Woensdag 01/12/2021

'Niemand staat achter rassengelijkheid'

'Als ik had mogen kiezen', zegt hij lachend, 'dan was ik liever over 1.500 jaar geboren. Dan zullen zwarten het misschien beter hebben dan vandaag.' Edward P. Jones mocht echter niet kiezen. Hij werd 55 jaar geleden geboren en schreef een boek dat midden negentiende eeuw speelt, in het diepe zuiden van de VS, toen zwarten het nog stukken slechter hadden dan vandaag. Van veelschrijverij kun je Jones alvast niet verdenken, maar als hij iets schrijft is het wel prijs, letterlijk zelfs.

Edward P. Jones

De bekende wereld

Oorspronkelijke titel: The Known World

Vertaald door Marian Lameris

Querido, Amsterdam, 401 p., 19,95 euro.

Dertien jaar geleden debuteerde Edward P. Jones met de verhalenbundel Lost in the City: Stories, die meteen met de Pen/Hemingway Award werd bekroond. Nu is hij er met The Known World, in het Nederlands De bekende wereld, zijn eerste, lang verwachte roman, en niemand was echt verbaasd toen hij er vorig jaar de Pulitzer Prize mee in de wacht sleepte.

In De bekende wereld schetst Jones een portret van een streek en een tijdperk. Het boek speelt in Manchester County, Virginia, een fictieve plaats, maar daarom niet minder waarheidsgetrouw. Het is de zomer van 1855. Plantage-eigenaar Henry Townsend, nog maar 31 jaar oud, sterft en laat zijn vrouw Caldonia 20 hectare land en 33 slaven na. Het was een dood als een andere, ware het niet dat Henry zelf zwart is en dus actief meewerkte aan de onderdrukking van zijn rasgenoten. Omdat Caldonia de plantage niet zelf kan runnen, laat ze de dagelijkse werking ervan over aan opzichter Moses, ooit Henry's eerste slaaf en de man met wie hij samen zijn huis bouwde. Het leek haar de enige mogelijke keuze om het voortbestaan van haar landgoed veilig te stellen, maar of het ook de beste was, valt te betwijfelen, want onder Moses' heerschappij zal de plantage geleidelijk aan in verval raken. De man (nomen est omen) gelooft immers niet langer in het oude systeem, dat van de bekende wereld, en wil de slaven naar een andere en beter wereld leiden.

Mooi, denkt u nu misschien, dat kennen we, een slavernijroman, maar daar heeft u het mis, want De bekende wereld is zoveel meer. Het boek bevat ontelbaar veel intriges en op de achtergrond spelende verhalen. Zo is er bijvoorbeeld het verhaal van Saskia Wilhelm die vanuit Nederland de pokken meebrengt naar Amerika en een massale sterfte veroorzaakt onder de slaven van Counsel Skiffington, waarop deze de boel in brand steekt om landloper te worden tot hij door zijn neef John in dienst genomen wordt als ondersheriff; of dat van Augustus, Henry's vader, die zich door hard te werken vrijgekocht heeft van zijn eigenaar en nu moet toezien hoe zijn zoon zelf slaven houdt, op een dag ontvoerd wordt door een paar mensenhandelaars en ver weg opnieuw als slaaf wordt verkocht. Op die manier weeft het boek een netwerk van personages en feiten, waarin de mazen gestopt worden met soms op de rand van het magisch-realisme laverende vertelseltjes.

"Ik wou het verhaal van miljoenen mensen vertellen", verklaart Jones zijn werkwijze, "Ik heb tien jaar over het boek nagedacht voor ik het in één ruk op papier zette. Ik kende die mensen dus voor ik hen begon te beschrijven. Het is alsof je naar het buitenland gaat en daar begint te vertellen over de mensen uit de buurt waarin je opgegroeid bent. Je vertelt over die en die en voor je het weet zit je met misschien wel twintig mensen waar je iets over wilt vertellen. In het zuiden van de VS worden er constant verhalen verteld. Ik hou van miniaturen, complete werelden samengeperst in een klein object. Ik verzamel bijvoorbeeld Amerikaanse postzegels en kleine Japanse, heel minutieus uitgewerkte beeldjes."

Centraal in het boek staat Henry, een zwarte slavenhouder. Kwam dit vaak voor?

