Donderdag 18/07/2019

Nicolas Sarkozy en Gordon Brown

Sarkozy en Brown sampelen bij links en/of rechts, en niet louter uit opportunisme. Sarkozy is een Stevaert avant la lettre, de minister die een uiterst repressieve aanpak promootte van snelheidsduivelsAls Brown niét in de voetsporen van Sarkozy kan treden, zou hij wel eens de kortst regerende prime minister in eeuwen kunnen zijn. Een late opvolger van Jan Zonder Land, als hij niet geloofwaardig is in zijn roep voor 'change'

Brothers in arms

Dat Gordon Brown de nieuwe Britse premier is geworden, verwondert niet. Al tien jaar geldt hij als de opvolger van Blair. Maar nu moet Brown, om politiek te overleven, onder de schaduw uit van de man die hij mee groot maakte. Net zoals Nicolas Sarkozy af moest van het odium rond Chirac en daarom radicaal koos voor 'le changement', zo belooft Brown dat hij (en niet de oppositie) kan zorgen voor 'change'. De nieuwe generatie Europese leiders erft van de voorgangers graag de macht, maar weigert hun politieke testament.

Door Walter Pauli

Het was niet gisteren, bij zijn hoogst gemediatiseerde verhuizing als prime minister naar Downingstreet 10, dat Gordon Brown de toon zette van het nieuwe beleid. Dat gebeurde zondag al, tijdens het congres van New Labour waar de machtsoverdracht als partijvoorzitter voltrokken werd. Zijn slottoespraak begon met een zin die ook Nicolas Sarkozy in de Franse verkiezingsstrijd had kunnen uitspreken: "Het is met nederigheid, trots en een groot plichtsbesef dat ik het voorrecht en de grote verantwoordelijkheid aanvaard om onze partij te leiden en ons land te veranderen."

Dat is ook de eerste opdracht van New Labour na tien jaar Tony Blair: 'changing our country'. "Deze week", zo kondigde Brown meteen aan na de verplichte beleefdheden ('Tony, vanwege de Labourpartij: thank you'), "zal ik een regering vormen met nieuwe prioriteiten om de uitdagingen die voor ons liggen te beantwoorden. (...) Ik zie de noodzaak voor verandering om tegemoet te komen aan nieuwe noden."

Verandering, het komt tientallen keren in die ene toespraak voor. Brown hamerde echt wel op de nieuwe koersrichting, als moest hij zijn maidenspeech ombouwen tot een variant van New Labour for Dummies. Neem bijvoorbeeld volgende, in extenso weergegeven paragraaf:

"We the Labour party must renew ourselves as the party of change. Our mission has always be the party of progressive change. Our party was born of a demand for change. We became a governing party because we championed the need for economic and social change. We were reborn under Neil Kinnock, John Smith and Tony Blair because we believed that to change the country we as a party had to change. And once again we are called to be the party of change." Iemand niét begrepen?

Het verhaal waarom Gordon Brown zo moet handelen is genoegzaam bekend. Toen Tony Blair in 1997 premier werd, bracht hij (New) Labour in de regering na bijna twintig jaar conservatief bewind. De hoop die hij bracht, deed denken aan Bill Clinton die in 1992 in de VS de Democraten aan de macht bracht na twaalf jaar Republikeins regime. Blair en New Labour hadden hun tijd mee. De harde antiprogressieve en zeker antisocialistische klimaat van het decennium na de Berlijnse Muur was stilaan voorbij, de wind die mannen als Bush sr., Kohl, Major en daarna Aznar en Chirac haast automatisch op het internationale voorplan had gebracht.

En ook links was veranderd. Wat vanaf 1999 in België 'paars' zou heten, incorporeerde New Labour in eigen rangen. Het goede maar ook het mindere en het slechte. Spindoctors: Blair werd er groot mee en verloor er ten slotte zijn reputatie mee. In den beginne was hij een wonderboy, tegelijk de betrokken politicus die de working class van Groot-Brittannië uit de grauwe Thatcheriaanse jaren haalde, als de moderne Brit die van Londen weerom de hipste - en een van de duurste - steden ter wereld maakte. Blair was de socialist die opzien baarde door op de uitvaart van prinses Diana in Westminster Abbey persoonlijk voor te lezen uit de Brieven van de apostel Paulus ('Als ik de liefde niet heb, ben ik als een galmend cymbaal...'). Hij was een van eerste Britse premiers die Europa niet afremde, maar op de top van Lissabon voluit de nieuwe Europese koers mee uitzette. Hij was de man die zich door Anthony Giddens The Third Way liet inspireren om het socialisme te moderniseren, en die tegelijk door de Amerikaanse neoconservatieven aanzien wordt als een denker die hun gedachtegoed weer bij de tijd bracht. Hij kon voor niemand verkeerd doen.

