Dinsdag 02/03/2021

Niet waarom we vechten, maar hoe

Esthetiek als moraal: Jan Ipema. 'In dienst van Leviathan. Ernst Jünger'

Wim Vermeylen

In 1929 verschijnt in Duitsland Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque. Dit anti-oorlogsboek wordt binnen het jaar een wereldsucces, de 'verloren generatie' herkent er zichzelf in. Twee jaar later, december 1930, keert het boek als film naar Duitsland terug, All Quiet on the Western Front van Lewis Milestone. In Berlijn komt het bij de première tot rellen, de nazi's bestormen de bioscoop. Prompt wordt de film door de Duitse filmcensuur verboden omdat hij "de reinigende en verlossende zingeving" van de oorlog negeert.

In Die Weltbühne reageert Carl von Ossietzky verontwaardigd. Zelfs versleten gemeenplaatsen als "de oorlog is het kwaad en de vrede is beter" kunnen niet meer, schrijft hij. Vanaf 1931 is een pleidooi voor pacifisme onmogelijk, het begrip 'oorlogservaring' kan nog alleen opgeëist worden door nationalistisch ingestelde auteurs of publicisten. In de literatuur wordt de Eerste Wereldoorlog tot aan de publicatie van Remarques boek op twee manieren geduid. Een aantal auteurs beschouwt de oorlog als zinloze inzet van mensenlevens voor een weinig belangrijke zaak. Die opvatting is voor veel tijdgenoten onverdraaglijk. Zoveel lijden voor niets? Een tweede groep geeft dat lijden een metafysische interpretatie. Ze verheerlijkt de oorlog als broedplaats van de nieuwe mens. Uit regen, modder, verschrikking, bloed en dood zal een heldhaftig volk opstaan. Een vitale, dynamische en krachtige samenleving zal korte metten maken met de zelfgenoegzame kleinburgerlijkheid.

De eergisteren overleden Ernst Jünger, geboren in 1895, wist er alles van. Hij heeft midden in twee oorlogen gestaan, van 1920 tot 1933 heeft hij talloze boeken en artikels over zijn eerste oorlogservaring geschreven. De oorlog is de vader van alle dingen, heeft de Griekse filosoof Heraclitus ooit gezegd. Jünger kon zich in die stelling terugvinden, de oorlog kan bijtend maar productief zijn, de soldaat in de man harden, de identiteit stalen, het levensgevoel doen ontploffen. De ware soldaat is sterker dan het materiaal waartegen hij vecht. "Wij echter zijn geen burgers. Wij zijn zonen van oorlogen en burgeroorlogen. Pas wanneer dit alles, dit schouwspel van in de leegte cirkelende cirkels is weggeveegd, pas dan zal zich kunnen ontvouwen wat ons nog rest aan natuur, aan oorspronkelijkheid, aan echte wildheid, aan bekwaamheid om ons voort te planten met bloed en zaad." Eerst opruimen, dan scheppen.

De Nederlandse germanist Jan Ipema heeft een boek geschreven over Ernst Jünger, In dienst van Leviathan, dat de periode 1895-1932 bestrijkt. In elf hoofdstukken doorloopt hij Jüngers jonge leven. Hij schetst diens evolutie van soldaat in het Vreemdelingenlegioen en oorlogsvrijwilliger in de Eerste Wereldoorlog tot nationalistisch ingesteld maar onafhankelijk denker, publicist en auteur. Ipema probeert te duiden, Jüngers persoonlijkheid te verklaren vanuit zijn brede omgeving, zijn invloeden te schetsen. Hij vertelt over de levensfilosofie, Spengler, Nietzsche en Barrès (een negentiende-eeuwse Franse nationalistische denker voor wie traditie en passie superieure kwaliteiten waren). Ipema bespreekt zijn publicaties in het eerste deel van het interbellum.

De biograaf beschouwt Jünger als "één van de eminente vertegenwoordigers van die uiterst merkwaardige stroming uit de jaren twintig die men kent onder de naam 'Konservative Revolution'". De moderne tijd heeft zijn failliet bewezen. Het vooruitgangsdenken heeft zichzelf ontmanteld, maar ook God heeft Zijn beste tijd gehad. Het oude keizerrijk is een jammerlijk burgerlijk-liberaal product. Het begrip vaderland heeft in de Weimar-republiek zijn betekenis verloren. De republiek is een artefact, geen organisch gegroeid geheel. En wat te denken van dat andere modernisme, de massa? Heel die geciviliseerde troep voortgejaagde alfabeten kondigt de ondergang van het avondland aan, meent Spengler.

Conservatieve revolutie, dat is een merkwaardig paar. Het is de verbinding van ijs en vuur, poolkap en woestijn, van bewaren en radicaal veranderen. Voor de vruchten der Verlichting wordt bedankt, het leven moet niet geanalyseerd maar beleefd worden, talent moet niet in dienst van de rede staan. Beleven is begrijpen. De mens moet terug naar het elementaire, naar het oorspronkelijke, naar een organische samenhang tussen mens en natuur, naar l'ordre du coeur.

Het ik na de oorlog is een erfgenaam zonder testament en haast onvermijdelijk tot het cynisme veroordeeld," schrijft Peter Sloterdijk in zijn Kritik der zynischen Vernunft.

