Donderdag 22/04/2021

Nick Cave

undefined

Bij het zien van titels als 'Hallelujah', 'Oh My Lord' en 'God Is in the House', op de hoes van de nieuwe Nick Cave, slaat de schrik je meteen om het hart. Schrijft Koning Kraai dezer dagen reclamespots voor de multinational God Inc.? Is hij inmiddels, zoals Bob Dylan ten tijde van Saved, opgenomen in de gratie van de Heer? Wel, niet helemaal. De getormenteerde Australiër houdt er weliswaar allang een verregaande fascinatie voor de bijbel, gospelmuziek en de concepten Zonde en Vergeving op na en de jongste jaren is er in zijn werk ook sprake van een groeiende dosis spiritualiteit, maar van bekeringsijver kun je hem voorlopig niet beschuldigen.

Wie een beetje vertrouwd is met Caves satirische neigingen en zwarte humor, begrijpt trouwens dat het conservatieve en kleinburgerlijke christendom dat wordt beleden in 'God Is in the House', duidelijk niet het zijne is. 's Mans personages vertolken niet noodzakelijk zijn eigen ideeën. Meer zelfs: ze spreken ze soms tegen. Het is dus aan de luisteraar om een en ander tussen de regels door te lezen en de ironie, die op No More Shall We Part weer rijkelijk aanwezig is, te decoderen. "God is in this hand I hold", zingt Nick Cave ergens, en daarmee legt hij de link tussen religie en dat andere thema dat de cd overheerst: de liefde. De Black Crow King is onlangs hertrouwd en vader geworden van een tweeling, maar naar songs als 'The Sorrowful Wife' of de titeltrack van de cd te oordelen, heeft dat prille huiselijke geluk zijn werk niet minder sarcastisch gemaakt: "I married my wife at the day of the eclipse / Our friends awarded her courage with gifts." Wie beweerde ooit dat er op de platen van Dandy Nicholas zo weinig te lachen valt?

In 'Sweetheart Come' fungeert de liefde nog als reddingsboei, maar als ze tot huwelijkscontracten leidt, zoals in 'No More Shall We Part', of tot bedrog, overspel, jaloezie en moord, zoals in 'We Came along This Road', dreigt ze even snel Caves achilleshiel te worden.

Net als het vier jaar oude The Boatman's Call bevat No More Shall We Part zo goed als uitsluitend ballads, waardoor de plaat aanvankelijk nogal eenvormig aandoet. Maar geen nood: het is een groeier. Bovendien zijn The Bad Seeds dit keer weer iets nadrukkelijker aanwezig, al heb je ze wellicht nog nooit zo afgemeten gehoord als in het fraai gearrangeerde 'As I Sat Sadly by Her Side' of het iets onstuimiger 'Fifteen Feet of Pure White Snow'. Het groepsgeluid wordt overheerst door Nick Caves soms verrassend catchy pianomotiefjes en het indringende vioolspel van Warren Ellis, bekend van The Dirty Three. Cave zelf zingt niet altijd even toonvast, maar de warme, heldere achtergrondstemmen van Kate & Anna McGarrigle maken veel goed.

Al bij al is No More Shall We Part een behoorlijk sterke plaat, die tegelijk complex en eenvoudig aandoet, maar met een speelduur van 67 minuten misschien net iets te lang is om je twaalf nummers lang aan je stoel genageld te houden. De laatste twee tracks zijn niet echt onmisbaar en het op zich best mooie 'Love Letter' (vorig jaar al te horen op The Secret Life of the Love Song) gaat gebukt onder al te opdringerige en overdramatische strijkers. Ter compensatie van die schoonheidsfoutjes krijgen snelle kopers van de cd een bonusplaatje met twee sobere extra tracks en exclusieve videobeelden. Hallelujah.

Nick Cave & The Bad Seeds, No More Shall We Part, Mute/PIAS

Bruce Springsteen

Voor wie zijn neus niet ophaalt voor een portie goedgespeelde, op traditionele leest geschoeide rock-'n-roll, is een concertregistratie van Bruce Springsteen altijd een geschenk uit de hemel. De dubbelaar Live in New York City, goed voor honderdveertig minuten muziek, is een souvenir van Springsteens jongste wereldtournee met de E Street Band, die na zo'n honderdtwintig optredens werd afgevlagd in de New Yorkse Madison Square Gardens. The Boss en zijn vrienden zijn goed op dreef, het publiek eet duidelijk uit hun hand en podiumfavorieten zoals 'Badlands', 'Two Hearts' en 'Murder Incorporation' klinken scherp en gebald zoals het hoort.

De meeste liedjes, negentien in totaal, zullen de doorsnee fan uiteraard vertrouwd in de oren klinken, maar doordat Springsteen verscheidene van zijn nummers een nieuw kleedje aanmeet, vallen er toch nog regelmatig verrassingen te noteren. Zo hebben in oorsprong sobere liedjes zoals 'Youngstown' en 'Atlantic City' intussen forse spierballen gekweekt, lonkt 'Mansion on the Hill' uitdrukkelijker dan ooit naar country en worden de strofen van 'If I Should Fall Behind' om beurten gezongen door Nils Lofgren, Steve Van Zandt, Clarence Clemons, Patti Scialfa en Bruce Springsteen zelf. Ook zeer sterk is de akoestische, tussen folk en countryblues laverende versie van 'Born in the USA'. 'The River', nu met een lange saxintroductie en een prominente accordeon, overtuigt minder, maar je moet het de zanger tenminste nageven dat hij de routine af weet te houden.

