik zijn naam hoe dan ook zou gebruiken. Want ja, Tim Modderman is gewoon een goede naam."

Is het toeval dat in je beide boeken een televisiepersoonlijkheid zit? In De republiek is dat Brik en in Clausewitz is er Bint, de broer van Tim Modderman die een politieke carrière heeft.

"Ja, ik denk dat het inderdaad toeval is." Hij tuurt in zijn lege koffiekopje. "Nou ja, er gaat natuurlijk wel iets vreemds uit van televisie. Je wordt je bewust van je maniertjes, van je stem, je mond en je houding. Dat geldt voor personages met televisie-ervaring ook. Ze kunnen met een buitenstaandersblik naar zichzelf kijken. Dat is een dankbare kwaliteit. Brik weet dat hij de rol van televisieprofessor speelt en dat hij maniertjes koestert die bij die rol passen, maar hij kan zich ook anders, eerlijker gedragen. Zo is hij al snel een personage met een ontwikkelde psychologie." Hij kijkt opzij naar de Roelvinkjes. "Nu ja, veel op tv komen kan natuurlijk ook de persiflage van jezelf bevorderen."

"Een paar jaar geleden zat ik regelmatig in het televisieprogramma De recensenten. Het werd uitgezonden op een zender die nu al niet meer bestaat en destijds ook geen continue programmering had. Dus ze herhaalden alles. Wanneer ik om twee uur 's nachts een beetje dronken de tv aanzette zag ik mezelf weer heel onrustig op dat scherm in de weer. De eerste aflevering zat ik telkens met mijn handen te bewegen. In reactie daarop hield ik de tweede aflevering mijn handen keurig bij elkaar, waarna mijn vrienden vroegen tot wie ik toch aan het bidden was. En de keer daarop hield ik mijn handen de hele uitzending aan de leuning geklemd, waarop mijn vrienden nu vroegen of ik soms elk moment de lucht in geschoten kon worden."

Wat ga je de studenten dit najaar doceren in je collegereeks?

"Het belang van het perspectief. Een verhaal beleef je bijna altijd vanuit het personage: je kijkt door zijn ogen, krijgt de wereld door zijn blik aangereikt. Het perspectief kleurt alles. De Engelse criticus James Wood zegt altijd: 'Who owns the words?' In zijn visie is een boek alleen geslaagd als de woorden bij het personage horen, zijn idioom zijn, aansluiten bij wat hij weet en hoe hij denkt. Op het moment dat het personage dingen denkt of zegt die eigenlijk niet bij hem zouden passen, maar bij de auteur, ontstaat er frictie."

Friso de Vos, Tim Modderman: het zijn personages die relatief veel op je lijken en van wie het perspectief en idioom niet veel van jouw beleving afstaan.

"Friso is een verbeterde versie van mezelf. Hij is dapperder dan ik, angstiger, obsessiever en grappiger dan ik ook zal zijn. Kijk, ik ben op sommige momenten een 9, dan weer een 4 of een 6. Af en toe zeg ik iets grappigs, maar vaak modder ik maar wat aan. In een boek push je het personage net zolang tot het altijd een 10 is.

"Je kunt je personage ook telkens een 4 laten zijn, maar dan ben je Arnon Grunberg geworden, die zijn personages zo dom mogelijk probeert te maken. Het zijn bijna altijd schoolvoorbeeldautisten die leven volgens zelfopgelegde regels en geen schijn van kans hebben in de kille wereld van Grunberg. Je vraagt je altijd af hoe ze in godsnaam een wereldberoemd architect zijn kunnen worden, of hoe er ooit iemand verliefd op ze is kunnen worden. Dat vind ik een probleem van geloofwaardigheid - terwijl ik Grunberg wel een van de grappigste schrijvers vind.

