Zaterdag 30/05/2020

Niet 'scherp', niet 'urgent'

Wat heeft de beoordelingscommissies bezield om zelfs wereldvermaarde theater- en danshuizen amper een voldoende te geven bij de eerste subsidieronde? Zaterdag kon u al lezen dat ze vaak te blank zijn. Vandaag een andere opmerking die terugkeert: waar zit de vernieuwing?

"De plannen zijn veelbelovend en gevarieerd, ze zullen ongetwijfeld hoogstaand werk opleveren, maar tonen weinig scherpte en vernieuwing." (over NTGent)

"De laatste jaren evolueert het werk minder en weet het minder te overtuigen." (over Ultima Vez)

De vraag komt terug in de adviezen van zowat alle commissies: zijn onze kunsthuizen en -gezelschappen vernieuwend genoeg, qua vorm, maar ook qua inhoud? Hoe verhouden ze zich tegenover culturele en maatschappelijke evoluties? Brengen ze een programma dat fris, hedendaags en/of maatschappelijk relevant aanvoelt?

"Anno 2016 kun je niet hetzelfde theater brengen als twintig jaar geleden", zegt Tijl Bossuyt, voorzitter van de commissie die onder meer het dossier van NTGent, Behoud de Begeerte en Toneelhuis bestudeerde. Bossuyt is zelf directeur van de kunsteducatieve organisatie Veerman. "De samenleving verandert, het publiek ook. Je moet als huis of gezelschap voorop proberen te lopen op die maatschappelijke veranderingen, of op zijn minst die sociale dynamiek volgen."

Zo mist de adviescommissie bij NTGent "verjonging en experiment", net als "onderzoek naar niet-westerse inhouden en vormen". "Men zou kunnen stellen dat dit luik beter overgelaten wordt aan de andere Gentse partners. Maar staat NTGent dan nog 'midden in de wereld', kan het dan nog de spilfunctie vervullen in het Gentse landschap die het ambieert?"

Weinig ambities

Dat het Gentse stadstheater ook de komende vijf jaar kwaliteitsvolle producties zal opvoeren, daar twijfelt de commissie niet aan. Maar het blijft allemaal zeer sterk gericht op de eigen praktijk. "Het toont niet aan dat er voeling is ontstaan met de dagelijkse realiteit van de stad te midden waarvan het NTGent zich bevindt." Wat aansluit bij de opmerking van de commissie dat het stadstheater vooral voor de blanke middenklasse speelt.

Het Toneelhuis in Antwerpen bouwt als theaterproducent vooral verder op zekerheden, klinkt het. "Van artistieke vernieuwing is, in acht genomen het afgelegde traject van de voorbije jaren, op dit gebied weinig sprake." De commissie is ook onzeker "over de aard van het engagement van de 'seniors' ten opzichte van die nieuwe generatie".

In de preadviezen van verschillende gerenommeerde dansgezelschappen lees je soortgelijke opmerkingen. Ultima Vez trekt wel een nieuw publiek met zijn reprises van oude voorstellingen, het werk van choreograaf Wim Vandekeybus "evolueert de laatste jaren minder".

Hetzelfde in het advies omtrent Anne Teresa De Keersmaeker (Rosas): ook hier veel lof voor het indrukwekkende palmares en de internationale uitstraling, maar ook vragen over nieuwer werk. "Hoewel de kwaliteit van het oeuvre als geheel buiten kijf staat, moet ook aangegeven worden dat er in het parcours ook minder werk en mindere periodes te vinden zijn", staat er. "De oorspronkelijke scherpte van het werk is verminderd en de dramaturgische kracht die het eerder werk kenmerkte, wordt overschaduwd door choreografische principes. Anne Teresa De Keersmaeker daagt wel met elk nieuw werk zichzelf uit maar lijkt partners uit het verleden te missen die haar uitdagen en haar methodes en keuzes in vraag durven te stellen."

Ook bij middelgrote en kleinere organisaties, zoals literatuurpromotor Behoud de Begeerte, theaterwerkplaats Rataplan in Antwerpen en muziektheater Pantalone, rijzen vragen over de evolutie in de producties. In het parcours van theatergezelschap de Roovers ontwaart de commissie naar eigen zeggen nauwelijks inhoudelijke groei. "Het gezelschap toont weinig ambities op zowel inhoudelijk als zakelijk vlak en kiest voor continuïteit ten opzichte van de vorige jaren. De maatschappij is de laatste jaren sterk veranderd en dat weerspiegelt zich wel in de manier waarop de Roovers met theaterteksten omgaan maar (nog) niet in hun werking als dusdanig."

Dat blijkt volgens de commissie ook uit de keuze van de onderwerpen in hun stukken, of de reden achter die keuze: "Thema's worden gekozen vanuit een soort urgentie ('thema's die ons aanspreken') die de commissie niet helemaal kan overtuigen. In de praktijk leidt dit immers tot het voortbouwen op vaste waarden en een ontbreken van nieuwe keuzes."

