Donderdag 01/10/2020

Analyse

Niet alleen in de VS, ook bij ons is het een beetje stad versus platteland

Beeld levi

De brexit was een voorproefje, de verkiezing van Trump lijkt het te bevestigen: steeds vaker komt het platteland in verzet tegen wat steden als de enige juiste keuze zien. Dreigt dezelfde breuklijn ook ons land te verdelen? 'Hier is het omgekeerd: de steden zijn voor de armen, de dorpen voor de upper class.' En toch borrelt er iets.

"Je bent gek", zei de helft van mijn vriendenkring vol ongeloof toen ik zes jaar geleden van Brussel terug naar Limburg verhuisde om te gaan samenwonen. Ik werkte in de hoofdstad, had een gerieflijk appartement aan een groene, historische laan in Schaarbeek en na meer dan tien jaar als ingeweken Vlaamse Brusselaar kon ik intussen terugvallen op een bescheiden, maar stevig sociaal netwerk. Wat ging ik opnieuw in een dorp zoeken?

De andere helft van mijn vriendenkring - de Limburgse - was naar goede gewoonte niet zo uitgesproken, maar hun blikken waren veelzeggend. De verloren gewaande dochter was teruggekomen. Niet naar het boerendorp van weleer aan de grens met Nederland, maar toch: mijn looprondjes situeren zich weer op onverharde wegen tussen velden en bossen, in plaats van op de kaduke tarmacpaadjes van het Josaphatpark in Schaarbeek - dat ondertussen gerenoveerd werd, las ik onlangs. Het werd tijd.

Overigens: dat boerendorp van weleer bestaat niet meer. Van de vijf boerderijen in de straat waar ik opgroeide, zijn er drie gestopt. Eén boerderij heeft zich toegelegd op loonwerk, een andere werd door de oudste zoon enkele honderden meters verderop, langs een veldweg, uitgebouwd tot een semi-industriële varkenskwekerij. De straat zelf, vroeger een uitgeholde kasseiweg met langs beide kanten grachten en weiden, is vandaag volgebouwd, heraangelegd en voor een kwart bewoond door uitgeweken Maastrichtenaren. Op het einde woont er een verdwaald Marokkaans gezin, familie van een Antwerpse moslimterrorist.

Politiek leefde niet in het boerendorp. Iedereen stemde op de burgemeester, een koddige Volksunie-opa wiens rijk intussen is overgeërfd door een relatief jonge CD&V'er die tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen over de tegenstand walste en met zijn partij een absolute meerderheid haalde. Het beleid dat volgde, laat zich samenvatten in drie letters: nee. Nee tegen de geplande wietboulevard in Maastricht, dat het drugstoerisme wil opschuiven naar de rand van de stad en dus richting de Belgische grensdorpen. Nee tegen de windmolens in Wallonië, waarvan de slagschaduw het Vlaamse platteland dreigt te bezoedelen. En ook, maar veel minder uitgesproken: nee tegen extra inspanningen voor asielzoekers.

'Racistische boerenpummels'

Net zoals dat ook in de Westhoek en de Kempen het geval is, leeft in sommige delen van Limburg een achterstellingsgevoel. Na zes jaar terug in de heimat wordt stilaan duidelijk waar een stuk van dat gevoel vandaan komt.

Probeer maar eens met de trein in de rest van het land te geraken zonder een halve dag onderweg te zijn - onmogelijk. Op de weg is het al even triestig gesteld: de incidentele files op de E313 naar Antwerpen en de E314 naar Leuven en Brussel hebben een permanent karakter gekregen. Cultuurhuizen worden met sluiting bedreigd nadat de jongste subsidieronde zowat de hele provincie drooglegde. De lokale universiteit mag onder het stiefmoederlijk beleid van de KU Leuven maar een beperkt aantal richtingen aanbieden. Door het Russisch verbod op de import van Europese land- en tuinbouwproducten vechten fruitboeren om te overleven. De beloofde sneltram naar Maastricht gaat er waarschijnlijk nooit komen - gelukkig is er het fietsroutenetwerk nog. En Bokrijk.