Concrete begrippen zoals God, keizer en vaderland kunnen niet meer worden ingevuld en zijn vervangen door wazige constructies. De vorm krijgt meer aandacht, de verpakking wordt belangrijk, met de inhoud van het pakje kan gespeeld worden. "Niet waarom we vechten is belangrijk, maar hoe we vechten." Gestalte en houding. Esthetiek komt in de plaats van moraal, van ideologieën, van programma's. Tussen 1926 en 1932 is Jünger zowat de spreekbuis van een "heldhaftig nationalisme". Hij vertolkt de oorlogservaring van de idealistische oorlogsvrijwilliger en poetst ze op. Stijl, in alle omstandigheden, daar gaat het om.

Esthetiek kan koud, hard en onbarmhartig zijn en op haar manier de burgerlijke samenleving ter discussie stellen. De wereld is kil, maar de kunst kan nog killer zijn. Met de aristocratische pose van de veldheer het slagveld overschouwen, met grote koude ogen naar vuurwerk en dood kijken, registreren en stijlvol weergeven. Hoe schokkend de oorlog ook kan zijn, hij kan kunst opleveren. Aristocratisch, zeker, het slagveld bewijst dat het gelijkheidsprincipe niet bestaat.

Jünger poogt in zijn (politieke) teksten de schepping opnieuw op orde te krijgen, hij gaat op zoek naar nieuwe waarden in een waardeloze wereld. Maar zijn gedachtengoed is te irrationeel, te diffuus, te weinig consistent. Het mag dus geen wonder heten dat er contradicties in zijn teksten opduiken. Hij stelt vast dat de tijd van de massa voorbij is, "de persoonlijke waarde", wat dat ook mag zijn, zal haar weg banen. Vervolgens moet het individu toch ten gunste van het "type" verdwijnen. Het moet opgaan in een "Gestalt" die het organische geheel in zich draagt en meer is dan de som van zijn delen. De ene mythe wordt voor de andere ingeruild.

Het grootste probleem in Ipema's biografie is zijn stijl. Clichés zoals "taaie en dappere tegenstander", "Het is begin 1914 en een ander avontuur wacht op hem!","(...) was de Duitse soldaat niet de dapperste van de wereld" spreken niet erg tot de verbeelding. Het woord 'Draufgänger' valt te pas en te onpas, Ipema legt verschillende keren uit wat het Freikorps is, kortom, de tekst wordt ontsierd en versneden door talloze herhalingen. Het lijkt wel alsof verschillende artikels zonder meer bij elkaar zijn gevoegd. En wat te denken van een zin als: "Het droommotief treedt op de voorgrond en biedt een het continuüm van de lineaire tijd doorbrekend systeem van 'logica' die direct uit een cosmische levenswil voortvloeit"?

De vraag of Jünger met zijn werk uit de jaren twintig en de vroege jaren dertig de weg voor Hitler heeft helpen vrij te maken, kan en wil Ipema niet beantwoorden. Dat is uiteraard een erg moeilijke en kiese zaak en Ipema merkt terecht op dat men bijvoorbeeld een Brecht toch ook niet voor de misdaden van Stalin verantwoordelijk kan stellen. Jünger is nooit lid geweest van de NSDAP, zijn elitarisme is daarvoor te groot geweest. Maar zijn liefde voor een autoritair gestructureerde staat, voor een sterke leider, zijn irrationalisme, zijn nationalisme zijn wel elementen die een kortstondige flirt geenszins uitsluiten. Kurt Tucholsky heeft in 1931 een verhaal geschreven, 'Die brennende Lampe', over een boekenwinkel waarvan het uitstalraam vol mooi verpakte oorlogsboeken ligt. Ze bevatten "de lof van het doden, de lofzang op de moord, de psalmen van de gasgranaten". Daarom zullen er mensen sterven, voorspelt Tucholsky. Maar goed, dat is een ethisch oordeel en heeft als dusdanig niets met literatuur te maken.

Controverses zijn er over Jünger altijd geweest. Toen hij in 1982 in Frankfurt de Goethe-prijs kreeg, stond de literatuurafdeling op stelten en werden de pro's en contra's heen en weer geslingerd. Botho Strauß bewondert hem zeer, "al veertig jaar lang wordt de Duitse literatuur door het werk van Jünger overtroffen". Karl Heinz Bohrer (eminent denker en chef van het prestigieuze tijdschrift Merkur) is ook een Jünger-fanaat, hij noemt hem de estheet van de verschrikking.

Bij ons heeft Stefan Hertmans van zijn bewondering voor de latere Jünger kond gedaan in zijn essaybundel Sneeuwdoosjes (1989). Fritz Raddatz (Die Zeit) vindt dat Jünger veelal kitsch heeft geproduceerd, hij noemt hem een solipsist zonder oeuvre. De Nederlandse criticus Arnold Heumakers vindt hem een interessant denker, misschien zelfs visionair. Peter Sloterdijk ten slotte noemt Jünger "onmiskenbaar één van de meesterdenkers van het moderne cynisme". Daarom past Jünger deze postmoderne tijden als gegoten.

Jan Ipema, In dienst van Leviathan. Ernst Jünger. Tijd en werk 1895-1932, Aspekt, Nieuwegein, 198 p., 860 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234