In het stokoude, tot een kwartier uitgesponnen 'Tenth Avenue Freeze-Out' citeert hij volop uit de soultraditie en ook minder bekende liedjes uit de Tracks-box, type 'My Love Will Not Let You Down' en 'Don't Look Back', hebben een plekje op de setlist veroverd. Het interessantst zijn echter twee prima nieuwe songs: 'Land of Hope and Dreams', een liefdesverklaring aan de herenigde E Street band, en 'American Skin', waarin Bruce Springsteen zijn verontwaardiging ventileert over de gewelddadigheid en de brutaliteit van het New Yorkse politiekorps. Als je zwart bent, word je al neergeknald omdat je in je broekzak naar je portefeuille graait.

Niet alles op Live in New York City is briljant. En aangezien Springsteens jongste studioplaat, The Ghost of Tom Joad, al uit 1995 dateert, krijg je de indruk dat de artiest momenteel vooral tijd tracht te winnen. Maar de fan die de jongste concertreeks eens wil herbeleven, doet met deze derde officiële livecollectie van de Jersey Devil een goede investering.

Bruce Springsteen & the E Street Band, Live in New York City, Columbia/Sony

Alpha

Alpha is een duo uit Bristol dat gelieerd is aan het label van Massive Attack. Twee jaar geleden maakten huiskamerknutselaars Andy Jenks en Corin Dingley met Come from Heaven een prachtige triphopplaat die vooral in huize Madonna op superlatieven werd onthaald. Het kwam met la Ciccone zelfs tot een samenwerking, maar om onduidelijke redenen werd die voortijdig stopgezet, zodat Alpha wellicht nog even op de mondiale roem zal moeten wachten die William Orbit en Mirwais intussen wél te beurt viel.

Op hun debuut gebruikten de heren nog voornamelijk samples, maar op het pas verschenen The Impossible Thrill combineren ze hun elektronische speeltjes met een live-instrumentarium. Met behulp van akoestische gitaren, piano's, vibrafoons, harmonica's, een vrouwenkoor en een in de beroemde Abbey Road-studio's opgenomen symfonisch orkest creëren ze zacht voortschuifelende, dromerige popnummers en torch songs waarin ieder detail belangrijk is. Voor de zangpartijen doen Jenks en Dingley een beroep op Martin Barnard en de wonderlijke chanteuses Helen White en Wendy Stubbs. In 'Wishes' is zelfs een gastrolletje weggelegd voor Grant Marshall van Massive Attack. The Impossible Thrill is misschien geen erg opvallende plaat, maar het is wel aangenaam luistervoer. Alpha maakt immers majestueuze chill-outmuziek waar je het behaaglijk warm van krijgt.

Alpha, The Impossible Thrill, Melankolic/Virgin

Kristin Hersh

"I was born with a sad song in my mouth", zingt Kristin Hersh in een van de mooiste liedjes op haar vijfde soloplaat. En dat ene zinnetje vat haar hele carrière eigenlijk perfect samen. De gewezen zangeres van Throwing Muses lijdt aan een geestelijke afwijking die in vakjargon 'bipolariteit' wordt genoemd. Die heeft tot gevolg dat Hersh haar creativiteit niet echt onder controle heeft: de songs dringen zich aan haar op als wreedaardige bezoekers, bedienen zich van haar handen en stem, maar leiden een eigen leven.

Zo komt het dat op Sunny Border Blue weer allerlei gemene, venijnige en agressieve gevoelens naar boven komen die ze, om de gevoelens van haar echtgenoot, kinderen en vrienden te sparen, eigenlijk het liefst zou censureren. Maar ze beseft heel goed hoe zinloos dat is: "the songs are smarter than me." Op haar nieuwe plaat duiken dus een hoop oude trauma's op, waarvan ze dacht dat ze ze allang had verwerkt: 'Listerine' gaat over de split van haar vroegere groep, 'Candyland' over de onmacht en frustratie die ze voelde toen haar het hoederecht over haar oudste zoontje werd ontnomen, en 'Spain' over een relatie die niet iedere dag over rozen gaat.

Wie vertrouwd is met het werk van Kristin Hersh, zal zich wellicht niet meer laten afschrikken door de emotionele intensiteit van de liedjes. De zangeres is eerlijk op het brutale af, verkent voortdurend het niemandsland tussen wrang en breekbaar en gebruikt beelden die dwars door je ziel snijden maar tegelijk blijk geven van malicieuze humor ("Ice is unkind / Til' it freezes your enemy"). Stem en gitaar vormen nog altijd het uitgangspunt voor haar muziek, maar dit keer speelt Hersh ook nog bas, drums, piano, orgel en een enkele keer zelfs saxofoon. Sunny Border Blue is het equivalent van een heldere hemel na een zwaar onweer. Wie een kaartje heeft gekocht voor het optreden van Kristin Hersh, op 10 mei in de Brusselse AB, doet er niettemin goed aan een regenjas mee te nemen.

Kristin Hersh, Sunny Border Blue, 4 AD

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234