"Voor ik aan het boek begon, had ik me een stuk of veertig wetenschappelijke werken over de geschiedenis van de Amerikaanse slavernij aangeschaft. Maar na een pagina of veertig in het eerste boek hield ik het voor bekeken. Allemaal interessant, maar te steriel. Daar kon ik niets mee, dus begon ik maar te schrijven en gebruikte ik alles wat ik gedurende mijn leven opgestoken had over de tijd van de slavernij. Ik groeide op in Washington DC, maar praktisch alle oudere mensen die ik er kende waren in het zuiden geboren. Ze vertelden mooie, levensechte verhalen, over hoe ze askoekjes aten als kind en hoe mensen van de aarde proefden om te weten wanneer er gezaaid of geplant diende te worden. Hun verhalen bleken krachtiger beelden op te roepen dan die hele rij boeken samen. Exacte getallen over zwarte slavenhouders heb ik niet. Wat ik sinds het verschijnen van De bekende wereld opgestoken heb, is dat zwarte slavenhouders echt wel een minderheid waren. En meestal probeerden ze zo hun vrouw en kinderen vrij te kopen. Dat was de enige manier om weer bij elkaar te kunnen wonen."

Maar Henry Townsend is een ander verhaal. Hij bezit uiteindelijk 33 rasgenoten en laat hen op zijn plantage werken.

"Ik denk dat zoiets uitzonderlijk was. Slaven waren duur en je diende hen te voeden en te verzorgen. Slavenhouder zijn hield ook heel wat verantwoordelijkheden in, wat we maar al te graag vergeten. Maar het kwam voor. In Louisiana was er een zwarte familie die 2.000 slaven had. Ze hadden hun eigen kapel en priester en vormden een gemeenschap op zich."

Slavenhouder zijn was dus niet alleen iets raciaals, maar ook iets sociaals.

"Het klassebewustzijn was heel groot in het Amerikaanse zuiden. Het was niet zo dat de zwarten samenspanden tegen de blanken en dat mensen met dezelfde huidkleur overeenkwamen. Net zoals je binnen de blanke gemeenschap een sociale hiërarchie had, bestond die ook onder de zwarten. Waar die twee door elkaar begonnen te lopen werd het echter complex en verwarrend. Het armste blanke uitschot kon zich beter voelen dan de welgestelde zwarte slavenhouder. De blanke slavenhouders erkenden hun zwarte collega dan weer als een van hen, maar nooit als een gelijke. Hij was lid van de club, maar rond de tafel mocht hij niet zitten. Zijn plaats was ergens op een stoel die met de rug tegen de muur stond. Wanneer er slaven ontsnapten, wat toch frequent gebeurde, werd de verantwoordelijkheid daarvoor in het geval van een blanke eigenaar automatisch in de schoenen geschoven van de zwarte opzichter, terwijl men de zwarte eigenaar zelf wel eens de schuld durfde te geven. Hij wist immers niet hoe met zijn slaven om te gaan en hield te weinig afstand. Voor andere zwarten was zo'n slavenhouder dan weer een meneer. Wanneer ze hem tegenkwamen dienden ze hem met 'Mister' aan te spreken, want hij was een eigenaar, maar van harte deden ze dat natuurlijk niet. Het leven van een zwarte slavenhouder moet heel eenzaam zijn geweest: schijnbaar overal, maar in realiteit nergens thuis."

Henry rechtvaardigt zijn daad door te zeggen dat hij slaven heeft omdat het wettelijk toegelaten is.

"Dat is hoe mensen die diep in hun binnenste weten dat ze op het verkeerde spoor zitten hun daden proberen recht te praten."

Het is toch gek dat dit toegelaten werd terwijl de slavenmaatschappij heel wat onschuldiger zaken verbood, zoals het leren lezen en schrijven van een zwarte of seks tussen een zwarte man en een blanke vrouw.

"Of het gebod om binnen het jaar dat je vrijgekocht was de staat te verlaten. De plantage-eigenaar wou immers niet dat zo'n vrije zwarte zijn slaven het hoofd op hol zou brengen. Hoe sterker een maatschappij erop gericht is de voorradige rijkdom oneerlijk te verdelen, hoe meer regeltjes er nodig zijn om dat mogelijk te maken. Je mag niet vergeten dat de raciaal opgedeelde maatschappij, met de blanken die bovenaan stonden en de zwarten onderaan, pas in de achttiende eeuw ontstaan is. Daarvoor had je zowel blank als zwart huispersoneel en beiden werden even goed - of slecht natuurlijk - behandeld. Met de toename van de rijkdom zie je historisch ook de sociale positie van de zwarten achteruitgaan, tot ze uiteindelijk slaven waren. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze daarom per se in het dagelijkse leven ook een trapje lager stonden. Zo is er het verhaal over die blanke man die een zwarte slavin had die voor hem het huishouden deed. De man trouwde met een blanke vrouw die volstrekt niet overweg kon met de huishoudster. Keer op keer moest de man tussenbeide komen en nooit koos hij partij voor zijn vrouw. In dat gezin was de slavin machtiger dan haar baas. Uiteindelijk werd de blanke vrouw vermoord, wellicht door de huishoudster, maar toen men de stervende vroeg wie haar zo levensgevaarlijk verwond had, wou ze geen naam noemen. Wat ik maar wil zeggen is dat ondanks al die regeltjes de mensen gewoon leefden via de wetten die hun hart en geest hen oplegden. De menselijkheid laat zich niet door een paar regeltjes aan banden leggen."