"Slechte schrijvers denken dat ze neutrale vertellers moeten zijn. Ze gebruiken het personage als een objectief registrerende camera. De meeste hoofdpersonen lijken nog nooit een grap te hebben gemaakt. Ze hebben altijd een quirky best friend die eens in de zoveel tijd opduikt en voor een humoristische anekdote zorgt. Het is makkelijker om een hoofdpersonage te hebben dat zich op de vlakte houdt en in een staat van permanente verwondering en domheid lijkt te verkeren. Maar dat haalt zoveel spanning weg. Bij mijn lievelingspersonages staat de geloofwaardigheid van de verteller op het spel. Denk aan Nathan Zuckerman van Philip Roth of Adam Gordon uit Ben Lerners Leaving the Atocha Station. Dat zijn subjectieve personages, mensen met persoonlijkheid.

"Je kunt de keuze voor personages die dicht bij jezelf staan veilig vinden, maar ik vond het uitdagend genoeg. Ik zie mezelf ook niet snel een verhaal vertellen vanuit een laagbegaafde vrouw uit Tasmanië. Dat staat zo ver van me vandaan dat het volstrekt fictief wordt."

Tegelijkertijd lukt het Hilary Mantel blijkbaar wel om jou te overtuigen in een verhaal over de Franse Revolutie.

"Ja, maar haar boek staat los van die periode. Om het een beetje hoogdravend te stellen: A Place of Greater Safety gaat over tijdloze menselijke verhoudingen. Als het nu op het toneel gespeeld zou worden, dan zouden de acteurs niet in harnassen staan, maar in Armanipakken. En dat zou perfect werken."

Een halfjaar geleden schreef je over de 'Small Dutch Novel', als tegenhanger van de 'Great American Novel'. Personages uit Nederlandse romans 'ondergaan passief hun eigen ondergang die vanaf de eerste bladzijde als een ijsberg op ze af komt, zonder een moment het idee te hebben dat ze het roer moeten of kunnen omgooien'.

"Ja, Nederlandse personages zijn lijdzaam, weinig groots. Ze beseffen niet dat het leven allang begonnen is, wachten tot iemand het startschot geeft. Als je alleen al naar de personages uit Vlaamse boeken kijkt: daar zit zo veel meer leven in, die lijken excentrieker te mogen zijn.

"Zeker voor mijn lichting schrijvers gaat op dat ze 'Small Dutch Novels' schrijven. En maak je geen zorgen, dat verandert ook wel weer. Ik kan me niet voorstellen dat je als vader van drie kinderen, een voet afgezet door diabetes, een vrouw die je net heeft verlaten en een Derde Wereldoorlog ternauwernood hebt overleefd, nog altijd over op het startschot wachtende personages schrijft.

"Thomas Rosenboom heeft ooit gezegd dat een personage ergens naar moet streven. Concreet: hij heeft een huis, maar wil een groter huis. Prima, maar dat leunt op de simpele spanningsboog: lukt het hem of lukt het hem niet. Daar zou ik aan willen toevoegen: hij wil iets, maar hij weet niet waarom. Hij wil een groter huis, maar of hij denkt dat hij daar gelukkiger van wordt, is ook voor hem onduidelijk. En jij moet het als schrijver wel weten.

"In De republiek onderneemt Friso veel, maar hij weet echt niet de hele tijd waarom hij dat doet. Hij heeft niet de zelfreflectie om te motiveren waarom hij zo'n hekel heeft aan zijn concurrent Philip de Vries, hij heeft niet door dat hij latent rouwt om de dood van Brik. Als lezer zie je, als het goed is, steeds beter dat Friso zich eigenlijk heel slecht begrijpt."

Nu hij weg is, kun je het wel zeggen: zou Dries Roelvink een personage kunnen zijn waar je een roman over kunt schrijven?

De Vries gaat serieuzer zitten, houdt zijn handen bij elkaar alsof hij aan het bidden is. "Nou, zijn streven is onduidelijk, niet in de laatste plaats voor hemzelf. Dat is al goed. En het is niet iemand die op het startschot wacht. Hij geeft zelf een valse start en is daarvoor allang vertrokken."

BIO

Joost de Vries

geboren in Alkmaar op 28 maart 1983

Studeert Journalistiek en Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht

Sinds 2007 redacteur bij De Groene Amsterdammer

Clausewitz verschijnt in 2010

De republiek (2013) wordt bekroond met de Gouden Boekenuil 2014

Zijn derde boek, de essaybundel Vechtmemoires, komt uit in oktober 2014

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234