Vrijdag 20/05/2022

Nick Nuyens: 'Ik ben geen held in het peloton'

Je hebt mannen die een gaatje zien en die zich daar doorwringen. Ze redeneren: ben ik erdoor, dan win ik. Zo niet val ik. En die andere ook. Ik vloek op die gasten, ik kan dat zelf niet

"Dat bijziende los ik op door lenzen. In slecht weer wordt dat lastig, dat klopt. Die rug is mijn echt zwakke punt. Ik doe elke dag een kwartier stabilisatieoefeningen voor mijn middengordel. Deed Lance Armstrong die een uur? Daarom was hij ook Armstrong wellicht. Ik kan dat geen uur lang. Mijn rug is wel gehavend aan de linkerkant door die camerabrug in de Eneco Tour. Toen het net was gebeurd, kon je je duim in die wonden leggen.

"Ik heb nu drie kogelgaten in mijn rug en die lijkt gehavend voor altijd. Uiteindelijk ben ik daar aan iets ergs ontsnapt. Ik ben niet groot, gelukkig. Overkomt dit Bert Roesems of Johan Van Summeren, dan krijgen die dat ding in volle snelheid tegen het voorhoofd en zijn die de kop in."

Wat maakt jou al bij al die goeie wielrenner die jij bent?

"Ik ben slim zeker? Enfin, dat zeggen ze toch. Er moet meer zijn dan koersdoorzicht. Mijn motor? Misschien. Ik herinner me wel bij de juniores een testmoment bij Johan Van Lierde (topcardioloog in Genk en lid van de cardiologische commissie van de UCI, HV). Ik had nauwelijks al getraind en ik ging testen. Toen ik naar het lab ging, riep hij lachend naar de verpleegster dat de nieuwe Merckx in aantocht was. Dat was spottend bedoeld. Maar toen zag hij mijn resultaten: zonder noemenswaardig trainingswerk had ik een maximale zuurstofopname (VO2max) van 81. Van Lierde schrok van die waarden. "Koersen jong", zei hij, "koersen."

Bij de boekpresentatie zei Michel Wuyts dat jij te ijdel zou zijn voor de koers. Een ijdele twijfelaar, hoe rijm je dat?

"IJdel ben ik wel en dat twijfelen zit in de familie, al heeft mijn broer daar minder last van dan ik. Het betert. Ik ben zelfverzekerder en ook kordater geworden in het nemen van beslissingen. Dat heeft te maken met mijn kopmanschap bij Cofidis, waardoor ik beslissingen móét nemen. Evengoed speelt Evy (Van Damme, zijn vrouw, HV) daar een grote rol in. Zij vond al langer dat ik meer voor mezelf moest opkomen. Evy is rechtdoor en niet omkijken."

Jij spaart de kool en de geit, ook in de discussie over de Kemmel en of die al of niet in Gent-Wevelgem mag.

"Omdat met de Kemmel die koers staat of valt."

Het enige wat daar valt, is het peloton.

"Ja, dat is nog waar ook. De Kemmel is ook het probleem van de renners omdat ons zo'n schrik wordt aangepraat dat er wel iets fout moet gaan. Een drinkbus davert uit het kader, er wordt geremd, er valt er één, lap iedereen tegen de grond. Ze hebben nu een andere afdaling, ik weet niet hoe die er uitziet."

Een constante in jouw bestaan is bijna vallen. Je hebt het daar voortdurend over en uiteindelijk crash je dan zwaar en je seizoen is voorbij.

"Vorig jaar was het erg. Ik ben vaak bijna gevallen en dat is niet leuk. Het is soms naar de goede of de verkeerde kant vallen en dat is echt erg letterlijk te nemen. In de Eneco Tour valt er een ploegmaat naar links in het gras. Die heeft niks. Ik val naar rechts. Op het asfalt aan vijftig per uur. Ik voelde het vlees zo weggeschraapt worden.

"Soms heb ik het gevoel dat ik te slim ben voor de koers, en dat is niet dat ik mij beter acht dan de anderen. Ik denk dat ik te veel denk tijdens de koers. Je hebt mannen die een gaatje zien en die zich daar doorwringen. Ze redeneren: ben ik erdoor, dan win ik. Zo niet, val ik. En die andere ook natuurlijk. Ik vloek op die gasten en ik kan dat zelf niet: daarom sprint ik ook niet met een grote groep.

"Ik ben sowieso geen held in het peloton. Ik heb vaak de neiging om op de kant te gaan rijden. Daar zie je het goed en daar kun je anticiperen en je kunt altijd weg. Maar uiteindelijk is het efficiëntste in de buik van het peloton meerijden en midden door het peloton naar voren rijden. Dan moet je elk gaatje zoeken en daar telkens in duiken. Dat is een kunst, en het kost heel veel energie.

