Dinsdag 19/10/2021

'Niet in naam van mijn broer'

Naam: Rita Lasar

Leeftijd: 70

Beroep: gepensioneerd

Bevond zich op 11 september: in haar appartement op de vijftiende verdieping in de East Village

Impact van 9/11: verloor haar broer in het WTC, ging vervolgens naar Afghanistan om er de slachtoffers van Amerikaanse bombardementen te helpen, medeoprichtster van Peaceful Tomorrows, een vereniging van 9/11-slachtoffers tegen de oorlog.

n Rita Lasar verloor haar broer in het WTC en trok op humanitaire missie naar Afghanistan

Het was president Bush zelf die Rita Lasar uit haar initiële shock en het verdriet over de dood van haar broer deed ontwaken en haar leven een nieuwe richting gaf. 'Mijn broer was een van de mensen die door de president werden vermeld tijdens zijn speech in de National Cathedral vanwege hun heroïsme. Zodra ik dat hoorde, wist ik dat mijn land Abes dood zou gebruiken om de dood van andere onschuldigen te rechtvaardigen.'

Van onze correspondent in New York Gert Van Langendonck

Rita Lasar is een paar dagen geleden teruggekeerd van een vredesconferentie in Hiroshima en ze is nog altijd overstuur. "Toen ik in Afghanistan was, heb ik gezegd dat New York ground zero one is en Afghanistan ground zero two. Maar Hiroshima is ground zero zero, het oorspronkelijke ground zero." De vele reizen maken deel uit van de nieuwe roeping die de zeventigjarige Lasar heeft gevonden sinds ze op 11 september haar broer Abe Zelmanowitz verloor in het World Trade Center. Lasars appartement bevindt zich in een toren in de East Village, de bakermat van links verzet in New York, maar ze zegt dat ze zich vroeger nooit heeft ingelaten met politiek activisme. Ze baatte een elektronicawinkel uit met haar man tot die een paar jaar geleden aan een hartaanval overleed. Het politiek engagement is pas gekomen na 9/11.

"Ik was hier toen het gebeurde. Ik ben onmiddellijk naar het appartement van een buurvrouw gerend dat een perfect uitzicht had op het World Trade Center, en daar heb ik het tweede vliegtuig zien inslaan. Het was pas toen dat ik erbij stilstond dat een van mijn broers in die torens werkte. Abe was een computerprogrammeur voor Blue Cross/Blue Shield. Ik ben terug naar mijn appartement gerend en heb onmiddellijk mijn andere broer gebeld om te kijken of hij en zijn vrouw iets gehoord hadden.

"Hij zei dat hij met Abe gebeld had vlak na de eerste inslag. En Abe had hem gezegd: 'Ik vertrek niet want ik ben hier met Ed.' Ed was een collega en een vriend die verlamd was en in een rolstoel zat. Hij zei dat hij bij Ed zou blijven tot er hulp voor hem kwam. Mijn broer heeft nog in de telefoon geschreeuwd: 'Get out of there, get out of there!', maar Abe heeft gewoon opgehangen.

"Abe werkte op de 27ste verdieping van de noordertoren, wat betekent dat hij alle tijd had om het gebouw te verlaten. Ed had een assistente die altijd bij hem was, maar Abe heeft haar weggestuurd. Hij zei: 'Jij hebt kinderen, maak dat je wegkomt.' Ze is gegaan, en Abe is bij Ed gebleven. Toen is het gebouw ingestort. Ik heb later gehoord dat er een brandweerman bij hen was, een sergeant Burke, die bij Abe en Ed is gebleven. Ze zijn alledrie samen gestorven. Ze hebben Abes naamplaatje gevonden in mei, en een deel van zijn lichaam is een paar weken geleden geïdentificeerd. Wat Abe gedaan heeft, was zo typisch voor hem. Hij zou precies hetzelfde gedaan hebben als Ed een wildvreemde was geweest. Zo was hij gewoon.