Maar dat veranderde. De sympathieke Blair werd de gladde Tony, een waspoederverkoper met net te brede glimlach.

Ook voor Tony Blair werd, achteraf gezien, 9/11 de fatale datum van zijn regeerperiode, de as waarrond zijn beleid kantelde, zijn imago veranderde van zijn regeringsbeleid. Daarvoor was hij de bejubelde vernieuwer. Daarna werd hij het hulpje van Bush, de man die de inval in Irak en Afghanistan steunde, en de even geheime als smerige CIA-gevangenissen in Europa.

Die ontwikkeling maakte de toekomstplannen van Gordon Brown er niet eenvoudiger op. Want Gordon Brown was al die jaren de nummer twee van Blair. Ze zijn ongeveer even oud (Brown werd geboren in 1951, Blair in 1953), ze zijn beiden geboren in Schotland (Brown in Glasgow, Blair in Edinburgh), ze kwamen beiden in 1983 voor Labour in het Britse parlement, en ze zouden beiden historische records breken. Tony Blair werd in 1997 de jongste prime minister sinds Lord Liverpool in 1812. Gordon Brown zou de man zijn die het langst onafgebroken het ambt waarnam van Chancellor of the Exchequer (in het Verenigd Koninkrijk de titel voor minister van Financiën) sinds de Reform Act van 1832. Hij onttroonde al in 2004 het record van de historische staatsman David Lloyd George.

Omdat Groot-Brittannië een meerderheidsstelsel heeft, heerst de indruk dat er geen coalities gesmeed moeten worden. Dat klopt niet. Er zijn geen coalities tussen partijen, maar wel binnen een partij: tussen fracties en persoonlijkheden. In Frankrijk is dat trouwens niet anders, niet bij links, niet bij rechts. Nicolas Sarkozy heeft in verschillende fasen van zijn leven, achter de schermen, het succes van Jacques Chirac voorbereid. Juist omdat hij in 2002 intern zo belangrijk was in de herkiezing van Jacques Chirac, krijgt hij een belangrijke functie in het nieuwe kabinet-Raffarin: die van minister van Binnenlandse Zaken.

Ook Tony Blair werd, na het onverwachte overlijden van partijleider John Smith in 1994, pas diens opvolger na onderhandelingen met andere sterkhouders in de partij. Zijn akkoord met Gordon Brown was beslissend voor zijn eigen opgang. De zogenaamde Granita Deal is genoemd naar duur, trendy en inmiddels dus al gefailleerd restaurant in de Londense upperclass wijk Islington. Dat er toen gesproken is, staat vast. Maar even vaststaand lijkt het feit dat Brown niet anders kon dan Blairs leiderschap aanvaarden, omdat hij al langer inzag dat hij het in elke poppoll tegen hem zou moeten afleggen. Maar van in het begin was Gordon Brown de nummer twee. De eerste helper, maar ook de kroonprins, de erfgenaam, de voortzetter. Het degelijke fundament achter de briljante vertolker van de politieke lijn. Om een wat blasfemische vergelijking te maken: dicht Steve Stevaert de rol van Tony Blair toe, dan was Gordon Brown de verzameling van Frank Vandenbroucke, Johan Vande Lanotte en Luc Van den Bossche.

Dat lijkt een comfortabele situatie, maar is het niet altijd. Vaak komt zo'n man het slechtst mogelijke ogenblik in de publieke arena. Namelijk in opvolging van een historisch personage dat 'the right man on the right place' was, en vooral: 'in the right time'. Tony Blair was voor de late jaren negentig, vroege jaren tweeduizend wat Ronald Reagan en Margaret Thatcher voor the eighties waren: de politieke belichaming van een maatschappelijke tijdgeest. Gordon Brown lijkt veel saaier, al zijn dit natuurlijk jaren van 'omgekeerd charisma': Angela Merkel, Jan Peter Balkenende, Yves Leterme, zelfs José Luis Zapatero, Romano Prodi of José Manuel Barroso.