Eerder dit jaar verscheen het boek The Politics of Resentment van de Amerikaanse politicologe Katherine Cramer. De voorbije tien jaar, lang voor journalisten het Amerikaanse binnenland in trokken om te polsen waarom zoveel Amerikanen voor een misogyne, grofgebekte en xenofobe presidentskandidaat hebben gestemd, reisde Cramer door de rurale staat Wisconsin. In restaurants, benzinestations en winkels praatte ze met gewone mensen. Ze wilde begrijpen wat het platteland van politiek denkt en waarom dorpsbewoners stemmen hoe ze stemmen.

Cramer stelde vast dat politiek steeds meer om identiteit draait. Zowat al haar gesprekspartners waren verbitterd en hadden een diepe afkeer voor elites en stadsbewoners. Ze voelden zich verraden, niet gerespecteerd en bedrogen. In haar boek lanceert Cramer de term 'rural consciousness', iets wat misschien nog het best is te vertalen als een politiek plattelandsbewustzijn. Het liet haar toe om te begrijpen waarom de meeste inwoners van Wisconsin de eis van de conservatieve Tea Party voor minder ambtenaren steunen - niet omdat plattelandsbewoners geloven in de voordelen van een kleine overheid, maar omdat ze vinden dat de overheid mensen zoals zij in de kou laat staan.

"Het zal niet volstaan", zei Cramer in The Washington Post, "om de komende maanden te denken dat mensen voor Trump hebben gestemd omdat ze boos zijn. Om het succes van Trump te doorgronden, moeten we begrijpen hoe hij heeft ingespeeld op de eigenwaarde van mensen."

Cramer distilleerde drie bepalende factoren: macht, geld en respect. "Plattelandsbewoners vinden dat ze niet krijgen wat ze verdienen. Eerst en vooral op het niveau van de macht: ze hebben het gevoel dat alle beslissingen in de steden worden genomen en dat zij maar moeten volgen. Ze vinden ook dat ze niet genoeg overheidsmiddelen krijgen, waardoor ze het idee hebben dat hun belastinggeld overal wordt besteed, maar niet aan hen. Tenslotte is er het gevoel van niet begrepen te worden. Ze zeggen: 'Mensen in de stad hebben geen idee hoe het leven op het platteland eraan toegaat en voor welke uitdagingen wij staan. Ze denken dat wij allemaal racistische boerenpummels zijn.'"

Katherine Cramer over Donald Trump: "Het zal niet volstaan om de komende maanden te denken dat mensen voor Trump hebben gestemd omdat ze boos zijn. Om het succes van Trump te doorgronden, moeten we begrijpen hoe hij heeft ingespeeld op de eigenwaarde van mensen."Beeld AP

Net zoals dat bij elke verkiezing het geval is, heeft demografie een rol gespeeld bij de Amerikaanse stembusgang: blanken zijn meer geneigd om voor de Republikeinen te stemmen dan zwarten, vrouwen stemmen doorgaans meer voor de Democraten dan mannen. De winst van Donald Trump wordt vooral toegeschreven aan boze, blanke mannen, maar ook blanke vrouwen stemden dit jaar meer Republikeins: 53 procent koos voor Trump, 43 procent voor Clinton.

De cijfers zijn afkomstig van de National Election Pool, een consortium van de grootste Amerikaanse nieuwsorganisaties en zijn gebaseerd op bijna 25.000 exitpolls. Opvallend dit jaar was het stemgedrag van laaggeschoolden: 51 procent stemde voor Trump, 45 procent voor Clinton. Vier jaar geleden stemde deze groep nog voor het grootste deel Democratisch: 64 procent koos toen voor Barack Obama, 35 procent stemde voor de Republikeinse kandidaat Mitt Romney.

Maar de grootste revolutie deed zich voor op het platteland: 62 procent voor Trump, 34 procent voor Clinton. Ook in de voorsteden won Trump. Republikeinen hebben altijd sterker gescoord op het platteland, maar de kloof met de Democraten was veel groter dan bij de verkiezingen in 2008 en 2012. De cijfers suggereren dat wonen op het platteland Amerikanen ertoe heeft aangezet om Republikeins te stemmen.

Bange blanke man

Het Vlaamse platteland - voor zover dat nog bestaat in het verstedelijkte West-Europa - is uiteraard in niets te vergelijken met het uitgestrekte, lege binnenland van de Verenigde Staten. Of met dat in Frankrijk, waar rurale regio's in een razend tempo vergrijzen en ontvolken. En toch is er ook in ons land sprake van een spanning.

