Dinsdag 31/01/2023

Nice

Nice is de op vier na grootste stad van Frankrijk. Als je je beperkt tot het wat oudere gedeelte ervan, heb je echter de indruk in een groot dorp te lopen. Een dorp met veel musea, kleine schaduwrijke straatjes, goede restaurantjes. En om elke hoek het uitzicht op la Méditerranée. Een perfecte stad voor een paar dagen tussendoor, zegt Fred Braeckman.

Een bezoek aan Nice zou wellicht op de beroemde Promenade des Anglais moeten beginnen. Maar ik liet me verleiden door 'Le vieux Nice', het oudste gedeelte van de stad. En om heel eerlijk te zijn: door Theresa en de socca. Theresa is misschien wel de bekendste dame van de stad en ze heeft een piepklein kraampje op de Cours Saleya, het meest pittoreske plein van de stad. Hier is er elke dag, behalve op maandag, een kleurrijke bloemenmarkt en kun je kijken wat de vele restaurants te bieden hebben. Veel pizza en pasta. Ja, Italië is dichtbij. Maar ook typische specialiteiten van de streek zoals beignets van courgettebloemen, pissaladière (uientaart), trucha (een omelet met het groen van snijbiet) en socca.

En hier verschijnt Theresa op het toneel. Een vrouw met ravenzwart haar en gekleed in opvallende kleuren. Met levendige gebaren en luide stem vertelt ze aan een lange rij wachtenden dat ze de beste socca heeft van heel Nice. En dat je er gerust een glaasje rosé bij kan drinken, maar die moet je dan wel in de bistro rechtover haar kraampje kopen. In La Cambuse. Even voor het mijn beurt is, blijkt de voorraad socca uitgeput. Theresa rakelt haar kacheltje op, zegt dat iedereen even geduld moet hebben en belooft dat de volgende lading eraan komt. Op een driewieler.

En dan is het smullen van een punt goudkleurige pannenkoek die bereid is met bloem van kikkererwten. De koek wordt gebakken op een zeer hete plaat ingesmeerd met olijfolie. Je kunt socca eten als voorgerecht of gewoon als snack. Mijn dag kan niet meer stuk en de lunch kan ik gerust overslaan.

Een wandeling door het oude Nice dus. "De mensen die er wonen zijn niet tevreden", zo had Pascal Chaffot mij gewaarschuwd. Hij geeft een weekblad uit, Le Petit Niçois, dat op een vrij vriendelijke manier kritiek heeft op wat allemaal misloopt in de stad. De jongste jaren heeft het stadsbestuur nogal wat inspanningen gedaan om het oude stadsgedeelte te renoveren, maar nu vinden de handelaars en de bewoners dat er te veel vuilnis in de fonteinen wordt gegooid, dat de clochards de trappen van het vernieuwde gerechtsgebouw permanent bewonen, dat de wandelstraten parkeergarages zijn geworden waar wandelaars permanent gestoord worden door bromfietsen en vooral dat er overal hondenpoep ligt.

Dat laatste is overduidelijk waar, maar de rest valt best mee. Die vroege lentedagen in mei toch. En in een stad die wel eens het Chicago van de Middellandse Zee wordt genoemd. In 'Le Vieux Nice' moet je slenteren. Genieten van de barokke huizen, de renaissancegevels bewonderen, een stevige espresso drinken op een terrasje, bij patisserie Auer (gesticht in 1920) wat zoetigheden kopen, olijfolie meebrengen van bij Alziari en aan een ijsje likken van bij Fenocchio.

Maar bezoek toch ook even het heel mooie Palais Lascaris in de rue Droite. De straat was ooit de meest directe weg om de stad te doorkruisen van de ene vestingmuur naar de andere, vandaar haar naam. En de rijkste inwoners van Nice woonden er. Het barokke Palais Lascaris is er getuige van. Het pand heeft met zijn monumentale trap wat van een Genuees palazzo. Ook hier dienden de kelders, de binnenkoer en de gelijkvloerse verdieping voor de handel in granen en textiel. En op de luxueuze bovenverdiepingen met fraai beschilderde plafonds woonden de eigenaars. Het gebouw is nu een gemeentelijk museum.

De mooie apotheek bij het binnenkomen heeft niets te maken met de eigenlijke geschiedenis van het pand. Van het versterkte kasteel dat op een heuvel in het oosten van de oude stad stond, blijft niets meer over. Het fort werd driehonderd jaar geleden opgeblazen en het heeft ruimte gemaakt voor een mooi park, waarin het naar de Provence ruikt. Nietzsche liep er te filosoferen en hij kreeg er een terras dat zijn naam draagt. De heuvel is zo'n honderd meter hoog en het uitzicht op de stad, de haven en de hele Rivièra is fantastisch. Je kunt te voet de heuvel op, maar er is aan de Place du 8 Mai 1945 ook een lift waarmee je aan de Tour Bellanda belandt. Berlioz heeft er een tijdje gewoond, nu huist in de toren een scheepvaartmuseum.

