Dinsdag 19/01/2021

Moederdag

"Niemand noemt zich een ronduit slechte moeder"

Schrijfster en journaliste Marijke Libert.Beeld Karoly Effenberger

Voor haar nieuwe boek interviewde Marijke Libert 100 moeders. In deze bijlage treft u vier van hun verhalen aan. Op het einde van elk gesprek werd hen dezelfde vraag gesteld: vind je jezelf een goede moeder? Niemand zei nee. Meer nog, de Vlaamse moeder geeft zichzelf gemiddeld bijna een 8 op 10. 

Honderd moeders. Eerst waren het er tien. Ik wilde hen – voor een artikel – interviewen over ‘slecht moederschap’. Aanleiding was de dood van Jordy, ‘instellingenkind’. Vorige zomer liet die door god en alle mensen verlaten 19-jarige jongen het leven in een tentje in de Gentse Blaarmeersen. “Ik ben geen slechte moeder”, had zijn moeder uitgeschreeuwd in een telefonisch interview met VTM. Dát was blijven hangen. Tijdens een brainstorm hoorde ik ineens dat getal: honderd, én de suggestie: een moederonderzoek doen, inclusief conclusies door experts. Het getal beviel me, de specialisten gooide ik later overboord. Waarom niet de moeders zelf als expert nemen? Waren zij niet de enigen die konden en mochten oordelen over hun moederschap?

Het project begon met vragen, veel vragen. Bestaat slecht moederschap? En wat is dat dan? En wat is goed moederschap? Waarom stellen vrouwen zich een moederleven lang de vraag die ze nooit beantwoord krijgen: ben ik een goede moeder?

Midden oktober vorig jaar begon ik aan de moedermarathon. Ik begon met vijf vrouwen en vroeg hen na ons gesprek om het stokje door te geven aan een volgende mama, het liefst iemand die ze niet goed kenden maar van wie ze zich afvroegen hoe zij het ‘deed’. Zo ontstonden er heel organisch ‘moederkettingen’. Soms liepen de kettingen vast en schoof ik er zelf andere moeders tussen. Vijf maanden lang voerde ik in heel Vlaanderen, van Limburg tot aan de kust, honderd gesprekken van ongeveer een uur (meestal langer).

De openingsvraag (‘Wanneer is jouw moedergevoel ontstaan?’), kwam bij iedereen diep binnen. Een van de taboes was meteen doorgeprikt. Nee, moeders voelden niet noodzakelijk tijdens de zwangerschap meteen een band met hun kind, maar vaak pas erna, lang erna. Eén moeder zei: “Een jaar duurde het voor ik dacht: oké, nu vóél ik het.”

Tranen, tranen

Nooit zo veel huilende mensen tegenover mij gehad als het voorbije half jaar. Vanaf het eerste gesprek zag ik hoe de ontroering regeerde. Spreken over je eigen jeugd of over je eigen moeder? Tranen. Over de bevalling? Tranen. Over crisissen tijdens de opvoeding van de kinderen? Tranen. En nog meer tranen toen het over dat dekselse schuldgevoel ging dat zich geheid rond het moederschap weeft.

De verhalen van de moeders waren nochtans zelden melig, eerder rauw, en vooral doodeerlijk en introspectief. Alle vrouwen steunden en zuchtten toen de (verplichte!) eindvragen kwamen: ‘Ben jij een goede moeder?’ en ‘Geef jezelf eens een score op 10.’

Het was me niet om het getal te doen, wel om de motivering, om de parameters die de moeders hanteerden om hun antwoord toe te lichten. Ze bedachten allerlei bijvoeglijke naamwoorden: ik ben een deftige, een bezorgde, een twijfelende, rationele, (on)geduldige, luisterende, vertrouwende moeder.

Geen slechte moeders

De honderd moeders kenden zichzelf een cijfer toe tussen 6 en 10. Nooit doken ze onder de helft. Het gemiddelde ligt – nogal onverwacht – tussen 7 en 8, zelfs meer richting 8 dan richting 7. Toch duurde het altijd even voor de moeders die cijfers durfden uit te spreken. Eentje weigerde, tegen de afspraken in.

