Zaterdag 14/12/2019

'Niemand wil een nieuwe burgeroorlog'

De Syrische troepen zijn vertrokken uit Libanon, maar het land blijft opgesplitst in een pro- en een anti-Assadkamp. Het eerste blok is overwegend sjiitisch, het tweede soennitisch. Met man en macht probeert de regering een confrontatie te vermijden. 'Dat Libanon nog niet ontploft is, heeft alles te maken met de koelbloedigheid van de grote partijen.'

De 34-jarige Libanees Wael Nourredine overweegt ernstig om zich aan te sluiten bij de shabiha, de milities die in Syrië het regime van Assad verdedigen. Maar omdat hij filmmaker is, wil hij in de eerste plaats in Syrië gaan filmen. "Ik neem wel een handgranaat mee voor het geval dat ik in de handen van de salafisten val."Het gesprek vindt plaats in Café de Prague, een vaste waarde in de uitgaanswijk Hamra. Sinds het begin van de Syrische opstand is het beduidend minder druk in de Prague. Een deel van hip Beiroet boycot het café omdat het geldt als pro-Assad.

"Het klopt dat we hier in een wijk zitten die gecontroleerd wordt door de Syrische Sociaal-Nationalistische Partij", zegt Nourredine. "Je moet bij wijze van spreken toestemming aan de SSNP vragen om hier te mogen plassen." Zelf boycot hij de Prague normaal ook, "maar dan omwille van de prijzen: drie euro voor een espresso is belachelijk."

Nourredine ziet zichzelf niet als een aanhanger van Assad. "Mensen denken al snel dat ik een fascistische christen ben als ik mijn betoog hou." In werkelijkheid is Nourredine van sjiitische komaf en een uitgesproken atheïst. En hoewel het Assadregime de bondgenoot is van Hezbollah, de grootste sjiitische partij in Libanon, is het juist vanuit zijn atheïsme dat Nourredine zich tegen de opstandelingen in Syrië heeft gekeerd.

1.400 jaar islam

"Jullie in Europa zien wat er in Syrië gebeurt als onderdeel van de Arabische Lente, een beweging die goed een jaar oud is. Ik zie het als onderdeel van 1.400 jaar islam, en als die opstandelingen het Assadregime omverwerpen, zie ik geen andere uitkomst dan een salafistische staat waarin geen plaats zal zijn voor minderheden of andersdenkenden."

Voor Libanon komt de opstand in Syrië erg ongelegen. De voorbije vier jaar kende het land een economische groei van 7,5 procent; vorig jaar is die mede door de crisis in Syrië teruggevallen tot 1,5 procent. De relatieve stabiliteit van de voorbije jaren heeft geleid tot een enorme bouwwoede en een explosie van het nachtleven. De Beirut Souks, een gloednieuw luxueus winkelcentrum, is een hoogmis van de consumptiedrang waarmee Libanon synoniem is geworden.

Al die glitter doet soms vreemd aan, op 150 kilometer van Homs in Syrië. "Men voert ons dronken met al dat consumeren", zegt Cynthia Daher (31), een ngo-consulente, "zodat we niet zouden nadenken over de toekomst van ons land." Syrië, zegt Daher, is het nieuwe taboe. "Syrië heeft in Libanon zoveel politieke associaties dat de mensen er liever helemaal niet over praten."

Het wordt makkelijk vergeten dat Libanon in 2005 al zijn 'Arabische Lente' meemaakte. De moord op de soennitische oud-premier Rafic Hariri, toegeschreven aan Syrië, leidde tot zo'n straatprotest dat de Syrische bezetter zich gedwongen zag om Libanon na dertig jaar te verlaten. Het was het eerste voorbeeld van succesvolle people power in de Arabische wereld, en met name George W. Bush zag er het bewijs in dat de invasie van Irak tot een democratisering van het Midden-Oosten zou leiden.

