Woensdag 26/02/2020

New York ontdekt Belgiës grootste criticus

De Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976) heeft vanaf deze week zijn eerste New Yorkse retrospectieve tentoonstelling. Het Museum of Modern Art toont de blik en het denken van de Brusselse dichter en beeldend kunstenaar.

Hij staat wijdbeens in de deuropening, met de blik en de houding van iemand die de mensheid wil behoeden voor de hel. Hij kruist de armen voor zijn borstkas, staart naar de palmbomen, de slang en de twee kanonnen. Twee kreeften spelen een kaartspel. Harten troef.

Hij tast in zijn broekzak, alsof hij een walkietalkie zoekt. Hij twijfelt, alsof hij nog niet goed weet wat te zeggen. "Mijn God", zegt hij dan. Hij is een bewaker van kunstwerken. "Er bestaan zo veel dolgedraaide mensen." Vandaag voelt deze bewaker van de Marcel Broodthaers-tentoonstelling op de zesde verdieping van het Museum of Modern Art in New York zich een bewaker van levens. "Kom maar binnen in het decor", zegt hij.

Belgische symbolen

'Décor: A Conquest by Marcel Broodthaers', staat op het plaatje bij de ingang van de twee aanpalende zalen. De suppoost zet een stap opzij en toont de geweren en de revolvers die opgesteld staan achter hem. "Allemaal echt." Onder een parasol op een tafeltje met tuinstoelen ligt een puzzel van de slag bij Waterloo. "Mensen krijgen vreemde ideeën als ze dit zien", zegt de suppoost.

Het is alsof hij deel uitmaakt van het werk, zoals iedere toeschouwer die naar het werk van Broodthaers kijkt, er deel van wordt. Broodthaers zou van deze man hebben genoten. Conquest is een werk uit 1974, twee jaar voor de dood van de kunstenaar. Het is een aanklacht tegen geweld en oorlog. Het schetst een beangstigend beeld van de mensheid. Dat voelt de suppoost maar al te goed.

"Marcel Broodthaers is een van de meest invloedrijke Europese dichter-kunstenaars van de twintigste eeuw", schreef The New York Times deze week om de tentoonstelling aan het Amerikaanse publiek voor te stellen. Vijf jaar geleden werd de topcollectie van de Brusselse verzamelaars Herman en Nicole Daled aan het MoMA verkocht. Die collectie bevatte meer dan zestig van Broodthaers' werken. Het MoMA is opgetogen: "New York wordt een nieuw centrum voor de presentatie en studie van het werk van de kunstenaar Marcel Broodthaers."

"Ook ik vroeg me af of ik niet iets kon verkopen en succes hebben in het leven. Ik ben al een hele tijd nergens goed voor. Ik ben al veertig jaar...", schreef Marcel Broodthaers in 1964 op de uitnodiging van zijn eerste tentoonstelling. Voor zijn veertigste profileerde hij zich als dichter, fotojournalist en filmer.

De tentoonstelling in New York begint met de film die hij in de jaren 50 maakte over de dichter Kurt Schwitters. Zijn poëzie is kort en krachtig. Zijn groene schriftje dat nu in de New Yorkse vitrine ligt, volgeschreven. Hij schrijft in 1964: "Uiteindelijk kwam ik op het idee om iets onoprecht uit te vinden en ben ik meteen aan de slag gegaan." Hij toonde zijn werk aan de eigenaar van de Brusselse galerie Saint-Laurent. "Hé, maar dat is kunst, zei hij, en dat wil ik graag allemaal exposeren. Goed, zei ik. Als ik iets verkoop, is 30 procent voor hem. Blijkbaar zijn dat normale condities. Want sommige galeries nemen 75 procent. Wat het zijn? Eigenlijk objecten."

Dat jaar vormde Broodthaers enkele van zijn onverkochte poëziebundels Pense-Bête om tot een sculptuur. Hij goot ze in gips. Broodthaers is altijd een verteller met een kritische blik op politiek en kunst gebleven. Dat deed hij door Belgische symbolen als mosselen en steenkool te gebruiken. Hij liep niet op eieren, hij brak ze. Letterlijk.

Literaire schilderijen

"Ik wil meer een gevoel van de realiteit verdedigen dan een theorie of een droom", schreef hij in een van zijn brieven. Broodthaers legt werkelijkheden bloot door ze een nieuwe structuur te geven. Op een exemplaar van 19 januari 1964 van de krant Le Soir liggen zwartgeschilderde eieren. De krantentitel eronder luidt 'Il faut sauver le Congo'. Broodthaers rekte de kracht van het dagelijkse uit. Hij is een discrete criticaster en daarom des te sterker.

Om zijn kritiek op het museum als instituut daadwerkelijker te maken, stichtte hij in 1968 zelf een fictief museum. In pamfletten en publicaties wilde hij commentaar geven op de rol van kunst in die periode.

Toen hij zich in 1972 weer kunstenaar verklaarde, schilderde hij 'literaire schilderijen'. Hij gebruikte woorden als beeldmateriaal en vervaardigde decors. Broodthaers wordt beschouwd als een voorloper van de hedendaagse installatiekunst. Hij blijft tot de verbeelding spreken. Sommige bezoekers lachten luidop bij het zien van het geschilderde portret van generaal Pétain waarin Broodthaers een echte sigaar drukte. De meesten bleven lang staan bij De Belgische leeuw, een plastic leeuwenhoofd in een koekenpan.

Marcel Broodthaers: A Retrospective, nog tot 15/05 in het Museum of Modern Art, New York. moma.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234