Al pratend bedachten ze zich ook vaak, en stelden dan hun cijfer bij, altijd in positieve zin. “Nee, geen 6, doe maar 7, nee 7,5.” Sommige moeders gingen te rade bij hun partner en/of hun kinderen. Zij schatten de moeder steevast hoger in. Veel moeders kenden zich een andere waardering toe volgens de verschillende fases van hun moederleven. “Ik voelde me na mijn eerste kind maar een 4 waard, omdat mijn borstvoeding niet lukte”, of “tijdens de puberteit van mijn oudste zoon vond ik dat ik maar een 5 verdiende.”

Drie keer kwam er een 10 uitgerold. Een mama (dertiger) motiveerde: “Ook al laat ik steken vallen, ik doe mijn uiterste best, en dus gun ik mij het maximum van de punten.”

En dan het alleropmerkelijkste: niet één moeder noemde zich ronduit slecht. Ook de mama van Jordy niet. Ze werd een van de honderd.

Marijke Libert: "Ik zag veel krachtige vrouwen. Ik had meer moedeloze en machteloze moeders verwacht."Beeld Karoly Effenberger

‘Heb je al een adoptiemoeder?’

Er gebeurde iets vreemds toen de moeders mee het heft in handen namen. Elke deelnemende moeder stuurde het netwerk, de kettingen, mee aan. “Heb je al een adoptiemoeder, een moeder met beperkingen?”, vroegen ze.

Finaal kwam er, met een lichte bijsturing naar het einde toe, een kleurrijk palet Vlaamse moeders tevoorschijn. Een staalkaart met types moeders, van alle leeftijden, uit alle sociale klassen. Van twintigers tot negentigers. ‘Gewone’ moeders maar ook pleeg- en adoptiemoeders, holebi- en onthaalmoeders, plus- en solomoeders. Rationele, perfectionistische en hypersensitieve moeders. Moeders uit citéhuisjes, moeders met villa met zwembad, moeders in de psychiatrie, zelfs een – tijdelijk – dakloze moeder. Overbezorgde en losbandiger moeders. Hyperverantwoordelijke, gelovige moeders en moeders die ooit in een commune leefden. Verwachtingsvolle en directieve moeders.

Leeuwinnen, angstige, stoere en zacht fluisterende moeders. Vrouwen die een eerste keer baarden toen ze achttien waren, of een eerste keer op hun 47ste. Moeders met onverwachte zwangerschappen, moeders met een rigide familieplanning. Moeders die drie maanden lang ‘probeerden’ en ‘prijs’, moeders die tien jaar probeerden en ‘niet prijs’. Moeders die miskramen kregen, moeders die voor een abortus kozen. Eén vrouw werd binnen één etmaal weduwe en moeder. Er waren moeders die precies telden tot ze het getal bereikten (“ik wil tien kinderen”) waarvan ze als jong meisje al droomden, en moeders die maar wat deden (“ik zie wel”) tot de baardrang stopte. Maar hoe divers ook, letterlijk al die moeders spraken die ene magische zin uit: “Ik heb mijn best gedaan.”

‘The mothers strike back’

Ik zag veel krachtige vrouwen. Ik had meer moedeloze en machteloze moeders verwacht. Het woord ‘vertrouwen’ kwam wel vaak terug. Vertrouwen hebben, vertrouwen krijgen. De meer onzekere moeders waren dat niet zozeer omdat ze diep vanbinnen fundamenteel twijfelden over hun moeder-skills. Ze werden onzeker – zeiden ze – door de bemoeienissen van de buitenwereld. Vrouwen die in hun moedernatuur werden erkend, geloofd en begrepen, genoten meer van hun kroost en voedden vrijer op. “Waarom gelooft men niet meer in ons buikgevoel, ons instinct?” Ook dat werd vaak herhaald. Waarom werd hun natuur ontzien? Waarom durfde de ene wel en de andere niet te luisteren naar (zo noemde een mama het) ‘haar innerlijke krachtige moederstem’?

Na een twintigtal gesprekken bleek dat de helft Kind en Gezin (K&G) vernoemde, zelden in positieve zin. Ook dat was een eyeopener, dat de meesten na één consultatie wegbleven, de medewerkers van K&G thuis niet meer wilden ontvangen of de adviezen van verpleegkundigen en dokters naast zich neerlegden. De reden: te directief, te normatief, te betuttelend, te veel gericht op het één-maatkind. Het zijn hun woorden. De moeders voelden zich ergens tussen onbegrepen tot gewoonweg afgekeurd in hun moederschap.