Al hebben al die 'saaie' figuren zélf hun saaiheid omgevormd tot een hippe degelijkheid. Merkel, Balkenende, Leterme, Zapatero, Prodi: ze grepen allen vanuit de oppositie de macht. Ze presenteerden zich als een redelijk alternatief tegen zetelende meerderheden die om de een of andere reden zichtbaar gefaald en gestunteld hadden. Merkel met haar muisgrijze kapsel, haar look van een uitgetreden non, maar ze won wel van Schröder, een ijdeltuit die iedereen voor de rechtbank sleurde die durfde te zeggen dat hij zijn haar zwart verfde.

Gordon Brown is de saaiheid zelve. Volgens zijn biograaf Tom Bower had hij een rits vriendinnetjes waarvoor de tabloids storm zouden hebben gelopen, zoals prinses Margarita van Roemenië, van het eeuwenoude geslacht van Hohenzollern. Maar Brown offerde niet alleen zijn hele privéleven op aan de politiek, de restjes intimiteit hield hij ook strikt voor zichzelf, zoveel en zolang hij kon. In Vlaanderen strekt zo'n gedrag tot aanbeveling, in Groot-Brittannië is het niet alleen uitzonderlijk, maar kan het zelfs een carrière kraken (als er dan toch 'iets' uitlekt). Zijn eigen spindoctors moesten hem op den duur overtuigen om een eerste kiekje te laten nemen samen met zijn vriendin (nu zijn echtgenote) Sarah Macaulay, op een moment dat hun relatie al jaren duurde. Intussen hield Brown zich bezig met politiek, politiek, politiek, en in dat brede politieke veld vooral met financiën, financiën en financiën (en natuurlijk de algemene politieke strategie, maar die belichaamde Blair, en de smerigste interne oorlogjes binnen de Labourpartij, maar die moesten zijn spindoctors dan weer buiten de media trachten te houden.) Of hij het charisma heeft van de jonge Blair, of hij weerom een deel van de opwinding en het enthousiasme kan opwekken zoals zijn voorganger dat ooit deed, het lijkt bijzonder onwaarschijnlijk. Om The Stranglers te parafraseren: 'Never a frown with Gordon Brown.' ('Nooit een frons met Gordon Brown').

Revolutie van bovenaf, het kán natuurlijk. In de recente politieke geschiedenis in België is het minstens twee keer gebeurd. De eerste keer toen Leo Tindemans, als zetelend vicepremier, de uittredende rooms-rode coalitie-Leburton (waarvan hij het Vlaamse gezicht was) de broek afdeed met de historische slogan: 'Met deze man wordt het anders.' De tweede keer in 2003, toen Steve Stevaert de indruk gaf dat de Vlaamse socialisten hip, nieuw, modern, kortom, 'anders' waren dan onder de prepaarse voorzitters Tobback en Erdman.

Maar gemakkelijk is het niet. Neem de jongste parlementsverkiezingen in België. Verhofstadt schrijft een nieuw Burgermanifest, Vande Lanotte een heel nieuw programma, maar ze hebben nooit de indruk kunnen geven dat het met hen 'anders en beter' zou worden.

Vooral de parallel tussen Gordon Brown en Johan Vande Lanotte (trouwens ook een generatiegenoot) is prikkelend. De minister van Financiën (Brown), de ex-minister van Begroting (Vande Lanotte), die werkten in de schaduw van 'the great communicator' (Blair, Stevaert), die ook diens ster zien dalen, maar als ze overnemen, tenminste in het geval van de West-Vlaming, een dubbele versnelling ondergaan - achteruit, wel te verstaan: het publiek ziet de nieuwe inhoudelijke klemtonen niet (omdat het gezicht zo vertrouwd is, zo weinig vernieuwend), en ze weten van zichzelf natuurlijk dat ze minder charismatisch zijn dan 'the real one'.

Dat is in het buitenland al vaak gebeurd. Gerald Ford raakte destijds niet onder de schaduw van Nixon uit, John Major amper onder die van Margaret Thatcher. In Nederland veegde Pim Fortuyn de PvdA haast van de kaart toen Ad Melkert probeerde een nieuwe Wim Kok te zijn. 'Meer van hetzelfde, maar een tikje minder blitz gebracht': het is weinigen gegeven.

