Zaterdag 19/06/2021

Nietige figuren van een monumentale kracht

Stappende mannen, niet veel breder dan een breinaald, met grote voeten en een klein hoofd, zo kennen we de kunstenaar Alberto Giacometti. Deze zomer werpt Fondation Beyeler nabij Bazel een verrassend licht op het ontstaan van dit oeuvre. In de expositie krijgen ook Giacometti’s vader Giovanni, broer Diego en oom Augusto een opvallende plaats.

Komt het door de overrompelende pracht van het museumgebouw van Renzo Piano of zijn we groggy van de vaste collectie? In elk geval duurt het een tijd voor het doordringt dat we in Fondation Beyeler in de zomerexpositie beland zijn. Alberto Giacometti (1901-1966), dat is toch de kunstenaar van de draadsculpturen en de geschilderde silhouetten verstrikt in netten en rasters. Toch zijn hier drie zaaltjes met kleurrijke portretten, landschappen en semi-abstracte composities te zien. Als ik bij een merkwaardig berglandschap mijn notitieboekje bovenhaal, zie ik pas dat het een doek is van Giovanni Giacometti, de vader van de beroemde kunstenaar. De samensteller van de expositie, Ulf Küster, heeft dit werk uit 1900 niet toevallig gekozen. Het stelt het Bergell-dal (Val Bregaglia) in het zuidoosten van Zwitserland voor, de thuisbasis van de Giacometti’s. In dit atmosferische berglandschap met grazende schapen op de tegenoverliggende flank is iets vreemds aan de hand: dingen dichtbij zien er klein uit terwijl de zaken veraf groot lijken. Deze typische Alpen-erlebnis zou de jonge Alberto blijvend getekend hebben. Zijn perceptie van de relatie tussen afstand en afmeting dwong hem op een bepaald moment om kleine, nietige figuurtjes te maken. Mensen levensgroot afbeelden kwam hem als een leugen voor. Het wierp hem eind de jaren dertig begin de jaren veertig in een artistieke crisis. Maar terwijl hij wanhopig voortploeterde, wist hij zijn minuscule figuren toch een monumentale uitstraling te geven. Zoals in Petit homme sur socle (1940/41), een figuurtje op een bronzen piëdestal dat amper 2,5 cm hoog is.

Surrealisten

Vader Giacometti was Alberto’s eerste en wellicht belangrijkste leermeester. Hij ging met zijn getalenteerde zoon om als een gelijke. Toen Giacometti zijn studies aan de kunstacademie in Genève vaarwel zegde, nam zijn vader hem in 1920 mee naar de biënnale van Venetië. De periode onder de vleugels van zijn vader wordt in de tentoonstelling afgesloten met een reeks zelfportretten van vader en zoon. Terwijl de vader een zoekende indruk wekt, lijkt de 21-jarige zoon over te lopen van zelfvertrouwen. Hij was klaar om vanaf 1922, vanuit Parijs, de wereld te veroveren.Maar Giacometti was eenzaam in de Franse hoofdstad. Hij vond vriendschap bij surrealistische schilders en dichters die zijn oeuvre zullen beïnvloeden met hun ideeën over het onderbewuste en het belang van dromen en hun voorliefde voor het absurde. Zijn sculpturen werden begin de jaren dertig speels afstandelijk, ondermeer door het gebruik van instrumenten. Een voorbeeld is het werk On ne joue plus uit 1932 dat een soort bordspel voorstelt, maar de vakjes zijn vervangen door kuilen en twee grafputten. Deze horizontale sculptuur, erg on-Giacomettiaans, alludeert op de dood, het moment dat aan alle spel een einde zal zijn gekomen.Riant leven van zijn kunstwerken zat er voor Giacometti niet in. Hij zag zich genoodzaakt om voor zijn broer Diego, met wie hij in de tweede helft van de jaren twintig samenwoonde in Parijs, siervoorwerpen te ontwerpen. “In die tijd was men geneigd het als iets denigrerend te zien, als een soort van degradatie”, zei hij terugblikkend. “Desondanks probeerde ik om interieurobjecten vorm te geven zo goed als ik kon, en ik kwam tot de conclusie dat er geen verschil was tussen wat ik een sculptuur noemde en wat een object was.” Uiteindelijk zou hij in de periode 1934-1953 meer dan honderd designobjecten vormgeven.Op de tentoonstelling zijn ook heel wat vrouwenfiguren te zien, zoals de negen bronzen Femmes de Venise I - IX (1956) in de foyer. Hoewel ze niet als groep bedoeld waren, geven deze verschillende versies van het ideale vrouwbeeld inzicht in Giacometti’s werkproces. In de beelden is ook de echo hoorbaar van de godenbeelden uit het oude Egypte. Zijn ascetische vrouwenfiguren brachten Giacometti in de naoorlogse periode roem. Anders dan zijn mannen worden de vrouwen in rust of in een moment van aarzeling weergegeven. Beweging en rust, maar ook de zogenaamde negatieve vorm, de omgeving rond het driedimensionale beeld, waren fundamentele kwesties die deze einzelgänger tot het eind hebben bezig gehouden. Hij overleed in 1966 aan de gevolgen van een hartziekte en chronische bronchitis en werd begraven in Borgonovo, dicht bij zijn vader Giovanni.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234