Van de Promenade du Paillon, de rivier die Nice doorkruist, merk je niet veel meer. Zij is verdwenen onder het lelijke congrescentrum Acropolis, onder parkeergarages, een busstation, een grandioze mislukking die hangende tuinen hadden moeten zijn. Maar de Paillon mondt nog altijd uit in de Baie des Anges, een mooie brede bocht van de Middellandse Zee, ongeveer ter hoogte van de Place Masséna. En daar begint de geschiedenis van een legendarische wandeling die Nice over de hele wereld beroemd heeft gemaakt, de Promenade des Anglais. Op een schilderij van Jules Defer uit 1865 ziet de 'Chemin des Anglais' er nog heel romantisch uit: een kustpad met links en rechts bomen, een paar wandelaars met een hond en in de verte enkele zeilboten. In het begin van de 19de eeuw woonden er in de omgeving van Nice een honderdtal Britse families. Ze kwamen er tijdens de winter voor het klimaat en de gezonde lucht. Een Britse dominee kwam op het idee van een kustpad en ging bij zijn landgenoten fondsen verzamelen. In 1844 kreeg de twee meter brede weg een naam: Camin dei Inglès. Pas tussen de twee wereldoorlogen zou hij min of meer zijn huidige vorm krijgen: een tweebaansweg met in het midden palmbomen.

Al wat naam had, rijk was of geboren met een kroon op het hoofd heeft ooit in een paleis of hotel aan de Promenade des Anglais gewoond. En het meest tot de verbeelding spreekt allicht het hotel Negresco, met zijn opvallende koepel die door Gustave Eiffel is ontworpen. Het luxehotel werd in 1912 voor de Roemeense immigrant Henri Negresco gebouwd en het is nog altijd een ontmoetingsplaats voor beroemdheden. En om binnen te gaan moet je echt niet overnachten of uitgebreid dineren. Voor relatief weinig geld kan je er een koffie of een cocktail drinken en meteen kunstwerken zien die gemaakt zijn door Picasso, Cocteau, Mignard. Op de gastenlijst vind je namen als Hemingway, Marlene Dietrich, Françoise Sagan. In de Grote Oorlog deed het Negresco dienst als hospitaal, na de oorlog ging het over de kop en nu kent het, eigenlijk meer als museum en monument dan als hotel, een tweede bloei.

Een beetje voor de Negresco bevindt zich een opvallende bouwput met achter het geraamte van een gevel een paar reusachtige kranen. Hier stond tot in de jaren tachtig het Palais de la Méditerranée, de droom van de Amerikaanse miljardair Franck Jay Gould. In 1926 besloot hij zich definitief in Juan-les-Pins te vestigen en de streek te laten genieten van het geld dat hij had. Hij koos de Promenade des Anglais om een reusachtig Venetiaans paleis te bouwen dat twee werelden bij elkaar moest brengen, die van het geld en die van het gokken. Het resultaat was een immens art-decogebouw met zuilen van roze marmer, een speelzaal met uitzicht op zee, een theater voor duizend toeschouwers. Mistinguett, Joséphine Baker, Louis Armstrong, Duke Ellington en veel anderen stonden op het podium. Maar het Palais de la Méditerranée werd van het begin af geplaagd door problemen. Eerst waren er moeilijkheden met de vergunningen voor de speelzaal, in 1934 werd het geteisterd door een brand en in de jaren tachtig moesten de deuren dicht. Het personeel werd gedeeltelijk betaald met wat de kunstwerken opbrachten. Het gebouw werd voor het grootste stuk geplunderd, maar de gevel is nu beschermd.

Wat zo mooi is aan de Promenade des Anglais is dat de beroemde boulevard een erg heterogene ontmoetingsplaats is gebleven. Oudere mensen zitten rustig hun Nice Matin te lezen, jongeren skaten, de straathond loopt er naast een dure aristocraat. Terwijl op het weinig gezellige kiezelstrand de ligbanken en stoelen een fortuintje kosten, staan ze op de promenade gratis ter beschikking.

Nice heeft vrij veel interessante musea en dat is niet zo verwonderlijk, want nogal wat kunstenaars hebben een tijdje in de stad gewerkt of gewoond. Onder hen Toulouse Lautrec, Modigliani, Utrillo, Dufy, Renoir, maar vooral Chagall en Matisse. Het museum dat aan Matisse is gewijd bevindt zich in de wijk Cimiez, wat in de hoogte. Hier vind je ook de resten van Romeinse thermen, een arena en een klooster van de franciscanen. Het Musée Matisse zelf bestaat uit twee delen: een mooie oude villa versierd met veel trompe-l'oeil en een moderne betonnen constructie. De twee gebouwen sluiten perfect bij elkaar aan, hoewel je bij het binnengaan eerst toch wat raar opkijkt van de combinatie. Binnen krijg je niet alleen schilderijen en beeldhouwwerk van Henri Matisse te zien. Er is ook een ruime collectie persoonlijke voorwerpen van hem tentoongesteld. Ten onrechte ga je al vlug denken dat de kunstenaar dan ook in de villa heeft gewoond. Hij leefde wel vijf jaar in het nabijgelegen Excelsior Régina. In het reusachtige hotel met vierhonderd kamers had hij net voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog twee appartementen op de derde verdieping.

Wat lager aan de Boulevard de Cimiez ligt het Musée Marc Chagall. Een modern gebouw, middenin een mediterrane tuin vol lavendel en agapanthus. Chagall schonk de collectie nog tijdens zijn leven aan de Franse staat. Geen enkel ander museum heeft zoveel werk van de kunstenaar. Opvallend zijn de reusachtige mozaïek die speciaal voor het museum is ontworpen en de zeventien grote olieverfschilderijen die samen de 'Message Biblique' heten. Wie van actuele kunst houdt, moet naar de Promenade des Arts. Net aan de rand van 'Le Vieux Nice' en boven de bedding van de Paillon is in 1990 het MAMAC gebouwd, het Musée d'art moderne et d'art contemporain. Architectonisch bestaat het gebouw uit vier zware torens die door loopbruggen met elkaar verbonden zijn. Een soort triomfboog op vier pijlers met aan de ingang een werk van Calder en een leuk restaurantje. Yves Klein heeft er een complete zaal en er is veel werk van de Franse Nieuwe Realisten en vertegenwoordigers van de Amerikaanse popart.

Klassieker werk maar ook keramiek van Picasso is te zien in het Musée des Beaux-Arts (alweer in een mooie villa) en in het pas geopende Parc Phoenix (in de omgeving van de luchthaven) is er een museum van Aziatische kunst dat werd ontworpen door de Japanse architect Kenzo Tange. Daar ligt ook het Parc Floral: zeven hectare overdekte tuin in de vorm van een diamant. Er is een tropisch woud geschapen met meer dan 1.500 verschillende soorten bloemen en planten. Het complete Phoenix-project ligt jammer genoeg binnen een reusachtig betonnen complex van kantoren, hotels en luchthavengebouwen. 'Une des plus belles idées de la ville' vertelt mij een brochure van de dienst voor toerisme. En iemand lacht als ik zeg dat ik liever in 'Le Vieux Nice' rondloop.

Praktisch

* Verscheidene touroperators bieden Nice als citytrip aan. Met het vliegtuig betaal je inclusief vluchten en twee nachten hotel zowat 15.000 frank. Vanuit Brussel kun je elke dag rechtstreeks met de tgv naar Nice. Vertrek even voor halftien 's morgens, aankomst kwart voor zeven. Sabena heeft dagelijkse vluchten Brussel-Nice.

* Het openbaar vervoer in Nice zelf is goed. De meeste bezienswaardigheden zijn met de bus te bereiken. Neem een dagkaart. Er is een nachtbus tot één uur.

* De grote winkels vind je aan de avenue Jean Médecin, pakweg tussen de Place Masséna en het station.

* De dienst voor toerisme heeft een handige gids (gratis) met restaurants waarin onder meer de specialiteiten en de prijs vermeld worden. Lekker, niet duur en met een typische sfeer zijn bijvoorbeeld Voyageur Nissart (19, rue Alsace-Lorraine, tel. 93.82.19.60, omgeving station), La Fanny (2, rue Rossetti, tel. 93.80.70.63, in de oude stad, een mooie selectie van lokale specialiteiten), L'Acchiardo (38, rue Droite, druk en zonder pretentie). De bouillabaisse is lekker maar prijzig in Le Grand Pavois (11, rue Meyerbeer, tel. 93.88.77.42, vlakbij het Negresco).

* Toeristische diensten:

5,Promenade des Anglais, tel. 92.14.48.00 en Avenue Thiers-Gare SNCF, tel. 93.87.07.07.

Internet: www.nice-coteazur.org.

In België: Maison de la France, Guldenvlieslaan 21, 1050 Brussel. Tel. 0902/88025 (30,25 frank/minuut).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234