Opvallend is hoe goedaardig de vrouwen in uw boek zijn, terwijl zowat alle mannen elkaar het bloed onder de nagels vandaan pesten. Bovendien heeft u het boek opgedragen aan uw moeder, 'die in een betere wereld veel meer had kunnen bereiken'. Heeft het een met het ander te maken?

"Als je het mij vraagt zijn mannen ook werkelijk slechter dan vrouwen. Wie is er de voorbije eeuw al die oorlogen begonnen? Niet de vrouwen, voor zover ik weet. Maar je mag hier zeker geen expliciete politieke boodschap in proberen te zien. Ik wou een roman zonder moraal schrijven, maar blijkbaar lukt dat nooit volledig. Hoezeer je ook probeert jezelf uit je boek weg te schrijven, je kunt nooit om je eigen identiteit heen. En die is inderdaad sterk bepaald door mijn moeder die kon lezen noch schrijven, haar hele leven als bordenwasser en kamermeid gewerkt heeft en er alleen voor stond om mijn zusje en mij groot te brengen. Als ik één ding had kunnen wijzigen aan de geschiedenis van de wereld, dan zou ik haar een beter leven bezorgd hebben. Ze was heel verlegen, maar ook heel openhartig. Ze dacht altijd eerst aan de anderen en pas daarna aan zichzelf. Wellicht bouw ik mijn vrouwelijke personages op naar haar voorbeeld. Het hoofdpersonage uit het verhaal 'The Girl who Raised Pigeons', dat in Lost in the City staat, is een meisje van een jaar of tien, een vechtster die voor zichzelf opkomt. Ik gaf haar de naam van een meisje dat ik als kind kende. Ze was graatmager en stotterde en iedereen zat haar op de huid. Ik koos de naam van dit meisje omdat ik haar een nieuw leven wou geven."

Een van de intrigerendste personages in het boek is Fern Elston, ook al een vrouw, die zo'n lichte huidkleur heeft dat ze voor een blanke zou kunnen doorgaan, maar er toch voor kiest zwart te zijn.

"Omdat ze zwart is natuurlijk. Ze ziet er alleen maar blank uit. In Amerika zijn er nogal wat mensen naar wie je twee keer moet kijken. Alleen doen blanken dat meestal niet. Wanneer je er blank uitziet, ben je ook blank volgens hen, maar dat is niet zo. Veel heeft ook met het innerlijk te maken, en dat zien die blanken niet. Er is een Amerikaanse boerenwaarheid die wil dat zwarten meer weten over blanken dan blanken over zwarten, en dat impliceert dat zwarten véél meer weten over andere zwarten. Alleen een blanke zou Fern dus voor een blanke kunnen houden."

En wat vindt u van een zwarte die zich fysiek laat verbouwen tot een blanke?

"Wat Michael Jackson gedaan heeft, vind ik heel triestig. Eerst werd er gezegd dat zijn huid lichter was geworden door een ziekte, maar niemand geloofde dat. Toen verklaarde hij dat hij maar een kleine ingreep aan zijn neus had laten uitvoeren. Lachen was dat natuurlijk. Hij stapelde de leugens op, alleen maar omdat hij niet wou toegeven dat hij blank wou zijn. En Jackson is geen alleenstaand geval, al gaan de meeste zwarten wel niet zo ver als hij. Onlangs vertelde iemand me dat hij in het zuiden van de VS een vroegere, tot museum omgebouwde plantage had bezocht. Hij werd er rondgegidst door een zwarte vrouw die de geschiedenis uit de doeken deed van de blanke familie die ooit eigenaar was geweest van het domein. Wat de man opviel, was dat de vrouw haar verhaal deed als behoorde ze tot die blanke familie. Wij dit en wij dat, weet je wel, en voor je het weet ben je je eigen voorgeschiedenis vergeten. In Amerika is er heel wat te doen om blanken die zwarte kinderen adopteren. Niet dat het vaak gebeurt, want als je de statistieken bekijkt hebben ze liever Chineesjes, Koreaantjes, Rusjes of Joegoslaafjes, maar blijkbaar zijn die soms op en dan nemen ze maar een zwart kind. Nogal wat sociale werkers komen hiertegen in opstand omdat ze vinden dat die zwarte kinderen zullen opgroeien in een gemeenschap waar ze onmogelijk kunnen leren wat het betekent om zwart te zijn. In Canada bestaan er zelfs hele programma's om die kinderen toch een zwart bewustzijn mee te geven."