"Maar dan tussen stad en voorstad", zegt de Brusselse stadssocioloog Eric Corijn. "Kijk maar naar hoe ze er in Antwerpen niet in slagen om de stad en de rand, toch allebei in handen van de N-VA, een gedeeld mobiliteitsplan te laten ontwikkelen. Jan Jambon is in Brasschaat tot burgemeester verkozen, onder meer omdat hij zich mordicus verzette tegen de verlenging van de tramlijn uit Antwerpen. Zijn visie luidt: 'Hou de stad tegen'. In Gent hebben ze het zelfs al opgegeven om met de randgemeenten te overleggen - ze willen toch niet mee."

De stad, zegt Corijn, is een gebruiksobject geworden dat proper moet zijn, goed bereikbaar en liefst met niet te veel migranten. Degenen die er blijven wonen, zijn de armen die het zich niet kunnen veroorloven om naar de voorstad te trekken. Het platteland is ondertussen verdwenen. Het dorp als boerengat is uit de tijd. Dorpen zijn toevluchtsoorden geworden voor de upper class en stedelingen die hoeves opkopen en verbouwen. Boeren zijn er niet meer: hun boerderijen zijn opgegaan in grote, industriële landbouwbedrijven zoals die door de CD&V en de Boerenbond gepromoot worden. "Daartegenover staan de groenen die zich op de duurzame bio-landbouw concentreren. Dat is de uitval die je krijgt: door de deeleconomie heb je nu middenklassegezinnen in en rond steden die voor hun fruit en groenten inzetten op dorpen."

De suggestie dat het Amerikaanse plattelandsverzet zich ook hier zou kunnen voordoen, vindt Corijn niet eens zo gek. "De overwinning van Trump is die van het populisme. Hij heeft de zwijgende meerderheid achter zich kunnen scharen door te appelleren aan een verzet tegen de gevestigde orde. Maar dat verzet kennen we in ons land al langer. Het geografisch electoraat van Trump komt immers voor een groot deel overeen met dat van het Vlaams Belang: niet de armste mensen, maar de onderste laag van middenklasse die nog net in de boot zit maar er dreigt uit te vallen. De bange, blanke man die wil behouden wat hij heeft, die zijn job ziet ingepikt worden door de globalisering, door computers en robotten. Het zijn dezelfde mensen die ook voor de brexit hebben gestemd."

Het middenveld

De breuklijn tussen stad en platteland is allesbehalve nieuw. "Zowel in het Verenigd Koninkrijk als in de VS hebben de electorale kaarten altijd Democratisch blauw gekeurd in en rond de grote steden, en Republikeins rood in de rurale gebieden", zegt politicoloog Kris Deschouwer. "Zelfs in het zuiden en het noorden van Noorwegen wordt verschillend gestemd omdat men er andere visies op mens en samenleving op nahoudt. In ons land speelt dat nauwelijks - misschien wel nog in Wallonië, maar veel minder in Vlaanderen, dat ondertussen een kluwen is geworden van stedelijke centra, autosnelwegen en een beetje groen. De CD&V is een traditionele sterkhouder op het platteland, maar het grote, diepe verschil zoals in de VS kennen wij niet."

Toch moet Deschouwer bij het groeiend ongenoegen in de eerste plaats denken aan het Vlaams Belang en de N-VA. "Maar ook Groen en PVDA capteren dat. Veel mensen stemmen voor die partijen omdat ze zich niet goed vertegenwoordigd voelen - het is voor een stuk uiting van onmacht. Mensen met totaal geen vertrouwen in de politiek zullen blanco of ongeldig stemmen, of voor een extreme partij. Radicale stemmen ga je overigens niet snel vinden op het platteland. Groen, PVDA en het Vlaams Belang zijn allemaal groot geworden in de stad en pas daarna naar het platteland overgewaaid.

Ook stadsgeograaf Michiel van Meeteren, verbonden aan de VUB, benadrukt dat het met de breuklijn tussen stedelijke centra en periferie in België zo'n vaart niet loopt. "De mentale tegenstelling tussen stad en platteland is best groot, maar België is al 150 jaar actief bezig met de economische groei over het hele land te verspreiden door mensen in de voorsteden te laten wonen en het pendelen te subsidiëren. De traditioneel economische tegenstelling van het arme platteland en de rijke stad is in België omgekeerd - behalve misschien in plaatsen als de Borinage."