"Dat waren verschrikkelijke dagen. De ziekenhuizen aflopen om te kijken of Abe ergens op een lijst stond, pamfletten aanplakken in de straten: 'Hebt u deze persoon gezien?' New York was onherkenbaar veranderd: je moest je identiteitskaart tonen om terug thuis te geraken, in een land dat altijd zo open was voor iedereen."

En dan, op 14 september, maakte president George W. Bush, in zijn speech in de National Cathedral in Washington D.C., melding van de heldendaad van Abe Zelmanowitz. "We zien onze nationale aard in de reddingswerkers die tot voorbij de uitputting blijven werken, in de lange rijen van bloeddonors, in de duizenden burgers die gevraagd hebben om op eender welke manier te mogen werken en hun land te dienen. En we hebben onze nationale aard gezien in daden van zelfopoffering. Een man in het World Trade Center, die zichzelf had kunnen redden maar die tot het einde aan de zijde van zijn verlamde vriend is gebleven."

Rita Lasar is minstens even trots op haar broer als president Bush, maar de woorden van de president hadden op haar niet het beoogde effect. Toen Bush zei dat "onze eenheid een verbond is van verdriet en een vast voornemen om te overwinnen op onze vijanden", voelde zij zich niet aangesproken. "Na de speech van Bush werd het mij overduidelijk dat mijn land de dood van mijn broer zou gebruiken om de dood van andere onschuldige mensen te rechtvaardigen.

"Tot die dag was ik zo gehuld geweest in duisternis en bijna-krankzinnigheid. New York... Het is zo moeilijk om te beschrijven hoe New York was in die eerste weken. We waren onherkenbaar veranderd. We waren van een verzameling individuen één enkele persoon geworden. We waren mensen geworden die bang waren maar tegelijk ongelooflijk behulpzaam voor mekaar. We verkeerden in een diepe shock en we waren in rouw. Tot de speech van Bush had ik nog niet nagedacht over de gevolgen van 9/11. Maar op die dag besefte ik dat de dood van mijn broer zou rechtvaardigen dat andere mensen, wellicht in Afghanistan, zich zouden gaan voelen zoals ik." Op 17 september publiceerde de New York Times een lezersbrief die eindigde met de woorden. "In naam van mijn broer en van mijzelf bid ik dat wij, dit land dat zo diep gekwetst is, niet iets gaan doen dat krachten zal ontketenen die we nooit zullen kunnen terugroepen. Rita Lasar, New York."

Het is het prille en nog heel voorzichtige begin van wat zal evolueren tot een heuse antioorlogsbeweging van slachtoffers van de 9/11-aanslagen. Her en der in Amerika zijn andere families van slachtoffers, zoals Lasar, uit hun eerste shock ontwaakt. Op 18 september verschijnt in Newsday een oproep van Phyllis en Orlando Rodriguez. Hun zoon Gregory, een 31-jarige Cantor Fitzgerald-werknemer, wordt vermist in het puin van het WTC. "Wij hebben het gevoel dat onze regering afstevent op een gewelddadige wraakneming, met het vooruitzicht dat zonen, dochters, ouders, vrienden in verre landen gaan sterven en lijden en nog meer wrok gaan koesteren tegen ons. Niet in naam van onze zoon. Hij is gestorven als slachtoffer van een onmenselijke ideologie. Onze daden mogen niet hetzelfde doel dienen. (...) Laat ons als een natie niet bijdragen tot de onmenselijkheid van onze tijd."

In Washington D.C. schrijft Amber Amundson, de weduwe van een soldaat die in het Pentagon is gesneuveld, een open brief naar de regering-Bush. "Mijn familie en ik vinden geen troost in uw woorden van woede. Als u ervoor kiest om op deze onbegrijpelijke brutaliteit te reageren door geweld te plegen tegen andere onschuldige burgers, weet dan dat u dit niet mag doen in naam van gerechtigheid voor mijn echtgenoot. Craig reed de voorbije twee jaar naar zijn werk met op zijn auto een bumpersticker met de woorden 'Visualize World Peace'. Hij zou niet gewild hebben dat zijn dood werd gewroken met meer geweld."