Die droom bleef uit, en toen de vlam in 2010 elders in de pan sloeg, leek Libanon, met zijn eeuwig bekvechtende sektarische politici, eerder tot de oude dan de nieuwe Arabische wereld te horen. Hoewel de Syrische troepen zijn vertrokken, blijft het land opgesplitst in een pro- en een anti-Syrisch kamp. Het eerste blok is overwegend sjiitisch, het tweede soennitisch. De christenen zijn verdeeld over beide kampen. In 2008 kwam het bijna tot een nieuwe burgeroorlog toen Hezbollah kortstondig het soennitische West-Beroet bezette.

Met die achtergrond mag het een mirakel heten dat Libanon het voorbije jaar niet ontploft is. "Dat heeft alles te maken met de koelbloedigheid van de grote partijen", zegt Ahmed Fatfat, ex-minister en nu parlementslid van de soennitische Toekomstpartij van Saad Hariri, zoon van de vermoorde premier.

Koelbloedigheid is niet een eigenschap die vaak aan Libanese politici wordt toegeschreven. Maar inderdaad heeft het voorbije jaar geen van beide kampen opgeroepen tot een massabetoging pro- of anti-Assad. Zelfs hun respectieve verjaardagen (8 en 14 maart, verwijzend naar massabetogingen in 2005) werden dit jaar binnenshuis en in mineur gevierd. "Iedereen beseft dat niemand er belang bij heeft dat het Syrische conflict overslaat naar Libanon", zegt Fatfat. "Niemand heeft zin in een herhaling van de Libanese burgeroorlog."

Hezbollah

Waar het echt over gaat mag niet luidop gezegd worden. Als het Assadregime valt is Hezbollah zijn voornaamste bondgenoot in de regio kwijt. Voor het soennitische kamp is dat een droomscenario. Met een soennitisch regime in Damascus komt de droom om Hezbollah te ontwapenen een stap dichterbij. Hezbollah is de enige militie die na de burgeroorlog haar wapens mocht behouden in het kader van de strijd tegen Israël. Dat geeft haar een buitengewoon gewicht in de Libanese politiek.

In afwachting probeert de Libanese regering - een regering van nationale eenheid die voortkwam uit het Doha-vredesakkoord van 2008 - de kerk in het midden te houden. Libanon onthoudt zich bij alle stemmingen over Syrië. Het was afwezig op de Assad-vijandige 'Vrienden van Syrië'-conferentie in Tunesië, en het gaat ook niet naar de alternatieve 'Vrienden van Syrië'-conferentie in Iran. Er worden geen kampen ingericht voor de Syrische vluchtelingen omdat Hezbollah dat niet wil, maar het wordt getolereerd dat de Syrische rebellen Noord-Libanon gebruiken als uitvalsbasis.

Het gevaar is niet geweken dat kleine partijen alsnog de lont aan het vuur steken. De knokploegen van de SSNP - een partij die droomt van een Groot-Syrië - hebben hardhandig anti-Assadbetogingen uiteengeslagen. De gewonden werd de toegang geweigerd tot de trendy restaurants in Hamra.

In het soennitische kamp, dat verzwakt uit het Doha-vredesakkoord kwam, is een nieuwe leider opgestaan: de salafistische sjeik Ahmad El-Assir uit Saida. Toen die twee weken geleden voor het eerst een anti-Assadbetoging leidde in de hoofdstad, hielden veel Beiroeti's hun hart vast. Uiteindelijk liep het goed af: zo'n tweeduizend salafisten marcheerden keurig door het centrum, terwijl leger en politie zo'n tweehonderd aanhangers van de Libanese Baathpartij op afstand hielden.

De volgende dag was hét gespreksonderwerp een meisje in een strak oranje truitje dat in de betoging van de salafisten was gesignaleerd. Het bleek te gaan om een fotoshoot van kunstenares Randa Mirza. Zij wilde hiermee een statement maken over "fundamentalisme en consumptiedrang, over het Westen en de islam".

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234