Er is bovendien veel aandacht voor het platteland: Vlaamse media werpen een blik over de hele regio. "Behalve Brussel komen ook kleinere gemeenten aan bod. In Nederland speelt Amsterdam in de kranten en op tv een veel grotere rol", zegt Van Meeteren, een geboren en getogen Nederlander. "De politiek is hier ook meer gedecentraliseerd. Je kunt je de vraag stellen in hoeverre Vlaanderen vanuit Brussel wordt bestuurd. Hoeveel Vlaamse mandatarissen wonen er in Brussel? Vlaamse en Belgische politiek is er één van afgevaardigden uit de regio: het West-Vlaamse stempel van Hilde Crevits, Alexander De Croo uit Brakel, Jan Peumans als Limburger, Kris Peeters en Bart De Wever uit de rand van Antwerpen. Die regionale belangen spelen een rol in het rondpompen van geld doorheen België én in het verdelen van postjes."

Wat Van Meeteren voorts opvalt aan ons land, is het middenveld. "Dat bestaat hier gewoon nog: traditionele organisaties zoals vakbonden en mutualiteiten die mensen aan zich binden en die nog in staat zijn om bij een betoging volk op straat te krijgen. Ik denk dat het Belgische verhaal daar ligt: bij de alternatieve kanalen die in staat zijn de scherpste randjes af te vlakken."

Enerzijds-anderzijds

Oud-politicus en opiniemaker Luckas Vander Taelen, die onlangs De grote verwarring schreef, een boek over wat hij zelf "de valse harmonie van de geïdealiseerde multiculturele samenleving" noemt, bespeurt toch veel ontreddering, werpt hij op. Met zijn boek gaat Vander Taelen vaak de boer op, en overal waar hij komt merkt hij dat mensen het moeilijk hebben met het wegvallen van zekerheden.

Luckas Vander Taelen.Beeld Photo News

"Ik snap dat mensen zich beledigd voelen door de politiek correcte elites die geen antwoorden geven op hun vragen. In Amerika is dat zeker zo, en je ziet het ook in Frankrijk. De winst van François Fillon in de presidentiële voorverkiezingen is een uiting van de zucht naar een sterke persoonlijkheid die de zaken benoemt en aanpakt. Mensen hebben behoefte aan een duidelijk antwoord. Ze willen geen wollige enerzijds-anderzijdsdiscussies meer."

Onbehagen, misschien is dat wel het woord dat het dichtst in de buurt komt, vermoedt Vander Taelen. "Mensen zien dat hun land niet meer is zoals vroeger. Ze ervaren een gevoel van verlies en vragen zich af wat ze moeten denken van multiculturaliteit. Als ze daar bedenkingen over hebben, worden ze voor racisten versleten. Zeker in de kleinere gemeenten voel je dat. Je kunt dat bekrompen noemen en het wegwuiven, maar die fout heeft de politiek in de VS ook gemaakt."

Ook in de stad is de unheimlichkeit bijna tastbaar geworden, zegt Vander Taelen. Over bepaalde thema's wordt gewoon niet gesproken. "Een half jaar geleden hebben moslimterroristen in Brussel 35 mensen omgebracht - wel, niemand die het daar nog over heeft. Terwijl het oprukkend fundamentalisme steeds zichtbaarder wordt in het straatbeeld. Je moet al stevig in je schoenen staan om dat te begrijpen. In de tram ben ik de enige met Belgische roots. Niet dat me dat stoort, maar het kan soms bevreemdend zijn."

Bevreemdend was ook het voorstel dat het Brussels gewest deze week uit haar mouw schudde om de zes rijstroken op de E40 bij het binnenrijden vanuit Luik en Leuven volgend jaar al naar drie te brengen, waardoor een grote laan zou ontstaan voor bussen en fietsers. Dat er zelfs geen sprake was van een ingreep in het treinaanbod naar de hoofdstad, was veelzeggend.

Misschien moeten de Brusselse politici eens een week lang elke ochtend op diezelfde E40 naar de hoofdstad pendelen. Een Limburgs achterstellingsgevoel aankweken hoeft niet, maar ze kunnen hun collega's alvast waarschuwen dat ze die week iets later op het werk zullen zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234