"Nu komen die koersen er weer aan waarbij je altijd aandachtig moet zijn. Voor die kaskes (de molshopen in de Ronde van Vlaanderen en andere wedstrijden bij ons, HV) moet je zien dat je bij de eersten kunt beginnen. Zottenwerk.

"Ik moet echt een knop omdraaien om ervoor te zorgen dat ik vooraan zit, maar dat kan ik alleen als ik er echt mijn zinnen op zet."

Björn Leukemans is je beste vriend in het peloton, maar daar rijdt hij nu niet meer vanwege een hangende veroordeling voor dopinggebruik. Maar jij, voorvechter van de cleane generatie, blijft in hem geloven.

"Ja en daar ga ik mij niet voor excuseren. Ik weet dat men zegt dat ik naïef ben, maar ik heb sinds oktober gezien hoe hij met die zaak zit. Ik heb gezien hoe hij heeft gezocht naar de oorzaak. Ik zie ons daar nog zitten op dat houten bankje met ons twee racketjes in onze korte broek wachtend om te beginnen squashen. Ik voelde dat er iets was en toen kwam het er uit: hij zat inderdaad met iets. We hebben niet meer gesquasht.

"Ik laat Björn niet vallen. Ik heb speciaal het boek van Rutger Beke gelezen om hem te kunnen steunen. Ik heb ook Cristian Moreni niet laten vallen en die heeft zelfs toegegeven dat hij testosteron heeft gebruikt. Gebruikers als Moreni zijn toch geen moordenaars, of wel soms?"

Doping in jullie sport is bijna een fataliteit.

"Jammer. Ik snap mensen die naar doping grijpen. Gevaarlijk wat ik nu zeg, maar ik meen het. Ik zal er zelf nooit aan beginnen, hoewel ik voel dat de druk om een klassieker te winnen steeds groter wordt. Wie dan zwak is, gaat misschien overstag. Ik heb nu, clean, alles wat ik moet hebben: een vrouw, een huis, een auto en een goed salaris. Ik ga dat niet op het spel zetten.

"Ik weet niet wie ooit met doping van mij heeft gewonnen. Ik vind het moeilijk om dat te zeggen. Ik heb het ook meegemaakt: je hangt tussen je kader van vermoeidheid en ze komen je fluitend voorbijgereden, tien bidons hebben ze mee, daarna stoppen ze om te plassen en hup daar zijn ze weer. Als ik Het Volk en Kuurne win, zullen ze van mij ook zeggen dat ik een paar weken eerder niet in de buurt kwam van het podium. Wij zijn altijd verdacht, winnen of verliezen. Erger nog, nadat mijn vrouw wegens ziekte een hele tijd uit het peloton was verdwenen, werd onder meer rondverteld dat ze een schorsing moest uitzitten. Dát is ons wereldje."

Renners zijn vogelvrij, altijd en overal.

"Helemaal mee eens. Wij zijn vogelvrij, omdat wij renners zijn. Heb je in Sportmagazine dat interview met Anne Gripper, de dopingbaas van de UCI, gelezen? Wat zegt dat mens? Als de hematocrietwaarden te veel verschillen, ligt de bewijslast bij de renner. Dat betekent dat zij van alles kunnen beweren over een bloedwaarde bij ons en dat wij dan moeten bewijzen dat wij volkomen clean zijn. Waar eindigt dat?

"In naam van de strijd tegen doping is alles gepermitteerd. Laatst kreeg ik controle. Ik had op mijn whereabouts ingevuld dat ik van 9 tot 5 uur gaan trainen ben. Ik was die dag met Kevin De Weert naar de Ardennen gereden. Het regende de hele dag en we hebben maar tweeëneenhalf uur gereden. Toen ik terug thuis was, ben ik kwart voor vier vertrokken voor nog eens anderhalf uur. Kwart over vijf was ik thuis. Ik kijk naar mijn gsm: drie onbekende oproepen. Ik zeg: daar zijn ze. Ik beluister de voicemail en ja hoor: 'Hier Frederik Van Acker, Vlaamse Gemeenschap, gelieve dringend terug te bellen op dit nummer en ten laatste vandaag anders hebt u zware problemen.' Ik dacht: allez, nu word ik ook al via de telefoon afgedreigd. Ik heb teruggebeld. Weet je wat die man zei: 'Nu kom ik niet meer, het is al te laat. Maar waar was je', vroeg hij. Ik zei: gaan trainen zoals het op mijn whereabouts staat. Dat ik tussen 9 en 5 training had opgeschreven vond hij te lang.