Amerika is nog steeds een zwaar raciaal bewust land?

"We komen van ver en we hebben nog een lange afstand af te leggen, maar zoals ik dan altijd zeg: goddank leven we niet in Brazilië, want wat rassengelijkheid betreft, zal het daar nog wel een paar decennia duren eer ze hetzelfde niveau bereiken als dat van het Amerika van de jaren zestig. Volgens mij is het vooral een probleem van niet hard genoeg willen dat er verandering komt. Er worden wel wetten gestemd die discriminatie tegen moeten gaan, maar niemand staat er volledig achter. Er is geen enthousiasme, en er zijn ook altijd tegenkrachten aan het werk zodat iedere stap vooruit onmiddellijk gevolgd wordt door een halve stap terug. In de jaren zestig gingen we er stukken op vooruit. Toen kwam Nixon aan de macht en alle progressieve wetgeving werd teruggedraaid. Jimmy Carter deed zijn best, maar Reagan haalde alles weer neer. Onder Clinton leek er weer licht aan het einde van de tunnel en nu hebben we Bush, wat betekent dat we het helemaal mogen vergeten. Af en toe ga je zowaar weemoedig terugverlangen naar de jaren zestig."

En toch, kijk naar Condoleezza Rice. Een zwarte, vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken, dat was in de jaren zestig toch ondenkbaar.

"Natuurlijk, maar wat is het verschil? Rice denkt als de eerste de beste blanke rijkaard in de regering-Bush. Ze kon net zo goed zelf zo'n blanke rijkaard zijn, niemand zou het merken. In Washington hebben we grote problemen met de sociale zekerheid. Armen kunnen zich geen huis meer veroorloven. De ziekteverzekering is te duur geworden voor een groot deel van de zwarten, en toch hebben we de voorbije vier jaar een zwarte burgemeester gehad. Het enig waar hij zich al die tijd echt voor ingezet heeft, is het verwerven van een succesvolle en dure baseballploeg. Zet een blanke racist in zijn stoel en hij zou nog een socialer beleid gevoerd hebben. Wat mij betreft maakt het niet uit wat voor kleur de kat heeft, zo lang ze maar muizen vangt."

Marnix Verplancke

'Wat Michael Jackson gedaan heeft, vind ik heel triestig. Hij stapelde de leugens op, alleen maar omdat hij niet wou toegeven dat hij blank wou zijn'

fragment

Ergens tussen het plaatsje Tunck aan de Waal in Nederland en Johnston County in North Carolina - waar Counsel Skiffington, een neef van sheriff John Skiffington, en zijn familie al drie generaties in voorspoed leefden - werd Saskia Wilhelm, een pasgetrouwde vrouw, besmet met de pokken, al zou ze er haar hele leven geen dag ziek door zijn. Toen ze drie maanden getrouwd waren, begonnen zij en haar man, Thorbecke, die ook met de ziekte besmet werd, een reis door Europa die hen in twee maanden naar Engeland voerde. Thorbecke was geen goed mens en zou nooit een goede echtgenoot en vader zijn, zoals Saskia's vader haar een maand voordat ze er met Thorbecke vandoor ging voor de elfde keer had gezegd. Maar haar liefde voor Thorbecke was als een koorts. Haar moeder zei dat die liefde mettertijd wel zou uitdoven, maar Saskia verdween met Thorbecke en de liefde werd alleen maar groter. Na wat ze met hem had meegemaakt, in Europa, in Amerika, zou ze nooit meer zo van iemand houden. De jongen wist dat hij langs de Waal een slechte reputatie had en tijdens de reis door Europa beloofde hij plechtig, niet aan Saskia maar aan zichzelf, dat hij zijn leven zou beteren en dat hij op een dag in Tunck en alle andere plaatsjes langs de Waal zou terugkomen en iedereen ronduit horen toegeven dat ze zich erg in hem vergist hadden. hij zwoer dat in Frankrijk, maar werd er vanwege allerlei wandaden het land uitgezet, en hij zwoer het in Engeland, maar werd ook daar uitgezet. Hij zou niet bestraft worden met gevangenschap, besloten de Engelsen, maar met de pijn nooit meer de geneugten van Engeland te mogen smaken. Thorbecke zwoer het nog eens op de boot naar New York, waar hij en Saskia meer dan vijf jaar voor de dood van Henry Townsend gingen wonen. Thorbecke zou drieënzeventig worden, maar hij keerde nooit terug naar de Waal, evenmin als Saskia, die eenenzeventig werd. Ze stierven vierduizend mijl van elkaar vandaan. Zij had geen kinderen toen ze overleed. Er was nooit iets gebeurd waardoor ze merkte dat er, zoals haar ouders haar hadden kunnen vertellen, nog andere liefde bestond dan die voor Thorbecke.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234