Zeker in New York, dat altijd overweldigend Democratischgezind was, was het niet verwonderlijk dat veel mensen aanstoot zouden nemen aan de respons van Washington op de tragedie van hun stad, een stad die Bush nog totaal genegeerd had toen hij zijn eerste officiële bezoek aan New York bracht. In de Village Voice verscheen vorig jaar een cartoon over 9/11-slachtoffers in de hemel die zich boos maakten over wat Bush zich allemaal permitteerde in de naam van mensen die in 2000 heel waarschijnlijk op Al Gore hadden gestemd. Maar deze families waren wel heel opmerkelijk: ze waren in staat om hun persoonlijk verdriet opzij te zetten ten voordele van de familieleden van slachtoffers in verre landen die nog niet eens gevallen waren.

Lasar: "Mensen vragen mij en de anderen voortdurend of wij onmiddellijk na de aanslagen toch geen wraakgevoelens hebben gehad. Wij hebben allemaal mensen verloren die we lief hadden en geen van ons heeft dat buikgevoel van woede gehad. We waren diep bedroefd en we wilden niet dat andere onschuldige mensen hetzelfde zouden voelen. De mensen die we per ongeluk hebben gebombardeerd in onze zoektocht naar Al-Qaeda en Osama bin Laden waren net zo onschuldig als mijn broer. Ze hadden niets te zien met 11 september.

"Nadat mijn brief in de Times was verschenen, hoopte ik dat andere mensen mijn standpunt zouden bijtreden en dat dat er misschien voor zou zorgen dat we onze reactie iets langer in beraad zouden houden. Ik begon telefoons te krijgen van mensen die mij wilden interviewen op de radio, of die mij uitnodigden om op vredesbetogingen te spreken. Ik heb dat gedaan.

"Op 6 oktober was er een grote vredesbetoging op Union Square. Toen ik het podium beklom, was er een groep ordeverstoorders die het luidruchtig oneens waren met ons. Ik ben op hen afgestapt en ze begonnen te roepen: 'Hoe durf je? Hoe kun je zoiets doen?' Ik heb hen gezegd: 'Mijn broer is op 11 september in het WTC gestorven.' Ze hebben mij aangestaard, en vervolgens hebben ze hun spandoeken en plakkaten bijeengeraapt en zijn ze zonder een woord vertrokken.

"Dat was mijn eerste toespraak in het openbaar. Het was heel moeilijk voor mij maar ik wist dat ik het moest doen. En ik geloofde oprecht dat de vredesmarsen effect zouden hebben. Ik zag mijzelf als die jongeman op het Tian'anmenplein die de weg versperde voor de tanks. Ik dacht dat ik iets gelijkaardigs kon doen, maar natuurlijk was ik fout. Diezelfde zesde oktober zijn we begonnen met de bombardementen op Afghanistan."

Geheel zonder resultaat waren de vredesmarsen nochtans niet: Lasar ontdekte er dat ze niet alleen stond met haar overtuiging. "Phyllis en Orlando Rodriguez, David, Ryan en Barry, Amber Amundson, Kelly Campbell, Colleen Kelly... Het was onze coming-out, we hebben mekaar ontdekt omdat we allemaal hetzelfde voelden.

"Toen belde Global Exchange uit San Francisco met de vraag of ik naar Afghanistan wilde gaan. Ik heb onmiddellijk ja gezegd, en in januari zijn we met vier van ons vertrokken: Derrill Bodley, die zijn dochter Deora heeft verloren op vlucht 93 in Pennsylvania, Kelly Campbell, wier schoonbroer Craig Amundson in het Pentagon is gestorven, Eva Rupp, Deora's stiefzus, en ik. We wilden de Afghanen laten weten dat er Amerikanen waren die met hen inzaten, en die zich voor een stuk verantwoordelijk voelden voor wat er men aan het gebeuren was.

Vervolg op pagina 13

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234