"Begrijp mij niet verkeerd. Ik pleit niet voor minder dopingcontroles, maar kunnen ze er alstublieft rekening mee houden dat wij mensen zijn?"

Merken jullie iets van dat nieuwe bloedpaspoort en de waterval aan bloedprikken die dat met zich zou brengen?

"Niet echt. Ik denk niet dat het voor ons veel verschil maakt, want in Frankrijk is men met de biologische opvolging sowieso strenger dan in andere landen en in onze ploeg zeker. Wij hebben zelfs haarcontroles: vier keer per jaar onderzoeken ze ons haar. (lacht) Neen, cocaïnefuiven zitten er voor mij niet in."

Veel problemen van het peloton zijn terug te voeren op één vaststelling: de renner laat met zich sollen en de renners zijn niet verenigd om daar tegen in te gaan.

"Daar moet ik je volledig gelijk in geven. Wij moeten perfect zijn, maar zij niet. Ik kreeg van de ploeg de melding dat mijn whereabouts onvolledig waren. Ik was mij van geen kwaad bewust, meld dat ook en krijg een mail terug dat het toch in orde was. Ik heb verhaal gehaald bij de UCI en daar nogmaals: sorry, mijn excuses, Nuyens is heel goed ingevuld.

"Stel dat ik een plaats invul waar ik op stage ga, maar ik besluit op een andere plek te trainen? Snap je? Voor ons kan zo'n fout fataal zijn, omdat ze ervan uitgaan dat wij bedriegers zijn. Zij mogen die fouten wel maken, wij niet. Het is ook maar een mens die bij de UCI de fout heeft gemaakt, maar wij wielrenners zijn in hun ogen geen mensen meer.

"We zijn de speelbal. Vorig jaar in de Tour lagen we in een vreselijk hotel. De dokter had ons afgeraden om ongeschoeid op het vasttapijt te lopen, zo onhygiënisch was het daar. Het eten was echt slecht. Dat was het tweede jaar op rij dat Cofidis daar zat. Niet gaan is geen optie. Als je de Tour zegt dat je een ander hotel wilt en je dreigt met niet te starten, dan nemen ze gewoon een andere ploeg.

"Het peloton vormt nooit een blok tegen die mistoestanden en dat is ons grootste probleem. Wie, denk je, is het slachtoffer van de strijd tussen de UCI en de Tour? Wij."

Je bent nu 27. Hoe verloopt je fysieke evolutie als renner?

"Normaal. Vergeleken met Tom Boonen is dat traag. Vergelijk je dat met Gert Steegmans, dan is dat rap."

Steegmans is nochtans tien keer meer coureur dan Nuyens, zei Boonen vorig jaar.

"Nu is het Steegmans niet meer die de beste is, maar Stijn Devolder. Ik geloof het wel. Ik zal niet zeggen dat ik daar ook zo over dacht toen ik dat de eerste keer las. Ik begreep niet waarom Boonen zo deed. Ik heb veel voor hem op kop gereden. Ik heb mijn wiel afgestaan in de Gent-Wevelgem die hij won.

"We hebben het er ook nooit over gehad, Tom en ik. We zijn geen echte vrienden, maar wel goeie collega's. Ik ben ook niet assertief genoeg om op hem toe te stappen en uitleg te vragen. Bovendien is dat niet nodig. Ik ken Tom en ik til daar niet zwaar aan."

Pas jij wel in dat wielermilieu?

"Ja, en ik voel mij heel goed bij Cofidis met al die verschillende nationaliteiten. Maar soms moet ik de knop omdraaien. Ik praat graag over andere dingen dan koers en dat is niet altijd mogelijk. Tijdens mijn studies was ik bijzonder geïnteresseerd in een vak als commerciële psychologie, de trucjes om je ding verkocht te krijgen bijvoorbeeld. Daar moet ik niet bij afkomen met mijn collega's."

Je wilt in de geschiedenisboeken. Hoe doe je dat?

"Dat is meer een bekommernis van anderen, heb ik al begrepen. Maar goed: er zijn twee manieren. Op doping betrapt worden of een grote koers winnen. Ik ben al uit de Tour gegooid voor doping van een ploegmaat, geef mij dus maar die klassieker en het liefst zo rap mogelijk."

Vorige week verscheen bij Houtekiet het boek Nick Nuyens in het nieuw, een jaar met de Bom van Bevel, door Nick Nuyens en Michel Wuyts (19,95 euro).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234