Woensdag 11/12/2019

'Niet meer schrijven, eindelijk verlost van de druk'

'Vijf foto's mag je nemen", vertelde de oude schrijver me aan de telefoon. Eén, twee, drie, vier en vijf. Niet dat ik een mitrailleur ben, maar een doeltreffende sluipschutter ben ik nu ook weer niet. Mijn eerste tien opnames zijn er gewoon om de sluimerstand van het oog te ontluiken. Losse flodders, slecht gemikt, zelden bruikbaar.

Vijf klikken voor 566 km, de afstand van mijn woonplaats tot Leiden en terug. Het rekenwonder in mij komt uit op één opname per 113 km.

Ja, fotografen zijn ervaren chauffeurs.

Ik kon het huis niet missen, had zijn vrouw Eva me verteld. Het laatste huis van de straat, verstopt tussen de bomen. Het enige houten huis van Leiden.

'Sunny Home' staat er vrolijk boven de voordeur. Dit lijkt me wel zeer ironisch voor het donkerste huis van de stad. En dan bedoel ik niet alleen vanwege het weinige licht, maar ook omdat Maarten Biesheuvel behalve om zijn schrijfkunst bekend staat om zijn langdurige depressies.

De schrijver slaapt nog bij mijn aankomst. Net als de tien poezen. Enkel de 18-jarige kater Knorretje loopt rond. Uitgeput door het leven. Ouderdom, de mooiste ziekte waaraan men kan sterven.

De thee wordt door Eva uitgeschonken. De heerlijke stilte in het huis wordt alleen door het getik van een wandklok doorbroken. "De poezen worden er rustig van. En wij ook", vertelt Eva. Hoelang is het geleden dat ik enkel nog dit geluid hoorde in een huis? Tik, tik, tik, tik. Net het klikken van een oude fotocamera. Dit is mijn opwarming, bedenk ik. Straks slechts vijf keer afdrukken. Vijf kansen voor drie foto's. Recht op twee missers.

"Wil je de schrijfkamer al bekijken voordat Maarten wakker wordt?", vraagt Eva.

Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst een schrijver in zijn schrijfkamer heb gefotografeerd. Niets zo saai als een schrijver voor zijn boekenkast of achter zijn computer. Maar de donkere woonkamer drijft me gewillig naar het schrijversnest op de eerste verdieping. Een zoektocht naar het licht. Tevergeefs. De schrijfkamer is zo donker als het Zwarte Woud. Hier staat de tijd stil. De gloeilamp lijkt de laatste uitvinding in deze bijzondere kamer. Sigarenpeuken in overvolle asbakken, lege flessen, oude kranten, een vermoeide wekker en een kompas. Aan de muur hangen vergeelde foto's. Ik herken de schrijver in jongere gedaantes tussen uitgeknipte pin-upfoto's. Literatuur en seks. Het op een na beste huwelijk, na literatuur en de dood.

"Ik ben lui, dom en geil", vertelt de inmiddels wakkere schrijver. Vanwege de blote dames aan de muur geloof ik vooral dat laatste.

"Ik ben gestopt met schrijven. Ik was een meester in overdrijving en uitweiding. Maar nu schrijf ik geen letter meer. Ik had eigenlijk na mijn eerste boek moeten stoppen. Dat debuut viel als een steen in een stille vijver. De vijver is nooit niet meer stil geweest. Behalve sedert vier maanden. Sinds ik gestopt ben met schrijven. Het zijn vier gelukkige maanden geweest. Eindelijk verlost van de druk. Niet meer hoeven te schrijven. Geen getob meer in het hoofd."

Aan het stof en de spinnenwebben tussen de toetsen van de oude Remington te zien is dit niet gelogen. Een groen zijden doekje uit Samarkande bedekt de schrijfmachine. Het doek is gevallen over de schrijfkunst van Biesheuvel. Een schrijver op rust.

Wat doet een krankzinnige schrijver die niet meer schrijft? "Mijn lieve vrouw Eva graag zien. Ik was meteen smoorverliefd op haar, ze was een pin-up van 19 jaar. Die dag vergeet ik nooit. 4 augustus 1958 in Schiedam. Nu schenkt ze me dagelijks een glaasje Ierse whiskey in. Ik drink een druppel per kwartier. En sigaren van de Aldi roken. Heerlijk goedkoop en lekker. En lezen van klassiekers in de literatuur, natuurlijk. Joseph Conrad, Ivan Turgenev, Stanislaw Jerzy Lec, John Steinbeck, Bruno Schulz. Ik blijf deze schrijvers herlezen. Na iedere lezing worden ze beter. Ik lees geen nieuwe schrijvers."

Van geen enkele door hem opgenoemde grootheid heb ik iets gelezen. Schaamte. Erger nog, ik had nog nooit iets van Maarten Biesheuvel gelezen. Niet één boek, geen enkele paragraaf, zelfs niet één zin.

Mag een fotograaf een schrijver fotograferen zonder één letter gelezen te hebben uit het oeuvre van de schrijver? Het is al vaker gebeurd dat ik blind aan een voordeur sta. Een voetballer waarvan ik niet weet of ie links- of rechtsbenig is. Een actrice die ik nog nooit op het witte doek heb zien schitteren. Een danser die ik nog nooit met strakke broek over de planken heb zien vliegen.

Het mooie is dat ik vaak na de ontmoeting het werk van de persoon ontdek.

Retroactief. Een prachtig samengesteld woord. Retro en actief. Ze liggen me beide aan het hart.

Zo beloof ik mezelf dat ik Reis door mijn kamer zal lezen. Dan zal ik eindelijk weten wat het kompas daar op zijn bureau ligt te doen.

En ja, ik heb meer dan vijfmaal op het knopje mogen afdrukken. Hollandse zuinigheid omgetoverd tot zuiderse gulheid. Tot een definitief 'neen' na foto 57. "Stop, ik word hier zenuwachtig van", fluistert de schrijver door de sigarenrook heen.

In het donkere huis kan de rust wederkeren.

Het fototoestel klikt niet meer.

De wandklok neemt over.

De Remington zwijgt.

In deze rubriek portretteert Stephan Vanfleteren opmerkelijke Nederlanders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234