Dinsdag 21/05/2019

Luchtvaart

Niemand vliegt nog ‘first class’: superrijken kopen gewoon zelf een vliegtuig

Een Boeing 777, met first class van Emirates Airlines. Welkom aan boord. Beeld REUTERS

Zakenlui vliegen steeds meer in businessclass, terwijl de allerrijksten gewoon hun privéjet nemen. First class raakt in de verdrukking. In Amerika is het al uitgestorven.

Vliegen in stijl, met groot comfort zoals lie-flat seats in plaats van krappe stoelen, exquise maaltijden met lekkere wijnen in plaats van de voorverpakte slappe broodjes met lauwe koffie: het spreekt veel mensen aan. Als ze het zich zouden kunnen veroorloven.

Vijf procent van de beschikbare stoelen aan boord van vliegtuigen wereldwijd zijn zogeheten premium seats. Dat zijn firstclass- of businessclassstoelen. Maar het aanbod van firstclasszitjes is in vrije val. Hun aantal is de voorbije drie jaar met 7,3 procent gedaald in West-Europa. Dat blijkt uit cijfers van de Official Airline Guide (AOG), een orgaan dat gegevens over de luchtvaart verzamelt. In Noord-Amerika is er een achteruitgang van maar liefst 23,6 procent.

Mensen die professioneel vaak het vliegtuig nemen – zakenlui – besparen op dure tickets en vliegen steeds vaker in business, zelfs economy. En zij die het zich wel kunnen veroorloven, kopen gewoon een vliegtuig in plaats van een vliegtuigstoel.

‘Minder plaats en rendabeler’

Toen de commerciële luchtvaart na de Tweede Wereldoorlog van start ging, was er maar één klasse: first. Vliegen was in de beginjaren alleen weggelegd voor de happy few. Pas met de doorbraak van commerciële vluchten en grotere toestellen verscheen vanaf de jaren 50 economy. In de jaren 70 kwam daar businessclass bij, en in de jaren 90 premium economy, om de kloof te dichten.

De achteruitgang in firstclasszitjes wordt gecompenseerd door meer businessclasszitjes aan boord. Businessclass is populair bij zaken- maar ook steeds meer bij vrijetijdsreizigers, zeker op langeafstandsvluchten. De zitjes nemen flink wat minder plaats per passagier in dan first class, en zijn dus rendabeler voor de maatschappij.

“Wij hebben nooit first class aangeboden”, zegt Kim Daenen van Brussels Airlines. “Met uitzondering van Afrika en de VS hebben we geen langeafstandsvluchten.” Moedermaatschappij Lufthansa heeft wel first class in haar aanbod, maar ook daar neemt het aandeel af. “Die dalende trend is al enige tijd aan de gang”, weet Daenen. “Zeker bij korte afstanden is er geen markt voor. Alleen voor de lange afstanden is er enige vraag naar, maar zelfs Emirates ziet die afnemen.”

De drie grote luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten, Emirates Airlines, Etihad Airways en Qatar Airlines, zijn de uitzonderingen op de internationale trend van de dalende first class. Voor die maatschappijen is de luxecategorie wél nog belangrijk. Meer zelfs, in tegenstelling tot hun collega’s in de luchtvaart bouwden zij de capaciteit van hun eerste klas de voorbije drie jaar zelfs nog uit. 

First class is bij deze maatschappijen een essentieel onderdeel van hun luxe-imago. Eerste klas is er synoniem voor aparte cabines met alle mogelijke luxe, tot zelfs aparte ‘appartementen’ met slaap- en badkamer. Ze worden gretig geboekt door een zeer trouw – en vermogend – cliënteel. Emirates beweert dat dit type van passagiers 12 procent van het totaal uitmaakt, maar goed is voor liefst 40 procent van de omzet.

De ‘Golf Drie’ – zoals de luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten worden genoemd – zijn verwikkeld in een heuse luxestrijd met elkaar en investeren in allerlei concepten om hun cliënteel niet te verliezen aan de concurrentie. 

‘Marketinggimmick’ 

 De achteruitgang van eersteklasvliegreizen lijkt op het eerste gezicht verrassend. De faciliteiten aan boord zijn nog nooit zo goed geweest. Bovendien is het aantal zeer rijke mensen sterk gestegen. Het tijdschrift Forbes schat dat het aantal miljardairs de afgelopen twee decennia verdubbeld is tot meer dan 2.100. En ook de rest van het luxereissegment is booming business.

Toch voorspellen veel analisten dat first class zal verdwijnen. Will Horton, analist bij het luchtvaartdatacenter CAPA, zegt aan The Financial Times dat de dagen van first class geteld zijn. “Door first class op minder vliegtuigen te zetten, hebben luchtvaartmaatschappijen zeer hoge ontwikkelingskosten die ze niet over zo veel zitplaatsen kunnen spreiden.” 

Alexandre de Juniac, voorzitter van de International Air Transport Association in Montréal en voormalig CEO van de fusiemaatschappij Air France- KLM, beweert dat eerste klas “niet veel meer is dan een kostbare marketinggimmick” en dat “niemand er geld mee verdient”.

Toch is die marketinggimmick net een van de redenen waarom sommige luchtvaartmaatschappijen de luxezitjes behouden. In het economische jargon wordt dat het ‘halo-effect’ genoemd. Door in de reclame uit te pakken met de faciliteiten in first class gaan mensen denken dat de algemene service van de maatschappij beter is dan die van andere luchtvaartmaatschappijen. Een andere reden is dat upgrades van businessclass naar first gebruikt kunnen worden als argument om klanten aan zich te binden.

De Nederlander Joost Heymeijer, hoofd van Emirates Inflight Catering, is ervan overtuigd dat er altijd een publiek voor first class zal zijn. “Privacy is één reden, een andere is flexibiliteit. Eersteklaspassagiers willen slapen en eten wanneer ze dat willen, niet volgens het tijdschema van het cabinepersoneel, zoals vaak gebeurt in businessclass.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.