De grootste kritiek kwam op het dictaat van de groeicurves. Een moeder zei: “Mijn dochter is authentiek, is zichzelf. Ze loopt nog niet, en ik vertik het om haar naar de kinesist te sturen, zoals K&G wil. Ik voel wat moet, want ik alleen ken mijn kind.”

De oudere moeders waren milder, de jongere meer gedecideerd. Hun boodschap: we zijn nu baas in eigen buik maar we willen ook baas zijn over wat onze buik voortbracht.

Hét thema: de combinatie werk-kind

“We voelen ons gevangen in onze vele rollen, we zijn niet perfect. Rondom ons zien we steeds meer scheidingen, burn-outs, kinderen met gedragsproblemen. We vinden dit niet normaal. Moederschap is niet iets wat je er zomaar bij neemt. In mijn vriendenkring zitten veel hooggeschoolde, ambitieuze vrouwen die willen participeren, helpen bouwen aan een samenleving, aan een beleid, aan verandering, maar onze job eist zo veel van ons dat we uitgeblust geraken. We willen onze kinderen meer in het centrum. Het gezin is niet ‘de rest’. Ik heb het gevoel dat de maatschappij ons wijsmaakt dat het moet lukken, dat we alle bordjes tegelijk draaiend kunnen houden. Het lukt niet.”

Deze vrouw vatte mooi samen wat tientallen fragmentarisch vertelden: dat de combinatie werk-kind hun grootste uitdaging was (understatement) en hen verwarde. Ook hier weer dezelfde conclusie: net zoals er geen één-maatkind bestaat, is er geen één-maatmoeder. Moeders vragen met aandrang dat de brede samenleving mee nadenkt over hoe moeders met doelen naast het moederschap beter gehoord kunnen worden. Halftime en fulltime, thuiswerken, borstvoedingsverlof, tijdskrediet zijn modellen, maar zijn er nog flexibelere, creatievere oplossingen mogelijk?

Koekje

‘Ben ik goed of slecht bezig als moeder?’ Na honderd gesprekken leek deze zin meer een geprojecteerde vraag. Was de onderliggende kwestie niet: ‘Word ik wel goed bevonden, voldoe ik aan de grote verwachtingen die het moederschap overal oproept? Word ik niet te vaak gedwongen om keuzes te maken die ik in mijn diepe wezen niet wil?’ Als uit één mond kwam ook dat terug: we zijn het oordeel over ons moederschap moe.

Ben ik een goede moeder? De vraag stellen is ze beantwoorden. Honderd Vlaamse moeders deden het. Ze zeiden ‘ja’. Waren de slechte moeders mij ontglipt, vond ik hen niet op mijn weg of bestaan ze niet? En wat was nu de definitie van goed of slecht moederschap of van moederschap tout court? De moeders zochten ijverig mee naar verklaringen. Ook Patience, die op haar twintigste uit Nigeria naar België kwam en hier als alleenstaande mama vijf kinderen opvoedt, met de wonderlijke namen Devine, Godspraise, Marvelous, Blessed en Treasure. Patience bezorgde me kippenvel met haar omschrijving van moederschap:

“Over moederschap bestaat een groot misverstand: het gaat niet alleen over kinderen ‘hebben’ of geboorte geven, het gaat om de passie om voor kinderen te zorgen. Je kunt moeder zijn zonder een biologisch kroost. Je kunt adopteren en moeder zijn. Pleegkinderen hebben en moeder zijn. Omgekeerd heb je vrouwen die geboorte geven en geen moeder zijn, omdat ze die passie missen. Zij worden dan ‘slechte’ moeders genoemd, maar dat klopt niet. Ze zijn gewoon geen moeder. Ze verwaarlozen hun kinderen, niet letterlijk, maar emotioneel. Of ze geven hun kinderen door aan moeders die wel voor hen kunnen zorgen. Moederschap gaat over de connectie met jouw kind. Ik heb met elk kind een band. Dat maakt me moeder. Vanuit die band kan ik voor hen zorgen. Als ze ziek zijn, ben ik er; als ze blij zijn, ben ik er ook. Ook al heb je persoonlijke noden, je moet ze even opzijzetten, voor je tot jouw eigen behoefte komt.

(neemt het koekje, dat naast haar kop koffie ligt) “Als je alleen dit koekje als eten hebt, dan geef je dat aan jouw kind. Daarna denk je meteen: waar vind ik voedsel voor morgen? Dat is moederschap. Als je zelf dat koekje opeet, ben je geen goede moeder.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234