Vinger aan de pols

Net als de Roovers brengt ook STAN volgens de commissie theater van hoge artistieke kwaliteit, maar weinig avontuurlijk. "Daar waar men in de beginjaren van het gezelschap nog een grote noodzaak voelde om een actueel politiek discours om te zetten in theater, blijkt STAN meer en meer te zijn geëvolueerd naar een gezelschap dat geniet van de eigen speelvorm die het ontwikkelde. De maatschappelijke relevantie van dat theater kent niet meer de urgentie die groeit uit een permanente bevraging van het hier en nu." En: "Het dossier toont veeleer een gezelschap dat op zijn lauweren rust."

Wie het op dat vlak beter doet volgens de commissies is een theatergezelschap als SKaGeN, dat "fris en verrassend theater (brengt) dat de vinger aan de pols houdt van de samenleving. Hoewel het artistieke parcours niet altijd even gelijkmatig is, zijn de voorstellingen toch altijd boeiend in hun zoektocht." Tutti Fratelli krijgt een zeer goed artistiek advies, mede omdat het sociaal-artistieke theater van Reinhilde Decleir mensen met een kwetsbaarder sociaal profiel betrekt op een inclusieve manier. "Het zet consequent in op de artistieke meerwaarde en een sterk artistiek resultaat, zonder de deelnemers daarbij uit het oog te verliezen."

Jeugdtheatergezelschap Laika volgt op zijn beurt "diverse sporen op een gegronde en authentieke manier, zowel in zijn begeleiding van jonge makers als in zijn bekommernis om superdiversiteit". "Het hecht veel belang aan ambacht, maar blijft tegelijkertijd dankzij verbeelding en kritische geest een verrassende, verfrissende theatertaal creëren." Het levert Laika een zeer goed advies van de commissie op.

Bij de grote namen vallen onder meer Jan Fabre en het Kaaitheater op met een zeer goede beoordeling. Kaaitheater zoekt volgens de commissie de laatste jaren naar wegen om zijn "consequente artistieke premissen meer te vertalen in sterkere participatie, en werkt daarvoor samen met de relevante Brusselse spelers". Het werk van Fabre wordt dan weer "scherper en actiever gecontextualiseerd".

Geen vadermoord

Rosas, NTGent en STAN willen liever niet reageren, omdat de subsidieprocedure nog tot juni loopt. "Onze repliek is geformuleerd aan de commissie volgens de geijkte procedure."

De Roovers vinden dat ze met hun repertoiretheater wel heel relevant zijn: "Toen we de Oresteia opvoerden, kregen we veel reacties van mensen die linken zagen met de huidige situatie in het Midden-Oosten", zegt Sofie Sente. "Ook een tekst van tweeduizend jaar oud kan vernieuwend en actueel zijn als je die in het hier en nu speelt."

Ultima Vez en het Toneelhuis zijn het er evenmin mee eens dat ze te weinig vernieuwend zouden zijn. "Onze nieuwe creaties, waarbij we steeds weer op zoek gaan naar uitdagende thema's, trekken ook een nieuw publiek aan én krijgen veel lof in de pers", klinkt het bij Ultima Vez. Luk Van den Bosch, zakelijk directeur van het Toneelhuis, heeft het over een subjectieve beoordeling. "Wij omarmen de nieuwe generaties, maar vinden niet dat vernieuwing hand in hand gaat met vadermoord. In deze tijden is dialoog beter dan confrontatie."

Om te oordelen hoe het zit met diversiteit in de sector, zijn er heldere en meetbare parameters. In het geval van vernieuwing ligt dat iets moeilijker. Volgens Guy Gypens, directeur van het Kaaitheater, oordelen sommige commissies strenger dan andere, en vullen ze de parameters vaak anders in. "De nieuwe aanpak met tijdelijke commissies had als doel de beoordeling objectiever te maken, maar dat is niet gelukt. Commissieleden zijn als boswachters die, heel omzichtig, zieke bomen moeten aanwijzen zodat er nieuwe bij kunnen komen, maar uit de preadviezen van sommige commissies blijkt eerder een plan voor totale ontbossing."

Jan Goossens, uittredend directeur van de KVS, uitte eerder in een opiniestuk in De Standaard de kritiek dat commissieleden "ongevraagd met oplossingen aan komen zetten die het commissieboekje te buiten gaan". Iets wat Tijl Bossuyt ontkent: "Het is inderdaad geen objectieve wiskunde. Je moet een intellectuele constructie maken van een intuïtief veld. Maar net daarom gaan we heel omzichtig te werk."

Bart Caron (Groen), voorzitter van de cultuurcommissie in het Vlaams Parlement, vindt dat er aan hoge bomen best geschud mag worden. "Zeker als je de nieuwkomers ook kansen wilt geven. We moeten opletten dat de kleinere structuren niet altijd geblokkeerd worden door de groten." Caron twijfelt niet aan de ernst van de commissieleden, maar merkt wel een gebrek aan consistentie tussen de verschillende commissies. "Dit was de eerste ronde, de preadviezen. Nu moet er verder worden gekeken: zijn bepaalde artiesten inderdaad over hun hoogtepunt heen en niet helemaal up-to-date meer, of is er sprake van een anti-establishmenthouding van de beoordelaars?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234