Correctie: het werkt niet zomaar. Het werkt niet als je je niet erg duidelijk afzet tegen je voorganger. Gordon Brown doet dat minder expliciet dan Nicolas Sarkozy, maar beiden claimen ten minste 'change' of 'le changement'. Niet de oppositie, weze ze links (PS) of rechts (Conservatives) kunnen het beleid ten gronde veranderen, maar wel de 'nieuwe' generatie - en ook daar heeft Brown een groter probleem dan Sarkozy. Brown lijkt haast een broer zijn van Blair. Een oudere broer, wel te verstaan.

Maar tegelijk hanteren Sarkozy en Brown een discours dat grote gelijkenissen vertoont. Ze mikken resoluut op de middenklasse, en ze sampelen daarvoor bij links en/of rechts. En niét, zoals gemakkelijke analisten dan zullen zeggen, louter uit opportunistische motieven. Neem Sarkozy, zo gemakkelijk en zo snel vastgepind op zijn 'fors' discours tegen jonge allochtonen, en zijn bewuste slag onder de gordel tegen de soixanthuitards.

Maar Sarkozy is in Frankrijk een Stevaert avant la lettre, de man die als minister van Binnenlandse Zaken een uiterst repressieve aanpak promootte van snelheidsovertreders. Met succes, want het aantal verkeersdoden daalde tussen 2002 en 2006 met 34 procent (van 7.272 tot 4.703). Sarkozy was ook de man die, op vraag van de bekende socialist Jean-Pierre Chevènement, de Conseil français de culte musulman oprichtte. Voor zijn harde strijd tegen antisemitistische aanslagen in Frankrijk, kreeg hij in 2003 de Prijs van de verdraagzaamheid van het Simon Wiesenthalcentrum. Misschien begrijpt men dan beter waarom progressieve iconen als Bernard Kouchner of Fadela Amara zich lieten overhalen tot zijn regering toe te treden.

Brown doet omgekeerd hetzelfde. Hij staat bekend als een 'rechts' socialist, de man die de belastingen doet dalen: het gewone tarief van bedrijfsheffingen daalde van 33 tot 28 procent, die voor kmo's van 24 tot 19 procent. En de economie boomde, mede daardoor: hogere groei en lagere werkloosheid dan in de eurozone, zij het dat de armsten nog een beetje meer de rol losten.

Maar tegelijk was Brown de man die een vigoureuze aanval lanceerde op de toelatingscriteria van Oxford, en vandaar van de andere elite-universiteiten, en een even passioneel als rationeel pleidooi hield voor een verdere democratisering van het hoger onderwijs. Hij maakt geen geheim van zijn antiracistische overtuiging, van zijn 'overtuiging' in het algemeen. Dan is Brown opnieuw de zoon van een Schotse dominee: een man die gelooft in zijn ideaal. Het is een kenmerk van het Britse socialisten: zelfs een uitgesproken woordvoerder van far left als Billy Bragg, maakte ooit een lp van socialistische liederen. In die rij kreeg 'Jerusalem' een prominente plaats ('And was Jerusalem builded here / Amongst these dark satanic mills? / Bring me my chariot of fire / I will not cease from mental fight / Nor shall my sword sleep in my hand / Till we have built jerusalem / In Englands green and pleasant land.')

Zowel Brown als Sarkozy verlaten graag de bekende linkse en rechtse loopgraven, dwalend door het niemandsland daartussen. Met groot succes voor Nicolas Sarkozy, zoals geweten is. Gordon Brown zal het niet hardop zeggen, maar als hij ergens moed uit kan putten, dan uit de man die het Franse socialisme een nekslag toebracht.

Anders gezegd: als Gordon Brown niét in de voetsporen van Nicolas Sarkozy kan treden, zou hij wel eens de kortst regerende premier van Groot-Brittannië in eeuwen kunnen zijn. Een late opvolger van die oud-Engelse koning Jan Zonder Land, als hij niet geloofwaardig is in zijn roep voor 'change/le changement'. Hij moet veranderen wat hij zelf installeerde. Zijn opdracht voor wat een hete zomer belooft te worden: tegelijk vervellen en toch knap en sexy blijven. Wat hij nooit geweest was. Brown moet dus béter doen, veel beter, dan Sarkozy. A la bonneheure.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden