Maandag 16/09/2019

Interview

Nic Van Damme, zoon van Jean-Claude: ‘Natuurlijk stoort het me dat iedereen denkt dat ik alles aan mijn vader te danken heb’

‘Tegen mijn 25ste wil ik rijk zijn. Als ik er te lang mee wacht, kan ik er niet meer van genieten.’

Waar is Jean-Claude Van Damme? Thuis in Hongkong, op reis in Turkije of bij zijn ouders in Knokke? Niemand die het weet, ook zijn jongste zoon niet. Zelf ligt Nic Van Damme er niet van wakker wanneer we hem spreken, hij heeft dringender zaken aan z’n hoofd: de nakende opening van zijn tentoonstelling in een galerij pal op de zeedijk van het mondaine Knokke-Le Zoute.

De galerij van Sigurd Tanghe hangt propvol. Voor drie van Nic Van Dammes schilderdoeken, die gisteren in grote houten kisten zijn gearriveerd, is geen plaats meer aan de muren. Geen probleem: er komt morgen een tent van 12 bij 3 meter op de stoep te staan voor de overblijvende werken. Intussen moeten nog visitekaartjes worden gedrukt, om uit te delen op de vernissage – “Vijfhonderd? Doe maar meteen duizend!” – en moet Nic nog namen en prijzen bedenken voor de zes werken die nu al aan de muur hangen.

Sigurd Tanghe: “Wat antwoord ik aan VTM Nieuws, Nic? Ze willen absoluut weten of je vader er morgen zal zijn.”

Nic Van Damme: “Zeg hun maar: ‘Misschien.’ Zo gaat het bij mijn pa altijd: je weet nooit zeker of hij zal opdagen voor een event of niet. Dat mysterieuze hoort bij zijn stijl.

“Mijn vader wil ook niet dat alle aandacht naar hem gaat op een dag als morgen. Hij weet heel goed dat alle ogen en camera’s op hem zullen zijn gericht als hij morgen de zeedijk oprijdt, en niet meer op mij. In die zin mag je het als een daad van vaderliefde beschouwen als hij niet komt. Ik zou het zeker niet persoonlijk nemen. In onze familie laten we elkaar vrij om elk ons ding te doen.»

Maar stoort de ‘komt-’ie-of-komt-’ie-niet-vraag’ je?

Hell yeah! Ik doe al mijn hele leven alles op eigen houtje, zonder zijn hulp. Natúúrlijk stoort het me dat iedereen er altijd van uitgaat dat ik alles wel aan mijn vader te danken zal hebben. Maar het is oké: geef me nog een paar jaar om te groeien en dan sta ik helemaal op eigen benen.”

Heb je grootse plannen?

“Ik wil rijk worden. Als ik daarmee wacht tot ik oud ben, dan kan ik er zelf niet meer van genieten. Dus ben ik van plan rijk te worden tegen mijn 25ste. Dat geeft me nog twee jaar. Het gaat gebeuren, wacht maar af. Ik weet dat het niet de Belgische mentaliteit is om zoiets luidop te zeggen, maar dat begrijp ik niet goed. Waarom zou je dat niet mogen zeggen? We hebben maar één leven. Ik wil het mijne niet vergooien door bang in een hoekje te zitten klagen.”

Hij poneert het met zoveel bravoure dat we er geen seconde aan twijfelen. Maar op kapsones kunnen we de zoon van JCVD niet betrappen. Alles wat de fotograaf hem vraagt – met zijn schilderwerk door het zand ploeteren en op een vuilnisbak klauteren – is meteen ‘no problem’. Hij draagt een simpele jeans, sportieve schoenen en een T-shirt van In-N-Out Burger, de Californische evenknie van Quick. Op zijn handen en armen zitten spatten groene verf, waarmee hij gisteren nog wat extra kunst heeft gecreëerd.

“Mensen denken dat ik met een gouden lepel in de mond ben geboren. Niets is minder waar. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik twee was. Ik ben opgegroeid bij mijn moeder in Oregon, de staat ten noorden van Californië. Zij is bijna helemaal Native American. Samen met het Belgische van mijn vader vormt dat een interessante mix, vind ik.”

Je bent dus niet in Hollywood grootgebracht?

“Nee. Mijn kindertijd was doodnormaal. De twee oudere kinderen van mijn vader hebben thuisonderwijs gekregen, omdat ze altijd aan het reizen waren met mijn vader. Ik ben blij dat ik gewoon naar school kon, zoals elk ander kind. Een Amerikaanse high school is een jungle, waar je met veel moeite je weg moet zoeken, maar het is de perfecte voorbereiding op het echte leven. Ik ben er dankbaar voor. Het enige verschil met mijn klasgenoten was dat ik een tijdlang om het weekend op een vliegtuig naar Californië werd gezet om mijn vader te bezoeken. Ik vond het cool, omdat ik er mijn vriendjes mee kon imponeren: ‘Raad eens waar ik dit weekend naartoe ga...’

“Toen ik pas naar school ging in Oregon, ben ik wel even gepest geweest. Ik had lang haar, verkoos het gezelschap van de meisjes boven dat van de jongens, en mijn vader was wie hij was. Maar die pesterijen zijn snel gestopt.”

Had je gedreigd je vader te bellen om wat karatekicks uit te delen?

(lacht) Nee. Als ik hem gebeld had, dan zou hij vast gezegd hebben: ‘Kick their ass, Nic.’ Op school was het nooit een big deal wie mijn vader was. Het waren vooral de ouders die erover roddelden. Dan kwamen mijn klasgenoten me vragen: ‘Mijn vader zegt dat jouw vader...’ ‘Tja, dan zal je vader wel gelijk hebben, zeker?’

“Zodra ik naar de middelbare school ging, zijn die vaste weekends gestopt. Vanaf toen ging ik nog sporadisch. Vaak ook gewoon om mijn stiefmoeder, -broer en -zus te zien, want met zijn drukke baan was mijn vader er niet altijd.”

Andere vaders zetten hun kinderen af aan de schoolpoort en komen naar de schooloptredens. Bij jou kon dat niet. Niet de ideale omstandigheden voor een goede vader-zoonrelatie.

“En toch hebben we een goede band. Ik ben niet opgegroeid met een gevoel van gemis. Ik weet niet wat het is om een vader te hebben die er altijd is, dus wat valt er te missen? Mijn vrienden hadden ook best ingewikkelde thuissituaties, het perfecte leven bestaat gewoon niet. Ik heb verschillende andere vaderfiguren gekend, die in mijn leven kwamen en weer weggingen. Uiteindelijk ben ik mijn eigen vaderfiguur geworden, geloof ik.”

Wat is je vader dan voor jou?

“Een beetje als een grote broer, van wie ik ongelooflijk veel houd. We zijn erg close. We zien elkaar misschien niet vaak, maar we houden elkaar altijd op de hoogte van onze projecten en plannen.”

‘Toen ik een keer mijn vaders wereldberoemde spreidstand probeerde, heb ik me heel erg bezeerd. Ik besefte meteen dat ik geen actieheld zou worden.’

“Na de middelbare school heb ik een paar jaar aan de universiteit gestudeerd, maar daar vond ik niets aan. Ik had wel goede punten, maar ik vind het hele concept van studeren stom. Vrienden van me hebben ingenieursdiploma’s, maar doen jobs die in de verste verten niets te maken hebben met hun studies. Mijn vader heeft ook nooit gestudeerd en kijk waar hij nu staat. Ik was wel graag naar Juilliard gegaan, de bekende kunstschool in New York, maar dat mocht niet van mijn moeder: ‘Ga eerst maar een businessdiploma halen.’”

Vreemd, aangezien je vader een wereldberoemd acteur is en je moeder zelf ook wat kleine filmrollen en een realityreeks op haar cv heeft staan.

“Ik begrijp het ook niet goed, maar het maakt niet uit: ik heb de weg naar de kunsten in mijn eentje gevonden, zonder opleiding. Ik ben beginnen te schilderen toen ik nog studeerde. Ik hou er enorm veel van en zal het altijd blijven doen, maar ik zie het voorlopig als een hobby. Mijn hoofdbezigheid bevindt zich in Zuid-Amerika: samen met mijn zakenpartner ben ik de voornaamste verdeler van Havana Sun voor de Zuid-Amerikaanse markt. Het is een merk van zonneproducten. Met mijn 23 jaar oog ik misschien jong om in directiekamers presentaties te geven, maar daar heb ik iets op gevonden: ik laat mijn baard groeien. Dan zie ik er minder als een snotneus uit.”

Je zou ook de naam van je vader kunnen laten vallen. Die opent vast ook wat deuren.

“Niet in mijn branche. Daar zou het zelfs tégen me werken: ‘Wat heeft een acteur nu met zonnecrèmes te maken?’ In die functie ben ik Nicolas Van Varenberg, zoals mijn vader officieel heet. Maar als ik aan het schilderen of aan het acteren ben, dan ben ik Nic Van Damme. Ik wissel af tussen die namen, zoals je tussen je linker- en je rechterhersenhelft afwisselt.”

Hoe ben je in de sector van de zonnecrèmes beland?

“Daarvoor moet ik je mijn hele familiegeschiedenis uit de doeken doen: aan vaderskant heb ik een oudere broer en zus, Kristopher en Bianca. Aan moederskant heb ik nog twee zussen: Sterling komt voort uit het huwelijk van mijn moeder met Ron Rice. Later is ze hertrouwd en uit dat huwelijk komt mijn jongste zusje Madison. Ron Rice was vroeger de CEO van Hawaiian Tropic, een héél bekend merk van zonneproducten in de VS. Nu heet zijn product Havana Sun.”

Dat is een complex familieplaatje.

“Mijn familie zit zo’n beetje overal. En toch heb ik een goede band met mijn broer en zussen. (wijst op twee schilderwerken achter zich) Ik heb hier zelfs twee werken van mijn broer hangen. Toen hij mijn doeken zag, vond hij ze zo cool dat hij ook is beginnen te schilderen. Hij heeft veel talent, dus moet het wel een familietrekje zijn. Als kind was mijn vader ook altijd aan het tekenen, maar hij had het te druk met acteren om er verder iets mee te doen.”

Hebben je vader en jij nog meer gemeen?

“Mensen zeggen vaak dat we op elkaar lijken qua houding en maniertjes: hoe we lopen, hoe we een glas neerzetten... Maar onze kijk op de dingen durft te verschillen. Dat komt omdat we een andere opvoeding hebben gekregen. Bij mij ging het er nogal losjes aan toe, de Californische stijl. Hij is grootgebracht in België en was al vroeg enorm hard bezig met gezond en fit zijn.

“Vind je het erg als we naar buiten gaan? Dan kan ik even een sigaretje roken.»

Niet erg Californisch van je.

“Da’s waar. Niemand rookt nog sigaretten in Californië. Alle kids zijn nu aan het vapen. Zodra ik terug in Californië ben, stop ik weer met roken.”

In de jaren 90 kampte je vader met een cokeverslaving.

“Zelf hou ik niet van dat soort drugs. Ik rook af en toe een joint – wiet is niet verboden in Californië – maar daar blijft het bij. Ik ben geen psycholoog, maar ik denk dat mijn vaders verslaving te maken had met zijn strenge opvoeding. Als je een kind altijd weghoudt van bij de snoeppot, dan zal hij die later des te meer willen ontdekken. En wat krijg je dan? Gaatjes.”

Twee jaar geleden kreeg jij het aan de stok met de politie, na een ruzie met je huisgenoot. Nog altijd staat het internet vol met berichten over je arrestatie.

“Zo’n big deal was het niet. Ik wil er niet over klagen, er zijn ergere dingen in het leven. Een mens wordt nooit zoveel bekeken als hij denkt. Daarvoor moeten anderen eerst interesse in je hebben. En oké, als ‘zoon van’ hebben mensen net iets meer interesse in wat ik doe, maar dat is dan maar zo.”

Was je vader kwaad op je?

“Nee. Hij wilde alleen niet betrokken raken in de hele affaire. Dat was balen voor mij, maar ik begreep het ook wel. Die hele affaire heeft me veel geleerd. Natuurlijk is het niet fair: ik doe zoveel meer dan de meeste mensen die ik ken, en toch word ik afgerekend op dat ene ding. Ach ja, dan doe ik nog wel wat harder mijn best.”

Een beetje kunstkenner zou je doeken als streetart bestempelen.

“Klopt. Ik ben begonnen met graffiti toen ik nog in Oregon woonde. Dat doe ik nu niet meer, omdat ik ouder ben en niet in de problemen wil geraken.”

Ben je ooit gepakt?

“Nee. Ik heb snelle benen. (lacht) Toen ik aan de universiteit studeerde, ben ik op doeken en muren bij vrienden thuis beginnen te schilderen. Mensen vonden het zo cool dat ze vroegen of ze mijn werk konden kopen. Zo is het gegroeid.”

Ik zie drie Kuifjes hangen. Waarom dragen ze een rode bandana voor hun gezicht?

“Oorspronkelijk schilderde ik die erbij, zodat ik niet vervolgd kon worden door de erven van Hergé. Maar ik ben gaan beseffen dat ik Kuifje op die manier ook op mezelf laat lijken: als je graffiti spuit, dan komen er allerlei chemische stoffen in je gezicht terecht. Van mijn moeder moest ik een soort gasmasker dragen. Om het wat cooler te maken bond ik er een bandana voor. Zo zie ik er dus uit als ik graffiti spuit, minus het kuifje.”

Gebruik je je kunst om het over je Belgische roots te hebben?

“Niet echt. Ik heb die werken speciaal voor deze expo gemaakt. Waar houden Belgen van? Van Kuifje.”

Wie je op je doeken zet, hangt dus af van het publiek?

“Ik pas mijn werk aan aan de markt. Voor mijn vorige tentoonstelling in Bogota maakte ik een portret van J Balvin, een Colombiaanse reggaetonzanger.”

Wil je dan nooit schilderen wat je zelf in je hoofd hebt zitten?

“O, nee! Dan zou ik mensen wegjagen. (lacht) Het zou vooral in de smaak vallen bij andere kunstenaars, niet bij het grote publiek.”

Voor veel kunstenaars kan het grote publiek hun rug op. Zij schilderen vanuit een innerlijke drang.

“Ja, maar waar hangen hún schilderijen? Ik schilder ook wel doeken voor mezelf, maar voorlopig is dit de weg die ik wil volgen. Ik vergelijk het graag met de regisseurs naar wie ik opkijk: zij draaien telkens één film voor het grote publiek, genre The Fast and the Furious, en met het geld dat ze daarmee binnenrijven, maken ze vervolgens een onafhankelijke film die meer in lijn ligt met wie ze zelf zijn. Die balans heb je nodig.

“Begrijp me niet verkeerd: ik wil niet rijk worden om vervolgens alles uit te geven aan decadente feestjes, snelle auto’s en een gouden gebit. Ik heb het geld nodig om straks mijn zin te kunnen doen. Om filmscripts te schrijven en een fijne indiefilm te maken, bijvoorbeeld. Dat lijkt me wel wat.”

‘Mensen denken dat ik met een gouden lepel in de mond ben geboren, maar niets is minder waar. Ik doe al mijn hele leven alles op eigen houtje.’

Geeft je vader je advies over je schilderwerken?

“De inspiratie voor Kuifje in de ruimte, grijpend naar rondzwevende dollarbiljetten, komt van hem. Hij stuurde me een prent van Kuifje in een astronautenpak: ‘Daar zou je iets mee moeten doen.’ Als kind las mijn vader ’s nachts Kuifje-boeken in bed. Dan droomde hij over alle plekken op aarde die hij wilde zien. Eigenlijk is hij zelf ook een Kuifje. Als jonge twintiger liet hij alles wat hij kende achter om zijn geluk in Hollywood te zoeken.”

‘Jean-Claude in Amerika’, ik snap het. In die zin is je Kuifje-kunstwerk ook een portret van je vader.

“Zo ver zou ik niet gaan. (lacht)

Ken je Delphine Boël? In haar kunst rekent ze af met haar biologische vader, koning Albert, die nog altijd weigert haar te erkennen.

“Dus in haar kunst zit ze te janken over het feit dat ze geen royalty is? Sorry, dat is niets voor mij. Ik weet wat ik wil, en ik weet hoe ik mijn eigen boterham kan verdienen. Ik hoef met niemand af te rekenen. Ik hou van films en ik wil het zeker ooit proberen in de filmwereld, maar ik wil niet de zoon zijn die de naam van zijn vader bij een regisseur of producer gaat droppen om aan de bak te komen. Ik, een actieheld? Nee, gaat niet gebeuren.”

Was dat een keuze die je al vroeg hebt gemaakt?

“Die keuze heb ik gemaakt toen ik een keer mijn vaders wereldberoemde spreidstand probeerde. Ik heb me toen heel erg bezeerd. (lacht) Ik voel geen concurrentie met mijn vader, maar het was me al heel vroeg duidelijk dat ik nooit uit zijn schaduw zou kunnen treden, als ik in zijn voetsporen zou lopen. Mijn vader heeft fantastische actiefilms gemaakt, maar ik hou het meest van de meer rauwe films, zoals JCVD en Lukas, waarin hij een kwetsbare versie van zichzelf neerzet. Hoe hij daarin staat te acteren, dat is amazing. In Lukas zit een scène van drie minuten, waarin hij een huis vol gewapende mannen binnendringt, om een of andere wetenschapper te bevrijden. Die hele scène is gefilmd in één langgerekt shot. Om dat te kunnen, moet je tonnen ervaring hebben. Echt een aanrader, die film.”

Vorig jaar speelden je vader en jij allebei in Kickboxer: Retaliation.

“Heel prettig om te doen. Het waren allemaal grote namen – mijn vader, Mike Tyson, Hafþór Júlíus Björnsson uit Game of Thrones (die The Mountain speelt, red.) – en toch had je niet het gevoel dat de set volliep met grote ego’s. Iedereen amuseerde zich gewoon. Mijn vader had me een klein rolletje geregeld, maar toen leerde ik de producer kennen en hij gaf me een grotere rol. Daar stond mijn vader wel van te kijken: ‘Hoe heb je dát voor elkaar gekregen?’ (lacht)

Jij weet echt wel wat je wilt.

“Ja, maar ik werk ook hard. Dat vind ik belangrijk. (wijst naar de muur) Kijk naar mijn andere schilderijen. Dat is Audrey Hepburn, ook in België geboren. Zij heeft zich naar de top van de acteerwereld weten te knokken door ontzettend hard te werken. En in het midden hangt Biggie Smalls, The Notorious B.I.G.: hij groeide als zoon van een alleenstaande moeder uit Brooklyn uit tot een van de grootste rappers aller tijden. En hij maakte dik zijn sexy. Wie doet het hem na? Het zijn allemaal voorbeeldfiguren.

“Ik ben echt niet vies van hard werken. Na haar huwelijk met mijn vader heeft mijn moeder zich uit de naad gewerkt om professioneel rodeorijdster te worden. Intussen is ze uitgegroeid tot de queen van de rodeo in Oregon. Op haar ranch heeft ze twintig paarden. Als tiener heb ik urenlang de stront uit hun stallen mogen opruimen. En geloof me: dat was niet met een gouden lepel.”

Reed je zelf ook rodeo?

“Ja, maar ik hield niet van de grote riemgespen die je als cowboy hoort te dragen. Daar bezeerde ik me altijd aan. En na een tijd werd ik ook allergisch voor paarden.”

Je vader verdeelt zijn tijd tussen Hongkong en Knokke. Ben jij hier al vaak geweest?

“Dit is mijn vijfde keer, geloof ik. Ik heb een Belgisch paspoort, dus ik kan komen wanneer ik wil. Het is altijd fijn om mijn grootouders terug te zien. Het zijn ontzettend lieve mensen, Eugene en Eliana. Ik praat Engels met ze. Ik spreek net genoeg Frans om op restaurant iets te bestellen, maar verder reikt mijn kennis niet.

“Hier in Knokke logeer ik bij een vriend, niet bij mijn grootouders. Als ik mijn vader ga bezoeken in Hongkong, dan verblijf ik ook niet in zijn huis, maar ga ik met vrienden op hotel. Ik dop graag mijn eigen boontjes.”

Is dat de belangrijkste levensles die je vader je heeft meegegeven: dop je eigen boontjes?

(denkt na) Nee, eerder iets als: geef nooit op. Dat doe ik ook niet. Als de vernissage achter de rug is en de tentoonstelling goed loopt, dan vlieg ik naar huis, naar L.A. Daar wil ik nadenken over mijn volgende project. Als ik daarmee klaar ben, vlieg ik naar Colombia, waar ik nog wat deals hoop te sluiten. Dat is een drukke agenda voor iemand van 23, maar zo heb ik het graag. Ik heb geen tijd te verliezen: die 25ste verjaardag zal er snel genoeg zijn.”

Waar is Jean-Claude Van Damme? Niet op de vernissage van zijn zoon. En toch was de middag voor Nic geslaagd: de toeloop voor zijn kunst was massaal. Hij wist zelfs al drie werken te verkopen. VTM Nieuws stuurde uiteindelijk zijn kat, maar opa Eugene en oma Eliana bleven tot de laatste minuut, om hun kleinzoon te steunen. En vader Van Damme? Die stuurde galerist Sigurd een ingesproken WhatsAppje: ‘Tell my son I love him very much.’

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234